Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2006:AV1644

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
31-01-2006
Datum publicatie
14-02-2006
Zaaknummer
83887 KG ZA 06-6
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot opheffing van een conservatoir eigenbeslag wordt toegewezen. Toetsingsmaatstaf. Een conservatoir eigenbeslag ter afwending van het executeren van een vonnis is niet in alle gevallen uitgesloten, doch is slechts aanvaardbaar indien de gepretendeerde tegenvordering voorshands voldoende is gestaafd. Daarbij zal de rechter in kort geding hebben te oordelen aan de hand van hetgeen door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd, terwijl bij de beoordeling mede rekening dient te worden gehouden met de wederzijdse belangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 83887 KG ZA 06-6

vonnis d.d. 31 januari 2006

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid C. KRANENDONK HOLDING B.V., gevestigd te Rotterdam,

eiseres, hierna te noemen Kranendonk, procureur mr. E.Tj. van Dalen, advocaat mr. M.W. Huijzer

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HELMERS ACCOMMODATIE EN INTERIEUR B.V.,

gevestigd te Sappemeer aan de Vosholen 112, gedaagde, hierna te noemen Helmers, advocaat mr. R.S. van der Spek.

PROCESVERLOOP

Kranendonk heeft Helmers doen dagvaarden in kort geding.

De vordering strekt ertoe Helmers bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut en op alle dagen en uren,

1. te gebieden om terstond na het in deze te wijzen vonnis het ten verzoeke van Helmers gelegde beslag onder zichzelf ex artikel 724 Rv. op te heffen op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat Helmers nalaat daaraan te voldoen;

2. te veroordelen in de kosten van het geding.

...

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Vaststaande feiten

1.1 Op 11 september 2000 heeft Kranendonk, bij overeenkomst van diezelfde datum, haar aandelen in Fritimco B.V. aan Helmers geleverd.

1.2 Deze transactie heeft tot een geschil geleid in verband met de in de overeenkomst opgenomen garanties ten aanzien van de jaarrekeningen 1999 en 2000. Bij dagvaarding van 30 januari 2002 heeft Helmers bij de rechtbank Leeuwarden op grond van toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst de betaling van een bedrag van € 134.348,43 en van een bedrag van € 115.328,69 gevorderd (hierna: respectievelijk vordering garantie 1999 en vordering garantie 2000). In reconventie heeft Kranendonk een bedrag van € 36.302,41 gevorderd. Bij vonnis van 6 augustus 2003 is de vordering garantie 1999 integraal afgewezen. De behandeling van de vordering garantie 2000 is aangehouden. De vordering in reconventie is afgewezen.

1.3 Partijen hebben bij het Gerechtshof Leeuwarden hoger beroep ingesteld tegen zowel het vonnis in conventie als in reconventie. De procedures zijn op verzoek van partijen afzonderlijk van elkaar behandeld. Bij arrest van 7 december 2005, uitvoerbaar bij voorraad, heeft het Hof het vonnis van de rechtbank in reconventie vernietigd en heeft het Hof Helmers veroordeeld tot betaling aan Kranendonk van een bedrag van € 36.302,41. Bij arrest van diezelfde datum heeft het Hof in de procedure in conventie met betrekking tot twee onderdelen van de vordering garantie 1999 Kranendonk opgedragen bewijs te leveren. Het Hof heeft een eindbeslissing inzake de vordering garantie 2000 aangehouden totdat er beslist is over de vordering garantie 1999.

1.4 Op 27 december 2005 heeft Helmers beslag onder zichzelf gelegd ex artikel 724 Rv. voor een bedrag van € 130.000,- inclusief rente en kosten.

2. Standpunt Kranendonk

Door het leggen van eigenbeslag maakt Helmers misbruik van recht. Het door Helmers gelegde eigenbeslag dient geen ander doel dan de executie door Kranendonk te frustreren van het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde arrest van het Hof van 7 december 2005. Om een dergelijk eigenbeslag te handhaven moet het vorderingsrecht van de beslaglegger boven alle twijfel zijn verheven, hetgeen niet het geval is. In hoger beroep is het afwijzende vonnis van de rechtbank in conventie voor een groot deel in stand gebleven. Het Hof heeft Kranendonk voorts een bewijsopdracht gegeven met betrekking tot de vraag of Helmers wist van de verliesgevendheid van de werken Tille en Barkmeijer. Het zal niet moeilijk zijn voor Kranendonk om te bewijzen dat deze wetenschap inderdaad bij Helmers bestond. Daarnaast ligt de vordering garantie 2000 voor afwijzing gereed. Voor zover er wel sprake is van een tekortkoming van Kranendonk, betwist Kranendonk dat Helmers schade heeft geleden. Ook het Hof heeft gesteld dat de hoogte van de schade niet kan worden gelijkgesteld met de ten onrechte niet opgenomen voorzieningen of met geleden verliezen. De vordering van Helmers heeft dan ook geen kans van slagen. Voorts is er, gezien de balans van Kranendonk, geen sprake van een restitutierisico voor Helmers, zodat ook dit geen bezwaar kan zijn voor de opheffing van het beslag.

3. Standpunt Helmers

Kranendonk is wel degelijk schadeplichtig jegens Helmers. Het Hof heeft na ampel beraad besloten om, nadat zij in eerste instantie tot een voor Helmers gunstige conclusie was gekomen, Kranendonk alsnog een bewijsopdracht te geven met betrekking tot het feit dat Helmers wetenschap had van de verliesgevendheid van de werken Tille en Barkmeijer. Dit bewijs zal niet kunnen worden geleverd. Daarnaast heeft het Hof gesteld dat voor een bedrag van fl.19.184,- verwijtbaar geen voorziening was getroffen. Het is derhalve duidelijk dat Helmers een vordering op Kranendonk heeft, en wel een vordering die de tegenvordering overtreft. Voorts is er sprake van een onaanvaardbaar restitutierisico indien het beslag zou worden opgeheven: de balans van Kranendonk geeft enkel activa weer waarop verhaal problematisch zou zijn. Het ligt hoe dan ook voor de hand dat in afwachting van het arrest in conventie het beslag zal blijven liggen. De vorderingen kunnen dan immers na afloop van de procedure met elkaar worden verrekend.

4. Beoordeling

4.1 Een conservatoir eigenbeslag ter afwending van het executeren van een vonnis is niet in alle gevallen uitgesloten, doch is slechts aanvaardbaar indien de gepretendeerde tegenvordering voorshands voldoende is gestaafd. Daarbij zal de rechter in kort geding hebben te oordelen aan de hand van hetgeen door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd, terwijl bij de beoordeling mede rekening dient te worden gehouden met de wederzijdse belangen.

4.2 De voorzieningenrechter is van oordeel dat er dusdanig veel vragen bestaan omtrent de vordering van Helmers, dat deze voorshands niet als voldoende gestaafd kan worden aangemerkt. De voorzieningenrechter overweegt daartoe het volgende. Met betrekking tot de vordering garantie 1999 heeft het Hof het grootste deel van de grieven van Helmers van de hand gewezen. De resterende geschilpunten spitsen zich toe op de projecten Tille en Barkmeijer. In haar arrest van 9 maart 2005 heeft het Hof overwogen dat Kranendonk in beginsel gehouden is de schade te vergoeden die Helmers lijdt op grond van het feit dat niet voor alle facturen een voorziening in de jaarrekening 1999 is opgenomen. Het Hof heeft echter tevens overwogen dat deze schade niet gelijk kan worden gesteld aan de hoogte van de niet-getroffen voorzieningen ad fl. 19.184. Het is derhalve de vraag of er op dit punt überhaupt sprake is van schade aan de zijde van Helmers en, zo ja, hoe hoog die schade is. Ten aanzien van de vraag of Helmers wist van de verliesgevendheid van de projecten Tille en Barkemeijer heeft het Hof aanleiding gezien om Kranendonk een bewijsopdracht te geven, zodat ook over de toewijzing van dit deel van het gevorderde nog aanzienlijke twijfel bestaat. Bovendien heeft het Hof ook inzake de verliezen overwogen dat de schade niet gelijk kan worden gesteld met de verliezen. Al met al bestaat er dan ook geen enkele zekerheid over de kans van slagen van de vordering garantie 1999.

Met betrekking tot de vordering garantie 2000 heeft het Hof geen eindoordeel gegeven, maar heeft zij wel overwogen dat het niet vaststaat dat het resultaat van Fritimco over het jaar 2000 niet voldeed aan de contractuele garantie. Op basis hiervan is het ook ten aanzien van de vordering garantie 2000 ten zeerste de vraag of deze een kans van slagen heeft.

4.3 De stelling van Helmers dat het arrest in de procedure in conventie dient te worden afgewacht, zodat partijen hun vorderingen met elkaar kunnen verrekenen, kan geen stand houden. Partijen hebben er zelf voor gekozen om de tussen hen aanhangige zaak in hoger beroep in twee afzonderlijke procedures te laten behandelen. Dit betekent dat Helmers het risico heeft aanvaard dat zij haar vordering op Kranendonk niet zou kunnen verrekenen met de tegenvordering van Kranendonk indien het Hof eerder arrest zou wijzen in de zaak in reconventie dan in conventie.

4.4 Nu het voorts niet aannemelijk is dat er sprake is van een onaanvaardbaar restitutierisico voor Helmers, mag onder deze omstandigheden het recht tot executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard arrest niet worden achtergesteld of uitgesteld ter wille van aanspraken waarvan de rechtmatigheid nog niet is aangetoond.

4.5 De voorzieningenrechter zal het beslag opheffen. Gelet hierop is voor het opleggen van een dwangsom geen plaats.

4.6 Helmers zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

BESLISSING

De voorzieningenrechter:

1. heft op het door Helmers op 27 december 2005 ex artikel 724 Rv. onder zichzelf gelegde beslag;

2. veroordeelt Helmers in de kosten van de procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Kranendonk begroot op € 315,32,- aan verschotten eventueel vermeerderd met de niet voor verrekening vatbare omzetbelasting en op € 816,- aan salaris van de procureur;

3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Praktiek, enz...