Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2005:AT5423

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
12-05-2005
Datum publicatie
12-05-2005
Zaaknummer
18/070373-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van ontucht met kinderen beneden de leeftijd van zestien jaar.

Bij verdachte – thans 83 jaar oud – bestaat een ziekelijke storing van de geestvermogens in de vorm van pedofilie. De kans op herhaling is hoog. Terbeschikkingstelling met voorwaarden is aangewezen omdat aldus meer stringente voorwaarden kunnen worden gesteld. Gelet op het hoge recidiverisico is een aanzienlijke beperking van de bewegingsvrijheid geboden. In de gegeven situatie is adequaat toezicht slechts mogelijk wanneer er sprake is van elektronisch toezicht, al dan niet in de zogenaamde GPS-variant, welk toezicht kan inhouden dat verdachte bepaalde gebieden waar zich kinderen bevinden, niet betreedt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

sector strafrecht

parketnummer: 18/070373-04

datum uitspraak: 12 mei 2005

op tegenspraak

raadsman: mr. L.G. van Dijk

VONNIS

van de rechtbank te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 14 februari 2005 en 28 april 2005.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

hij op of omstreeks 10 augustus 2004 in de gemeente Groningen, met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien

jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en)

heeft gepleegd, immers heeft verdachte die [slachtoffer 1] - nadat hij haar (door het

aanbieden van een dropje) naar/in een toiletgebouw had gelokt/meegenomen -

gevraagd, althans (door het stellen van bepaalde vragen en/of het insinueren

dat die [slachtoffer 1] een jongetje zou zijn) ertoe gebracht, haar badpakje uit,

althans naar beneden, te trekken en/of (vervolgens) de ontblote schaamstreek

van die [slachtoffer 1] betast;

2.

hij op of omstreeks 01 juli 2002 in de gemeente Groningen, met [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum]) en/of [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den)

bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd,

immers heeft verdachte

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] - nadat hij hen (door het aanbieden van

snoepjes) naar/in zijn schuurtje/kelderbox had gelokt/meegenomen - zijn,

verdachte's, penis laten zien en/of gevraagd of zij, zijn, verdachte's, penis

wilde(n) betasten en/of zijn, verdachte's, penis laten betasten en/of aan

zijn, verdachte's penis laten trekken en/of

- zich in het bijzijn van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] afgetrokken en/of

- de schaamstreek van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] betast;

EN/OF

hij op of omstreeks 01 juli 2002 in de gemeente Groningen zich opzettelijk

oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten zijn, verdachte's

schuurtje/kelderbox aan de [adres], met ontbloot geslachtsdeel

heeft bevonden, terwijl daarbij [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]

en/of [slachtoffer 4] haars/zijns/hun ondanks tegenwoordig

was/waren;

3.

hij op of omstreeks 11 maart 2002, althans in of omstreeks de periode van 11

tot en met 18 maart 2002, in de gemeente Groningen, met [slachtoffer 2]

(geboren [geboortedatum]) en/of [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum]),

die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, buiten echt,

een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft verdachte

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zijn, verdachte's penis laten zien en/of

gevraagd of zij zijn, verdachte's, penis wilde(n) betasten en/of (vervolgens)

zijn, verdachte's, penis laten betasten en/of aan zijn, verdachte's penis

laten trekken en/of

- zich in het bijzijn van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] afgetrokken;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 11 maart 2002, althans in of omstreeks de periode van 11

tot en met 18 maart 2002 in de gemeente Groningen zich oneerbaar op of aan een

plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten een wip-wap/speeltuin

gelegen aan het voetpad tussen de [adres] en de [adres], met

ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 10 augustus 2004 in de gemeente Groningen, met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft verdachte die [slachtoffer 1] - nadat hij haar door het aanbieden van een dropje naar een toiletgebouw had gelokt - (door het stellen van bepaalde vragen en het insinueren dat die [slachtoffer 1] een jongetje zou zijn) ertoe gebracht, haar badpakje naar beneden te trekken en vervolgens de ontblote schaamstreek van die [slachtoffer 1] betast;

2.

hij op 01 juli 2002 in de gemeente Groningen, met [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum]) en [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft verdachte

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] - nadat hij hen (door het aanbieden van snoepjes) in zijn kelderbox had gelokt - zijn, verdachte's, penis laten zien en gevraagd of zij, zijn, verdachte's, penis wilden betasten en zijn, verdachte's, penis laten betasten en aan zijn, verdachte's penis laten trekken en

- de schaamstreek van die [slachtoffer 2] betast;

EN

hij op 01 juli 2002 in de gemeente Groningen zich opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten zijn, verdachte's kelderbox aan de [adres], met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden, terwijl daarbij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] huns ondanks tegenwoordig waren;

3.

hij omstreeks 11 maart 2002 in de gemeente Groningen, met [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum]) en [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft verdachte

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zijn, verdachte's penis laten zien en/of gevraagd of zij zijn, verdachte's, penis wilden betasten en vervolgens zijn, verdachte's, penis laten betasten en aan zijn, verdachte's penis laten trekken;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder 1, 2 en 3 primair meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

KWALIFICATIE

Hetgeen de rechtbank als bewezen heeft aangenomen levert de volgende strafbare feiten op:

1.

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen

2.

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd

en

Schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats, terwijl een ander daarbij zijns ondanks tegenwoordig is.

3.

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Ten aanzien van de strafbaarheid van de verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 3 februari 2005, opgemaakt door B.J.C. Ermers, psychiater i.o. onder supervisie van B.T. Takkenkamp, forensisch psychiater en op de psychologische onderzoeksrapportage d.d.7 februari 2005, opgemaakt door G. de Bruijn, psycholoog-psychotherapeut, vast gerechtelijk deskundige.

De conclusies van deze rapporten luiden, zakelijk weergegeven, dat het ten laste gelegde - indien bewezen - aan verdachte in licht verminderde mate kan worden toegerekend. De rechtbank kan zich met deze conclusie verenigen en neemt deze over.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

MOTIVERING STRAF EN MAATREGEL

Bij de bepaling van de straf en maatregel, heeft de rechtbank rekening gehouden met:

a) - de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de vordering van de officier van justitie;

b) de persoon van de verdachte, zoals naar voren gekomen uit:

- het onderzoek op de terechtzittingen d.d. 14 januari 2005 en 28 april 2005;

- het door T.P. Kits, forensisch psychiater, verbonden aan de Forensisch Psychiatrische Dienst te

Groningen over de verdachte opgemaakte briefrapport d.d. 16 augustus 2004;

- het over de verdachte door de Stichting Reclassering Nederland te Groningen uitgebrachte

voorlichtingsrapport d.d. 14 oktober 2004;

- het over de verdachte door de Stichting Reclassering Nederland te Groningen uitgebrachte

rapport (afloopbericht toezicht) d.d. 8 februari 2005;

- voormelde psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 3 februari 2005;

- voormelde psychologische onderzoeksrapportage d.d. 7 februari 2005;

- het door Reclassering Nederland opgemaakte maatregelrapport d.d. 24 april 2005.

Vrijheidsstraf

De rechtbank zal een gevangenisstraf opleggen waarvan de duur overeenkomt met de door verdachte reeds doorgebrachte tijd in verzekering en voorlopige hechtenis.

De rechtbank heeft hierbij in het bijzonder enerzijds in aanmerking genomen de ernst van de feiten en het hoge recidiverisico. Anderzijds heeft de rechtbank in aanmerking genomen de vergevorderde leeftijd van verdachte en het gegeven dat verdachte na oplegging van de maatregel zoals hierna omschreven onder stringent toezicht komt te staan.

Terbeschikkingstelling

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte, bij wie tijdens het begaan van het bewezen verklaarde een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens bestond, ter beschikking moet worden gesteld omdat:

- het bewezen en strafbaar verklaarde misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een

gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de oplegging van die maatregel eist.

Tevens zal de rechtbank, ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen, de na te noemen voorwaarden stellen betreffende het gedrag van de verdachte. De verdachte heeft zich ter terechtzitting bereid verklaard tot naleving van de voorwaarden.

De rechtbank heeft dit oordeel verder gegrond op het rapport van G. de Bruijn, psycholoog-psychotherapeut; het rapport van B.J.C. Ermers, psychiater i.o. onder supervisie van B.T. Takkenkamp, forensisch psychiater alsmede het voornoemde maatregelrapport d.d. 24 april 2005.

Het psychologische rapport d.d. 7 februari 2005 van G. de Bruijn houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in:

Onderzochte heeft weinig inzicht in zijn problematiek. Hij rationaliseert en externaliseert. Ook verdringing speelt een rol. De instelling is rigide en weinig flexibel. Er zijn dwangmatige, compulsieve trekken, die gedragspatronen bestendigen, ook wat betreft de grensoverschrijdende handelingen. Opvallend is dat hij nauwelijks empathie toont voor de slachtoffers en vooral begaan is met zijn eigen lot en de gevolgen voor hem en zijn vrouw. Onderzochte zelf ziet geen gevaar voor recidive.

Er bestaat bij onderzochte een ziekelijke storing van de geestvermogens in de vorm van pedofilie. Hij weerstaat het compulsieve karakter van de aandrang niet. De ziekelijke stoornis bestond ook reeds ten tijde van het plegen van hetgeen onderzochte wordt tenlastegelegd. De ziekelijke stoornis is van dien aard dat hetgeen hem ten laste wordt gelegd hem dientengevolge slechts in licht verminderde mate kan worden toegerekend. Het is niet te verwachten dat onderzochte zich voortaan in de maatschappij behoorlijk zal gedragen en zich niet aan verstoring van de openbare orde zal schuldig maken. De grensoverschrijdende handelingen lijken de laatste jaren in frequentie toe te nemen. Het dwangmatige karakter van de aandrang, het geringe zelfinzicht, de beperkte empathische vermogens en de neiging tot externalisatie en rationalisatie zijn factoren die recidive in de hand werken. Behandeling van de pedoseksuele neigingen heeft weinig kans van slagen. Op de Rutgerstichting is daarvoor in het verleden geen ingang gevonden. Wel hebben de begeleiding, het toezicht en beperkende maatregelen een preventieve werking gehad, evenals de medicamenteuze behandeling. Ik adviseer toezicht door de Reclassering voor de maximale duur, naast elektronisch toezicht als beveiligingsmaatregel. Een begeleidingscontact op de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord Nederland (AFPNN) kan bijdragen aan de delictpreventie en het bespreekbaar maken van de gevolgen voor de relatie met zijn vrouw. Tevens kan daar de medicamenteuze ondersteuning gegeven en gecontroleerd worden.

In het psychiatrische rapport d.d. 3 februari 2005 van B.J.C. Ermers, psychiater i.o. onder supervisie van B.T. Takkenkamp, forensisch psychiater staat onder meer vermeld - zakelijk weergegeven -:

Bij betrokkene bestaan elementen van een ziekelijke storing pedofilie. De kans op recidive is aanwezig en wordt zonder toezicht als hoog ingeschat. In dit bijzondere geval, gezien de zeer hoge leeftijd van betrokkene, zou een drie jaar durend algemeen Reclasseringstoezicht, waarvan het eerste half jaar met elektronisch toezicht wenselijk zijn. Aanvullend zou een poliklinisch contact met de AFPN gewenst zijn. Behalve een TBS met bevel tot verpleging, is er geen volledig sluitende beveiliging tegen recidive mogelijk.

In het voornoemde maatregelrapport d.d. 24 april 2005 staat onder meer het navolgende vermeld,

- zakelijk weergegeven -:

Betrokkene hebben we leren kennen als iemand die eigenlijk geen notie heeft van wat hij heeft gedaan. Betrokkene kwam bij ons over als een zeer egocentrische man die alle bemoeienissen tot nu toe eigenlijk heel lastig vindt. We zijn op grond van onze ervaringen met betrokkene tot nu toe van mening dat wij betrokkene alleen ambulant kunnen begeleiden indien hij onder elektronisch toezicht staat. Het elektronisch toezicht zal dan plaatsvinden volgens de z.g. GPS variant.

De rechtbank kan zich met de inhoud en conclusie van de rapporten van de gedragsdeskundigen verenigen en neemt die over, met dien verstande dat de rechtbank de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden zal opleggen. Daarbij heeft de rechtbank voorts betrokken het maatregelrapport d.d. 24 april 2005.

De rechtbank grondt dit oordeel op het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Verdachte heeft jonge kinderen tijdens een periode die jaren besloeg meerdere malen seksueel misbruikt. Hij heeft daarmee op grove wijze inbreuk gepleegd op de geestelijke en lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Het is een feit van algemene bekendheid dat met name jonge kinderen als slachtoffers van zedendelicten daardoor ernstig psychisch beschadigd kunnen raken en vooral op latere leeftijd daarvan de (ernstige) gevolgen ondervinden. Kennelijk heeft verdachte zich bij zijn handelingen slechts laten leiden door zijn eigen behoefte aan lustbevrediging, zonder zich te bekommeren om hetgeen hij zijn slachtoffers aandeed. Verdachte heeft door zijn handelen tevens veel onrust veroorzaakt in de maatschappij.

Verdachte heeft ten tijde van dit vonnis de leeftijd van 83 jaar bereikt. Hoewel een terbeschikkingstelling met voorwaarden onder deze omstandigheid als een zware maatregel kan worden beschouwd, is de rechtbank van oordeel dat een terbeschikkingstelling op haar plaats is. Uit de eerder genoemde rapporten komt eenduidig naar voren dat de kans op herhaling als hoog moet worden ingeschat. Verdachte toont nauwelijks empathie voor de slachtoffers maar is veeleer begaan met zijn eigen lot en de gevolgen voor hem en zijn vrouw. In deze situatie kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met het opleggen van enkel een verplicht reclasseringscontact in de vorm van een bijzondere voorwaarde. Teneinde het hoge recidiverisico zoveel mogelijk te verminderen acht de rechtbank een terbeschikkingstelling met voorwaarden waarbij ten aanzien van het gedrag van verdachte meer stringente voorwaarden kunnen worden gesteld, aangewezen.

De rechtbank zal aan de terbeschikkingstelling onder meer de voorwaarde verbinden dat verdachte zich niet mag ophouden op plaatsen waar zich kinderen bevinden, een en ander volgens nader door de Reclassering te geven voorschriften. In dit verband zal verdachte zich onder elektronisch toezicht laten stellen gedurende de terbeschikkingstelling. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen het gegeven dat voor de Reclassering in de gegeven situatie adequaat toezicht slechts mogelijk is wanneer er sprake is van elektronisch toezicht. Daarbij overweegt de rechtbank dat het niet mogelijk is reeds in dit vonnis concreet aan te geven of, en zo ja, welke vrijheden verdachte gaandeweg het verloop van de terbeschikkingstelling behoren te worden gegeven. De rechtbank is van oordeel dat hiervoor het gedrag van verdachte gedurende de terbeschikkingstelling essentieel is. Een aanzienlijke beperking van de bewegingsvrijheid voor verdachte - in tijd en plaats - acht de rechtbank gelet op het hoge recidiverisico geboden.

De rechtbank is van oordeel dat de Reclassering de vorm en intensiteit bepaalt van haar toezicht - waarbij elektronisch toezicht, al dan niet in de vorm van de zogenaamde GPS-variant, kan worden ingezet en kan inhouden dat verdachte bepaalde gebieden niet betreedt. Zoals ter terechtzitting door de Reclassering aangegeven kan na eventueel overleg met gedragsdeskundigen - waarbij het gedrag van verdachte in ogenschouw wordt genomen - worden besloten tot aanpassing van dit toezicht door de Reclassering.

Tevens zal verdachte zich moeten houden aan de overige voorschriften en aanwijzingen van de Reclassering. Verdachte zal zich onder behandeling stellen van de AFPN en zich houden aan de voorschriften en aanwijzingen van de AFPN, ook als deze inhouden dat verdachte medicatie moet innemen of zich elders moet laten behandelen.

VORDERING VAN DE BENADEELDE PARTIJ

Feit 2 en 3

Als benadeelde partij heeft zich voor de terechtzitting schriftelijk in het strafproces gevoegd [ ] [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats], [adres].

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van ? 1.361,00.

De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen voornoemd geldbedrag ten behoeve van het slachtoffer aan de staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de vordering.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 239 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierboven is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 primair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen en strafbaar verklaarde tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 51 dagen

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd, die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

- Geeft last dat de veroordeelde ter beschikking wordt gesteld.

Stelt de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde:

- de ter beschikking gestelde zal zich niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

- de ter beschikking gestelde zal zich gedragen naar voorschriften en aanwijzingen te geven door of

namens de Reclassering Nederland te Groningen, zolang deze instelling dat nodig oordeelt;

- de ter beschikking gestelde zal tijdens de duur van de terbeschikkingstelling, althans zolang de Reclassering Nederland dat nodig oordeelt, onder elektronisch toezicht staan - al dan niet in de zogenaamde GPS variant -, op een wijze zoals door de Reclassering Nederland, - al dan niet na overleg met gedragsdeskundigen -, nader te bepalen;

- dit elektronisch toezicht kan inhouden dat verdachte zich niet in door de Reclassering als risicovol aangeduide gebieden mag begeven en ophouden;

- de ter beschikking gestelde zal zich onder behandeling stellen van de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord-Nederland (AFPN) en zich houden aan de voorschriften en aanwijzingen van de AFPN;

- de voorschriften en aanwijzingen van de AFPN kunnen ook inhouden dat:

- de ter beschikking gestelde medicatie moet innemen;

- de ter beschikking gestelde zich elders laat behandelen.

Wijst de Reclassering Nederland te Groningen aan als instelling om de ter beschikking gestelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van die voorwaarden en aanwijzingen en geeft voornoemde instelling daartoe opdracht.

Heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.

* Beslissing op de vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats], [adres], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van ? 1.361,00. Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van ? 1.361,00 ten behoeve van het slachtoffer partij [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats], [adres], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van

? 1.361,00 ten behoeve van het slachtoffer, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan het slachtoffer te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van het slachtoffer betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. J. Dolfing, voorzitter, M.M. Beije en R. Depping in tegenwoordigheid van mr. E.A.B. de Jong en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

12 mei 2005.