Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2004:AO1675

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
08-01-2004
Datum publicatie
20-04-2004
Zaaknummer
AWB 02/1196 ZFW STRA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Komen reiskosten veroorzaakt door weekendsluiting van behandelend instelling voor vergoeding in aanmerking op grond van het Besluit ziekenvervoer?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

SECTOR BESTUURSRECHT

ENKELVOUDIGE KAMER

Reg.nr.: AWB 02/1196 ZFW STRA

UITSPRAAK

in het geschil tussen

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

en

OWM Geové zorgverzekeraar U.A., verweerder.

1. ONDERWERP VAN GESCHIL

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 november 2002.

In dit (bestreden) besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 23 mei 2002, waarbij geweigerd is reiskosten in verband met weekendverlof te vergoeden, ongegrond verklaard.

2. ZITTING

Het geschil is behandeld op de zitting van 8 januari 2004.

Eiseres is aldaar in persoon verschenen.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door C.G.M. Bosma.

3. BEOORDELING VAN HET GESCHIL

Feiten en standpunten van partijen

Eiseres is door haar behandelaar in het […] Ziekenhuis te Winschoten doorverwezen voor een behandeling in het […] Ziekenhuis, afdeling […] te Utrecht. Eiseres is aldaar van 18 maart 2002 tot en met 12 april 2002 ter observatie opgenomen geweest, waarna de behandeling heeft plaatsgevonden in de periode 27 mei 2002 tot en met 21 november 2002.

Eiseres heeft verweerder gevraagd door haar in de weekenden gemaakte vervoerskosten van en naar Utrecht te vergoeden.

Bij besluit van 23 mei 2002 heeft verweerder dit verzoek afgewezen, onder de overweging dat reiskosten in verband met weekendverlof op grond van het bepaalde in artikel 8 van het Besluit ziekenvervoer ziekenfondsverzekering 1980 niet voor vergoeding in aanmerking komen.

Tegen dit besluit heeft eiseres op 25 mei 2002 bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft bij brief van 1 oktober 2002 advies gevraagd aan het College voor zorgverzekeringen (CVZ), hetgeen is voorgeschreven in artikel 74, eerste lid, van de Ziekenfondswet (Zfw). Het CVZ heeft bij brief van 21 november 2002 geadviseerd de aanvraag af te wijzen. Bij het bestreden besluit heeft verweerder, onder meer op basis van dit advies, het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres is van dit besluit in beroep gekomen en heeft daartoe aangevoerd dat zij op doktersadvies voor een behandeling van een half jaar is opgenomen in het [….] Ziekenhuis in Utrecht. Aangezien de afdeling waar eiseres verbeef de deuren in de weekeinden sluit, was zij gedwongen elke week van en naar huis te reizen. Eiseres heeft ter zitting benadrukt dat zij daarin geen keuze had. Eiseres is van mening dat van een weekendverlof als bedoeld in de artikel 8 van het Besluit ziekenvervoer ziekenfondsverzekering 1980 (hierna: Besluit ziekenvervoer) geen sprake zijn, nu verlof een keuzemogelijkheid impliceert.

Eiseres heeft verder aangegeven dat haar medepatiënten op dezelfde afdeling in het ziekenhuis in Utrecht wel een reiskostenvergoeding hebben toegewezen gekregen, zodat sprake is van ongelijkheid. Dit klemt volgens eiseres te meer, nu zij gelet op haar handicap niet makkelijk van verzekeraar kan wisselen.

Verweerder is van mening dat vervoerskosten, als dit vervoer verband houdt met weekend- of vakantieverlof, slechts voor vergoeding in aanmerking komt, indien dit verlof een therapeutisch noodzakelijk onderdeel van de behandeling is. Het gegeven dat een instelling in de weekenden haar deuren sluit maakt dit volgens verweerder niet anders.

Wettelijk kader

Ingevolge artikel 8, tweede en derde lid, van de Zfw juncto de artikelen 2 en 16 van het Verstrekkingenbesluit Ziekenfondsverzekering (hierna: Verstrekkingenbesluit) heeft een verzekerde onder bepaalde voorwaarden aanspraak op vergoeding voor ziekenvervoer per auto, dan wel per openbaar vervoer.

Ingevolge artikel 2a van het Verstrekkingenbesluit kan de aanspraak op een verstrekking slechts tot gelding worden gebracht voor zover de verzekerde, gelet op zijn behoefte en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening, redelijkerwijs daarop naar aard, inhoud en omvang is aangewezen.

Ingevolge artikel 1, tweede lid, van het Besluit ziekenvervoer omvat het vervoer per auto tevens (in aansluiting op hetgeen is bepaald in het eerste lid) het vervoer van de verzekerde:

a. naar een instelling waarin hij ten laste van de bijzondere ziektekostenverzekering als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten gaat verblijven;

(…)

c. naar een instelling, psychiater of zenuwarts voor behandeling ten laste van de bijzondere ziektekostenverzekering van een psychiatrische aandoening;

d. naar zijn woning, indien hij komt van een van de onder a of c genoemde personen of instellingen;

e. naar een andere woning, indien hij in zijn woning redelijkerwijze niet de nodige verzorging kan krijgen, indien hij komt van een van de onder a of c genoemde personen of inrichtingen.

Ingevolge artikel 2 van het Besluit ziekenvervoer heeft de verzekerde recht op vervoer per auto, indien zulks volgens een schriftelijke verklaring van de behandelende arts voor één van de in artikel 1 genoemde doeleinden medisch noodzakelijk is.

Ingevolge artikel 8 van het Besluit ziekenvervoer komen vervoer per auto en vergoeding van kosten als bedoeld in artikel 3 niet voor rekening van een ziekenfonds, indien het vervoer verband houdt met weekend- of vakantieverlof.

Overwegingen van de rechtbank

De rechtbank dient te beoordelen of verweerder de aanvraag van eiseres om vergoeding van reiskosten op goede gronden heeft afgewezen.

Gelet op het geschil zoals dat aan de rechtbank is voorgelegd, is de eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden de vraag of, nu eiseres als gevolg van het sluiten van de afdeling in de weekenden elke keuzemogelijkheid is ontnomen, wel gesproken kan worden van een weekendverlof als bedoeld in artikel 8 van het Besluit ziekenvervoer.

De rechtbank is van oordeel dat het begrip weekendverlof te ruim wordt uitgelegd indien er in alle gevallen van zou worden uitgegaan dat, als sprake is geweest van vervoer van in instellingen verblijvende verzekerden die tijdens de weekenden naar huis gaan en na afloop daarvan weer naar de instelling terugkeren, sprake is geweest van een weekendverlof in de zin van artikel 8 van het Besluit ziekenvervoer. Het begrip weekendverlof impliceert immers dat er ook weekenden zijn waarin geen verlof wordt genoten en behandelingen plaatsvinden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat, indien in de weekenden in het geheel geen behandelingen plaatsvinden, van verlof in de weekenden evenmin sprake kan zijn. In een geval als het onderhavige, is veeleer sprake van afzonderlijke behandelingen, welke behandelingen duren van maandag tot en met vrijdag.

Omdat de reiskosten van eiseres geen verband houden met weekendverlof, heeft verweerder de aanvraag van eiseres ten onrechte op grond van artikel 8 van het Besluit ziekenvervoer afgewezen. Het beroep dient om die reden gegrond te worden verklaard. Het bestreden besluit zal worden vernietigd, nu het in strijd met artikel 8 van het Besluit ziekenvervoer is genomen.

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, behoeven de overige gronden geen bespreking.

Nu het beroep gegrond wordt verklaard, dient ingevolge artikel 8:74, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tevens te worden bepaald dat het door eiseres betaalde griffierecht ad € 29,00 door verweerder aan eiseres wordt vergoed.

4. BESLISSING

De Rechtbank Groningen,

RECHT DOENDE,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder eiseres het betaalde griffierecht ad € 29,00 dient te vergoeden.

Aldus gegeven door mr. P.W. van Straalen, rechter, en in het openbaar door hem uitgesproken op 8 januari 2004 in tegenwoordigheid van H. Siebers als griffier.

De griffier, De rechter,

De rechtbank wijst er op dat partijen en andere belanghebbenden binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen hoger beroep kunnen instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA in Utrecht.

Afschrift verzonden op:

typ: