Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2004:AO6497

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
20-02-2004
Datum publicatie
30-03-2004
Zaaknummer
218992/04-158
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor.

Spoedeisende aard procedure arbeidsovereenkomst verzet zich tegen overeenkomstige toepassing artikel 186 Rechtsvordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

sector kanton, locatie Groningen

Beschikking in de zaak van:

[verzoeker], wonende [adres],

verzoeker, gemachtigde mr. M.R. Bartels, advocaat te Drachten (postbus 277, 9200 AG),

tegen

de Coƶperatieve Rabobank Noord-Groningen U.A., gevestigd en kantoorhoudende te 9980 AA Uithuizen,

verweerster, gemachtigde mr. G. Ham, advocaat te Groningen (postbus 1100, 9701 BC).

P R O C E S G A N G

Van verzoeker, ook te noemen [verzoeker], is op 6 februari 2004 een verzoekschrift ter griffie binnengekomen strekkende tot het bepalen van een voorlopig getuigenverhoor. Aan het verzoekschrift waren producties gehecht.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 februari 2004, nadat gerekwestreerde, ook te noemen de Rabobank, desgevraagd te kennen had gegeven bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek.

Bij de behandelingen waren aanwezig [verzoeker], bijgestaan door zijn gemachtigde, en de gemachtigde van de Rabobank. Laatstgenoemde heeft de bezwaren tegen inwilliging van het verzoek uiteengezet en de gemachtigde van [verzoeker] heeft diens standpunt nader toegelicht.

De kantonrechter heeft bepaald op vrijdag 20 februari 2004 een beschikking te zullen geven.

O V E R W E G I N G E N

1. De Rabobank heeft op 9 februari 2004 een verzoekschrift ter griffie van deze rechtbank, sector kanton, ingediend dat ertoe strekt de arbeidsovereenkomst tussen haar en [verzoeker] te ontbinden met ingang van 1 april 2004. [verzoeker] wenst dat voorafgaande aan de behandeling van het verzoekschrift een getuigenverhoor m.b.t. de feiten omschreven onder punt 15 van zijn verzoekschrift wordt bevolen. Ter zitting heeft hij gesteld, dat de behandeling van een ontbindingsverzoek

ex art. 7 : 685 BW zorgvuldig moet gebeuren, maar dat in het kader van een ontbindingsprocedure meestal geen getuigen worden gehoord en dat hij daarom deze voor de behandeling van het ontbindingsverzoek wenst te horen.

2. De Rabobank heeft gemotiveerd aangevoerd dat op grond van de aard van de ontbindingsprocedure het verzoek moet worden afgewezen. Voor zover voor de beslissing van belang zal de kantonrechter op haar verweren ingaan.

Beoordeling.

3. a. Ingevolge artikel 284 Rv. lid 1 geldt als hoofdregel, dat het gehele wettelijke bewijsrecht zoals neergelegd in afdeling 9 van titel 2 (de artikelen149-207 Rv) van overeenkomstige toepassing is op de verzoekschriftprocedure. De aard van de zaak, zo blijkt uit het slot van artikel 284 lid 1, kan zich tegen overeenkomstige toepassing verzetten.

b. De spoedeisendheid van een zaak kan aan toepassing van de bewijsrechtelijke voorschriften in de weg staan. Procedures betreffende ontbinding van een arbeidsovereenkomst zijn uit hun aard spoedeisend en de rechter beslist daarin zonder aan de wettelijke bewijsregels gebonden te zijn. De aard van die procedures verzet zich tegen overeenkomstige toepassing van artikel 186 Rv.

-2-

De kantonrechter zal het verzoek daarom afwijzen.

4. Nu de Rabobank niet heeft aangedrongen op een kostenveroordeling van [verzoeker] zal de kantonrechter deze niet uitspreken.

B E S L I S S I N G

De kantonrechter:

Wijst het verzoek af

Deze beschikking is gegeven door mr. mr. M.M. Overes-Hulst, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 februari 2004 in aanwezigheid van de griffier.