Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2006:AV1490

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
18-01-2006
Datum publicatie
14-03-2006
Zaaknummer
84034/JE RK 06-14
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bekrachtiging van een (spoed)machtiging uithuisplaatsing in een beperkt beveiligde justitiële jeugdinrichting. Gelet op de hechtingsproblematiek dient de minderjarige niet andermaal geconfronteerd te worden met een tijdelijke plaatsing.

Het is van zeer groot belang , dat de eerstvolgende plaatsing meteen een geschikte plaatsing is voor langdurige, stabiele opvang met behandelingsmogelijkheden, waarbij het contact tussen het kind en vader wordt gewaarborgd. Een persoonlijkheidsonderzoek op korte termijn is geïndiceerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht

zaaknr.: 84034 / JE RK 06-14

beschikking kinderrechter d.d. 18 januari 2006

inzake

[het kind],

kind van:

K., (verder te noemen vader)

en

O.,(moeder)

overleden.

Vader is belast met het gezag over [het kind]

PROCESGANG

Op 5 januari 2006 heeft het Bureau jeugdzorg (het Bjz) een verzoekschrift ingediend, welk verzoekschrift nader is aangevuld op 9 januari 2006, strekkende tot het verlenen van een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [het kind] in een justitiële jeugdinrichting met een beperkt beveiligd regime.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 9 januari 2006 een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [[het kind]] in een justitiële jeugdinrichting verleend.

Op 18 januari 2006 heeft de kinderrechter de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren.

Daarbij zijn verschenen de minderjarige [[het kind]], bijgestaan door haar raadsman mr. W., vader en dhr. N. namens het Bjz.

RECHTSOVERWEGINGEN

De kinderrechter verwijst naar en neemt over hetgeen is overwogen en beslist in de beschikking van 9 januari 2006.

Bij beschikking van de kinderrechter te Arnhem van 29 juni 2005 is de ondertoezichtstelling van [[het kind]] verlengd voor de duur van een jaar, ingaande 14 juli 2005. Daarbij is tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [[het kind]] in een residentiële voorziening voor crisisopvang verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Bureau Jeugdzorg

Vanwege het Bjz is ter zitting aangegeven dat [[het kind]] gebaat is bij een plaatsing waar haar structuur wordt geboden en perspectief. Tot dusver zijn de plaatsingen telkens van korte duur geweest waardoor [[het kind]] niet de gelegenheid heeft gekregen te wennen aan de groep; terwijl daardoor haar gedragsproblematiek zou afnemen. Idealiter wordt [[het kind]] geplaatst in een behandelvoorziening waar pedagogische expertise voorhanden is en waar [[het kind]] de gelegenheid wordt geboden te wennen.

Vooralsnog is [[het kind]] geplaatst in een particuliere voorziening voor crisisopvang Kate's Dak. Deze plaatsing is met een persoonsgebonden budget gefinancierd, echter het budget is niet toereikend voor een structurele plaatsing aldaar.

Voor [[het kind]] wordt een plaatsing binnen een beperkt beveiligde justitiële jeugdinrichting aangevraagd; liefst in de buurt van Groningen zodat er gelegenheid is voor meer frequent contact tussen vader en [[het kind]]. Aansluitend zou wellicht een plaatsing in een open behandelgroep tot de mogelijkheid behoren.

Het kind

[[het kind]] heeft de kinderrechter verteld dat nu ze eenmaal is gewend aan het verblijf in Kate's Dak, ze zich beter voelt. Het gaat [[het kind]] vaak zo dat ze een gewenningsperiode nodig heeft om zich ergens op haar plek te voelen. In die aanloopperiode is haar gedragsproblematiek sterker waardoor veel van de crisisvoorzieningen waar ze verbleef in die gewenningsperiode al de plaatsing beëindigden. Volgens [[het kind]] is dit ook de reden dat thans een verzoek tot plaatsing in een justitiële jeugdinrichting is verzocht.

Sinds [[het kind]] naar het gespecialiseerd onderwijs is gegaan spijbelt zij niet meer, ze voelt zich meer thuis op de nieuwe school. [[het kind]] heeft het idee dat haar gedrag de afgelopen periode is verbeterd. Ze wordt minder snel boos, zoekt niet zo vaak meer ruzie en geeft minder vaak een grote mond. [[het kind]] heeft aangegeven dat ze haar gedrag heeft aangepast omdat haar gezinsvoogdijwerker heeft aangegeven dat de consequentie van haar gedrag kan zijn dat ze op enig moment op straat komt te staan; dat wil [[het kind]] niet. Ook heeft [[het kind]] haar gedrag aangepast omdat ze aan haar toekomst wil denken.

[[het kind]] zou het liefst tot haar zestiende in een open voorziening verblijven - liefst in de buurt van Groningen zodat ze haar vader meer frequent kan bezoeken - en aansluitend naar een KTC gaan. Mits de begeleiders van de open voorziening geduld met haar hebben in het begin - zodat zij kan wennen aan de regels en de mensen - verwacht [[het kind]] dat zij het best op haar plaats in een open (behandel)voorziening is.

[[het kind]] verzet zich tegen een plaatsing in een justitiële jeugdinrichting; ze verwacht dat het feit dat ze dan niet naar buiten mag, haar gedrag zal verslechteren.

Vader

Vader heeft aangegeven dat hij regelmatig belt met [[het kind]] en dat zij af en toe elkaar bezoeken. Vader vermoedt dat [[het kind]] het moeilijk heeft met het verwerken van het verlies van haar moeder en bijvoorbeeld het feit dat een latere partner van vader ook bij hen weg ging. [[het kind]] heeft daardoor, en doordat reeds meerdere plaatsingen vroegtijdig zijn beëindigd, een probleem met hechting. Gelet op het feit dat [[het kind]] wel naar vader luistert en zijn gezag aanvaardt denkt vader dat [[het kind]] behoefte heeft aan stabiele begeleiders en gezagsdragers in haar leven. Het is daardoor in haar belang dat zij in een voorziening wordt geplaatst waar ze kan wennen en waar haar stabiliteit over een langdurige periode wordt geboden.

Beoordeling

Om tot een plaatsing in een justitiële jeugdinrichting te kunnen besluiten dient er sprake te zijn van ernstige gedragsproblemen die maken dat deze plaatsing in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige noodzakelijk is - ook wanneer er sprake is van een plaatsing in een justitiële jeugdinrichting met reen beperkt beveiligd regime.

Gelet op het verzoekschrift en gelet op het verhandelde ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat aan voormelde voorwaarde voor een plaatsing in een (beperkt beveiligde) justitiële jeugdinrichting is voldaan. Nu de beschikking van 9 januari 2006 - gelet op het vorenstaande - op de juiste gronden is gegeven zal de kinderrechter deze beschikking bekrachtigen. De kinderrechter overweegt daarbij dat de machtiging strekt tot plaatsing in een beperkt beveiligde inrichting maar uitdrukkelijk niet tot plaatsing in een normaal beveiligde justitiële jeugdinrichting.

Nu [[het kind]] is gewend aan de plaatsing in Kate's Dak is de kinderrechter van oordeel dat deze plaatsing dient te worden gecontinueerd totdat een plaatsing in een perspectiefbiedende behandelvoorziening kan worden gerealiseerd. De kinderrechter overweegt dat gelet op de hechtingsproblematiek van [[het kind]] schade zal worden gedaan aan haar ontwikkeling wanneer zij andermaal geconfronteerd wordt met een tijdelijke plaatsing. Het is derhalve van zeer groot belang dat de eerst volgende plaatsing meteen een geschikte plaatsing is voor langdurige stabiele opvang met behandelingsmogelijkheden.

Om adequaat om te gaan met de gedragsproblematiek van [[het kind]] acht de kinderrechter het aanbevolen dat op korte termijn een persoonlijkheidsonderzoek naar [[het kind]] zal worden verricht; hetzij vanuit Kate's Dak in ambulant kader, hetzij binnen de volgende plaatsing in de behandelvoorziening, zodat deze informatie voorhanden is als het Bjz een volgend verzoek doet tot uithuisplaatsing.

Evenals [[het kind]], het Bjz en vader acht de kinderrechter het van groot belang dat de plaatsing wordt gerealiseerd in de omgeving van Groningen, zodat het contact van [[het kind]] met haar netwerk, met name met vader, gewaarborgd is; dit is voor een onthecht kind als [[het kind]] van groot belang. Te denken valt bijvoorbeeld aan de JJI de Veenpoort in Veenhuizen - waar ook de nodige gedragsdeskundige begeleiding voorhanden is en behandeling geboden kan worden.

BESLISSING

bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter van 9 januari 2006.

Deze beschikking is gegeven door mr. K.R. Bosker en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 18 januari 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.