Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2002:AE3823

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
06-06-2002
Datum publicatie
07-06-2002
Zaaknummer
58732 / KG ZA 02-171
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

DE VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

Reg.nr.: 58732 / KG ZA 02-171

Datum uitspraak: 6 juni 2002

V O N N I S

in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

hierna te noemen "[eiseres]",

procureur: mr. A.M. ten Have,

tegen

STICHTING FOKUS EXPLOITATIE,

gevestigd te Groningen,

gedaagde,

hierna te noemen: "Fokus",

procureur mr. J.J. van der Molen.

PROCESVERLOOP

[eiseres] heeft Fokus doen dagvaarden in kort geding.

De vordering strekt ertoe Fokus bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te gelasten de gegeven hulp, welke reeds sedert 1993 aan [eiseres] werd verstrekt, te blijven geven tot aan het moment dat tussen partijen een goede oplossing zal zijn gevonden, dan wel dat [eiseres] op eigen wijze een zodanige regeling zal hebben gevonden waardoor zij niet langer afhankelijk zal zijn van Fokus, bij gebreke waarvan Fokus een dwangsom zal worden opgelegd van €E 250,-- per dag, indien zij zich niet zal houden aan de door de voorzieningenrechter gegeven uitspraak.

Op de voor de behandeling bepaalde dag, vrijdag 31 mei 2002, is [eiseres] verschenen, vergezeld van de procureur mr. Ten Have.

Namens Fokus is verschenen haar algemeen directeur, [J.], vergezeld van de procureur mr. Van der Molen.

[eiseres] heeft conform de dagvaarding gevorderd.

Fokus heeft verweer gevoerd tegen de vordering en geconcludeerd deze af te wijzen, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure, uitvoerbaar bij voorraad. Daarbij zijn door Fokus producties en een pleitnota overgelegd.

Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht.

Partijen hebben ten slotte vonnis gevraagd.

De uitspraak is bepaald op 6 juni 2002.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Vaststaande feiten

Fokus is een projectorganisatie en aangewezen instelling voor zogenaamde ADL-assistentie (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) voor een groot aantal clusterprojecten in Nederland, waaronder in Groningen.

Een cluster is een groep woningen die aan zwaar lichamelijk gehandicapten de mogelijkheid biedt tot integratie en zelfstandig wonen in de buurt van niet-gehandicapten. Aldaar zijn ADL-assistenten 24 uur per dag beschikbaar om de gehandicapte bewoners bij te staan bij algemene dagelijkse levensverrichtingen.

Teneinde de kwaliteit en de continuïteit van de ADL-assistentie zeker te stellen heeft Fokus een samenwerkingsovereenkomst gesloten met woningbouwverenigingen - in dezen met Woningcorporatie De Huismeesters - die de door de overheid zwaar gesubsidieerde woningen aan de gehandicapten verhuren.

Om voor een ADL-woning in aanmerking te komen dient de gehandicapte zodanig zelfredzaam te zijn dat, met behulp van maximaal 30 uur ADL-assistentie per week, zelfstandig wonen gerealiseerd kan worden.

[eiseres] is lichamelijk gehandicapt, ten gevolge waarvan zij gebonden is aan een rolstoel en afhankelijk is van hulp van derden.

Vanaf september 1993 is [eiseres] woonachtig in een ADL-woning die onderdeel uitmaakt van een Fokus-project aan de Atensheerd 64 te Groningen. Fokus heeft daar sindsdien aan [eiseres], conform haar ADL-indicatiestelling, ongeveer 30 uren per week ADL-assistentie verleend.

Er is al geruime tijd sprake van conflicten tussen [eiseres] en de ADL-assistenten met betrekking tot de verleende assistentie en - meer in het bijzonder - de wijze waarop zij elkaar bejegenen. Zowel [eiseres] als de ADL-assistenten hebben in verband hiermee meermalen klachten geuit.

Fokus heeft diverse gesprekken met [eiseres] gevoerd teneinde een oplossing voor de gerezen conflicten te bereiken. Verder is [eiseres] door Fokus gewaarschuwd dat de tussen hen gesloten overeenkomst tot het verlenen van ADL-assistentie zou worden opgezegd als zij haar gedrag niet zou aanpassen.

In verband met bedoelde conflicten wordt [eiseres] vanaf november 2000 telkens door twee ADL-assistenten tegelijkertijd geholpen.

De Klachtencommissie Cliënten heeft de door [eiseres] terzake tegen Fokus ingediende klachten bij uitspraak van 21 september 2001 grotendeels ongegrond verklaard.

Hangende de procedure voor de Klachtencommissie Cliënten heeft "mediation" tussen partijen plaatsgevonden zonder dat dit tot enig resultaat heeft geleid.

Fokus heeft [eiseres] op 9 januari 2002 in een gesprek meegedeeld geen goede mogelijkheden meer te zien om de verlening van ADL-assistentie te continueren. Vervolgens heeft Fokus bij brief aan [eiseres] van 17 januari 2002 genoemde overeenkomst tegen 1 juni 2002 opgezegd.

Het ziekteverzuim onder de betrokken ADL-assistenten bedraagt thans ongeveer 17%.

2. Standpunt van [eiseres]

Met de meeste ADL-assistenten heeft [eiseres] een goed contact. Sinds twee a drie jaar heeft [eiseres] echter problemen met een beperkt aantal ADL-assistenten. Deze personen negeren [eiseres] en werken slordig en onhygiënisch. [eiseres] heeft verder te maken gehad met fysiek en psychisch geweld, ongewenste aanrakingen en seksuele intimidatie.

[eiseres] heeft kritiek geuit op de handelwijze van de betreffende personen en zich daarover beklaagd, maar is vanwege een gebrek aan bewijs steeds in het ongelijk gesteld. [eiseres] is steeds bereid geweest om via overleg met Fokus tot een oplossing voor de gerezen problemen te komen, maar Fokus wenst vanwege die kritiek slechts dat de relatie met [eiseres] wordt beëindigd.

De opzegging van de overeenkomst door Fokus, welke opzegging overigens aan de daaraan te stellen formele vereisten voldoet, is in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid, althans met de eisen van redelijkheid en billijkheid, aangezien [eiseres] in geval van beëindiging van de overeenkomst onevenredig wordt benadeeld. [eiseres] zal dan immers moeten vetrekken uit de compleet aangepaste woning die zij via Fokus van de corporatie "De Huismeesters" huurt en alleen nog terecht kunnen in een verpleeghuis. Dit zal weer tot gevolg hebben dat [eiseres] de werkzaamheden die zij gedurende 20 uur per week voor de Rijksuniversiteit Groningen vanuit huis verricht niet meer zal kunnen uitoefenen.

[eiseres] komt weliswaar in aanmerking voor een persoonsgebonden budget (PGB) van 30 uur per week, maar dit is alleen toereikend als er een huisgenoot aanwezig is en vormt voor [eiseres] die alleenstaande is dus geen adequaat alternatief. Bovendien beschikt de Stichting Thuiszorg Groningen niet over voldoende capaciteit om [eiseres] thans de aan het PGB gekoppelde hulp te kunnen verlenen.

3. Standpunt van Fokus

Uit de producties die Fokus heeft overgelegd, in het bijzonder de schriftelijke verklaringen van ADL-assistenten, blijkt dat [eiseres] de assistenten respectloos behandelt, grof en valselijk beschuldigt van onder meer diefstal uit haar woning, uitscheldt, herhaaldelijk het huis uitzet en met leugens tegen elkaar uitspeelt. Verder volgt uit die verklaringen dat zij op een assistent is ingereden met een rolstoel en een assistent heeft geslagen met het juk van een tillift. Genoemde psychologische oorlogsvoering is voor de ADL-assistenten niet meer te verdragen en heeft tot een groot ziekteverzuim geleid.

Fokus heeft er alles aan gedaan om de ADL-assistentie in goede harmonie aan [eiseres] te kunnen blijven verlenen. Er is zorgvuldig geluisterd naar haar klachten. De Klachtencommissie Cliënten vond terzake alleen dat Fokus wachttijden van langer dan 30 minuten moest zien te voorkomen. Aangezien steeds twee ADL-assistenten [eiseres] moeten helpen waardoor de ene op de andere moet wachten alvorens men naar [eiseres] toe kan, zijn wachttijden echter niet altijd te voorkomen.

Fokus heeft [eiseres] meermalen gewaarschuwd, waarna [eiseres] haar gedrag voor korte tijd aanpaste. Vervolgens viel zij steeds weer terug in haar oude gedrag van intimidatie en psychologische oorlogsvoering.

Er is sprake van een onhoudbare situatie die gewichtige redenen oplevert op basis waarvan in redelijkheid van Fokus niet kan worden gevergd dat zij de verlening van ADL-assistentie aan [eiseres] continueert. De ADL-assistenten die niet zijn opgeleid om met complex gedrag als dat van [eiseres] om te gaan, willen [eiseres] niet meer helpen. Fokus heeft als hun werkgever op grond van de arbo-wetgeving de plicht om ziekte onder hen te voorkomen.

Na de opzegging van de overeenkomst heeft [eiseres] nagelaten onderzoek te doen naar alternatieven voor de ADL-assistentie die zij van Fokus ontvangt. Er bestaan daarvoor echter wel degelijk alternatieven. Zo zou [eiseres] na verhuizing elders thuiszorg in kunnen roepen op vaste tijden. Een ander alternatief is een kleine woonvorm van de Stichting Noorderbrug waar 24-uurshulp beschikbaar is. Een derde alternatief is dat [eiseres] in haar huidige "Fokus-woning" blijft wonen. Hoewel het op zichzelf niet de bedoeling is dat een dergelijke woning wordt bewoond door iemand die geen ADL-assistentie van Fokus ontvangt, heeft de corporatie "De Huismeesters" in dit geval daaraan haar medewerking toegezegd.

4. Beoordeling van het geschil

Tot op heden gevormde jurisprudentie leidt ertoe dat de tussen partijen gesloten overeenkomst naar analogie kan worden gezien als een behandelingsovereenkomst in de zin van art. 7:446 BW, welke overeenkomst op grond van het bepaalde in art. 7:460 BW door de hulpverlener alleen in geval van gewichtige redenen kan worden opgezegd. Het gaat in dezen daarom om de vraag of de opzegging van de overeenkomst door Fokus op zodanige redenen is gebaseerd.

Op grond van de door Fokus in het geding gebrachte verklaringen van diverse ADL-assistenten en ook de brieven van de bedrijfsarts aan Fokus d.d. 14 november 2000 en 12 december 2001 - waarin deze zijn bezorgdheid uitspreekt over de schadelijke gevolgen van de conflicten met [eiseres] voor de gezondheidstoestand van de betrokken ADL-assistenten - is voorshands voldoende aannemelijk dat het verlenen van de overeengekomen ADL-assistentie door de houding en het gedrag van [eiseres] bij een aanzienlijk deel van de betrokken assistenten al geruime tijd veel frustraties en grote spanningen oproept als gevolg waarvan voor hen een onwerkbare situatie is ontstaan met alle nadelige gevolgen van dien terzake hun geestelijke en lichamelijke gezondheid. Dit beeld is bevestigd, althans niet ontkracht doordat [eiseres] zelf ter zitting heeft aangegeven dat zij met zes à zeven ADL-assistenten problemen ervaart.

Hierbij komt dat [eiseres] niet, althans onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hetgeen door Fokus is aangevoerd met betrekking tot het gedrag dat [eiseres] gewoonlijk zou vertonen en de gewelddadige incidenten die zich zouden hebben voorgedaan, onjuist is.

Bedoelde situatie brengt naar voorlopig oordeel gewichtige redenen mee als bedoeld in art. 7:460 BW. Nu Fokus de overeenkomst om die redenen heeft opgezegd en dit heeft gedaan met inachtneming van een redelijke termijn is de conclusie dan ook dat de opzegging van de overeenkomst op rechtmatige wijze is geschied en dat Fokus niet onrechtmatig of in strijd met de vereisten van redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld.

Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Hoewel het belang van [eiseres] bij voortzetting van de assistentieverlening groot is te noemen, kan van Fokus gegeven de hiervoor weergegeven vaststaande feiten in redelijkheid niet worden gevergd dat zij de verlening van ADL-assistentie aan [eiseres] voortzet. Dit geldt temeer, daar Fokus binnen haar mogelijkheden veel, zo niet alles heeft geprobeerd gedurende een langere periode om de situatie te normaliseren. Zo heeft Fokus voor de verlening van ADL-assistentie aan [eiseres] gedurende een periode van ongeveer anderhalf jaar twee assistenten ingezet, gesprekken met [eiseres] gevoerd, [eiseres] gewaarschuwd en een "mediation"-procedure gevoerd, zonder dat dit bij [eiseres] tot de vereiste gedragsaanpassing(en) heeft geleid. Bovendien zal [eiseres], zoals onweersproken door Fokus is aangevoerd, na beëindiging van de overeenkomst in haar huidige woning kunnen blijven wonen zodat de nadelige gevolgen die [eiseres] beweerdelijk zou ondervinden als zij die woning zou moeten verlaten, kunnen worden voorkomen.

Uit het voorgaande volgt dat de gevraagde voorziening dient te worden geweigerd. [eiseres] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

BESLISSING

De voorzieningenrechter:

1. weigert de gevraagde voorziening;

2. veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Fokus begroot op €E 193,-- aan verschotten en op €E 703,-- aan salaris van de procureur;

3. verklaart dit vonnis wat betreft de veroordeling onder 2 uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. Flinterman, voorzieningenrechter en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2002, in tegenwoordigheid van de griffier.

ghb