Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2006:AV4209

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
09-03-2006
Datum publicatie
13-03-2006
Zaaknummer
18/670750-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijke ISD voor veelpleger.

De rechtbank heeft bepaald dat deze veelpleger zich moet laten opnemen in "De Terebint" te Delfzijl om daar aan zijn verslaving te gaan werken. Houdt hij zich niet aan de aanwijzingen van de Verslavingszorg Noord-Nederland, dan hangt hem een plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders ( ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren boven het hoofd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670750-05

datum uitspraak: 9 maart 2006

op tegenspraak

raadsman: mr. C. Eenhoorn

vonnis van de rechtbank te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans preventief gedetineerd in P.I. Noord, HvB Groningen te Groningen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 februari 2006.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

hij op of omstreeks 17 december 2005, in de gemeente Groningen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand/perceel aan of nabij De Rademarkt heeft weggenomen een hoeveelheid drank en/of etenswaren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of restaurant [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

(gevoegd parketnr. 670022-06)

hij op of omstreeks 16 december 2005 in Kolham, in de gemeente Slochteren, opzettelijk en wederrechtelijk een raam (van een perceel aan de [adres]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf 2] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 17 december 2005, in de gemeente Groningen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand aan De Rademarkt heeft weggenomen drank en etenswaren, toebehorende aan [slachtoffer] en/of restaurant [naam bedrijf], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

2.

(gevoegd parketnr. 670022-06)

hij op 16 december 2005 in Kolham, in de gemeente Slochteren, opzettelijk en wederrechtelijk een raam van een perceel aan de Rengerslaan in Kolham, toebehorende aan [naam bedrijf 2] en/of [slachtoffer 2], heeft vernield;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Kwalificatie

Hetgeen de rechtbank als bewezen heeft aangenomen levert de volgende strafbare feiten op:

1.

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

2.

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

MOTIVERING MAATREGEL

Bij de oplegging van de maatregel aan verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met:

a) de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

b) de vordering van de officier van justitie, strekkende tot oplegging van de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (de ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

c)de persoon van de verdachte zoals naar voren is gekomen uit:

- het onderzoek op de terechtzitting d.d. 23 februari 2006;

- de inhoud van een uittreksel uit het algemeen documentatieregister omtrent verdachte d.d. 19 december 2005. Hieruit blijkt dat de verdachte reeds eerder is veroordeeld wegens het plegen van soortgelijke feiten;

- de over de verdachte door de Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) uitgebrachte voorlichtingsrapporten d.d. 20 december 2005 en d.d. 21 februari 2006.

De rechtbank neemt voorts het navolgende in het bijzonder in aanmerking.

Uit de rapportage van de Verslavingszorg Noord Nederland van 21 februari 2006 blijkt onder meer - kort samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende:

[verdachte] scoort hoog wat betreft het risico op recidive en de dominante probleemgebieden zijn het ontberen van huisvesting, de afwezigheid van een zinvolle dagbesteding en daarnaast wordt één en ander verstoord door het periodieke maar overmatige alcoholgebruik. Ook zou betrokkene geholpen zijn met een andere houding tegenover de samenleving en mag van een gezonder netwerk verwacht worden dat het ook corrigerend zou kunnen gaan werken. In zijn zelfrapportage komt een vergelijkbaar beeld naar voren.

Een geïntegreerd aanbod van wonen en werken en de kans een nieuw en gezond netwerk op te bouwen in samenhang met een hulpaanbod voor het periodieke alcoholprobleem lijkt op basis van onze interpretatie van de RISc de voorkeur te genieten.

Wij zijn van mening dat er in betrokkene geïnvesteerd dient te worden om een structurele verandering te bewerkstelligen. Wij zien in betrokkene een man die in toenemende mate lijdt onder het mislukken van zijn plannen.

Wij denken dat met de achtergrond van betrokkene er van een verslavingsbehandeling weinig heil te verwachten is en denken dat een meer praktische insteek betrokkene verder kan helpen. Om deze reden hebben wij betrokkene in contact gebracht met de Terebint in Delfzijl. Binnen deze organisatie kan betrokkene samen met nog een aantal anderen onder begeleiding van het beheerderechtpaar zelfstandig wonen in een woonhuis. De begeleiding vindt plaats vanuit het gezin van het beheerderechtpaar waarmee betrokkene de kans krijgt zich te hechten aan de mensen die zich voor hem willen inzetten.

Wij denken dat het aanbod vanuit de Terebint tegemoet komt aan de uitkomst van het RISc, alsmede aan ons idee dat betrokkene geholpen dient te worden met het vormgeven van een nieuwe start in een nieuwe omgeving.

Op dinsdag 21 februari 2006 vernamen wij dat betrokkene welkom is in de Terebint in ieder geval op 10 maart 2006 of elke dag eerder dan het vonnis toestaat.

De confrontatie met de mogelijke eis van twee jaar onvoorwaardelijke ISD-maatregel heeft betrokkene behoorlijk van zijn stuk gebracht. In combinatie met het voortschrijden van de jaren en het veelvuldig mislukken lijkt de tijd rijp om betrokkene conform zijn wens bij te staan middels dit traject buiten de stad. Los van het gegeven dat betrokkene zelf aangeeft het aanbod van de Terebint met beide handen te willen aangrijpen denken wij dat de druk van een ISD-maatregel niet losgelaten dient te worden en derhalve willen wij adviseren betrokkene te veroordelen en een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak en vernieling. Dit zijn ergerlijke feiten waardoor doorgaans veel ongerief en materiële schade wordt veroorzaakt aan de benadeelden.

Uit de zich in het dossier bevindende documentatie volgt dat verdachte in de afgelopen vijf jaar negen maal is veroordeeld tot in totaal 65 maanden gevangenisstraf. Ook in de daarvóór gelegen periode is vanaf 1974 sprake van elkaar met regelmaat opvolgende veroordelingen terzake van hoofdzakelijk vermogensdelicten en vernielingen. De door hem gepleegde delicten staan in een rechtstreeks verband met zijn verslaving aan alcohol.

Uit de stukken blijkt dat verdachte sinds 1994 contacten heeft met diverse instanties voor verslavingszorg. Tal van pogingen om de wisselwerking tussen verslaving en stelselmatige criminaliteit aan te pakken - zowel in een vrijwillig als in een verplicht kader, zowel ambulant als klinisch - zijn mislukt. De rechtbank is van oordeel dat thans in beginsel een langdurige vrijheidsbeperkende maatregel, die voortzetting van het criminele gedragspatroon onmogelijk maakt, geïndiceerd is om de (relatief) korte detenties en de vicieuze cirkel van opsluiten-vrijlaten-veroordelen-opsluiten te doorbreken.

Gelet echter op hetgeen door de VNN in voormeld adviesrapport is geschreven is de rechtbank van oordeel dat thans volstaan kan worden met het opleggen van de ISD-maatregel in voorwaardelijke vorm. De rechtbank neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat verdachte aannemelijk heeft gemaakt daadwerkelijk van plan te zijn een structurele verandering in zijn leven te willen bewerkstelligen. Ter zitting heeft hij benadrukt zeer gemotiveerd te zijn en tevens dat hij zich aan de opgelegde voorwaarden zal houden.

Alles afwegend is de rechtbank dan ook van oordeel dat oplegging van de ISD-maatregel in voorwaardelijke vorm gerechtvaardigd is.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38m, 38n, 38p, 57, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierboven is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

Verklaart het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen en strafbaar verklaarde en:

Gelast dat de verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren.

Bepaalt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich vóór het einde van de op twee jaren gestelde proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging óók kan worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden

* veroordeelde zal zich op 9 maart 2006, direct na de uitspraak van dit vonnis, onder begeleiding van R. Swierstra van de Verslavingszorg Noord Nederland, naar de Terebint te Delfzijl begeven om aldaar te gaan verblijven; voorts dient hij voornoemde instelling op de hoogte te houden van zijn verblijfplaats;

* veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Verslavingszorg Noord Nederland in Groningen, zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt. Draagt deze instelling op om de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden en gelast de onmiddellijke invrijheidstelling.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. M.J.B. Holsink, voorzitter, L.M.E. Kiezebrink en C.L.B. Kocken, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kingma als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag, 9 maart 2006.

De voorzitter was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.