Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2003:AI0645

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
10-07-2003
Datum publicatie
30-07-2003
Zaaknummer
66105 KG ZA03-232
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding tegen Stichting Woonstade Hoogkerk Noorddijk. De eiseres verzoekt de voorzieningenrechter de stichting te verbieden binnen een afstand van 3 meter van haar woning te bouwen.

De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

DE VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

Reg.nr.: 66105 KG ZA 03-232

Datum uitspraak: 10 juli 2003

V O N N I S

in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [adres],

eiseres,

procureur mr. P.H.F. Yspeert,

en

de STICHTING WOONSTADE HOOGKERK NOORDDIJK, RECHTSOPVOLGER VAN DE VERENIGING WONINGBOUWVERENIGING HOOGKERK,

gevestigd en kantoorhoudende te [postcode] Groningen (Hoogkerk) aan de [adres],

gedaagde,

procureur mr. M.A.P.H. Randag.

PROCESVERLOOP

Eiseres heeft gedaagde doen dagvaarden in kort geding.

De vordering strekt ertoe bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad[ ]

* gedaagde te verbieden binnen een afstand van 3 meter van de zuidelijke zijgevel van de door eiseres bewoonde be[adres eiser] te bouwen, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per (gedeelte van een) dag dat gedaagde het verbod overtreedt;

* gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding.

Op de voor de behandeling bepaalde dag, 10 juli 2003[ ], is eiseres verschenen, vergezeld van

mr. Yspeert.

Namens gedaagde is [naam1] verschenen, vergezeld van mr. Randag.

Voorts zijn aan de zijde van gedaagde [naam2] van Klein Architekten te Groningen en [naam3] van Lidl Nederland GmbH verschenen.

Eiseres heeft conform de dagvaarding voor eis geconcludeerd, waarbij zij producties in het geding heeft gebracht.

Gedaagde heeft verweer gevoerd tegen de vordering en geconcludeerd eiseres hierin niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel deze af te wijzen, met veroordeling van eiseres in de kosten van de procedure.

Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en pleitnotities overgelegd.

Partijen hebben ten slotte vonnis gevraagd.

De uitspraak is bepaald op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Vaststaande feiten:

a. Bij koopovereenkomst van 16 oktober 2001 heeft de inmiddels overleden echtgenoot van eiseres, [echtgenoot], samen met enkele familieleden, een tweetal woningen en bedrijfsterreinen aan de [adres buurpand eiser] en [adres eiser] verkocht aan Lidl Nederland GmbH (hierna: Lidl).

In artikel 5.3 van de koopovereenkomst is bepaald dat eiseres en haar inmiddels overleden echtgenoot het levenslang gebruiksrecht van de woning aan de [adres eiser] hebben.

Op 31 december 2002 heeft de levering plaatsgevonden aan Lidl die bij dezelfde akte de onroerende zaken heeft doorverkocht aan gedaagde.

b. In de tussenliggende tijd zijn (door Klein Architecten te Groningen) bouwplannen ontwikkeld die ertoe leiden dat aan de rechterzijde (zijnde de zuidelijke zijgevel) van de woning van eiseres winkelruimte wordt gerealiseerd met daarboven -tot een hoogte van 8 meter- (senioren)woningen.

c. Lidl heeft eiseres op 14 februari 2002 een brief geschreven met onder meer de volgende inhoud:

"...

Zoals besproken zou ik u een plattegrond toesturen van de schetsmatige planopzet welke tot op heden bekend is en zoals wij met u hebben besproken. Op deze schets heb ik aangegeven dat de uitvoering van de eerste fase tot ongeveer 3 meter vanaf de zijgevel van uw woning blijft. ...

..."

d. In het kader van de inmiddels gestarte bouwwerkzaamheden zijn nieuwe metingen verricht, Daarbij is gebleken dat de woning van eiseres niet op de historische erfgrens staat -zoals op de kadastrale tekeningen die onderdeel hebben gevormd van de koopovereenkomst, staat aangegeven- doch 2 meter uit die erfgrens. Dit heeft tot gevolg dat de afstand tussen het bouwblok en de woning van eiseres niet de verwachte 3 meter doch slechts 1.40 meter is.

2. Wederzijdse standpunten en beoordeling van het geschil:

2.1 Eiseres is van mening dat gedaagde nu zij haar verplichtingen voortvloeiende uit de met eiseres gemaakte afspraak dat er op een afstand van 3 meter van de zuidelijke zijgevel van de woning [ ]

van eiseres zou worden gebouwd, niet nakomt zich onrechtmatig jegens haar gedraagt.

2.2 Gedaagde is de mening toegedaan dat haar geen onrechtmatig gedrag kan worden verweten aangezien de omstandigheid dat de woning van eiseres dichterbij de zijgevel van het bouwblok blijkt te liggen dan aanvankelijk werd gedacht, haar niet kan worden toegerekend.

2.3 Aannemelijk is dat Lidl en gedaagde er op grond van de kadastrale gegevens zoals die bekend waren ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst, van uit zijn gegaan dat de in opdracht van gedaagde te bouwen winkel met (senioren)woningen op een afstand van 3 meter vanaf de zuidelijke zijgevel van de woning van eiseres zou komen. Eiseres is onder die voorwaarde destijds akkoord gegaan met de verkoop van de woning. Vaststaat dat op die afstand een blinde muur zou worden opgetrokken van ongeveer 8 meter hoog.

Uit het verhandelde ter zitting en de in het geding gebrachte stukken -waaronder foto's van het interieur van de woning en de situatie rondom de woning- is gebleken dat eiseres slechts de benedenverdieping van haar woning bewoont en vanuit het zijraam zicht heeft op bosschages die zich op enkele meters afstand van de gevel bevinden.

Het behoeft geen betoog dat door het optrekken van een 8 meter hoge blinde muur op relatief korte afstand van de zijgevel, eiseres aanzienlijk minder lichtinval via het zijraam in haar woonkamer zal krijgen dan thans het geval is. Het zal in dat opzicht echter weinig verschil maken of de litigieuze muur wordt geplaatst op een afstand van ongeveer 3 meter dan wel op een afstand van 1.40 meter.

Gedaagde heeft bovendien voldoende aannemelijk gemaakt dat de omstandigheid dat de kadastrale gegevens waarvan aanvankelijk is uitgegaan, niet overeenkomstig de werkelijke situatie zijn, haar niet kan worden verweten. Van enig onrechtmatig handelen aan de zijde van gedaagde is naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook onvoldoende gebleken.

Nu voorts het belang van eiseres -die hoe dan ook door de bouw van het gehele project in haar woongenot zal worden gestoord- bij het onverkort vasthouden aan de afstand van ongeveer 3 meter naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet opweegt tegen het belang van gedaagde bij het voortzetten van de bouwwerkzaamheden -gelet op alle (financiële) gevolgen die daaraan verbonden zijn- dient de gevraagde voorziening te worden geweigerd.

2.4 De voorzieningenrechter acht -gelet op de aard van dit geding- termen aanwezig de proceskosten te compenseren in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De voorzieningenrechter:

1. weigert de gevraagde voorziening;

2. compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Praktiek, voorzieningenrechter en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.