Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2005:AT8221

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
24-06-2005
Datum publicatie
24-06-2005
Zaaknummer
79755 KG ZA 05-154
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Uitspraak inzake het kort geding dat is aangespannen tegen Atlanta Dethmers c.s.

Partijen begeven zich allen op de markt van bakmixen en bakkersproducten. tussen hen zijn reeds meerdere procedures gevoerd. In het onderhavige kort geding is door eisers gevorderd dat het ieder der gedaagden zal worden verboden om op enigerlei wijze over eisers uitlatingen te doen die op enigerlei wijze diffamerend zijn, waaronder mede begrepen uitlatingen waarin de suggestie wordt gewekt dat eisers zich op enigerlei wijze schuldig zouden maken aan, danwel schuldig hebben gemaakt aan onrechtmatig of frauduleus handelen, alsmede dat het ieder der gedaagden zal worden verboden op enigerlei wijze uitlatingen over de producten van Backkeur, Bakers Bake Off dan wel Homemade te doen, waarmee de suggestie wordt gewekt dat de producten niet zouden voldoen aan de ten dien aanzien geldende kwaliteitsnormen, alles op straffe van verbeurtes van dwangsommen.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de vordering zodanig ruim bemeten is dat deze te onbepaald is om te worden toegewezen, tevens heeft de voorzieningenrechter het geschil inhoudelijk beoordeeld en daarin geen aanleiding gezien de gevorderde verboden toe te wijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

DE VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

Reg.nr.: 79755 KG ZA 05-154

Datum uitspraak: 24 juni 2005

V O N N I S

in de zaak van:

1. [eiser 1],

wonende te [adres],

2. [eiser 2],

wonende te [adres],

3. [eiser 3],

wonende te [adres],

4. [eiser 4],

wonende te [adres],

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HADETH B.V.

gevestigd te Groningen en kantoorhoudende te (9761 KS) Eelde aan de Lagestukken 2,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BACKKEUR B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te (9672 BG) Winschoten aan de Papierbaan 37,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BAKERS BAKE OFF B.V.,

gevestigd te (9761 KS) Eelde aan de Lagestukken 2,

8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOMEMADE B.V.,

gevestigd te (9670 AB) Winschoten aan de Papierbaan 39,,

eisers,

hierna mede te noemen [eiser 1], [eiser 2], [eiser 3] [eiser 4], Hadeth, Backkeur, Bakers Bake Off of Homemade dan wel gezamenlijk [eisers],

procureur mr. T.S. Plas,

advocaat mr. M.A.S.M. van Leent te Almelo,

en

1. ATLANTA-DETHMERS BEHEER B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te (9743 AR) Groningen aan het Hoendiep 140,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ATLANTA DETHMERS B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te (9743 AR) Groningen aan het Hoendiep 140,

3. [gedaagde 3],

wonende te [adres],

gedaagden,

hierna mede te noemen Atlanta Beheer, Atlanta of [gedaagde 3] dan wel gezamenlijk Atlanta c.s.,

procureur mr. J.A. Gimbrère.

PROCESVERLOOP

Eisers hebben gedaagden doen dagvaarden in kort geding.

De vordering strekt ertoe bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. ieder der gedaagden afzonderlijk te verbieden op enigerlei wijze over eisers uitlatingen te doen

- zowel over hen gezamenlijk als afzonderlijk - , mondeling, schriftelijk of anderszins, die op enigerlei wijze diffamerend zijn, waaronder mede begrepen uitlatingen waarin de suggestie wordt gewekt dat eisers zich op enigerlei wijze schuldig zouden maken dan wel hebben gemaakt aan onrechtmatig of frauduleus handelen,

op straffe van verbeurte van een dwangsom van ? 10.000,-- per keer dat in strijd wordt gehandeld met het verbod;

1. ieder der gedaagden afzonderlijk te verbieden op enigerlei wijze uitlatingen over de producten van Backkeur, Bakers Bake Off dan wel Homemade te doen, mondeling, schriftelijk of anderszins, waarmee de suggestie wordt gewekt dat deze producten niet zouden voldoen aan de ten dien aanzien geldende kwaliteitsnormen,

op straffe van verbeurte van een dwangsom van ? 10.000,-- per keer dat in strijd wordt gehandeld met het verbod:

3. gedaagden te veroordelen in de kosten dit geding.[ ]

Op de voor de behandeling bepaalde dag, 9 juni 2005[ ], zijn eisers sub 1, 2, 3 en 4 verschenen, mede vertegenwoordigend eiseressen sub 5, 6, 7 en 8, vergezeld van mr. Van Leent.

Gedaagden zijn verschenen, waarbij gedaagden sub 1 en 2 zich hebben doen vertegenwoordigen door [planmanager], planmanager, en [commercieel manager], commercieel manager, zijn verschenen, vergezeld van mr. Gimbrère.

Eisers hebben conform de dagvaarding voor eis geconcludeerd, waarbij zij producties in het geding heeft gebracht.

Gedaagden hebben verweer gevoerd tegen de vordering en geconcludeerd eisers hierin niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel deze af te wijzen, met veroordeling van eisers in de kosten van de procedure.

Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en pleitnotities overgelegd.

Partijen hebben ten slotte vonnis gevraagd.

De uitspraak is bepaald op 24 juni 2005.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Vaststaande feiten:

a. Atlanta Beheer is bestuurster van Atlanta. Atlanta houdt zich bezig met de productie van grondstoffen en halffabrikaten voor de bakkerijsector. De aandelen van Atlanta Beheer (90%) waren tot 1998 in bezit van Hadeth BV, de persoonlijke houdstermaatschappij van [eiser 2] De overige 10% waren in handen van [eiser 4], adjunct directeur bij Atlanta. In 1998 zijn alle aandelen overgedragen aan de Tiense Suikerraffinaderij NV.

b. Bij gelegenheid van de aandelenoverdracht zijn met [eiser 2] en [eiser 4] arbeidsovereenkomsten gesloten. [eiser 2], [eiser 4], en [eiser 1] (hoofd research en development bij Atlanta), vormden tot medio 2004 de directie, dan wel het management van Atlanta. [eiser 3] was werknemer van Atlanta. [gedaagde 3] is vanuit een dochtermaatschappij van De Tiense, naast [eiser 2] tot medebestuurder van Atlanta benoemd. Hij is sedert 1 mei 2005 geen medebestuurder meer maar thans nog wel als adviseur aan Atlanta verbonden.

c. Atlanta heeft in 1993 samen met bakkerij Nanninga te Dedemsvaart de VOF Sadena opgericht. Sadena fabriceerde en leverde kant en klare producten en bake-off producten aan bakkerijen. De grondstoffen daarvoor betrok Sadena van Atlanta en de geproduceerde producten werden afgenomen door Atlanta. De bedrijfsvoering van Atlanta verliep aldus gedeeltelijk via Sadena.

d. Backeur is op 1 mei 2002 opgericht door [eiser 2], [eiser 1] en [eiser 4] en fabriceerde en leverde bake-off half fabrikaten. Zij betrok tot 20 augustus 2004 grondstoffen van Atlanta en leverde haar producten via Bakers Bake Off, aan Atlanta. Hadeth is bestuurder van Bakers Bake Off.

e. [eiser 2] is op 24 mei 2004 door de Algemene Ledenvergadering van aandeelhouders van Atlanta ontslagen. Bij beschikkingen van 30 juli 2004 van deze rechtbank zijn de arbeidsovereenkomsten met [eiser 1], [eiser 3] en [eiser 4] ontbonden. Daarbij zijn aan de genoemde personen ontslagvergoedingen toegekend. De ontslagprocedure tussen [eiser 2] en Atlanta loopt nog.

f. Homemade is eind december 2004 opgericht en handelt in consumenten thuisbakmixen.

g. Tussen partijen zijn meerdere procedures aanhangig (geweest). Zo is op 11 juni 2004 en op 15 oktober 2004 door deze rechtbank uitspraak gedaan in een tweetal kort gedingprocedures. De bodemprocedure is aanhangig bij de rechtbank Den Haag. De comparitie na antwoord staat gepland voor eind juni 2005.

2. Beoordeling van het geschil:

2.1 [ ][eisers] hebben gevorderd dat gedaagden - ieder afzonderlijk - zal worden verboden zich op welke wijze dan ook diffamerend uit te laten over [eisers] en dat hen wordt verboden uitlatingen te doen over de producten van Backkeur, Bakers Bake Off dan wel Homemade waarmee de suggestie wordt gewekt dat deze producten niet zouden voldoen aan de kwaliteitseisen, een en ander op verbeurte van een dwangsom.

Alvorens inhoudelijk op de vordering van [eisers] in te gaan overweegt de voorzieningen het volgende.

2.2 Atlanta c.s. hebben gesteld dat Vonck cs. onvoldoende spoedeisend belang bij hun vorderingen hebben. Zij beschikten - blijkens de sommatie die op 17 maart 2005 aan Atlanta is verzonden - toen al over de informatie en de verklaringen die zij thans aan hun vorderingen ten grondslag leggen.

De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer. Zij acht het spoedeisend belang van [eisers] bij een verbod van het door hen gestelde onrechtmatig handelen van Atlanta voldoende aanwezig, mede gelet op de marktpositie van partijen, hun voormalige arbeidsverleden en de procedures waarin zij zijn verwikkeld. Bovendien is de periode tussen maart en juni 2005 niet zodanig dat daarmee het spoedeisend belang van [eisers] bij hun vorderingen verloren zou zijn gegaan.

2.3 Evenmin volgt de voorzieningenrechter Atlanta c.s. in hun verweer dat Hadeth, Bakers Bake Off en [eiser 3] niet ontvankelijk in hun vorderingen zouden moeten verklaard vanwege het ontbreken van voldoende juridisch belang daarbij.

Voldoende aannemelijk is dat [eisers] gezamenlijk een bepaalde marktpositie hebben en dat met de gestelde onrechtmatige daad -waarover later wordt geoordeeld - deze positie kan worden aangetast.

2.4 [gedaagde 3] heeft per 1 mei 2005 zijn functie als directeur van Atlanta neergelegd. Het feit dat hij tot die tijd verbonden was aan Atlanta, dat hij in februari 2005 in woord en beeld een interview heeft gegeven aan het vakblad Bakkerswereld en dat hij daarmee het gezicht van Atlanta was, terwijl hij thans nog als adviseur bij Atlanta is betrokken, maakt dat een eventueel verbod als door [eiser 2] gevorderd, ook ten opzichte van hem geldend kan worden gemaakt. In die zin kan niet worden gezegd dat [gedaagde 3] in dezen ten onrechte als procespartij is betrokken.

2.5 Van de zijde van [eisers] is aangevoerd dat Atlanta c.s. zich jegens [eisers] schuldig zouden maken aan laster en verdachtmakingen, ondermeer door er van te reppen dat Atlanta c.s. zich schuldig zouden maken of hebben gemaakt aan fraude en verduistering. Voorts zouden volgens Atlanta c.s. de producten van Homemade van minderwaardige kwaliteit zijn en zouden Backkeur en Homemade niet beschikken over de benodigde vakbekwaamheidcertificaten. Ook zou Atlanta c.s. het faillissement van Backkeur naar marktspelers hebben aangekondigd. In geen van de tot dusverre gewezen vonnissen is onrechtmatig handelen van een der eiseressen aannemelijk gemaakt. Atlanta c.s. besmeuren structureel en planmatig de eer en de reputatie van [eisers] [eisers] hebben daarvan bewijzen in de vorm van diverse verklaringen welke zij in de procedure hebben ingebracht.

[gedaagde 3] heeft in een interview in Bakkerswereld gezegd dat er bij een inspectie bij Atlanta onregelmatigheden aan het licht zijn gekomen die tot een forse reorganisatie van het management hebben geleid. Deze opmerkingen hebben tot grote beroering in de markt geleid nu door de gebezigde woorden wordt gesuggereerd dat iets heel erg stinkt en bovendien weet iedereen in de branche welk management is weg gereorganiseerd. Dat Bakkerswereld inmiddels een rectificatie heeft geplaatst maakt de onrechtmatigheid van de suggestie van [gedaagde 3], niet ongedaan.

Ter onderbouwing van hun stelling hebben [eisers] voorts een mailwisseling in het geding gebracht tussen een werknemer ([werknemer Atlanta]) en een klant van Atlanta, waarin wordt gesuggereerd dat Homemade het niet zo nauw neemt met de kwaliteitstoetsing en [eisers] worden beschuldigd van ongeoorloofde namaak. Tevens is een verklaring overgelegd van [werknemer leverancier], werkzaam bij een leverancier van bakvormen van Backkeur, en waarin staat dat hem door [gedaagde 3] in een telefoongesprek is medegedeeld dat Backkeur illegaal bezig zou zijn en toch failliet zou gaan op rond waarvan het beter zou zijn zaken te doen met Atlanta. Voorts is een akte overgelegd, opgemaakt door notaris F.A. Keuning, waarin, [werknemer Backkeur] - werknemer van Backkeur - verklaart dat op zijn voicemail een bericht was achtergelaten door [medewerker Atlanta] - een medewerker van Atlanta - waarin deze suggereert dat [werknemer Backkeur] zou werken voor fraudeurs.

Voorts wordt in een openbaar verslag van Atlanta Dethmers Beheer B.V. genoemd dat het conflict tussen Atlanta en [eisers] meer zou zijn dan een arbeidsconflict en dat de bijzondere kosten voor de reorganisatie, ontslagvergoedingen en de commerciële schade middels een bodemprocedure wordt teruggevorderd.

En tot slot zijn verklaringen overgelegd ex-werknemers van Atlanta ([ex-werknemer 1 Atlanta], [ex-werknemer 2 Atlanta], [ex-werknemer 3 Atlanta], [ex-werknemer 4 Atlanta] en [ex-werknemer 5 Atlanta]) waarin zij reppen over het structureel zwart maken van oude management van Atlanta. Er is volgens de overgelegde verklaringen van [ex-werknemer 3 Atlanta], [ex-werknemer 4 Atlanta] en [ex-werknemer 1 Atlanta], gezegd dat het oude management en de directie hebben gezegd dat essentiële bedrijfsinformatie is verduisterd en dat frauduleus is gehandeld.

[eisers] leiden door de handelswijze van Atlanta c.s. schade.

2.5 Van de zijde van Atlanta is gemotiveerd verweer gevoerd tegen de stellingen van [eisers]

2.6 De voorzieningenrechter overweegt het volgende. De voorzieningenrechter is van oordeel dat terecht is aangevoerd dat de vordering zodanig ruim bemeten is dat deze te onbepaald is om voor toewijzing in aanmerking te komen. Op voorhand en in abstracto kan niet worden vastgesteld of uitlatingen beledigend zijn of dat zij in de omstandigheden van het geval toelaatbaar zijn. Te verwachten valt ook dat integrale toewijzing van de vordering, tot executieproblemen zal leiden.

2.7 Echter, ook bij inhoudelijke beoordeling, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vorderingen niet voor toewijzing in aanmerking komen. Onweersproken is dat partijen sedert mei 2004 in (juridische) conflicten en procedures met elkaar zijn verwikkeld. Zo is de arbeidsovereenkomst tussen [eiser 1], [eiser 3] en [eiser 4] enerzijds en Atlanta anderzijds inmiddels via een gerechtelijke procedure ontbonden en is Atlanta daarbij veroordeeld tot het betalen van ontslagvergoedingen. Voorts zijn er twee eerdere kort gedingprocedures gevoerd die in het voordeel van [eisers] uitgevallen. Atlanta c.s. zijn op hun beurt van mening dat [eiser 2] [eiser 3], [eiser 1] en [eiser 4] onrechtmatig hebben gehandeld omdat deze als directieleden en werknemers van Atlanta, Atlanta directe concurrentie hebben aangedaan door Backeur en Bakers Bake Off op te richten en een deel van de productie van Atlanta via die bedrijven te laten lopen, tengevolge waarvan Atlanta volgens hen schade heeft geleden. Atlanta tracht dit thans in een bodemprocedure op [eisers] te verhalen.

2.8 Een en ander geeft de verhoudingen tussen partijen weer en naar het oordeel van de voorzieningenrechter moeten de betreffende uitlatingen ook in dat licht worden bezien en tegen die achtergrond worden beoordeeld.

Wat betreft het interview van [gedaagde 3] - toen nog directeur van Atlanta - in Bakkerswereld is de voorzieningenrechter van oordeel dat de daarin gewraakte tekst dat bij inspectie van Atlanta "onregelmatigheden'' aan het licht kwamen, die "tot reorganisatie hebben geleid" - gegeven de achtergrond waartegen de uitlatingen moeten worden bezien - niet van zodanige aard is dat dit een verbod als gevorderd rechtvaardigt. Daarbij kan in het midden blijven of de uitlatingen - die in een van het interview afgescheiden kader zijn geplaatst - afkomstig zijn uit de mond van [gedaagde 3] of dat deze aan de journalist moeten worden toegeschreven die achtergrondinformatie bij het artikel heeft willen verschaffen. Dat [eisers] de opmerkingen over de reorganisatie als onplezierig en stigmatiserend hebben ervaren, doet daar niet aan af. Uit het gekaderde stukje blijkt bovendien dat [gedaagde 3] niet wil uitwijden over 'onregelmatigheden'. Overigens is met betrekking tot de gewraakte passage in een latere editie van het Bakkersblad een rectificatie opgenomen.

De opmerking in het openbare verslag van Atlanta Dethmers Beheer BV dat er in casu meer aan de hand is dan een arbeidsconflict, is gegeven het feit dat er thans diverse procedures tussen partijen aanhangig zijn of zijn geweest welke niet alleen over arbeidsconflicten handelen, juist en derhalve niet onrechtmatig.

Wat betreft de verklaring die van [werknemer leverancier], die werkzaam is bij een leverancier van bakvormen, heeft afgelegd met betrekking tot zijn ervaringen met [gedaagde 3], is de voorzieningenrechter van oordeel dat deze verklaring moet worden bezien tegen de achtergrond van de discussie die op dat moment tussen partijen speelde met betrekking tot de vraag wie recht had op de betreffende bakvormen alsmede tegen de hiervoor geschetste achtergrond. In dit licht kunnen de door [gedaagde 3] gebezigde uitlatingen in een telefoongesprek tegenover [werknemer leverancier] - hoewel zeker niet fraai en hij deze beter achterwege had kunnen laten - een verbod als gevorderd niet rechtvaardigen. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat het hier geen uitlatingen betreft die in het openbaar zijn gedaan, doch dat in een telefoongesprek tussen twee personen naar aanleiding van een concreet verschil van inzicht.

Voorts hebben [eisers] verklaringen van (ex-)werknemers van Atlanta ([ex-werknemer 6 Atlanta], [ex-werknemer 1 Atlanta], [ex-werknemer 2 Atlanta], [ex-werknemer 3 Atlanta], [ex-werknemer 5 Atlanta], [werknemer Backkeur] en [ex-werknemer 4 Atlanta]) overgelegd. Deze werknemers zijn thans deels in dienst bij een van gedaagden. De voorzieningenrechter stelt voorop dat Atlanta c.s. niet zondermeer verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor uitlatingen van (ex-) werknemers. Zulks kan alleen indien Atlanta haar werknemers er welbewust toe heeft aangezet en aangespoord om lasterlijke en diffamerende uitlatingen over [eisers] te doen. Dat aan de gewraakte uitlatingen van de (ex)werknemers van Atlanta een dergelijk doelbewust beleid van gedaagden ten grondslag ligt, is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende gesteld en gebleken. Atlanta c.s. hebben ter zitting aangevoerd dat de werknemers van Atlanta juist geïnstrueerd zijn om géén uitlatingen te doen over [eisers] De verklaringen van de (ex)werknemers van Atlanta die ten processe zijn overgelegd, moeten naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter - gelet op de inhoud daarvan - worden geplaatst in de context van het conflict dat tussen partijen gaande is en de sympathie die bij de (ex-)werknemers klaarblijkelijk bestaat voor [eiser 2] en [eiser 3] [eiser 1] en [eiser 4] en hun wijze van management en de wrok die bij hen heerst door de wijze waarop genoemde personen door Atlanta, alsmede [gedaagde 3] zijn behandeld. Voorts overweegt de voorzieningenrechter dat deze verklaringen met name betrekking hebben op hetgeen intern bij Atlanta is besproken naar aanleiding van de wisseling van de directie, het ontslag van diverse personen en hetgeen daartoe de aanleiding vormde. Zowel voorafgaand aan het vertrek van [eiser 2], [eiser 3], [eiser 1] en [eiser 4], als daarna heeft er een grote mate van deining binnen Atlanta bestaan, terwijl [eisers] en Atlanta thans als concurrenten kunnen worden aangemerkt, die elkaar - over en weer - in juridische procedures betrekken. Dat er - gelet op de emoties die het vorenstaande heeft meegebracht - intern ongetwijfeld wel eens negatief over [eisers] zal zijn gesproken, rechtvaardigt - in het licht van de achtergrond waartegen de uitlatingen moeten worden beoordeeld - niet een verbod zoals dat thans op straffe van een dwangsom is gevorderd.

Wat betreft de e-mail van [werknemer Atlanta] - werknemer van Atlanta - en een klant van Atlanta, overweegt de voorzieningenrechter dat de betreffende klant een e-mail gezonden heeft in verband met het feit dat zij had geconstateerd dat de bakmixen van Atlanta, welke zij altijd gebruikte, uit de schappen waren genomen en dat deze door producten van Homemade waren vervangen. Zij vroeg zich af of de informatie dat Homemade ook van Atlanta was, klopte. Daarop heeft [werknemer Atlanta] per e-mail geantwoord dat de producten van Homemade "inderdaad geen slechte producten" zijn, maar dat "deze absoluut niet van Atlanta zijn". [werknemer Atlanta] schrijft dan: "Wel is het zo dat deze producten gemaakt worden door een aantal ex-medewekers van Atlanta, die menen dat ze ongestraft de Atlanta producten mogen kopieren." Deze opmerking is naar het oordeel van de voorzieningenrechter - gelet op de verdeeldheid die er tussen partijen bestaat met betrekking tot de vraag of [eisers] rechtmatig hebben gehandeld inzake de kwestie met Backeur en Bakers Bake Off of niet en gelet op de achtergrond waartegen de uitlatingen beoordeeld moeten worden - niet gelukkig gekozen, maar niet van zodanige aard dat deze een verbod zoals gevorderd, kan rechtvaardigen.

[werknemer Atlanta] vervolgt dan als volgt: "Doordat wij wel gebruik maken van dure kwaliteitssystemen om uw voedselveiligheid te waarborgen, zijn onze producten voor de inkopers van Albert Heijn en Plus in deze tijden van prijzenoorlog duurder dan Homemade. Uw veiligheid is bij deze winkelformules dus minder interessant dan de prijs." De voorzieningenrechter is van oordeel dat de laatste zinsnede evenmin gelukkig is te noemen, doch nu daarin niet met zoveel woorden gesteld dat de producten van Homemade niet aan voedselveiligheidseisen zouden voldoen en nu de-mail met name iets zegt over keuzes - die in deze tijd van prijzenoorlogen - door supermarktketens worden gemaakt, is deze opmerking evenmin van zodanige aard dat deze de verboden zoals die op straffe van een dwangsom zijn gevorderd, kan dragen. [werknemer Atlanta] heeft - zo is van de zijde van Atlanta c.s. aangevoerd - inmiddels ook de instructie gekregen zich niet langer op de wijze zoals hij heeft gedaan, ten opzichte van derden uit te laten.

Ter zitting heeft Atlanta aangegeven dat zij bereid is haar werknemers nogmaals te instrueren zich te onthouden van het doen van negatieve uitlatingen over [eisers] De voorzieningenrechter gaat er ook van uit dat Atlanta c.s hun toezegging gestand zullen doen, teneinde de spanningen tussen partijen niet nog verder te laten oplopen, zodat de uitkomst van de procedure in Den Haag kan worden afgewacht.

2.8 Op grond van het vorenoverwogene -in onderling verband en samenhang gezien - is de voorzieningenrechter dan ook van oordeel dat het door [eisers] gestelde onvoldoende steun biedt voor toewijzingen van de vorderingen.

De gevraagde voorzieningen zullen derhalve worden geweigerd.

2.9 [eisers] zullen als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

BESLISSING

De voorzieningenrechter:

1. weigert de gevraagde voorziening;

2. veroordeelt eisers [ ]in de kosten van de procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagden begroot op ? 244,-- aan verschotten en op ? 816,-- aan salaris van de procureur;

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Schuiling, voorzieningenrechter en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juni 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.