Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2004:AR4178

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
06-10-2004
Datum publicatie
19-10-2004
Zaaknummer
71778 HAZA 04-363
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde doet beroep op onbevoegdheid van de sector civiel. Hij stelt dat effectenlease-overeenkomst (WinstVerDriedubbelaar) een overeenkomst van huurkoop is. De rechtbank, sector civiel, verwijst de zaak naar de sector kanton, nu de overeenkomst moet worden aangemerkt als een overeenkomst van huurkoop.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

SECTOR CIVIEL RECHT

MEERVOUDIGE KAMER

Reg.nr.: 71778 / HA ZA 04-363

Datum uitspraak: 6 oktober 2004

V O N N I S

in de zaak van:

DEXIA BANK NEDERLAND,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

hierna te noemen Dexia,

procureur mr. M.H. Heeg,

[D.W.V.],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

hierna te noemen [V.],

procureur mr. J. Poortinga.

PROCESVERLOOP

Dexia heeft op de bij dagvaarding geformuleerde gronden, onder overlegging van producties, gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [V.] te veroordelen om aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de som van € 12.218,56, vermeerderd met de contractuele rente ad 0,96% per maand, althans de wettelijke rente, over € 11.106,88, vanaf 10 oktober 2003 tot de dag der algehele voldoening en met veroordeling van [V.] in de kosten van de procedure.

[V.] heeft de exceptie van onbevoegdheid opgeworpen en gevorderd dat de rechtbank, sector civiel, zich onbevoegd verklaart van het onderhavige geschil kennis te nemen en de zaak verwijst naar de sector kanton van de rechtbank.

Dexia heeft bij conclusie van antwoord in het incident geconcludeerd [V.] in zijn incidentele vordering niet-ontvankelijk te verklaren, althans hem deze te ontzeggen, met verwijzing van [V.] in de kosten van het incident.

RECHTSOVERWEGINGEN

In het incident

Vaststaande feiten

1. Dexia is rechtsopvolgster van Bank Labouchere N.V., die ten tijde van het tot stand komen van de litigieuze overeenkomst handelde onder de naam Legio-Lease. Bank Labouchere N.V. was op haar beurt rechtsopvolgster van Legio Lease B.V.

2. [V.] en Dexia hebben op 26 juni 2000 een effectenlease-overeenkomst gesloten onder de naam WinstVerDriedubbelaar. De overeenkomst is aangegaan voor een periode van 36 maanden.

[V.] heeft van Dexia aandelen ABN-AMRO, AHOLD en ING geleasd. De aandelen zijn op 3 verschillende tijdstippen aangekocht voor een totaalbedrag van € 19.585,62.

Partijen zijn een rente van 0,96% per maand overeen gekomen, waardoor de totaal te betalen rente tijdens de looptijd van de overeenkomst € 4.109,40 bedraagt. De totale leasesom komt daardoor op een bedrag van € 23.695,02.

3. Met betrekking tot de betaling van de leasesom zijn partijen in artikel 3 van de overeenkomst het volgende overeengekomen.

"De lease-som bedraagt:

a. Het totaal van 36 gelijke termijnen van zegge: f. 251,55 (€ 114,15)

........

b. Een bedrag van f. 100,-; ... op of omstreeks de 35e maand.

c. Aan het einde van de lease-overeenkomst het restant van zegge: f. 43.061,03 (€ 19.540,24)

......

Dit restant wordt in principe verrekend met de verkoopopbrengst van de waarden".

4. In artikel 5 van de overeenkomst is met betrekking tot de eigendomsoverdracht van de aandelen de volgende opschortende voorwaarde opgenomen:

"Zodra lessee al datgene aan Legio-Lease heeft betaald wat hij haar krachtens deze lease overeenkomst en de daarbij behorende Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease verschuldigd is of zal worden, is lessee automatisch en van rechtswege eigenaar van de waarden geworden."

5. Van de overeenkomst maken deel uit de Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease (hierna: de bijzondere voorwaarden). Daarvan zijn de volgende bepalingen van belang:

Artikel 2

"Legio-Lease en lessee komen overeen dat het eigendom van de waarde op lessee overgaat door vervulling van de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan. Teneinde te bewerkstelligen dat lessee alsdan van rechtswege eigenaar van de waarden wordt, worden de in de overeenkomst genoemde waarden voorwaardelijk overgedragen aan lessee en wel onder de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan. Deze voorwaardelijke overdracht geschiedt doordat genoemde waarden onverwijld na verkrijging ervan door Legio-Lease ten name van lessee worden bijgeschreven in de administratie van Bank Labouchere, overeenkomstig artikel 17 van de Wge, ter uitvoering van de in de eerste zin van dit artikel omschreven verbintenis tot voorwaardelijke overdracht. Legio-Lease behoudt het eigendom van de waarden totdat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan en blijft als zodanig bevoegd over de waarden te beschikken zonder dat dit ten nadele van lessee werkt. Lessee kan niet over de waarden beschikken, behoudens met voorafgaande schriftelijke toestemming van Legio-Lease. (...) "

Artikel 3

"Alle baten en waardeveranderingen van de waarden komen lessee toe. Legio-Lease zal, behoudens voor zover in de overeenkomst anders is bepaald, de dividendbaten zo spoedig mogelijk na betaalbaarstelling daarvan aan lessee doen toekomen, zulks onder aftrek van wettelijk verplichte inhoudingen. Ingeval van een keuze-dividend zal de keuze van Legio-Lease worden bepaald door lessee, behoudens voor zover in de overeenkomst anders is bepaald.(...)"

Artikel 4

"Legio-Lease is nimmer aansprakelijk voor wijzigingen in de koerswaarde van de waarden of voor het niet opbrengen daarvan."

Artikel 10

"Indien lessee aan al zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan, zullen de waarden aan lessee worden uitgeleverd, tenzij lessee alsdan mededeelt de voorkeur te geven aan de verkoop van de waarden. De verkoopopbrengst zal in dat geval door Legio-Lease aan lessee worden uitbetaald. Verkoop vindt zo spoedig mogelijk na opdracht daartoe plaats."

Het standpunt van [V.]

6. De onderhavige overeenkomst is aan te merken als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW. Effecten zijn aan te merken als vermogensrechten en uit artikel 7A:1576 lid 5 volgt dat ook vermogensrechten onderwerp kunnen zijn van koop op afbetaling/huurkoop.

Daarnaast heeft aflevering plaatsgevonden voorafgaand aan een mogelijke eigendomsoverdracht: de effecten zijn ten name van [V.] bijgeschreven in de door Dexia ingevolge artikel 17a Wet giraal Effectenverkeer (hierna: Wge) aangehouden boekhouding. [V.] heeft daarmee het voor huurkoop kenmerkende gebruiksrecht van de effecten gekregen. Hij draagt het economisch risico met betrekking tot koersverschillen en het dividend, de andere baten van de effecten komen hem toe en hij bepaalt, ingeval van keuzedividend, de keuze.

Voorts voorziet de overeenkomst in het betalen van de koopprijs in termijnen.

Tot slot is het uitgangspunt van de overeenkomst dat de eigendom van de effecten automatisch en van rechtswege overgaat op [V.] ingeval van vervulling van de opschortende voorwaarde dat [V.] aan alle verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan.

Ingevolge artikel 93c Rv. dient het onderhavige geschil dan ook te worden verwezen naar de sector kanton van de rechtbank.

Het standpunt van Dexia in hoofdlijnen

7. Een effectenlease-overeenkomst vormt een samenstel van rechtsverhoudingen en kan het beste worden geduid als een overeenkomst sui generis. Een effectenlease-overeenkomst voldoet niet aan de wezenlijke kenmerken van een koop op afbetaling.

Koop op afbetaling kan alleen worden aangegaan met betrekking tot zaken. Artikel 7A:1576 lid 5 Burgerlijk Wetboek (BW) geeft geen uitbreiding van de definitie van koop op afbetaling, maar enkel van de werkingssfeer van de bepalingen die op koop op afbetaling van toepassing zijn.

Van aflevering in de zin van artikel 7A:1576 BW is geen sprake omdat voorafgaand aan de volledige betaling van de koopsom noch het bezit van de effecten is verschaft, noch de effecten in de macht van de lessee zijn gebracht. [V.] verkreeg alleen het economisch risico dat aan de effecten was verbonden.

Aangezien de aflevering van de effecten pas plaatsvindt bij de laatste termijnbetaling, is er geen sprake van betaling van twee of meer termijnen na de aflevering. De betaling van rentetermijnen kan niet worden aangemerkt als betaling van de koopsom in termijnen. Aan het feit dat de betaling van de aankoopsom is gesplitst in een bedrag van ƒ 100,- en een betaling van het restant mag niet de conclusie worden verbonden dat er sprake is van koop op afbetaling. Daarvoor is het bedrag van ƒ 100,- van te geringe betekenis in verhouding tot de gehele koopprijs. Bovendien splitst de desbetreffende bepaling de koopsom wel in twee delen, maar dwingt zij niet tot betaling in twee termijnen. Het is ook toegestaan het hele bedrag in een keer te betalen.

Ten slotte wordt bij effectenlease-overeenkomsten niet beoogd de eigendom van de aandelen op de lessee te doen overgaan. Deze overeenkomsten zijn gericht op het realiseren van koersverschillen tussen de koers van de effecten op de aanvangsdatum van de overeenkomst en de koers van de effecten op de afloopdatum daarvan. Dit is de gangbare praktijk. Ook [V.] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid de effecten over te nemen.

Beoordeling van het geschil

8. De rechtbank is evenals verschillende andere rechtbanken (zie bijvoorbeeld rechtbank Utrecht, 28 januari 2004, NJF 2004, 133 en rechtbank Alkmaar, 17 maart 2004, NJF 2004, 400 en rechtbank Amsterdam, 30 juni 2004, NJF 2004, 410) van oordeel dat een effectenlease-overeenkomst als de onderhavige moet worden aangemerkt als een huurkoopovereenkomst. De volgende overwegingen hebben tot dit oordeel geleid.

Boek 7A vijfde titel A BW van toepassing

9. De vijfde titel A van Boek 7A BW, van koop en verkoop op afbetaling, kent twee afdelingen, te weten afdeling 1, van koop en verkoop op afbetaling in het algemeen en afdeling 2, van huurkoop.

Artikel 7A:1576 lid 5 BW verklaart het in de vijfde titel A bepaalde van overeenkomstige toepassing op vermogensrechten, voor zover dat in overeenstemming is met de aard van het recht.

Anders dan Dexia heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat deze bepaling zo moet worden uitgelegd dat een overeenkomst van koop en verkoop van een vermogensrecht, die voldoet aan de criteria van koop op afbetaling en huurkoop, is aan te merken als een overeenkomst van koop op afbetaling, onderscheidenlijk een huurkoopovereenkomst als bedoeld in deze titel, voor zover zulks in overeenstemming is met de aard van het recht. De aard van aandelen verzet zich er naar het oordeel van de rechtbank niet tegen dat de bepalingen van Boek 7A vijfde titel A BW daarop van toepassing zijn. De door Dexia voorgestane beperkte uitleg van artikel 7A:1576 lid 5 BW zou deze bepaling zinledig maken.

De aflevering van de aandelen

10. Het staat vast dat partijen zijn overeengekomen dat de eigendom van de effecten op [V.] overgaat door vervulling van de opschortende voorwaarde dat [V.] aan al zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan. De aflevering van de aandelen in de zin van artikel 7A:1576 lid 1 BW heeft evenwel reeds plaatsgevonden doordat Dexia de aandelen ingevolge artikel 17 Wge heeft bijgeschreven in haar administratie ten name van [V.].

Het beroep van Dexia op artikel 7:9 leden 2 en 3 BW, leidt niet tot een ander oordeel. Immers anders dan bij zaken vindt levering van effecten niet in stoffelijke vorm plaats, maar ingevolge artikel 17 Wge door middel van bijschrijving op naam van de verkrijger in de administratie van de betrokken instelling. Dexia heeft erkend dat haar rechtsvoorgangster de effecten overeenkomstig artikel 2 van de bijzondere voorwaarden onverwijld na de verkrijging daarvan ten name van [V.] heeft bijgeschreven in haar, ingevolge artikel 17 Wge, aangehouden boekhouding. Hiermee is de aflevering voltooid.

Verder heeft [V.] bij het sluiten van de overeenkomst het voor koop op afbetaling en huurkoop kenmerkende gebruiksrecht gekregen. Ingevolge artikel 3 van de bijzondere voorwaarden draagt hij het economisch risico met betrekking tot de koersverschillen van de effecten en komen het dividend en de andere baten van effecten hem toe. Dat Dexia en [V.] wat betreft de besteding van het dividend in artikel 6 van de overeenkomst zijn overeengekomen dat dit zal worden aangewend ter verrekening met de door [V.] verschuldigde premie doet daaraan niet af.

Het feit dat [V.] ingevolge artikel 2 van de bijzondere voorwaarden niet bevoegd is om over de effecten te beschikken, behoudens met voorafgaande toestemming van Dexia, staat er evenmin aan in de weg de overeenkomst als huurkoop aan te merken. Het recht om het goed waarop de huurkoop betrekking heeft te vervreemden of te bezwaren, behoort niet tot het gebruiksrecht dat een huurkoper voorafgaand aan de eigendomsverkrijging toekomt. De huurkoper is immers uit de aard van de huurkoopovereenkomst, gelet op het eigendomsvoorbehoud, beschikkingsonbevoegd.

Betaling in termijnen

11. De overeenkomst voorziet in het betalen van de koopprijs in termijnen, hetgeen volgt uit het bij de vaststaande feiten onder 3. vermelde betalingsschema. Hierbij is de totale leasesom als koopprijs in de zin van artikel 7A:1576 eerste lid BW aan te merken. Daaraan doet niet af dat genoemde leasesom is opgebouwd uit een bedrag waarvoor Dexia de aandelen heeft aangekocht en een bedrag aan rente, nu uit artikel 7A:1576c tweede lid BW onder meer voortvloeit dat het gaat om alle betalingen waartoe [V.] bij regelmatige nakoming van de overeenkomst gehouden is. Het is immers deze totale leasesom die [V.] moet voldoen om de aandelen in eigendom te verkrijgen.

Met de in de overeenkomst vastgelegde periodieke betalingen voldoet de overeenkomst daarmee tevens aan het criterium dat de koopprijs in meerdere termijnen door [V.] moet worden voldaan, waarvan twee of meer na aflevering.

Eigendomsoverdracht

12. Ingevolge artikel 5 van de overeenkomst en artikel 2 van de bijzondere voorwaarden gaat de eigendom van de effecten automatisch en van rechtswege over op [V.] op het moment dat hij aan al zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan. Dit is slechts anders indien [V.] Dexia verzoekt de aandelen te verkopen ten einde aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, dan wel indien hij verzoekt de overeenkomst te verlengen.

Er is derhalve geen sprake van een optie tot eigendomsoverdracht van de aandelen aan het einde van de overeenkomst, maar van een bevoegdheid tot het afzien van de, van rechtswege werkende, overdracht van de eigendom van de aandelen indien aan de betalingsverplichting uit de overeenkomst is voldaan.

Verwijzing

13. Nu de conclusie is, dat de effectenlease-overeenkomst moet worden aangemerkt als een overeenkomst van huurkoop als bedoeld in artikel 7A:1576h BW, is de sector civiel onbevoegd en dient het voorliggende geschil op grond van artikel 93 aanhef en onder c Rv te worden behandeld en beslist door de kantonrechter.

14. Dexia zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident worden veroordeeld.

In de hoofdzaak

15. De rechtbank zal de zaak met toepassing van artikel 71 lid 2 Rv verwijzen naar de sector kanton van deze rechtbank in de stand waarin de zaak zich op dit moment bevindt. Gelet op artikel 71 lid 4 Rv, zal de rechtbank een nieuwe roldatum bepalen. [V.] zal daar in de gelegenheid worden gesteld een conclusie van antwoord in de hoofdzaak te nemen, nu hij nog niet voor antwoord heeft geconcludeerd.

16. De rechtbank wijst er op dat partijen in het vervolg van de procedure niet verplicht zijn bij procureur te verschijnen. Zij kunnen de procedure in persoon of bij gemachtigde voortzetten.

(enz.)