Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2006:AX9610

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
29-06-2006
Datum publicatie
29-06-2006
Zaaknummer
18/670573-05 en 18/054340-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging medeplegen zware mishandeling met voorbedachte raad; poging medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving; bedreiging. Blijkt niet van compassie met slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670573-05 en 18/054340-04 (tul)

datum uitspraak: 29 juni 2006

op tegenspraak

raadsman: mr. R.F.M. Mullaart

vonnis van de rechtbank te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in P.I. Noord HvB Groningen te Groningen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van donderdag 15 juni 2006.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

hij op of omstreeks 30 augustus 2005, in de gemeente [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade aan een persoon, genaamd [slachtoffer1], zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, die [slachtoffer1]

meerdere malen, althans eenmaal, met een of meer (honkbal)knuppels, althans met een of meer harde voorwerpen, heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 30 augustus 2005, in de gemeente [plaats], tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade mishandelend, een persoon, genaamd [slachtoffer1], opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, meerdere malen, althans eenmaal, met een of meer (honkbal)knuppels, althans met een of meer harde voorwerpen, heeft geslagen, tengevolge waarvan die [slachtoffer1] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(zaak B)

art 301 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de maand augustus 2005, in de gemeente [gemeente1] en/of in

de gemeente [gemeente2], in elk geval in het arrondissment Groningen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer2] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en/of beroofd te houden, met dat opzet tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen,

- zich heeft/hebben voorzien van een of meer (honkbal)knuppels, althans van

een of meer op (honkbal)knuppels gelijkende voorwerpen, en/of

- (vervolgens) naar de woning, waar(in) die [slachtoffer2] toen verbleef,

is/zijn gegaan, en/of

- (vervolgens) bij die woning heeft/hebben aangebeld, en/of

- (vervolgens) - nadat verdachte en/of verdachtes mededader(s) door een vriend of bekende van die [slachtoffer2], althans door iemand anders dan die [slachtoffer2], die woning was/waren binnen gelaten - aan die [slachtoffer2] heeft/hebben gevraagd of hij, die [slachtoffer2], mee ging naar buiten, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de maand augustus 2005, in de gemeente [gemeente1] en/of in

de gemeente [plaats] en/of in de gemeente [gemeente2], in elk geval in het

arrondissement Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van de/het misdrijven/misdrijf, te weten

- opzettelijke vrijheidsberoving als omschreven in artikel 282 van het Wetboek

van Strafrecht, en/of

- zware mishandeling als omschreven in artikel 302 van het Wetboek van

Strafrecht, opzettelijk een of meer(honkbal)knuppels, althans een of meer op

(honkbal)knuppels gelijkende voorwerpen en/of een auto kennelijk bestemd tot

het begaan van dat/die misdrijf/misdrijven, heeft verworven en/of vervaardigd

en/of voorhanden heeft gehad;

(zaak A)

art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

zaak met parketnummer 654403.05

hij op of omstreeks 26 juni 2005, in de gemeente [gemeente3], een persoon, genaamd [slachtoffer3], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes aan die [slachtoffer3] getoond en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "Ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 30 augustus 2005, in de gemeente [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en met voorbedachten rade aan een persoon, genaamd [slachtoffer1], zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader, die [slachtoffer1] meerdere malen met honkbalknuppels heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in de maand augustus 2005, in de gemeente [gemeente1], ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer2] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en beroofd te houden, met dat opzet tezamen en in vereniging met verdachtes mededaders,

- zich heeft voorzien van honkbalknuppels, en

- vervolgens naar de woning, waarin die [slachtoffer2] toen verbleef, is gegaan, en

- vervolgens bij die woning heeft aangebeld, en

- vervolgens - nadat verdachte en verdachtes mededader door een vriend of bekende van die [slachtoffer2], die woning waren binnen gelaten - aan die [slachtoffer2] heeft gevraagd of hij, die [slachtoffer2], mee ging naar buiten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

zaak met parketnummer 654403.05

hij op 26 juni 2005, in de gemeente [gemeente3], een persoon, genaamd [slachtoffer3], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes aan die [slachtoffer3] getoond en daarbij deze dreigend de woorden toegevoegd : "Ik maak je dood";

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder 1 primair, 2 primair en 3 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Kwalificatie

Hetgeen de rechtbank als bewezen heeft aangenomen levert de volgende strafbare feiten op:

1. Poging tot medeplegen van zware mishandeling.

2. Poging tot: medeplegen van iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

3. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Ten aanzien van de strafbaarheid van de verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 19 mei 2006, opgemaakt door A. Warnaar, klinisch psycholoog/psychotherapeut te Groningen.

De conclusie van dat rapport luidt, zakelijk weergegeven, dat het ten laste gelegde en bewezen verklaarde aan verdachte geheel kan worden toegerekend. De rechtbank kan zich met deze conclusie verenigen en neemt deze over.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Motivering straf

Bij de bepaling van de straf, die aan de verdachte zal worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met:

a) - de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de vordering van de officier van justitie;

b) - de persoon van de verdachte zoals naar voren is gekomen uit:

- het onderzoek op de terechtzitting d.d. 15 juni 2006;

- de inhoud van een uittreksel uit het algemeen documentatieregister omtrent verdachte d.d. 13 september 2005. Hieruit blijkt dat de verdachte reeds eerder is veroordeeld wegens het plegen van soortgelijke feiten;

- het over de verdachte door de Verslavingszorg Noord Nederland uitgebrachte voorlichtingsrapport d.d. 2 december 2005;

- voormelde psychologische onderzoeksrapportage d.d. 19 mei 2006.

Vrijheidsstraf

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur moet worden opgelegd.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder in aanmerking, dat uit het strafdossier en uit de behandeling ter terechtzitting is gebleken dat verdachte geen enkele compassie heeft met de slachtoffers of dat er sprake is van gewetenswroeging.

Er is sprake van ernstige feiten doordat verdachte en zijn mededaders fors geweld hebben gebruikt ten opzichte van hun slachtoffers.

De rechtbank is van oordeel dat een deel van de vrijheidsstraf voorwaardelijk moet worden opgelegd mede om de daaraan te verbinden bijzondere voorwaarde een voldoende basis tot nakomen te bieden.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomene, te weten twee honkbalknuppels en een metalen staaf, moet worden verbeurd verklaard.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten met behulp van deze voorwerpen zijn gepleegd.

Teruggave

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomene, te weten een mobiele telefoon merk Nokia, IMEI-nummer 354346002709987, moet worden teruggegeven aan verdachte.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer: 18/054340-04

De officier van justitie heeft op grond van het onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in bovengenoemde rechtbank d.d. 14 januari 2005 gevorderd dat door deze rechtbank een last tot tenuitvoerlegging zal worden gegeven.

Veroordeelde is bij voormeld vonnis veroordeeld tot onder meer 4 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Blijkens in genoemde vordering vermeld dossier onder parketnummer 18/670573-05 heeft de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling, poging tot ontvoering en mishandeling, waarvoor nu een veroordeling volgt.

De rechtbank is van oordeel dat, nu de veroordeelde de in gemeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, alsnog tenuitvoerlegging dient te worden gelast van de niet ten uitvoer gelegde straf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 45, 57, 282, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierboven is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen-verklaarde strafbaar.

Verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

Verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 3 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van ACHTTIEN MAANDEN.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd, die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot drie maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op drie jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging óók kan worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd gedragen naar voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Verslavingszorg Noord Nederland, zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt. Draagt deze instelling op om de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Verklaart verbeurd:

Twee honkbalknuppels en een ijzeren staaf.

Gelast de teruggave van:

Een mobiele telefoon aan merk Nokia, IMEI-nummer 354346002709987 aan veroordeelde.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Gelast de tenuitvoerlegging van het vonnis van de politierechter in bovengenoemde rechtbank d.d. 14 januari 2005 onder parketnummer 18/054340-04, voor zover betreft de toen voorwaardelijk opgelegde vier maanden gevangenisstraf.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. J.M.M. van Woensel, voorzitter, P.H.M. Smeets en C.L.B. Kocken, rechters, in tegenwoordigheid van D. van der Ploeg als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag, 29 juni 2006.