Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2003:AH9006

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
27-06-2003
Datum publicatie
01-07-2003
Zaaknummer
65710 / KG ZA 03-203
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Noodopvang die eiseres aan gedaagden biedt, waaronder huisvesting, betreft een natuurlijke verbintenis, hetgeen inhoudt dat deze opvang rechtens niet afdwingbaar is. Gedaagden zijn hierop bij hun komst in het Heijmanshuis ook gewezen. Eiseres is per 1 juli 2003 feitelijk niet meer in staat de opvang voort te zetten.

De vordering tot ontruiming wordt dan ook toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

DE VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

Reg.nr.: 65710 / KG ZA 03-203

Datum uitspraak: vrijdag 27 juni 2003

V O N N I S

in de zaak van:

stichting NOODHULP DAKLOZE VREEMDELINGEN GRONINGEN,

gevestigd te Groningen,

e i s e r e s,

procureur mr. B.M.B. Gruppen,

advocaat mr. P. Koerts,

en

Gedaagden sub 1 t/m 28

allen verblijvende in het Heijmanshuis aan de Kochstraat 61 te Groningen,

g e d a a g d e n,

gedaagden sub 2, 3, 4, 5, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27 en 28 niet verschenen,

advocaat van gedaagden sub 1, 6, 7, 8, 9, 19 en 20: mr. W. Spijkstra.

PROCESVERLOOP

Eiseres heeft gedaagden doen dagvaarden in kort geding.

De vordering strekt ertoe gedaagden bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. te gelasten uiterlijk op 30 juni 2003 het Heijmanshuis aan de Kochstraat 61 te Groningen te verlaten en te ontruimen met medeneming van alle personen en goederen die zich door of vanwege gedaagden in en bij het pand bevinden met machtiging van eiseres om, indien gedaagden met deze ontruiming in gebreke mochten blijven, deze ontruiming te doen bewerkstelligen met tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder en desnoods met tussenkomst van de sterke arm van politie en justitie op kosten van gedaagden;

2. te veroordelen in de kosten van het geding.

Op de voor de behandeling bepaalde dag, 19 juni 2003, is namens eiseres verschenen de heer [B.], bestuurslid van eiseres, vergezeld van de advocaat mr. Koerts, voornoemd. Voorts zijn van de zijde van eiseres verschenen de heren [O.] en [N.], leden van de trajectbegeleidingsgroep.

Gedaagden sub 6, 7, 8, 9, 19 en 20 zijn verschenen, vergezeld van mr. Spijkstra. Mr. Spijkstra is voorts verschenen voor gedaagde sub 1. De overige gedaagden zijn niet verschenen. Daarnaast is verschenen [A.] van de werkgroep Vluchtelingen Vrij als informant.

Nadat de voorzieningenrechter heeft geconstateerd dat de niet verschenen gedaagden tijdig en op de juiste wijze zijn opgeroepen en eiseres om verstekverlening heeft gevraagd is tegen de niet verschenen gedaagden verstek verleend.

Eiseres heeft conform de dagvaarding voor eis geconcludeerd, waarbij zij producties in het geding heeft gebracht. Gedaagden hebben ter zitting verweer gevoerd tegen de vordering en geconcludeerd deze af te wijzen, kosten rechtens.

Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en pleitnotities overgelegd.

Partijen hebben ten slotte vonnis gevraagd.

De uitspraak is bepaald op vrijdag 27 juni 2003.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Vaststaande feiten:

1.1 Eiseres stelt zich krachtens de statuten ten doel noodopvang te organiseren voor dakloze vreemdelingen die geen aanspraak meer kunnen maken op opvang van overheidswege. Krachtens een bruikleencontract, gesloten met de vennootschap CareX B.V. te Groningen, heeft eiseres de beschikking gekregen over het Heijmanshuis aan de Kochstraat 61 te Groningen. Nijestee te Groningen is thans eigenaar van het pand.

1.2 Overeenkomstig haar doelstelling verleent eiseres in het Heijmanshuis sedert april 2001 opvang aan vreemdelingen die aan bepaalde criteria voldoen. Deze opvang bestaat uit het ter beschikking stellen van woonruimte, voedsel en kleding en het begeleiden van de vreemdelingen. Hier staat tegenover dat de vreemdelingen zich aan bepaalde huisregels dienen te houden. In deze regels, welke bij aankomst aan de vreemdelingen worden verstrekt, is opgenomen dat de vreemdelingen als gast in het Heijmanshuis verblijven en geen enkele aanspraak kunnen maken op woongenot en/of woonbescherming.

1.3 CareX B.V. heeft bij brief van 24 maart 2003 aan eiseres de bruikleenovereenkomst per 1 juli 2003 beëindigd en verzocht het pand te ontruimen per genoemde datum.

1.4 Eiseres heeft op 27 maart 2003 zowel mondeling als schriftelijk gedaagden ervan op de hoogte gesteld dat eiseres het pand per 1 juli 2003 leeg dient op te leveren. De bewoners is verzocht om uiterlijk per 1 mei 2003 het pand te verlaten. Alle gedaagden hebben niet voldaan aan dit verzoek en verblijven nog in het Heijmanshuis.

2. Standpunt eiseres

CareX B.V. heeft de bruikleenovereenkomst opgezegd in verband met de sloop van het gebouw om plaats te maken voor nieuwbouw. Gedaagden handelen onrechtmatig door te weigeren het opvanghuis te verlaten. Eiseres dreigt het pand per 1 juli aanstaande niet aan CareX B.V. te kunnen opleveren, als gevolg waarvan zij schadeplichtig wordt. Daarnaast beschikt eiseres niet langer over de financiële middelen. De opvang werd gefinancierd uit een (incidentele) subsidie van de gemeente Groningen, welke subsidie is komen te vervallen. Ook ontbreekt het aan menskracht om de opvang te kunnen realiseren. Gezien de aanstaande sluiting van het Heijmanshuis hebben de vrijwilligers die de opvang verzorgen inmiddels elders activiteiten op zich genomen. De opvang van vreemdelingen vormt bovendien niet een in rechte afdwingbare verbintenis, maar hooguit een natuurlijke verbintenis. Tot slot voldoet een groot deel van de gedaagden niet langer aan de criteria krachtens welke gedaagden in eerste instantie aanspraak konden maken op de opvang in het Heijmanshuis.

3. Standpunt gedaagden

3.1 In de onderhavige zaak is geen sprake van een spoedeisend belang. Het Heijmanshuis wordt immers niet voor het einde van het jaar gesloopt.

3.2 Eiseres heeft gezien haar statuten en huishoudelijk reglement de morele verplichting gedaagden opvang te verschaffen. Inmiddels is bekend dat door de gemeente Groningen en de Stichting Inlia vervangende noodopvang gerealiseerd wordt in het Formule-hotel-1 te Groningen. Daartoe zal een nieuwe stichting worden opgericht. Van de thans in het Heijmanshuis verblijvende personen voldoet volgens de gemeente een groot deel aan de criteria om aldaar opgevangen te worden. Veertien mensen voldoen volgens de gemeente niet aan de gestelde criteria, maar zij voldoen ook niet aan de criteria die eiseres hanteert voor de opvang in het Heijmanshuis. Zolang geen duidelijkheid bestaat over de vraag wie van de bewoners van het Heijmanshuis tot de nieuwe noodopvang zullen worden toegelaten dient eiseres de opvang te verzorgen. De sloop zal pas eind dit jaar plaatsvinden. Tot die tijd mogen studenten in het Heijmanshuis wonen. Het is onterecht dat vluchtelingen moeten wijken voor studenten; studenten zijn immers zelf capabel genoeg om woonruimte te vinden, terwijl gedaagden nergens terecht kunnen. Het bestuur van de noodopvang in het Heijmanshuis is ook weer betrokken bij de nieuwe noodopvang. Tot slot is van belang dat Nijestee de werkgroep Vluchtelingen Vrij heeft toegezegd dat wat Nijestee betreft gedaagden tot de winter mogen blijven.

Gelet op het voorgaande kan de vordering niet worden toegewezen.

4. Beoordeling van het geschil:

4.1 Met betrekking tot de niet verschenen gedaagden overweegt de voorzieningenrechter dat de vordering van eiseres haar op grond van het verhandelde ter zitting en de in het geding gebrachte stukken noch onrechtmatig noch ongegrond voorkomt, zodat deze ten aanzien van voornoemde gedaagden voor toewijzing gereed ligt.

4.2 Met betrekking tot de verschenen gedaagden overweegt de voorzieningenrechter zoals hierna in de rechtsoverwegingen 4.3 tot en met 4.8 is weergegeven. Waar in voornoemde rechtsoverwegingen van gedaagden wordt gesproken wordt derhalve alleen gedoeld op de verschenen gedaagden.

4.3 De voorzieningenrechter is van oordeel dat er voldoende spoedeisend belang is bij de gevraagde voorziening, nu eiseres is geconfronteerd met een opzegging van de bruikleenovereenkomst door haar contractspartner CareX B.V. met ingang van 1 juli 2003 en eiseres bovendien gesteld heeft dat zij geen subsidie meer krijgt om de opvang te kunnen bekostigen en dat het haar ontbreekt aan mankracht.

4.4 Met betrekking tot de vraag of gedaagden het Heijmanshuis dienen te ontruimen wordt in de eerste plaats overwogen dat de noodopvang die eiseres aan gedaagden biedt, waaronder huisvesting, een natuurlijke verbintenis betreft, hetgeen inhoudt dat deze opvang rechtens niet afdwingbaar is. Gedaagden zijn hierop bij hun komst in het Heijmanshuis ook gewezen blijkens de overgelegde huisregels.

Voorts wordt vastgesteld dat door gedaagden niet weersproken is dat CareX B.V. aan eiseres de bruikleenovereenkomst met ingang van 1 juli 2003 heeft opgezegd en eiseres heeft verzocht het pand te ontruimen, dat de subsidie van de gemeente aan eiseres is stopgezet en dat er niet meer voldoende menskracht is voor de begeleiding van gedaagden. Gelet op deze omstandigheden is eiseres per 1 juli 2003 feitelijk niet meer in staat is de opvang voort te zetten.

4.5 Naar aanleiding van de stelling van gedaagden dat het niet zo kan zijn dat - nu de sloop voorlopig niet zal plaatsvinden - studenten de plaats kunnen innemen van gedaagden, wordt overwogen dat dit niet aan eiseres kan worden verweten. Immers zoals hiervoor is overwogen kan eiseres op grond van diverse omstandigheden feitelijk geen opvang meer verzorgen en is het Nijestee dan wel CareX B.V. die nu de sloop is uitgesteld blijkbaar tijdelijke opvang voor studenten op het oog heeft.

4.6 Dat door een medewerker van Nijestee naar gedaagden hebben gesteld aan hen is toegezegd dat zij kunnen blijven in het Heijmanshuis is niet met bewijzen gestaafd. Ook is niet duidelijk - zo deze toezegging al zou zijn gedaan - of deze toezegging zo moet worden opgevat dat gedaagden wat Nijestee betreft ook kunnen blijven zonder de tussenkomst van eiseres. Aan deze stelling zal de voorzieningenrechter daarom voorbijgaan.

4.7 Gedaagden hebben tenslotte aangevoerd dat het bestuur van eiseres ook betrokken is bij de nieuw op te richten stichting. Wat hiervan juridisch gezien de consequentie is, is door gedaagden niet nader onderbouwd. Voorzover gedaagden hebben willen betogen dat de nieuwe stichting als rechtsopvolger dient te worden beschouwd van eiseres en de nieuwe stichting daarom verplicht is hen op te vangen wordt overwogen dat er geen aanwijzingen voor zijn dat de nieuw op te richten stichting als rechtsopvolger dient te worden aangemerkt. De toetsing aan criteria die door die door de nieuwe stichting in oprichting zijn opgesteld kan in deze procedure dan ook niet aan de orde zijn. Nog daargelaten dat zoals hierboven is overwogen de opvang in rechte niet van eiseres afdwingbaar is en deze derhalve ook niet afdwingbaar kan zijn van een eventuele rechtsopvolger.

4.8 Het voorgaande overziend komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de vordering van eiseres dient te worden toegewezen. Eiseres wordt gemachtigd om, indien gedaagden met deze ontruiming in gebreke mochten blijven, deze ontruiming te doen bewerkstelligen met tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder en desnoods met tussenkomst van de sterke arm van politie en justitie op kosten van gedaagden.

4.9 Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

BESLISSING

De voorzieningenrechter:

1. gelast gedaagden uiterlijk 72 uur na betekening van dit vonnis het Heijmanshuis aan de Kochstraat 61 te Groningen te verlaten en te ontruimen met medeneming van alle personen en goederen die zich door of vanwege gedaagden in en bij het pand bevinden met machtiging van eiseres om, indien gedaagden met deze ontruiming in gebreke mochten blijven, deze ontruiming te doen bewerkstelligen met tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder en desnoods met tussenkomst van de sterke arm van politie en justitie op kosten van gedaagden;

2. veroordeelt gedaagden in de kosten van de procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van eiseres begroot op € 273,20 aan verschotten eventueel vermeerderd met de niet voor verrekening vatbare omzetbelasting en op € 703,- aan salaris van de procureur;

3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Griffioen, voorzieningenrechter, en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van vrijdag 27 juni 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.

lm