Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2002:AE4910

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
28-06-2002
Datum publicatie
04-07-2002
Zaaknummer
59043/KGZA 02-204
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE GRONINGEN

DE VOORZIENINGENRECHTER

Reg.nr.: 59043/KGZA 02-204

V O N N I S

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EMSRENT B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats],

e i s e r e s,

hierna te noemen Emsrent,

procureur mr. D. Kuijken,

en

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

g e d a a g d e,

hierna te noemen [gedaagde],

advocaat mr. A.V. Paardekooper,

procureur mr. H.J. de Groot.

PROCESVERLOOP

Emsrent heeft [gedaagde] doen dagvaarden in kort geding.

De vordering strekt ertoe:

[gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te verbieden (nog langer) de eigenaren van de vakantiehuizen in het Parc Emslandermeer (hierna: het Parc) te benaderen met als doel hen te bewegen met hem c.q. derden een onderhoudscontract etc. aan te gaan in plaats van met Emsrent voor deze vakantiehuizen, op straffe van een dwangsom van € 25.000,- per overtreding, vermeerderd met eenzelfde bedrag per dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

Op de voor de behandeling bepaalde dag, 18 juni 2002, zijn namens Emsrent - vergezeld van de procureur - verschenen [H.], directeur van Emsrent, en [S.].

[gedaagde] is verschenen vergezeld van zijn advocaat mr. A.V. Paardekooper, alsmede mr. J.F.A. de Voldere.

Emsrent heeft ter zitting haar vordering nader toegelicht en deze als volgt gewijzigd:

[gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te verbieden (nog langer) de eigenaren van de vakantiehuizen in het Parc te benaderen met als doel hen te bewegen met hem c.q. derden een onderhoudscontract etc. aan te gaan in plaats van met Emsrent voor deze vakantiehuizen, c.q. een dergelijke overeenkomst met hem aan te gaan op straffe van een dwangsom van € 25.000,- per overtreding, vermeerderd met eenzelfde bedrag per dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

[gedaagde] heeft onder overlegging van een pleitnotitie met producties geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van Emsrent met veroordeling van Emsrent in de kosten.

Voorts is bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging.

Vervolgens zijn partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op elkaars standpunten.

Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd, waarvan de uitspraak nader is vastgesteld op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Vaststaande feiten

a. Emsrent is een dochter van Emslandermeer B.V. die het Parc te Vlagtwedde exploiteert. Eén van de activiteiten van Emsrent is de technische dienst. Zij verricht het onderhoud voor zowel de vakantiewoningen die aan de ondernemingen in eigendom toebehoren als voor andere eigenaren van zich op het Parc bevindende vakantiewoningen die daartoe een contract met haar sluiten.

b. Emsrent heeft op 14 december 2001 aan de eigenaren in het Parc die hun woning via Emsrent verhuren een brief gezonden, waarbij zij de lopende huurbemiddelingsovereenkomsten heeft opgezegd tegen 31 december 2002.

c. [gedaagde] is van 30 mei 1996 tot 1 mei 2002 bij Emsrent in dienst geweest, laatstelijk in de functie van chef technische dienst/meewerkend voorman. Partijen zijn gebrouilleerd uitelkaar gegaan.

d. Tussen partijen is geen concurrentie- of relatiebeding overeengekomen.

e. Bij brief van 16 mei 2002 heeft [gedaagde] de eigenaren van bungalows op het Parc die via Emsrent verhuren aangeschreven en hen daarbij uitgenodigd voor een bespreking op 22 mei 2002 met betrekking tot de nieuwe concept-verhuurovereenkomst van Emsrent en het alternatief van [gedaagde] daarvoor.

f. [gedaagde] heeft tijdens laatstbedoelde bespreking een notitie aan de eigenaren uitgereikt, waarin onder meer een offerte van hem is opgenomen voor het technisch en onderhoudswerk.

g. Bij brief van 31 mei 2002 heeft [gedaagde] wederom de voornoemde eigenaren aangeschreven, waarbij deze opnieuw zijn uitgenodigd voor een bespreking over het conceptcontract van Emsrent en de conceptcontracten van [gedaagde] c.s.

2. Standpunt van Emsrent

2.1 [gedaagde] is zowel door zijn functie als door het feit dat hij woonachtig is in het Parc zeer goed bekend met de eigenaren van de vakantiewoningen. Als (ex-)chef technische dienst/meewerkend voorman kent hij de contracten die Emsrent met eigenaren sluit voor technisch onderhoud en weet hij hoe dit feitelijk wordt uitgewerkt. Voorts kent hij alle klanten van Emsrent waarmee zo'n servicecontract is aangegaan.

2.2 Nog tijdens het dienstverband heeft [gedaagde] aangegeven van plan te zijn alle eigenaren van vakantiewoningen op het Parc aan te schrijven en hen aan te bieden het onderhoud voor zijn rekening te nemen tegen gunstiger voorwaarden dan Emsrent hanteert. Emsrent heeft [gedaagde] voorgehouden dat dit niet was toegestaan.

2.3 Op basis van bestendige jurisprudentie is het voor een ex-werknemer verboden stelselmatig en substantieel actief te werven onder de cliëntèle met een duurzaam karakter van de voormalige werkgever. [gedaagde] maakt zich ten opzichte van Emsrent schuldig aan dit onrechtmatig handelen.

2.4 Bij brief van 16 mei 2002 heeft [gedaagde] (uitsluitend) (alle) klanten van Emsrent aangeschreven. In deze brief wordt een vergelijking gemaakt tussen hetgeen Emsrent beweerdelijk aanbiedt en hetgeen [gedaagde] zou kunnen aanbieden. [gedaagde] is daarmee stelselmatig en substantieel aan het 'uitspannen', waarbij hij gebruik maakt van de vertrouwelijke kennis die hij tijdens zijn dienstverband heeft verkregen omtrent het debiet van Emsrent. Op deze manier tracht [gedaagde] op onrechtmatige wijze de klanten van Emsrent over te halen met hem en zijn partners zaken te doen in plaats van met Emsrent.

2.5 [gedaagde] is vanuit zijn dienstverband ook bekend met al hetgeen samenhangt met de uitvoering van de technische service die Emsrent aan haar klanten aanbiedt. [gedaagde] is bekend met alle prijzen en alle andere gegevens die daarmee samenhangen en heeft daar ook zijn offerte op aangepast. Deze kennis geeft hem ook een voorsprong op willekeurige andere technici. Het hoeft niet te gaan om 'geheime' kennis. Daarnaast laat [gedaagde] niet na hetgeen Emsrent aanbiedt ten onrechte af te kraken.

2.6 Emsrent verwijst naar de dissertatie van mr. Grapperhaus voor wat betreft de criteria voor het geven van een oordeel over het al dan niet onrechtmatig handelen van een ex-werknemer ten opzichte van zijn voormalig werkgever. Grapperhaus noemt het stelselmatig en substantieel actief werven onder de cliëntèle met duurzaam karakter van de voormalig werkgever onrechtmatig. Voor het begrip 'duurzaam karakter' is in het onderhavige geval niet relevant of er op dat moment al dan niet een onderhoudsovereenkomst is tussen Emsrent en de eigenaren. Van belang is dat de desbetreffende vakantiebungalows gelegen zijn op het terrein van het Parc. [gedaagde] gaat net een stap te ver doordat hij de betreffende eigenaren actief benaderd.

3. Standpunt van [gedaagde]

3.1 [gedaagde] is rauwelijks gedagvaard. De vordering dient derhalve te worden afgewezen.

3.2 Door onvrede over de wijze waarop Emsrent uitvoering gaf aan de huurbemiddelingsovereenkomsten hebben een aantal eigenaren van vakantiewoningen deze eenzijdig opgezegd. Deze eigenaren zijn nu vrij in de wijze waarop zij de verhuur en het onderhoud (doet) verricht(en).

3.3 Emsrent heeft geen belang bij haar vordering, nu de betreffende eigenaren ook buiten [gedaagde] om al zijn benaderd. De vordering is achterhaald.

3.4 Emsrent heeft bij brief van 14 december 2001 zelf de nog lopende huurbemiddelings-overeenkomsten opengebroken, zodat de nog via haar verhurende eigenaren per 1 januari 2003 vrij zijn in hun keuze wie het onderhoud aan en de verhuur van hun vakantiewoning mag uitvoeren.

3.5 De handelwijze van [gedaagde] is niet als ongeoorloofde concurrentie van een ex-werknemer te betitelen.

Het beginsel van vrije arbeidskeuze en concurrentievrijheid brengt met zich mee dat het optreden van [gedaagde] als een concurrent van Emsrent aan de hand van de zorgvuldigheidsnormen ex artikel 6:162 BW niet onrechtmatig is te achten. De in acht te nemen zorgvuldigheidsnormen kunnen slechts betrekking hebben op de modaliteit waaronder [gedaagde] Emsrent concurrentie zal gaan aandoen. In dit verband rust op [gedaagde] slechts de zorgvuldigheidsverplichting welke ook voor andere concurrenten geldt. Dat hij klanten probeert te werven in het Parc is - gezien de rechtspraak - niet ongeoorloofd.

3.6 [gedaagde] biedt marktconforme prijzen en dat is niet onrechtmatig. Er is geen sprake van dumpprijzen. [gedaagde] was ook niet bekend met de door Emsrent gehanteerde prijzen. Hij heeft nooit een nota geschreven. Bovendien volgt uit de rechtspraak dat het is toegestaan om aan een voormalige klantenkring een lagere prijs te offreren, waarbij ook de mededeling wordt gedaan dat deze prijs lager is, indien deze mededeling niet onwaar, c.q. misleidend is.

3.7 Voordat [gedaagde] bij Emsrent in dienst kwam heeft hij 6 jaar gewerkt voor de Aegon vakantieparken. Daar heeft hij de scholing en de - niet geheime - kennis van het uitvoeren van onderhoud in de praktijk opgedaan. [gedaagde] heeft algemene kennis, geen specifieke kennis. Als de verf van het huis afbladdert, dient dit geverfd te worden en als er dakpannen afgewaaid zijn moeten deze vervangen worden. Voor onrechtmatig handelen moet het wel gaan om geheime kennis en daarvan is hier geen sprake.

3.8 Er is evenmin sprake van stelselmatig en substantieel actief werven van cliëntèle met een duurzaam karakter van Emsrent. Aan de eigenaren van vakantiebungalows die nog een contractuele verbintenis met Emsrent hebben heeft [gedaagde] zijn diensten aangeboden vanaf 1 januari 2003.

Daarnaast is de cliëntèle van Emsrent niet exclusief. [gedaagde] heeft gebruik gemaakt van een aan hem door de familie [B.] ter hand gesteld adressenbestand van de eigenaren, welk bestand uit het Kadaster is gekregen. [gedaagde] wordt zelf actief benaderd door de eigenaren voor onderhoud van woningen in en buiten het Parc.

4. Beoordeling van het geschil

Rauwelijks dagvaarden

4.1 Nu Emsrent naar eigen zeggen [gedaagde] al tijdens zijn dienstverband te kennen heeft gegeven dat het hem niet is toegestaan de eigenaren van woningen in het Parc te benaderen voor het sluiten van onderhoudscontracten met hem en de aard der zaak spoedeisend is - hetgeen niet ter discussie staat - stond het Emsrent naar het oordeel van de voorzieningenrechter vrij om [gedaagde] in dezen in kort geding te dagvaarden.

Eiswijziging

4.2 De rechtbank wijst het bezwaar van [gedaagde] tegen de wijziging van eis af, waar de strekking van de vordering ongewijzigd is gebleven en [gedaagde] dientengevolge niet onredelijk in zijn verdediging wordt bemoeilijkt.

Ongeoorloofde werknemersconcurrentie

4.3 De kernvraag die ter beantwoording voorligt is of er in het onderhavige geval sprak is van ongeoorloofde werknemersconcurrentie door [gedaagde] als ex-werknemer jegens zijn voormalig werkgever Emsrent.

Daartoe wordt het navolgende overwogen.

In het algemeen is het enkele verwerven van de klantenkring van de voormalig werkgever niet onrechtmatig, maar dit wordt anders indien sprake is van een aantal bijkomende omstandigheden.

Uit vaste rechtspraak te dien aanzien volgt dat een ex-werknemer onrechtmatig handelt indien hij stelselmatig en in substantiële mate het duurzame bedrijfsdebiet van zijn voormalig werkgever afbreekt, wanneer hij daarbij gebruik maakt van de know-how en de goodwill die hij bij diezelfde werkgever heeft verkregen.

Onweersproken gebleven is de stelling van [gedaagde] dat niet alle eigenaren van vakantiewoningen in het Parc een huurbemiddelingsovereenkomst hebben met Emsrent. Deze groep van eigenaren is voor wat betreft de verhuur van hun woning en voor het daaraan te verrichten onderhoud derhalve niet gebonden aan Emsrent. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter behoort deze groep eigenaren niet tot het duurzame bedrijfsdebiet van Emsrent en dient de vordering van Emsrent - gelet op het voorgaande - ten aanzien van deze groep in ieder geval te worden afgewezen.

Emsrent heeft ter gelegenheid van de zitting nog gesteld dat het begrip 'duurzaam' niet zozeer ziet op het feit of er op dat moment al dan niet een huurbemiddelings-/onderhoudsovereenkomst tussen partijen van kracht is, maar dat in het onderhavige geval het duurzaam karakter is gegeven door de omstandigheid dat de vakantiewoningen in het Parc staan.

De voorzieningenrechter kan Emsrent hierin echter niet volgen. Ook uit de jurisprudentie terzake volgt dat het bij duurzaam debiet bij uitstek gaat om contractueel gebonden klanten.

Voorts staat vast dat Emsrent de groep van eigenaren met wie zij nog wel een huurbemiddelingsovereenkomst heeft lopen heeft aangeschreven bij brief van 14 december 2001, waarbij zij deze overeenkomsten heeft opgezegd tegen 31 december 2002. Dit brengt mee dat ook deze groep eigenaren per 1 januari 2003 niet langer contractueel gebonden zijn aan Emsrent voor wat betreft het onderhoud en verhuur van hun vakantiebungalow. Nu [gedaagde] heeft aangegeven eerst per 1 januari 2003 zijn diensten aan te bieden - hetgeen ook te lezen valt in zijn brief van 31 mei 2002 - is voorshands niet gebleken dat in het onderhavige geval is voldaan aan bedoeld criterium van het afbreken van het duurzaam bedrijfsdebiet van Emsrent door [gedaagde].

Met betrekking tot hetgeen Emsrent heeft gesteld omtrent de (vertrouwelijke) kennis die [gedaagde] tijdens zijn dienstverband bij Emsrent heeft opgedaan wordt nog het navolgende overwogen.

Niet betwist is dat [gedaagde] alvorens hij bij Emsrent in dienst kwam zes jaren onderhoudswerkzaamheden heeft verricht bij Aegon vakantieparken; [gedaagde] beschikte derhalve al over de benodigde vakkennis. Een door een werknemer verworven goodwill is een gevolg van zijn persoonlijke eigenschappen. Uit rechtspraak en literatuur daaromtrent volgt dat een werknemer die persoonlijke goodwill vrij mag benutten ook al heeft de werkgever hem gedurende het dienstverband in de gelegenheid gesteld deze te verwerven. Het gebruikmaken van vakkennis - zelfs als deze tijdens het dienstverband met Emsrent zou zijn verkregen, c.q. uitgebouwd - en de persoonlijke goodwill van [gedaagde] bij de eigenaren in het Parc is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter op zich niet als onrechtmatig te kwalificeren. Iedere mededinger handelt immers - kort gezegd - aldus: eigen debiet verwerven ten koste van de concurrent.

Ook de klantenkring van Emsrent is niet exclusief te noemen aangezien iedere willekeurige mededinger in staat is alle eigenaren uit het Parc aan te schrijven ter verwerving van eigen debiet ten koste van dat van Emsrent.

Wat er tenslotte zij van de stelling van Emsrent dat de door [gedaagde] geoffreerde prijzen voor het technisch- en onderhoudswerk het resultaat zijn van de gepretendeerde (doch gemotiveerd weersproken) bekendheid van [gedaagde] met de prijzen die Emsrent dienaangaande hanteerde, het doen van voordelige aanbiedingen is op zichzelf een omstandigheid van ondergeschikt belang in het kader van de vraag of er sprake is van ongeoorloofde werknemersconcurrentie, waarbij de vereisten stelselmatigheid, substantialiteit en duurzaam debiet onverkort van kracht blijven. In het licht van het hiervoor overwogene kan het deswegen door Emsrent aangevoerde haar vordering hoe dan ook niet dragen.

4.4 Emsrent zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit kort geding.

BESLISSING

De voorzieningenrechter:

1. wijst de vordering van Emsrent af;

2. veroordeelt Emsrent in de kosten van de procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op EUR 193 aan verschotten en EUR 703,36 aan salaris van de procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma, voorzieningenrechter, en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juni 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.