Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2004:AQ8813

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
28-05-2004
Datum publicatie
16-06-2011
Zaaknummer
222329 / 04-299
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WOR; Geen sprake van een organisatorisch verband in de zin van artikel 1 lid 1 onder c WOR, noch van een zelfstandige eenheid. De OR heeft daarom geen bestaansrecht.

Wetsverwijzingen
Wet op de ondernemingsraden
Wet op de ondernemingsraden 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2004/197
AR-Updates.nl 2011-0496
JAR 2004, 197
ROR 2004, 37

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

sector kanton, locatie Groningen

Beschikking in de zaak van:

de Ondernemingsraad van de naamloze vennootschap N.V. Arriva Groningen Stad,

verzoeker, gemachtigde mr. W.J. Koppert, advocaat te Utrecht (postbus 516, 3500 AM)

tegen

de naamloze vennootschap N.V. Arriva Groningen, gevestigd en kantoorhoudende te 9723 AT Groningen aan de Sontweg 13,

verweerster, gemachtigde mr. P.H.E. Voûte, advocaat te Amsterdam (postbus 71170, 1008 BD Amsterdam).

PROCESGANG

Bij verzoekschrift, ontvangen ter griffie op 17 maart 2004, verzoekt de Ondernemingsraad van de naamloze vennootschap N.V. Arriva Groningen Stad, ook te noemen de OR, te bepalen dat:

a. Arriva gevolg dient te geven aan artikel 36 lid 1 WOR dat ziet op de naleving van de WOR en derhalve, meer in het bijzonder, dat Arriva de ondernemingsraad van de OR voor de onderneming Arriva Groningen NV in stand houdt;

b. Arriva op grond van artikel 22 WOR tot betaling van de kosten van juridische bijstand dient over te gaan, die de OR genoodzaakt is te maken voor een goede uitoefening van zijn taken, de werkzaamheden in verband met deze procedure daaronder begrepen, welke tot en met februari 2004 € 11.237,59 (excl. BTW en excl. kantoorkosten) bedragen.

Het verzoekschrift ging vergezeld van producties.

Bij verweerschrift, ontvangen ter griffie op 14 april 2004, verzoekt N.V. Arriva Groningen, ook te noemen Arriva Groningen, het verzoek onder a. af te wijzen bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. Bij het verweerschrift waren producties gevoegd.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 april 2004.

Daarbij waren aanwezig namens de OR de heer [naam], voorzitter van de OR, bijgestaan door de gemachtigde mr. W.J. Koppert, en namens Arriva Groningen mevrouw [naam], manager openbaar vervoer, bijgestaan door mr. P.HE. Voûte en mr. H.C. Bijleveld als gemachtigden.

De OR heeft zijn standpunt nader uiteengezet aan de hand van overgelegde pleit notities en onder overlegging van een productie.

De OR heeft het verzochte sub b. ingetrokken.

Arriva Groningen heeft haar standpunt toegelicht.

De uitspraak is aanvankelijk bepaald op 14 mei 2004 en nader bepaald op 28 mei 2004.

OVERWEGINGEN

1. Tussen partijen staat in ieder geval het navolgende vast als enerzijds gesteld en anderzijds niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken, mede op grond van de overgelegde producties, voor zover de inhoud daarvan niet wordt betwist:

a. In 1994 is het Gemeentelijke Vervoerbedrijf van de gemeente Groningen verzelfstandigd en omgezet in een naamloze vennootschap. de N.V Groninger Vervoerbedrijf, waarvan alle aandelen gehouden werden door de gemeente.

Als gevolg van de verzelfstandiging werd het ambtelijk dienstverband van de medewerkers omgezet in een arbeidsovereenkomst. Aan de medewerkers is daarbij de zogenaamde B-3 status toegekend, waardoor zij konden blijven deelnemen aan de voor ambtenaren geldende pensioenregelingen bij het

-2-

ABP en de IZA-ziektekostenverzekering. Met de vakbonden Abva-Kabo en CFO (tegenwoordig CNV Publieke Zaak) werd een bedrijfs-CAO afgesloten.

b. In 1995 en in 1998 heeft de gemeente Groningen haar aandelen in de N.V. Groninger Vervoerbedrijf verkocht aan Vancom Nederland B,V.

In het voorjaar van 1998 heeft Vancom haar 100% belang in N.V. Groninger Vervoerbedrijf verkocht aan Arriva plc. De naam N.V. Groninger Vervoerbedrijf werd vervolgens gewijzigd in N.V. Arriva Groningen.

c. Begin 1999 bestaat Arriva (Nederland) uit 52 aparte rechtspersonen. In plaats van losse vennootschappen komt in 1999 een centrale organisatie met vestigingen. Aan het hoofd van de Arriva groep in Nederland staat Arriva Personen Vervoer B.V. en het openbare vervoersbedrijf in het gehele vervoersgebied (de drie noordelijke provincies en de kop van Overijssel) incl. de steden zijn centraal

ondergebracht in Arriva Openbaar Vervoer N.V., dat haar hoofdkantoor in Heerenveen heeft. De stafdiensten van Arriva Groningen worden overgebracht naar het kantoor van Arriva Openbaar Vervoer in Heerenveen.

d. In het voorjaar van 2001 is de huidige regio-indeling totstandgekomen. Daarbij is het vervoer van de stad Groningen opgegaan in de regio Agglomeratie Groningen, bestaande uit een vestiging in Groningen en een vestiging in Leek. In december 2001 is de concessie voor het vervoer in de stad Groningen en de

provincie Groningen niet aan Arriva Groningen, maar aan Arriva Personenvervoer toegekend.

Inkooptransacties worden niet meer op naam van Arriva Groningen gedaan. Vanaf 2000 worden bijvoorbeeld nieuwe bussen gekocht door Arriva Openbaar Vervoer.

In december 2003 heeft Arriva Personen Vervoer de gezamenlijke concessie voor de provincie Groningen, de stad Groningen en Noord Drenthe (GGD) verworven.

De OR Openbaar Vervoer heeft inmiddels geadviseerd over een nieuwe organisatie, waarbij een nieuwe regio voor het gehele concessiegebied wordt gevormd.

e. Voor de herstructurering in 1999 bestonden bij Arriva (Nederland) 15 ondernemingsraden, waaronder verzoeker, De OR heeft in 1994 de bestaande Medezeggenschapscommissie bij de N.V. Groninger Vervoerbedrijf vervangen. De zittingsduur van de OR eindigt op 18 juni 2004.

f. De directie heeft bij brief van 18 oktober 1999 aan de verschillende ondernemingsraden een nieuwe medezeggenschapsstructuur gepresenteerd, inhoudende een Centrale Ondernemingsraad met daaronder de drie OR-en, één voor het openbaar vervoer, één voor het servicekantoor en één voor het taxi-, touringcar- en ambulancevervoer. Elke OR kan vervolgens onderdeelcommissies instellen, die op een lager niveau de medezeggenschap kunnen uitoefenen.

In maart 2003 heeft de directie een gewijzigd plan voor de medezeggenschapsstructuur aan alle betrokken ondernemingsraden voorgelegd. Dit plan voorziet in de integratie in de OR Openbaar Vervoer van de OR Groningen en tevens de integratie daarin van de ondernemingsraden Servicekantoor en

Techniek. Voor de verschillende regio's, aangestuurd door een regiomanager, worden onderdeelcommissies ingesteld waaraan medezeggenschapsbevoegdheden kunnen worden gedelegeerd. Op het niveau van de vestigingen,die worden aangestuurd door één of meer "coaches", vindt vertegenwoordigend werkoverleg plaats.

g. De OR heeft medio 2003 bezwaren ingebracht tegen de voorgestelde medezeggenschapsstructuur. Deze bezwaren zien op de beoogde invoeringsdatum 1 januari 2004 en het feit, dat de OR wil blijven bestaan.

De directie heeft de invoeringsdatum verplaatst naar 1 juni 2004, maar bestrijdt het bestaansrecht van de OR. Arriva Groningen verbiedt de OR nieuwe verkiezingen uit te schrijven.

h. In verband met het hieromtrent gerezen geschil heeft de OR op 14 oktober 2003 een bemiddelingsverzoek ingediend bij de Bedrijfscommissie voor het Wegvervoer in Zoetermeer. Op 17 februari 2004 heeft de Bedrijfscommissie in haar "Verslag van Bevindingen" verwezen naar een eerder door haar in 2000 in het kader van een bemiddelingsverzoek tussen partijen gegeven advies luidende, dat de OR, na het verstrijken van de huidige zittingstermijn, in de nieuw te vormen OR Openbaar Vervoer zou moeten integreren.

2.De OR stelt zich op het standpunt dat Arriva Groningen handelt in strijd met de WOR, omdat zij zonder aanleiding een aanpassing van de medezeggenschapsstructuur in het Arriva-concern beoogt op

-3-

grond waarvan de OR zou moeten worden opgeheven.

Primair voert hij in dat verband aan, dat Arriva Groningen een zelfstandige onderneming is in de zin van artikel 1 lid 1 onder c WOR. Er is sprake van een organisatorisch verband en Arriva Groningen heeft een arbeidsovereenkomst met de bij haar werkzame personeelsleden gesloten. Daarnaast heeft Arriva Groningen voor haar medewerkers specifieke regelingen getroffen, zoals een eigen dienstenstatuut, een eigen CAO en een eigen dienstregeling.

Subsidiair betoogt hij, dat Arriva Groningen binnen de regio en binnen het Arriva-concern als zelfstandige eenheid opereert. Arriva Groningen vertoont door haar aard en de structuur weinig samenhang met de rest van de organisaties binnen het Arriva-concern. Arriva Groningen, dat het stadsvervoer verzorgt, vormt binnen de regio een aparte eenheid.

Met het oog op de hiervoor vermelde specifieke regelingen is eigen inspraak en medezeggenschap voor de medewerkers van Arriva Groningen noodzakelijk.

3.Arriva Groningen neemt het standpunt in, dat Arriva Groningen geen onderneming is in de zin van de WOR. Er is geen sprake van een zelfstandig organisatorisch verband en Arriva Groningen treedt niet als zelfstandige eenheid op.

Zij onderneemt geen eigen activiteiten en verricht geen eigen transacties. Het vervoer in de stad Groningen maakt deel uit van het vervoersbedrijf zoals dat wordt uitgeoefend door Arriva Openbaar Vervoer in Groningen.

Arriva Groningen heeft wel werknemers in dienst, maar de enige reden daarvan is het behoud van de B-3 status. Zij is een zuivere personeelsvennootschap.

De consequentie hiervan is, dat de OR Groningen geen juridische basis heeft en dus ook geen bestaansrecht.

Voor de herstructurering in 1999 bestonden bij Arriva (Nederland) 15 ondernemingsraden.

De directie heeft daarop bij brief van 18 oktober 1999 aan de verschillende ondernemingsraden een nieuwe medezeggenschapsstructuur gepresenteerd. Blijkens de e-mail van 10 mei 2000 heeft de OR met deze voorgestelde medezeggenschapsstructuur ingestemd. Voorts is afgesproken dat de resterende

zittingsperiode zou worden uitgezeten en dat de OR pas in de loop van 2001 zou toetreden tot de medezeggenschapsstructuur van Arriva (Nederland).

Dat de OR na 2001 nogmaals een nieuwe zittingstermijn is ingegaan, had te maken met het feit dat de toenmalige nieuwe directeur in die periode andere prioriteiten stelde. Wel is ook toen afgesproken dat dit de laatste zittingstermijn zou zijn.

Beoordeling.

4.a. Het verzoekschrift is binnen de in artikel 36 lid 4 WOR bepaalde termijn ingediend.

b. Behalve hetgeen hiervoor als vaststaand tussen partijen is aangenomen, neemt de kantonrechter tevens het volgende als vaststaand tussen partijen aan:

Op 12 mei 1999 heeft Arriva Openbaar Vervoer bij de diverse ondernemingsraden een adviesaanvraag tot wijziging juridische structuur ingediend.

Op 22 juni 1999 heeft Arriva Groningen bij de OR ingediend een adviesaanvraag betreffende: integratie indirecte medewerkers Arriva Groningen binnen Arriva Nederland. Voorgelegd ter advisering is het voorgenomen besluit alle stafdiensten van Arriva Groningen over te brengen naar het kantoor van Arriva

Openbaar Vervoer in Heerenveen. De OR heeft daarover een positief advies uitgebracht.

c. De OR heeft weliswaar in haar verzoekschrift ontkend, dat aan de OR een voorgenomen besluit tot reorganisatie ter advies is voorgelegd, maar de door Arriva Groningen in het geding gebrachte voorgenomen besluiten van 12 mei in 1999 en 22 juni 1999 logenstraffen die stelling van de OR.

Voorts heeft de OR niet gemotiveerd ontkend, dat hij positief heeft geadviseerd.

In 1999 heeft derhalve inderdaad een reorganisatie plaatsgevonden. De in het voorjaar van 2001 tot stand gekomen regio-indeling merkte de kantonrechter eveneens aan als een reorganisatie.

De stelling van de OR dat Arriva Groningen zonder aanleiding een aanpassing van de medezeggenschapsstructuur beoogt onderschrijft de kantonrechter daarom niet.

5.a. De kantonrechter zal eerst de primaire grondslag van het verzoek beoordelen.

Artikel 1 lid 1 sub c WOR verstaat onder onderneming: "elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens

-4-

publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht."

Alleen de drie genoemde elementen bepalen of er sprake is van een "onderneming" in de zin van deze wet.

Het gaat er om dat het organisatorisch verband zich naar buiten als zelfstandig presenteert met name door onder eigen naam werkzaam te zijn of door producten of diensten rechtstreeks in het maatschappelijk verkeer te brengen.

b. De vraag is of Arriva Groningen een organisatorisch verband is. Daartoe dient een groep personen onder een bepaalde leiding en op een bepaalde lokatie samen te werken.

Uit de organisatiestructuur, zoals hiervoor omschreven onder de vaststaande feiten, wordt duidelijk, dat het vervoer in de stad Groningen deel uitmaakt van het vervoersbedrijf zoals dat wordt uitgeoefend door Arriva Openbaar Vervoer in het aaneengesloten gebied Noord Nederland.

De stad Groningen behoort tot een bepaalde regio, thans de regio Agglomeratie Groningen en in de toekomst de regio GGD. Ook de steden Leeuwarden en Assen maken deel uit van een regio.

Onder 48 en 49 van haar verweerschrift heeft Arriva Groningen de organisatiestructuur van een regio en de taak van de medewerkers die binnen de regio werkzaam zijn omschreven. De OR heeft het daarin gestelde niet weersproken.

De kantonrechter leidt uit hetgeen is aangevoerd onder 48 en 49 af, dat Arriva Groningen geen management heeft met eigen bevoegdheden door gedecentraliseerde besluitvorming.

De OR heeft ook niet betwist de stelling van Arriva Groningen, dat Arriva Openbaar Vervoer vanuit Heerenveen het financiële, commerciële, sociale, logistieke en strategische beleid voor het gehele openbaar vervoer bepaalt,

Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel, dat geen sprake is van een organisatorisch verband.

6. De tweede vraag te beantwoorden vraag luidt, of Arriva Groningen als zelfstandige eenheid naar buiten optreedt.

Onvoldoende weersproken door de OR heeft Arriva Groningen aangevoerd, dat zij niet meedoet aan het economisch verkeer. Alle bussen, ook die voor het stadsvervoer in Groningen, worden gekocht door Arriva Openbaar Vervoer en ook anderszins gaat zij geen transacties aan; zij is niet onder eigen naam

werkzaam; de concessie staat niet op naam van Arriva Groningen, maar op naam van Arriva personenvervoer Nederland B.V.

Deze vraag moet derhalve negatief worden beantwoord.

7. Tenslotte ligt nog de vraag betreffende het derde element ter beoordeling voor.

Arriva Groningen heeft werknemers in dienst.

Arriva heeft voldoende onderbouwd betoogd, dat zij nog slechts als rechtspersoon fungeert om de aanspraken die de personeelsleden als voormalige ambtenaren hebben op de ABP- en IZA-regelingen te waarborgen en dat de door haar afgesloten CAO in dat licht moet worden bezien. Zij heeft terzake de per juli 2001 afgesloten Collectieve Arbeidsovereenkomst N.V. Arriva Groningen 2001-2006 in het geding gebracht waarin ten aanzien van de medewerkers die voor 1juli 2001 in dienst waren van Arriva Groningen specifieke regelingen zijn getroffen. Voor medewerkers die na 1 juli 2001 in dienst zijn gekomen is in artikel A-1 bepaalt dat op hen de CAO Openbaar Vervoer van toepassing is.

Haar betoog wordt voorts ondersteund door de adviesaanvraag van 12 mei 1999 waarin op pagina 3 onder het kopje "Openbaar Vervoer" staat te lezen:

"De N.V. Arriva Groningen, de N.V. Personeel Noord-Westhoek en de N.V. Nederlandse Tramwegmaatschappij blijven als aparte rechtspersonen bestaan. Dit in verband met de specifieke personele regelingen (ABP) van het personeel dat in dienst is bij deze vennootschappen."

8. Omdat de drie elementen die bepalen of sprake is van een "onderneming' in de zin van de WOR ontbreken, is het verzoek niet toewijsbaar op de primaire grondslag.

Onderzocht zal worden of het verzoek toewijsbaar op de subsidiaire grondslag.

9. a.De OR stelt, dat Arriva Groningen binnen de regio en binnen het Arriva-concern een onderdeel is dat als zelfstandige eenheid optreedt.

b. Een "onderdeel" van een onderneming is een functionele groep van in de onderneming werkzame

-5-

personen, die binnen die onderneming op zich zelf een afzonderlijk organisatorisch verband vormt zonder echter zelfstandig naar buiten op te treden.

Het verschil tussen een onderneming en een onderdeel van een onderneming is dus dat een onderneming als een zelfstandige eenheid naar buiten optreedt en een onderdeel niet.

Zoals hiervoor bij de beoordeling van de primaire grondslag is overwogen onder 5. vormt naar het oordeel van de kantonrechter Arriva Groningen geen afzonderlijk organisatorisch verband.

10. Ook op de subsidiaire grondslag is het verzoek niet toewijsbaar.

De stelling van Arriva Groningen dat de OR geen bestaansrecht meer heeft, moet dan ook worden onderschreven.

BESLISSING

De kantonrechter:

Wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Overes-Hulst, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare

zitting van 28 mei 2004 in aanwezigheid van de griffier.

typ:LleR

coll: