Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2003:AI0117

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
17-07-2003
Datum publicatie
18-07-2003
Zaaknummer
18/070158-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 07 april 2003 in de gemeente Groningen door bedreiging met geweld de directie van de bedrijven Strukton en HSL Bouwcombinatie en andere bedrijven dwong tot de afgifte van 2,300,000 Euro, toebehorende aan die bedrijven. Verdachte heeft een (dreig)brief afgeleverd bij Strukton Railinfra BV gericht aan de directie van die bedrijven, inhoudende dat indien bovengenoemd geldbedrag niet op 7 april 2003 zou worden afgegeven/betaald, er bommen (geplaatst onder/nabij de HSL-spoorlijn) tot ontploffing zouden worden gebracht.

De rechtbank heeft de verdacht hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector strafrecht

parketnummer: 070158-03

datum uitspraak: 17 juli 2003

op tegenspraak

raadsvrouw: mr. Van Hulsel

VONNIS

van de rechtbank te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans preventief gedetineerd in de [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 juli 2003.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat hij op of omstreeks 07 april 2003 in de gemeente Groningen en/of de gemeente Haren, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld de directie en/of een of meer medewerker(s) van het/de bedrijf/bedrijven Strukton en/of Strukton Railinfra B.V. en/of Strukton Betonbouw B.V. en/of HSL Bouwcombinatie en/of één of meer andere (bouw)bedrijven te dwingen tot de afgifte van 2,300,000 Euro, althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan dat/die bedrijf/bedrijven Strukton en/of Strukton Railinfra B.V. en/of Strukton Betonbouw B.V. en/of HSL Bouwcombinatie en/of één of meer andere (bouw)bedrijven in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) een (dreig)brief gestuurd naar/ afgeleverd bij dat/die bedrijf/bedrijven Strukton en/of Strukton Betonbouw BV en/of Strukton Railinfra BV en/of HSL Bouwcombinatie en/of één of meer andere (bouw)bedrijven, gericht aan de directie van dat/die bedrijf/bedrijven, inhoudende dat indien bovengenoemd geldbedrag niet op 7 april 2003 zou worden afgegeven/betaald, er één of meer bommen/explosieven (geplaatst onder/nabij de HSL-spoorlijn) tot ontploffing zouden worden gebracht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

N.N., althans een of meer persoon/personen op of omstreeks 07 april 2003,

althans in april 200, in de gemeente Groningen en/of de gemeente Haren,

althans in Nederland, ter uitvoering van het door die persoon/personen

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld de directie en/of een

of meer medewerker(s) van het/de bedrijf/bedrijven Strukton en/of Strukton

Betonbouw B.V. en/of Strukton Railinfra B.V. en/of HSL bouwcombinatie en/of

één of meer andere (bouw)bedrijven te dwingen tot de afgifte van 2,300,000

Euro, althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die/dat bedrijf/bedrijven Strukton en/of Strukton Betonbouw

B.V. en/of Strukton Railinfra B.V. en/of HSL Bouwcombinatie en/of één of meer

andere (bouw)bedrijven, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die

persoon/personen en/of verdachte, hebbende die N.N., althans die

persoon/personen tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans

alleen, een (dreig)brief gestuurd naar/ afgeleverd bij dat/die

bedrijf/bedrijven Strukton en/of Strukton Railinfra BV en/of Strukton

Betonbouw B.V. en/of HSL Bouwcombinatie en/of één of meer andere

(bouw)bedrijven, gericht aan de directie van dat/die bedrijf/bedrijven,

inhoudende dat indien bovengenoemd geldbedrag niet op 7 april 2003 (op een in

de brief nader aangegeven tijdstip en/of plaats en/of manier) zou worden

afgegeven/betaald, er één of meer bommen/explosieven (geplaatst onder/nabij de

HSL-spoorlijn) tot ontploffing zouden worden gebracht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 07 april

2003, althans in april 2003, in de gemeente Groningen en/of Haren, in elk

geval in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft

verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen daar opzettelijk

- op de in voornoemde brief aangegeven tijd en/of plaats en/of ter herkenning

gekleed in tevoren afgesproken kleding - (daarmee) nabij de Hoornseplas te

verblijven en/of (met het voornemen) een door een ander daar ter plaatse te

brengen tas (met inhoud) in ontvangst te nemen en/of (vervolgens) die tas

(verder) te vervoeren en/of af te leveren bij die N.N., althans die (onbekend

gebleven) opdrachtgever(s), althans persoon/personen;

BEWEZENVERKLARING

Met betrekking tot het tenlastegelegde feit overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte werd op 7 april 2003 aangetroffen op de plaats, zoals die werd geïnstrueerd in de dreigbrief die eerder die dag werd afgeleverd bij Strukton Railinfra BV te Groningen. Verdachte droeg, toen hij werd aangetroffen, de kleding, zoals in die brief was aangegeven.

Daarnaast is door de deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut, op grond van de resultaten van het vergelijkend handschriftonderzoek, geconcludeerd dat het betwiste handschrift op de bladen van de afpersingsbrief met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is geproduceerd door diegene die het vergelijkingshandschrift op de stukken heeft vervaardigd, volgens opgave de verdachte [verdachte].

De rechtbank grondt haar overtuiging mede op het feit dat verdachte werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van de HSL-spoorlijn en zich heeft kunnen voorzien van informatie die, ook blijkens zijn eigen verklaring ter terechtzitting, bij de bouw van de HSL-spoorlijn voorhanden was. Bovendien zijn er voor het door hem gevoerde verweer, dat hij slechts bij toeval bij deze zaak is betrokken nadat hij op 3 april 2003 op het centraal station te Groningen was aangesproken door een onbekende persoon, die aan verdachte verzocht zou hebben om op de plaats die in de brief werd genoemd, een tas met inhoud in ontvangst te nemen, geen aanknopingspunten, terwijl dit verweer ook overigens niet aannemelijk is geworden. Voorts wordt het verweer van verdachte dat hij de bewuste dreigbrief niet heeft geschreven, weerlegd door bovengenoemd deskundigen onderzoek.

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 07 april 2003 in de gemeente Groningen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen

misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen

door bedreiging met geweld de directie van de bedrijven Strukton en

HSL Bouwcombinatie en andere bedrijven te dwingen tot de afgifte

van 2,300,000 Euro, toebehorende aan die bedrijven Strukton

en/of HSL Bouwcombinatie en/of andere bedrijven,

hebbende verdachte een (dreig)brief afgeleverd bij Strukton Railinfra BV

gericht aan de directie van die bedrijven, inhoudende dat indien bovengenoemd

geldbedrag niet op 7 april 2003 zou worden afgegeven/betaald, er

bommen (geplaatst onder/nabij de HSL-spoorlijn) tot ontploffing

zouden worden gebracht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

KWALIFICATIE

Hetgeen de rechtbank als bewezen heeft aangenomen levert het volgende strafbare feit op:

Poging tot afpersing.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Ten aanzien van de strafbaarheid van de verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 12 juni 2003, opgemaakt door [psycholoog], klinisch psycholoog NIP.

De conclusie van dat rapport luidt, zakelijk weergegeven, dat het ten laste gelegde- en bewezen verklaarde aan verdachte volledig kan worden toegerekend. De rechtbank kan zich met deze conclusie verenigen en neemt deze over.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

MOTIVERING STRAF

Bij de bepaling van de straf, die aan de verdachte zal worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met:

a) - de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de vordering van de officier van justitie;

b) de persoon van de verdachte, zoals naar voren gekomen uit:

- het onderzoek op de terechtzitting d.d. 3 juli 2003;

- de inhoud van een uittreksel uit het algemeen documentatieregister omtrent verdachte d.d. 9 april 2003. Hieruit blijkt dat de verdachte reeds eerder is veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten;

- het over de verdachte door het Leger des Heils te Groningen uitgebrachte voorlichtingsrapport d.d. 20 juni 2003;

- het over de verdachte door [psychiater], psychiater te Groningen uitgebrachte voorlichtingsbrief d.d. 11 april 2003;

- voormelde psychologische onderzoeksrapportage d.d. 12 juni 2003;

Vrijheidsstraf

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur moet worden opgelegd.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft een zeer ernstig feit gepleegd. De bedreigingen die hij in zijn dreigbrief heeft geuit zijn als zeer serieus opgevat. Door het Ministerie van Binnenlandse zaken is naar aanleiding hiervan daadwerkelijk besloten om een crisisteam in te stellen.

Verdachte heeft grote onrust en gevoelens van onveiligheid bij de direct betrokkenen veroorzaakt. Tevens zou hij, indien zijn dreigementen in de openbaarheid zouden zijn gekomen, grote maatschappelijk onrust en een aanzienlijke schade hebben kunnen veroorzaken.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 45 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierboven is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

Verklaart het primair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van EENENTWINTIG MAANDEN.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd, die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. Dolfing, voorzitter, Depping en Tromp-Werkema, in tegenwoordigheid van Tholen, als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juli 2003.

Mr. Tromp-Werkema was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Parketnummer: 070158-03

[verdachte]