Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2006:AU8902

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
03-01-2006
Datum publicatie
03-01-2006
Zaaknummer
670492-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Loverboy. Aan een 25-jarige man worden diverse feiten verweten. Onder meer wordt hem verweten dat hij meisjes jonger dan 16 jaar in de prostitutie heeft gebracht/gehouden en het daaruit voordeel trekken. Ook is hem mishandeling van meisjes ten laste gelegd.

Volgt bewezenverklaring door de rechtbank. Voor oplegging van gevorderde maatregel van TBS is, gelet op de beschikbare rapportage, geen ruimte. Verdachte wordt veroordeeld tot een vrijheidsstraf die deels voorwaardelijk wordt opgelegd, met verplichte behandeling in verband met verslavings- en agressieproblematiek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670492-05

datum uitspraak: 3 januari 2006

op tegenspraak

raadsman: mr. E.P. Groot

VONNIS

van de rechtbank te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

thans preventief gedetineerd in P.I. Noord, HvB "De Blokhuispoort" te Leeuwarden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 december 2005.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 9 juni 2004, in

de gemeente Groningen, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een meisje genaamd [slachtoffer 1]

(geboren op [geboortedatum] 1992), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had

bereikt, een of meerdere handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of

mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

hebbende hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal,

- die [slachtoffer 1] een tongzoen gegeven, en/of

- zijn, verdachtes, penis uit zijn broek gehaald en/of zijn, verdachtes,

penis door voornoemde [slachtoffer 1] vast laten houden en/of zich door die

[slachtoffer 1]af laten trekken, en/of

- zijn, verdachtes, hand(en), althans zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina

van die [slachtoffer 1] gedaan, en/of

- met (één van) zijn, verdachtes, vinger(s) tussen de schaamlippen van die

[slachtoffer 1] heen en weer gewreven en/of de vagina van die [slachtoffer 1]

aangeraakt, en/of

- zijn, verdachtes, penis in de buurt van de vagina van die [slachtoffer 1]

gebracht, en/of

- de borsten van die [slachtoffer 1] betast;

EN/OF

hij in of omstreeks de periode van 10 juni 2004 tot en met 4 maart 2005, in de

gemeente Groningen, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een meisje genaamd [slachtoffer 1]

(geboren op [geboortedatum] 1992), die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet

die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meerdere ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

hebbende hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal,

- die [slachtoffer 1] een tongzoen gegeven, en/of

- zijn, verdachtes, penis uit zijn broek gehaald en/of zijn, verdachtes,

penis door voornoemde [slachtoffer 1] vast laten houden en/of zich door die

[slachtoffer 1] af laten trekken, en/of

- zijn, verdachtes, hand(en), althans zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina

van die [slachtoffer 1] gedaan, en/of

- met (één van) zijn, verdachtes, vinger(s) tussen de schaamlippen van die

[slachtoffer 1] heen en weer gewreven en/of de vagina van die [slachtoffer 1]

aangeraakt, en/of

- zijn, verdachtes, penis in de buurt van de vagina van die [slachtoffer 1]

gebracht, en/of

- de borsten van die [slachtoffer 1] betast;

EN/OF

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 4 maart 2005, in

de gemeente Groningen, in elk geval in Nederland, met een meisje genaamd

[slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 1992), die toen de leeftijd van zestien

jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meerdere ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

- het halen van zijn, verdachtes, penis uit zijn broek en/of het door

voornoemde [slachtoffer 1] laten vasthouden van zijn, verdachtes, penis en/of

het zich, verdachte, door die [slachtoffer 1] laten aftrekken, en/of

- het met (één van) zijn, verdachtes, vinger(s) tussen de schaamlippen van die

[slachtoffer 1] heen en weer wrijven en/of het aanraken van de vagina van die

[slachtoffer 1], en/of

- het zijn, verdachtes, penis in de buurt van de vagina van die [slachtoffer 1] brengen, en/of

- het betasten van de borsten van die [slachtoffer 1];

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 1 juni 2004, in

de gemeente Groningen en/of in de gemeente Almelo en/of (elders) in Nederland,

een of meerdere ander(en), genaamd [slachtoffer 2] (geboren op 5 juni

1986) en/of [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 1986), door geweld en/of een

of meerdere andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of

door bedreiging met een of meerdere andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen

en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht

en/of door misleiding heeft bewogen,

althans die voornoemde ander(en) ertoe heeft gebracht,

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of

voor een derde tegen betaling, en/of

(onder voornoemde omstandigheden) ten aanzien van die voornoemde ander(en)

enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist, althans

redelijkerwijs moest vermoeden dat die voornoemde ander(en) zich daardoor tot

het verrichten van die (sexuele) handelingen beschikbaar stelde(n),

terwijl die voornoemde ander(en) (zijnde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3])

minderjarig waren, en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die

voornoemde ander(en) met of voor een derde tegen betaling, terwijl die

voornoemde ander(en) (te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3])

minderjarig waren,

immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer 2] voorgehouden dat er geen geld genoeg was en dat zij

daarom in de prostitutie moest werken, en/of

- die [slachtoffer 3] geld laten pinnen van de rekening van haar moeder ten

gunste van hem, verdachte, en/of haar, die [slachtoffer 3], (vervolgens)

voorgehouden dat zij wel voor hem in de prostitutie moest gaan werken als ze

het geld aan haar moeder terug wilde betalen, aangezien hij, verdachte, het

geld niet had, en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] duidelijk gemaakt, althans het

gevoel gegeven, dat hij haar/hen zou verlaten, indien zij niet voor hem in de

prostitie zou(den) gaan werken, en/of

- (aldus) misbruik gemaakt van de (verliefde) gevoelens van die [slachtoffer 2] en/of die

[slachtoffer 3] voor hem, verdachte, en/of,

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] het gevoel gegeven dat hij,

verdachte, macht over haar/hen had, en/of

- zich agressief gedragen in de richting van die [slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3], en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar een plaats gebracht waar

zij de prostitutie kon(den) gaan bedrijven en/of naar een chauffeur gebracht

die haar/hen dan vervolgens naar een plaats bracht waar zij de prostitutie

kon(den) gaan bedrijven en/of de contacten gelegd ten behoeve van het

bedrijven van de prostitutie door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3],

en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal,

geschopt en/of geslagen en/of (bij de keel) beetgepakt en/of geduwd, en/of

- de verdiensten welke die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] met de

prostitutie verkregen, geheel of gedeeltelijk aan zich laten afdragen, althans

geld gebruikt, dat die [slachtoffer 2] had verdiend in de prostitutie;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 23 april 2005, in

de gemeente Groningen en/of in de gemeente Almelo en/of (elders) in

Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meer pers(o)on(en), genaamd

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen,

met dat opzet

- die [slachtoffer 2] de straat over heeft geschopt en/of (onder andere

tegen haar oor) heeft geslagen en/of heeft beetgepakt en/of op bed heeft

gegooid en/of (terwijl hij, verdachte, een of meerdere ring(en) om zijn,

verdachtes, vingers had) in het gezicht heeft geslagen en/of heeft geduwd

en/of bij keel heeft gepakt, en/of

- die [slachtoffer 4] (met kracht) de keel heeft dichtgeknepen en/of heeft

beetgepakt en/of tegen de muur heeft gedrukt en/of (met kracht) (met zijn,

verdachtes, tot vuist gebalde hand) heeft geslagen/gestompt en/of met haar

hoofd tegen de muur heeft geslagen en/of bij de nek heeft gepakt en/of heeft

geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 23 april 2005,

in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Almelo en/of (elders) in

Nederland, opzettelijk een of meerdere perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 2]

en/of [slachtoffer 4], heeft mishandeld,

immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer 2] de straat over geschopt en/of (onder andere tegen

haar oor) geslagen en/of beetgepakt en/of op bed gegooid en/of (terwijl hij,

verdachte, een of meerdere ring(en) om zijn, verdachtes, vingers had) in het

gezicht geslagen en/of geduwd en/of bij keel gepakt, en/of

- die [slachtoffer 4] (met kracht) de keel dichtgeknepen en/of beetgepakt en/of

tegen de muur gedrukt en/of (met kracht) (met zijn, verdachtes, tot vuist

gebalde hand) geslagen/gestompt en/of met haar hoofd tegen de muur geslagen

en/of bij de nek gepakt en/of geduwd,

waardoor deze letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld.

De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

BEWIJSOVERWEGING

Feit 1

De rechtbank acht, gelet op de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 1] afgelegd op 4 en 16 maart 2005, de verklaringen van [getuige 1] afgelegd op 18 en 31 maart 2005 en de verklaring van [getuige 2] afgelegd op 16 maart 2005, het onder 1 in de eerste vorm tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht hierbij van belang dat zowel de verklaringen zelf als het verloop en de volgorde waarin deze zijn afgelegd onderling consistent zijn. Blijkens de zich in het dossier bevindende verklaringen heeft verdachte 1 of 2 jaar vóór 31 maart 2005 aan [getuige 1] verteld dat hij had gezoend met [slachtoffer 1] en dat hij met zijn hand aan haar geslachtsdeel had gezeten. Begin februari 2005 heeft [getuige 1] aan de stiefvader van [slachtoffer 1], [getuige 2], verteld hetgeen verdachte hem had medegedeeld. Vervolgens heeft [getuige 2], [slachtoffer 1] gevraagd of het door [getuige 1] gesteld klopt, waarna [slachtoffer 1] haar verklaring heeft afgelegd.

Gelet op voornoemde verklaringen acht de rechtbank enkel het onder 1 in de eerste vorm ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, nu er gelet op voornoemde verklaringen geen bewijs is voor het tenlastegelegde dat verdachte ook nadat aangeefster [slachtoffer 1] de leeftijd van 12 jaar had bereikt met haar seksuele handelingen heeft verrichten.

Feit 2

De rechtbank acht, gelet op de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 2] afgelegd op 26 juli en 7 september 2005, de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 3] afgelegd op 17 augustus en 6 september 2005, alsmede de verklaringen van verdachte afgelegd op 10 augustus en 6 september 2005, in onderlinge samenhang en verband bezien, het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht hierbij van belang dat de verklaringen van aangeefsters over de wijze waarop zij op toen minderjarige leeftijd door verdachte onder druk zijn gezet om voor hem in de prostitutie te gaan werken op belangrijke onderdelen overeenkomen, en dat deze verklaringen door de verklaring van verdachte zelf op belangrijke onderdelen worden bevestigd.

Hierbij heeft de rechtbank het oog op onder andere de verklaring van verdachte dat hij zich jegens aangeefsters meerdere malen agressief heeft gedragen, dat hij [slachtoffer 3] gesmeekt heeft geld voor hem te pinnen, dat hij aangeefsters meerdere malen naar een seksclub en/of chauffeurs van een escortbureau heeft gebracht en dat hij van aangeefsters geld ontving dat zij met hun prostitutiewerkzaamheden verdienden.

Feit 3

De rechtbank acht, gelet op de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 2] afgelegd op 26 juli en 7 september 2005, de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 4] afgelegd op 29 april en 23 augustus 2005, de verklaring van [getuige 3] afgelegd op 11 augustus 2005, alsmede de verklaringen van verdachte afgelegd op 10 augustus en 6 september 2005, het onder 3 primair tenlastegelegde bewezen.

De rechtbank is uit voornoemde verklaringen gebleken dat verdachte aangeefsters meerdere malen in het gezicht heeft geslagen. Daarbij droeg hij ringen, waardoor aangeefsters gewond raakten. Hiermee heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank welbewust het risico aanvaard bij aangeefsters blijvend letsel te veroorzaken en aldus zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Daarnaast heeft verdachte aangeefster [slachtoffer 4] met het hoofd tegen de muur geslagen en bij de keel gepakt en vastgehouden. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot zware mishandeling.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1

hij in de periode van 1 januari 2003 tot en met 9 juni 2004, in de gemeente Groningen, meermalen, met een meisje genaamd [slachtoffer 1] (geboren op 10 juni 1992), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende hij, verdachte, meermalen,

- die [slachtoffer 1] een tongzoen gegeven, en/of

- zijn, verdachtes, penis uit zijn broek gehaald en/of zijn, verdachtes, penis door voornoemde [slachtoffer 1] vast laten houden en/of zich door die [slachtoffer 1] af laten trekken, en/of

- met (één van) zijn, verdachtes, vinger(s) tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] heen en weer gewreven en/of de vagina van die [slachtoffer 1] aangeraakt, en/of

- zijn, verdachtes, penis in de buurt van de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht;

2

hij in de periode van 1 januari 2001 tot en met 1 juni 2004, in de gemeente Groningen en in de gemeente Almelo, anderen, genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [...] 1986) en [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 1986), door geweld en andere feitelijkheden en door bedreiging met geweld en door bedreiging met andere feitelijkheden heeft gedwongen en door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft bewogen, zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, en (onder voornoemde omstandigheden) ten aanzien van die voornoemde anderen enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist, dat die voornoemde anderen zich daardoor tot het verrichten van die (seksuele) handelingen beschikbaar stelden, terwijl die voornoemde anderen (zijnde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]) minderjarig waren, en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die voornoemde anderen met of voor een derde tegen betaling, terwijl die voornoemde anderen (te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]) minderjarig waren,

immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer 2] voorgehouden dat er geen geld genoeg was en dat zij daarom in de prostitutie moest werken, en

- die [slachtoffer 3] geld laten pinnen van de rekening van haar moeder ten gunste van hem, verdachte, en haar, die [slachtoffer 3], voorgehouden dat zij wel voor hem in de prostitutie moest gaan werken als ze het geld aan haar moeder terug wilde betalen, aangezien hij, verdachte, het geld niet had, en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] duidelijk gemaakt, dat hij haar/hen zou verlaten, indien zij niet voor hem in de prostitutie zou(den) gaan werken, en

- (aldus) misbruik gemaakt van de (verliefde) gevoelens van die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] voor hem, verdachte, en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] het gevoel gegeven dat hij, verdachte, macht over haar/hen had, en

- zich agressief gedragen in de richting van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] naar een plaats gebracht waar zij de prostitutie kon(den) gaan bedrijven en/of naar een chauffeur gebracht die haar/hen dan vervolgens naar een plaats bracht waar zij de prostitutie kon(den) gaan bedrijven en/of de contacten gelegd ten behoeve van het bedrijven van de prostitutie door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], en

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meermalen, geschopt en/of geslagen en/of (bij de keel) beetgepakt en/of geduwd, en

- de verdiensten welke die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] met de prostitutie verkregen, gedeeltelijk aan zich laten afdragen;

3 primair

hij in de periode van 1 januari 2001 tot en met 23 april 2005, in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Almelo, meermalen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan personen, genaamd [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- die [slachtoffer 2] de straat over heeft geschopt en/of (onder andere tegen haar oor) heeft geslagen en/of heeft beetgepakt en/of op bed heeft gegooid en/of (terwijl hij, verdachte, een of meerdere ring(en) om zijn, verdachtes, vingers had) in het gezicht heeft geslagen en/of heeft geduwd en/of bij keel heeft gepakt, en

- die [slachtoffer 4] (met kracht) de keel heeft dichtgeknepen en/of heeft beetgepakt en/of tegen de muur heeft gedrukt en/of (met kracht) (met zijn, verdachtes, tot vuist gebalde hand) heeft geslagen/gestompt en/of met haar hoofd tegen de muur heeft geslagen en/of bij de nek heeft gepakt en/of heeft geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder 1, 2 en 3 primair meer of anders is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

KWALIFICATIE

Hetgeen de rechtbank als bewezen heeft aangenomen levert het volgende strafbare feit op:

1. Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

2. Iemand door geweld of andere feitelijkheden of door bedreiging met geweld en andere feitelijkheden dwingen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel onder voornoemde omstandigheden handelingen ondernemen waarvan hij weet dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die handelingen beschikbaar stelt, alsmede opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van een ander met een derde tegen betaling terwijl die ander minderjarig is, meermalen gepleegd;

3. Poging tot zware mishandeling.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Ten aanzien van de strafbaarheid van de verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 8 november 2005, opgemaakt door C.J.F. Kemperman, psychiater.

De conclusie van dit rapport luidt, zakelijk weergegeven, dat het tenlastegelegde indien bewezen verklaard aan verdachte in enigszins verminderde mate kan worden toegerekend.

De rechtbank heeft voorts gelet op de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 4 november 2005, opgemaakt door G. de Jong, psycholoog.

De conclusie van dit rapport luidt, zakelijk weergegeven, dat het tenlastegelegde indien bewezen verklaard aan verdachte volledig kan worden toegerekend.

De rechtbank kan zich met deze conclusies verenigen en neemt deze over.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

MOTIVERING STRAF

Bij de bepaling van de straf, die aan de verdachte zal worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met:

a) - de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de vordering van de officier van justitie, te weten primair: een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis en verzekering heeft doorgebracht, alsmede terbeschikkingstelling onder voorwaarden, waaronder de voorwaarde van een verplichte behandeling en opname in een FPK; subsidiair: een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis en verzekering heeft doorgebracht, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact, hetgeen mede kan inhouden dat verdachte zich zal laten opnemen en behandeling in een FPK;

b) de persoon van de verdachte, zoals naar voren gekomen uit:

- het onderzoek op de terechtzitting d.d. 20 december 2005;

- de inhoud van een uittreksel uit het algemeen documentatieregister omtrent verdachte d.d. 11 augustus 2005. Hieruit blijkt dat verdachte reeds eerder is veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten;

- het over de verdachte door de Reclassering Nederland te Groningen uitgebrachte voorlichtingsrapport d.d. 19 september 2005;

- voornoemde psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 8 november 2005;

- voornoemde psychologische onderzoeksrapportgage d.d. 4 november 2005;

c) de omstandigheid dat de verdachte, zoals deze ter terechtzitting heeft erkend, zich behalve aan het bewezen en strafbaar verklaarde, ook nog heeft schuldig gemaakt aan het plegen van drie andere strafbare feiten, hetgeen blijkt uit de dossiers met de parketnummers 18/670492-05 en 18/050198-04, en welke feiten ter kennisneming aan de rechtbank zijn voorgelegd naast hetgeen in de tenlastelegging staat vermeld.

De officier van justitie heeft verdachte door middel van een in de dagvaarding gedane mededeling ervan op de hoogte gesteld dat deze feiten eveneens aan de rechtbank zouden worden voorgelegd.

Vrijheidsstraf

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur moet worden opgelegd. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van meerdere zeer ernstige strafbare feiten. Hij heeft een minderjarige meisje meerdere malen seksueel misbruikt en andere minderjarigen in de prostitutie gebracht. De inkomsten die zij daarmee genereerden heeft hij daarbij grotendeels van hen afgenomen. Daarnaast heeft verdachte meerdere minderjarige meisjes meerdere malen op vaak grove wijze mishandeld.

Verdachte heeft (met name) zijn eigen financiële gewin voorop gesteld en is volstrekt voorbij gegaan aan de belangen van de slachtoffers. Daarbij heeft verdachte zijn slachtoffers onder druk gezet en heeft hij niet geschroomd meerdere malen geweld tegen de slachtoffers te gebruiken om zijn wensen kracht bij te zetten.

Verdachte heeft met zijn handelen op grove wijze inbreuk gepleegd op de geestelijke en lichamelijke integriteit van de verschillende slachtoffers. Daarbij weegt de rechtbank mee dat algemene ervaringsregels leren, dat seksueel misbruik de levens van de slachtoffers daarvan bijzonder negatief beïnvloedt en dat met name jonge kinderen als slachtoffers van zedendelicten daardoor ernstig psychisch beschadigd kunnen raken en daarvan op latere leeftijd de (ernstige) gevolgen kunnen ondervinden. Dit beeld vindt bevestiging in de schriftelijke slachtofferverklaring van aangeefster [slachtoffer 2], waarin zij aangeeft emotioneel zwaar beschadigd te zijn waardoor verdachte haar niet alleen haar jeugd, maar ook een deel van haar toekomst heeft afgenomen. Verdachte heeft zijn slachtoffers door zijn handelen dan ook ernstige schade berokkend.

Voorts heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte reeds eerder is veroordeeld voor andere strafbare feiten. In de aangaande verdachte uitgebrachte rapportages is voorts aangegeven dat verdachtes persoonlijkheidsstructuur maakt dat er een grote kans is op toekomstig crimineel gedrag en dat een verandering ten goede enkel te verwachten is als verdachte psychiatrisch wordt behandeld. Nu in de aangaande verdachte uitgebracht rapportages evenwel niet is aangegeven dat deze behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling onder voorwaarden plaats zou moeten vinden, en ook anderszins niet door de deskundigen is aangegeven dat dit geïndiceerd zou zijn, ziet de rechtbank geen aanleiding de officier van justitie in dit door hem geëiste te volgen.

Gelet op het voorgaande, de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de persoon van verdachte, acht de rechtbank een vrijheidsstraf van aanzienlijke duur passend. De rechtbank zal daarbij een deel van de vrijheidsstraf voorwaardelijk opleggen, mede om de daaraan te verbinden bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact, hetgeen tevens kan bestaan uit het volgen van een behandeling, al dan niet in het kader van een opname, een voldoende basis tot nakoming te bieden.

VORDERING VAN DE BENADEELDE PARTIJ

Feit 1

Als benadeelde partij heeft zich voor de terechtzitting schriftelijk in het strafproces gevoegd [slachtoffer 1], wonende aan de [adres] te [woonplaats].

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de benadeelde partij niet van zodanig eenvoudige aard, dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De vordering is gelet op de aard en de omvang van de gestelde schade onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in de gedane vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 57, 244, 250a en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierboven is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 primair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen en strafbaar verklaarde tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd, die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 1 jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging óók kan worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd gedragen naar voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland te Groningen, zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt. Draagt deze instelling op om de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

De hiervoor bedoelde voorschriften en aanwijzingen kunnen ook inhouden dat de veroordeelde zich onder behandeling zal stellen, dan wel zich ter behandeling zal laten opnemen in een daartoe bestemde instelling en aldaar zal verblijven, zolang de Reclassering Nederland te Groningen dat noodzakelijk acht.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende aan de [adres] te [woonplaats], in de gedane vordering niet-ontvankelijk. Bepaalt dat de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. M.W. de Jonge, voorzitter, M. Griffioen en C.L.B. Kocken,

in tegenwoordigheid van mr. C.H. Beuker als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting

van 3 januari 2006.