Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2003:AF7546

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
17-04-2003
Datum publicatie
18-04-2003
Zaaknummer
64293 KG ZA 03-103
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

DE VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

Reg.nr.: 64293 KG ZA 03-103

Datum uitspraak: 17 april 2003

V O N N I S

in de zaak van:

1. [eiser sub 1],

wonende te [woonplaats] aan de [adres],

2. de ROOMS KATHOLIEKE SINT MARTINUS PAROCHIE,

gevestigd te Groningen aan de Radesingel 4,

eisers,

procureur mr. J.A. Bal,

en

[gedaagde],

wonende te [woonplaats] aan de [adres],

gedaagde.

PROCESVERLOOP

Eisers hebben gedaagde doen dagvaarden in kort geding.

De vordering strekt ertoe bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

* gedaagde te verbieden om gedurende een periode van twee jaar na betekening van het in dezen te wijzen vonnis:

1) zich te bevinden dan wel op te houden in de directe omgeving van de pastorie en de Sint Jozef-kathedraal van de Sint Martinus Parochie te Groningen, welk gebied wordt begrensd door de Radebinnensingel, de Trompstraat, de Radesingel en de Verlengde Oosterstraat tot aan de Oosterbrug;

2) kerkdiensten bij te wonen waarin eiser sub 1 voorgaat;

3) contact te zoeken met eiser sub 1 of te onderhouden waaronder begrepen (doch niet uitsluitend): het (doen) telefoneren met eiser sub 1 rechtstreeks dan wel via de telefooncentrale van de pastorie aan de [adres] te Groningen, alsmede van het woonadres van eiser sub 1 en via de telefooncentrale van enig lid van het parochiebestuur;

4) het (doen) corresponderen met eiser sub 1 rechtstreeks of indirect via (het bestuur van) de Sint Martinusparochie te Groningen;

* een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,-- voor elke overtreding van de hiervoor gegeven geboden met dien verstande dat, indien gedaagde in gebreke blijft binnen 24 uur na aanmaning de dwangsom te voldoen, hij wordt gegijzeld onder door de voorzieningenrechter te stellen voorwaarden;

* gedaagde te veroordelen in de kosten van het geding.

De zaak is voor het eerst behandeld op 8 april 2003. Gedaagde is toen niet verschenen en tegen hem is verstek verleend. Gedaagde heeft het verstek evenwel gezuiverd, waarna een nieuwe datum voor behandeling is bepaald.

Op de voor de behandeling bepaalde dag, 10 april 2003, is namens eisers eiser sub 1 verschenen, vergezeld van mr. Bal.

Gedaagde is in persoon verschenen.

Eisers hebben conform de dagvaarding voor eis geconcludeerd, waarbij zij producties in het geding hebben gebracht.

Gedaagde heeft verweer gevoerd tegen de vordering en geconcludeerd deze af te wijzen.

Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en namens eisers is een pleitnota overgelegd.

Partijen hebben ten slotte vonnis gevraagd.

De uitspraak is bepaald op 17 april 2003.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Wederzijds standpunten en beoordeling:

1.1 Eisers vorderen een straat- en contactverbod tegen gedaagde op grond van het feit dat gedaagde de diensten in de St. Jozefkathedraal (hierna: de kerk) -waarvan eiser sub 1 plebaan is- verstoort, vernielingen aan de kerk aanricht, inbreekt in de kerk dan wel pogingen daartoe onderneemt en eiser sub 1 alsmede andere personen die werkzaam zijn in de kerk agressief benadert en mishandelt.

Eisers hebben daartoe het volgende aangevoerd. Gedaagde, die al jaren overlast bezorgt door het uiten van obscene teksten en het schreeuwen tijdens de diensten, is zich de laatste maanden steeds agressiever gaan gedragen. Zo heeft hij zich schuldig gemaakt aan vernielingen, poging tot inbraak en huisvredebreuk terzake waarvan eisers aangifte hebben in januari 2003 en in maart 2003. Voorts heeft gedaagde met de koster gevochten en heeft hij eiser sub 1 geslagen en belaagd terwijl hij in zijn auto zat.

De regiopolitie Groningen heeft gedaagde per 23 maart 2003 een lokaalverbod met betrekking tot de kerk voor de duur van een jaar opgelegd doch gedaagde legt dat verbod naast zich neer.

Het gedrag van gedaagde is van dien aard dat eiser sub 1 alsmede de andere medewerkers in de kerk hun werkzaamheden niet meer ongehinderd en zonder angst kunnen verrichten. Bovendien maakt gedaagde met zijn gedrag het de kerkbezoekers onmogelijk hun geloof vrij en zonder angst te beleven.

1.2 Gedaagde heeft het door eisers gestelde onrechtmatig handelen niet betwist doch is de mening toegedaan dat hij voor zijn gedrag niet verantwoordelijk kan worden gehouden. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Gedaagde is in zijn jeugd seksueel, lichamelijk en geestelijk mishandeld, onder meer door een pastoor. Dientengevolge is hij ziek geworden. Hij is manisch depressief en verkeert regelmatig in een psychose. Hij heeft teneinde zijn problemen het hoofd te kunnen bieden, hulp gezocht in de kerk en voor God gekozen.

Wanneer hij een vertegenwoordiger van de kerk ziet -zoals een pastoor in diens ambtskledij- voelt hij zich geroepen de kerk ter verantwoording te roepen voor al het onrecht dat de kerk de mensen in het algemeen en kinderen in het bijzonder heeft aangedaan. Hij komt dan in een psychose waarin hij zich God waant en gaat zich ongeremd en vreemd gedragen. Deze psychose en het ten gevolge daarvan ontstane gedrag kunnen hem echter niet worden aangerekend.

Hij is nimmer met de vooropgezette bedoeling naar de kerk gegaan om vernielingen aan te richten dan wel aanwezigen lastig te vallen of te lijf te gaan.

2. Op grond van het verhandelde ter zitting -waar gedaagde het door eisers gestelde onrechtmatig handelen op zich niet heeft bestreden- en de overgelegde stukken -waaronder diverse processen-verbaal van aangifte en een op schrift gesteld lokaalverbod van de regiopolitie- is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat voldoende is gebleken van bedoeld onrechtmatig handelen van gedaagde jegens eisers.

Hoezeer ook begrijpelijk is dat gedaagde worstelt met de traumatische gebeurtenissen uit zijn jeugd, dit rechtvaardigt niet dat hij eisers -die volgens gedaagde aan genoemde gebeurtenissen part noch deel hebben gehad- bestempelt als potentiële daders van toekomstig onrecht en zijn agressie op hen richt.

De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat door het gedrag van gedaagde een onwerkbare situatie in de kerk is ontstaan en dat bezoekers vanwege het ongeremde gedrag van gedaagde hun geloof niet meer vrij en zonder angst in de kerk kunnen beleven.

2.1 Nu gedaagde klaarblijkelijk niet voornemens is dan wel niet in staat is zijn gedrag te staken is er sprake van een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen en is het opleggen van een straatverbod teneinde die dreiging te keren, noodzakelijk.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat gedaagde door dit straatverbod niet in het belijden van zijn geloof zal worden gehinderd nu hij ter zitting heeft aangegeven daartoe ook een andere kerk in de stad Groningen te bezoeken.

Nu voorts aannemelijk is geworden dat gedaagde met zijn gedrag inbreuk pleegt en zal blijven plegen op de persoonlijke levenssfeer van eiser sub 1, is ook het opleggen van een contactverbod op zijn plaats.

Aan beide verboden zal -gelet op de duur en de aard van de overlast en het aantal mensen dat van die overlast hinder ondervindt- een termijn van één jaar worden verbonden.

2.3 Aan de verboden zal een dwangsom worden verbonden die wordt gesteld op € 250,-- per overtreding met een maximum van € 5.000,--.

2.4 Eisers vorderden de gijzeling van gedaagde in het geval hij een verbeurde dwangsom niet binnen 24 uur na aanmaning voldoet.

Toepassing van lijfsdwang betekent beneming van persoonlijke vrijheid. Dit dwangmiddel is een ultimum remedium en kan slechts aan de orde komen als aannemelijk is dat toepassing van een ander dwangmiddel onvoldoende uitkomst biedt. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding dit vergaande executiemiddel te verbinden aan het niet binnen een zo korte termijn voldoen van een verbeurde dwangsom zodat dit onderdeel van de vordering zal worden afgewezen.

2.5 Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

BESLISSING

De voorzieningenrechter:

1. verbiedt gedaagde om gedurende een periode van één jaar na betekening van dit vonnis:

a. zich te bevinden dan wel op te houden in de directe omgeving van de pastorie en de Sint Jozefkathedraal van de Sint Martinus Parochie te Groningen, welk gebied wordt begrensd door de Radebinnensingel, de Trompstraat, de Radesingel en de Verlengde Oosterstraat tot aan de Oosterbrug;

b. kerkdiensten bij te wonen waarin eiser sub 1 voorgaat;

c. contact te zoeken met eiser sub 1 of te onderhouden waaronder begrepen (doch niet uitsluitend): het (doen) telefoneren met eiser sub 1 rechtstreeks dan wel via de telefooncentrale van de pastorie aan de [adres] te Groningen, alsmede van het woonadres van eiser sub 1 en via de telefooncentrale van enig lid van het parochiebestuur;

d. het (doen) corresponderen met eiser sub 1 rechtstreeks of indirect via (het bestuur van) de Sint Martinusparochie te Groningen;

2. veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van een dwangsom groot € 250,-- (tweehonderdvijftig euro) voor iedere overtreding van de hiervoor gegeven verboden, met dien verstande dat maximaal € 5.000,-- (vijfduizend euro) aan dwangsommen verbeurd zal kunnen worden;

3. veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van eisers begroot op € 327,15 aan verschotten en op € 703,-- aan salaris van de procureur;

4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.A. Onnes-Wind, voorzieningenrechter en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.

wjv