Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2002:AD9406

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
14-02-2002
Datum publicatie
25-07-2002
Zaaknummer
56585 KG ZA 02-29
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

DE VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

Reg.nr.: 56585 KG ZA 02-29

Datum uitspraak: 14 februari 2002

V O N N I S

in de zaak van:

de stichting "STICHTING VAN DER WIJCK-DE KEMPENAER",

statutair gevestigd in de gemeente Slochteren,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

hierna te noemen de Stichting,

procureur mr. A.J. De Boer,

en

1. [gedaagde 1] en

2. [gedaagde 2],

echtelieden, wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

hierna te noemen [gedaagden] dan wel [gedaagde 1] of [gedaagde 2],

procureur mr. H.J. de Groot,

advocaat mr. L.M. Bruins te 's-Gravenhage.

PROCESVERLOOP

De Stichting heeft gedaagden doen dagvaarden in kort geding.

De vordering strekt ertoe - na wijziging - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagden], althans [gedaagde 1], te veroordelen tot afgifte aan de Stichting binnen twee werkdagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, van de volgende stukken en zaken:

a. inventaris- en taxatierapporten van de inboedelgoederen en de bibliotheek,

b. boekhouding van de erflater met inbegrip van alle bankstukken van ná diens overlijden tot en met heden,

c. de in bewaring genomen zaken, waaronder onder meer de zilvercollectie en een antieke gouden beker,

d. de sleutels van het huis te Doorn en van de zich daarin bevindende afsluitbare kasten, een eventuele brandkast daaronder begrepen;

II. [gedaagden] te bevelen om binnen 24 uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, de woning te Doorn aan de [adres] te verlaten en -met overgave van de sleutels en met vermelding van de code van de beveiligingsapparatuur aan de Stichting- niet weer te betreden, anders dan op verzoek van een rechtsgeldig als zodanig optredende vertegenwoordiger van de Stichting;

I. [gedaagden] -hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd- te veroordelen tot betaling van een dwangsom groot E 5.000,-- per dag voor iedere dag dat [gedaagden] weigeren of nalaten aan de hiervoor omschreven veroordelingen te voldoen, zulks met bepaling van een maximum van in totaal verschuldigde dwangsommen op E 1.000.000,-- (een miljoen euro), althans een bedrag als de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren;

IV. de Stichting te machtigen om -indien [gedaagden] nalatig blijven om aan het in dezen te wijzen vonnis houdende bevel tot verlating van het perceel [adres] te Doorn te voldoen, dan wel het verbod om dit pand weer te betreden, overtreden- de ontruiming van dit pand zelf te bewerkstelligen met inschakeling van een gerechtsdeurwaarder, desnoods bijgestaan door de politie;

een en ander op kosten van [gedaagden], althans degene hunner die het gebod tot verlating niet nakomt respectievelijk het verbod tot herbetreding overtreedt;

V. [gedaagden] althans [gedaagde 1] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Op de voor de behandeling bepaalde dag, 6 februari 2002, is namens de Stichting [betrokkene 1] verschenen, vergezeld van mr. De Boer.

[gedaagden] zijn verschenen, vergezeld van hun advocaat mr. Bruins.

De Stichting heeft conform de dagvaarding voor eis geconcludeerd, waarbij zij producties in het geding heeft gebracht.

[gedaagden] hebben in conventie verweer gevoerd en geconcludeerd de Stichting niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, dan wel deze af te wijzen, met veroordeling van de Stichting in de kosten van de procedure.

In reconventie hebben [gedaagden] voor eis geconcludeerd, uitvoerbaar bij voorraad:

I. de drie bestuursleden van de Stichting te weten

- [betrokkene 1], wonende te [woonplaats]

- [betrokkene 2], wonende te [woonplaats]

- [betrokkene 3], wonende te [woonplaats],

in afwachting van de beslissing van de rechtbank te Groningen op het zijdens [gedaagde 1] in te dienen verzoek tot ontslag van de hiervoor vermelde personen als bestuurslid van de Stichting, met onmiddellijke ingang te schorsen;

II. in het geval de hiervoor gevraagde voorziening wordt afgewezen, de Stichting en in het bijzonder de drie hiervoor genoemde bestuursleden te bevelen binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn mee te werken aan mediation, tezamen met [gedaagden] althans met [gedaagde 1], onder leiding van een door de voorzieningenrechter aan te wijzen mediator, althans te bevelen dat partijen binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn meewerken aan een wijze van geschillenbeslechting als nader door de voorzieningenrechter te formuleren;

III. te bepalen dat de bestuursleden van de Stichting persoonlijk een dwangsom verbeuren van E 5.000,-- per keer en per dag indien zij weigeren gehoor te geven aan een deugdelijke oproep om aan deze wijze van geschillenbeslechting mee te werken;

IV. de Stichting te veroordelen in de kosten van deze procedure, zowel in conventie als in reconventie.

De Stichting heeft in reconventie verweer gevoerd en geconcludeerd [gedaagden] niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, dan wel deze af te wijzen

Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en pleitnotities overgelegd.

Partijen hebben tenslotte vonnis gevraagd.

De uitspraak is bepaald op 14 februari 2002.

RECHTSOVERWEGINGEN

in conventie en reconventie:

1. Vaststaande feiten:

a. De Stichting is opgericht door jonkheer dr. [V.d. W.], destijds wonende te Doorn aan de [adres], bij akte d.d. 16 december 1998 verleden voor notaris [N.] te Groningen.

b. De Stichting heeft tot doel:

- de collectie van meubilair, kunstvoorwerpen, boekerijen van de familie [V.d. W.-d. K.] zoveel mogelijk bijeen te houden, te conserveren, ten toon te stellen en publiek- toegankelijk te maken, bij voorkeur in de Fraeylemaborg te Slochteren;

- het archief van de familie [V.d. W.-d.K.] te conserveren, te bestuderen en publiek-toegankelijk te maken;

- het stimuleren van onderzoek naar de historie van Nederlandse kastelen en buitenplaatsen en het verzamelen van schilderijen, prenten, documenten en boeken, die kastelen en buitenplaatsen betreffen;

- het zoveel mogelijk instandhouden als eigendom van de Stichting van de boerderij met grond te Cornjum en de boerderij met grond te Ommen;

- en voorts al hetgeen dat met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

c. In de stichtingsakte zijn tot bestuursleden benoemd:

1. jonkheer dr. [V.d. W.] tot voorzitter,

2. [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]),

3. [gedaagde 1],

4. [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3]),

5. [betrokkene 1] tot secretaris (hierna: [betrokkene 1]),

6. [K.] tot penningmeester (hierna: [K.]).

d. Op 14 oktober 2001 is [V.d. W.] (hierna: de erflater) overleden.

e. Afgezien van enkele legaten heeft de erflater als enige erfgenaam van zijn gehele nalatenschap de Stichting benoemd.

f. Op 1 november 2001 is aan de bestuursleden een notariële beheersvolmacht verstrekt.

g. [K.] heeft op 24 december 2001 voor zijn bestuurslidmaatschap bedankt.

h. Op 12 januari 2002 is ter bestuursvergadering van de Stichting [betrokkene 1] tot voorzitter, [betrokkene 2] tot secretaris en [betrokkene 3] tot penningmeester, benoemd.

2. Beoordeling van het geschil:

in conventie

2.1 Ingevolge artikel 254 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan in alle spoedeisende zaken een onmiddellijke voorziening bij voorraad worden gevraagd. Dat de wet daarnaast ook andere mogelijkheden biedt -door zoals in de onderhavige kwestie het Openbaar Ministerie te verzoeken om in geval van twijfel over de naleving te goeder trouw van wet of statuten het bestuur te verzoeken inlichtingen te verschaffen- doet daaraan niet af.

2.2 Ingevolge artikel 5 onder 9 van de stichtingsakte kan het bestuur alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.

Ten tijde van de bestuursvergadering van 12 januari 2002 bestond het bestuur uit [betrokkene 2], [gedaagde 1], [betrokkene 3] en [betrokkene 1]. Aanwezig ter vergadering waren [betrokkene 2] en [betrokkene 1], welke laatste tevens als gemachtigde optrad van [betrokkene 3]. [gedaagde 1] was wegens gezondheidsproblemen afwezig.

Ter vergadering is [betrokkene 1] benoemd tot voorzitter, [betrokkene 2] tot secretaris en [betrokkene 3] tot penningmeester.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat voormelde benoemingsbesluiten rechtsgeldig tot stand zijn gekomen.

De convocatie, zoals voorgeschreven in artikel 5 onder 4 en 5, heeft op juiste wijze plaatsgevonden Dat [gedaagde 1] de oproeping voor de bestuursvergadering van 12 januari 2002 eerst op 7 januari 2002 -de oproepingen waren op 3 januari 2002 verzonden- heeft ontvangen, kan eiseres niet worden verweten aangezien [gedaagde 1] er voor had gekozen op een andere plaats te verblijven dan op zijn formeel woonadres in Haren.

De voorzieningenrechter kan zich in geen geval vinden in het standpunt van [gedaagden] dat benoeming van voormelde bestuursfunctionarissen conform artikel 4 onder 3 -en dus met algemene stemmen- had dienen plaats te vinden. Dat artikel regelt de benoeming van opvolgers ingeval van vacatures en dat was op 12 januari 2002 niet aan de orde.

2.3 Ingevolge artikel 7 van de stichtingsakte vertegenwoordigt de voorzitter de Stichting in en buiten rechte. Vaststaat dat de voorzitter namens de Stichting het onderhavige geding heeft ingesteld. Deze handeling van genoemde statutaire vertegenwoordiger geldt als het instellen van rechtsgeding door de Stichting, ook als hij aldus in strijd zou hebben gehandeld met de statuten van de Stichting om een dergelijke rechtshandeling slechts te verrichten op grond van een -geldig tot stand gekomen- bestuursbesluit.

Dit zou anders zijn indien de voorzitter door het instellen van het onderhavige geding misbruik heeft gemaakt van zijn vertegenwoordigersbevoegdheid. Een dergelijk misbruik is echter niet gesteld noch gebleken.

2.4 In de brieven van 8 en 15 januari 2002 van [betrokkene 1] aan [gedaagde 1] is [gedaagde 1] verzocht de Stichting inzage te verschaffen in en informatie te verstrekken over de bescheiden die hij onder zich heeft en die van belang zijn voor de afwikkeling van de nalatenschap, aan welk verzoek [gedaagde 1] geen gevolg heeft gegeven. Van rauwelijks dagvaarden in dezen kan derhalve niet worden gesproken.

2.5 Nu voorts het spoedeisend belang bij de vordering voldoende aannemelijk is gemaakt, kan de Stichting-mede gelet op het vorenoverwogene- in haar vorderingen worden ontvangen.

2.6 De Stichting vordert afgifte van de in haar dagvaarding genoemde zaken teneinde de nalatenschap van de erflater -conform zijn testament- af te wikkelen.

[gedaagden] hebben verweer gevoerd tegen deze vordering en aangevoerd dat zij belast zijn met de zorg voor de woning van de erflater waarin zich de huisdieren en een deel van de collectie van erflater bevinden.

2.7 De voorzieningenrechter overweegt dienaangaande het volgende.

Op 24 september 2001 heeft de erflater een algehele volmacht verstrekt aan [gedaagde 1] c.s, welke door het overlijden van de erflater op 14 oktober 2001 van rechtswege is komen te vervallen.

Op 1 november 2001 is aan alle bestuursleden een beheersvolmacht voor de afwikkeling van de nalatenschap verstrekt. [gedaagde 1] heeft deze beheersvolmacht verworpen.

De opdracht tot beheer van de woning van de erflater en van de zich daarin bevinden zaken door [gedaagden] -waarop [gedaagden] zich beroepen- berust derhalve niet op een door de erflater dan wel op een door het bestuur van de Stichting verstrekte volmacht.

Indien [gedaagden] met hun betoog bedoelen te stellen dat de erflater heeft gedwaald bij de tot standkoming van het testament dan wel dat er sprake is bedrog door andere bestuursleden en dat zij thans handelen overeenkomstig de wens van de erflater zoals hij deze vlak voor zijn overlijden aan hen kenbaar heeft gemaakt, dan dient dit betoog te worden verworpen. De wens van de erflater ter zake van de afwikkeling van zijn nalatenschap is neergelegd in de stichtingsakte en in zijn testament. Het testament is door hem niet herroepen.

Voorts is niet gesteld noch gebleken dat de erflater bij het tot standkomen van de stichtingsakte en het testament wilsonbekwaam was. Integendeel, [gedaagden] voeren aan dat erflater nadat hij eind september/begin oktober 2001 door een tia was getroffen, nog steeds compos mentis was.

De nalatenschap van de erflater dient derhalve te worden afgewikkeld overeenkomstig de bepalingen van het testament en de stichtingsakte

[gedaagden] hebben erkend een aantal zilveren voorwerpen, een vergulde beker en de sleutels van de woning van erflater onder zich te hebben. Voorts acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat zij de boekhouding althans een deel daarvan onder zich hebben aangezien zij na het overlijden van de erflater betalingen van zijn rekeningen hebben verricht en een bedrag van € 5.900,-- van zijn rekening hebben opgenomen. Ook acht de president het aannemelijk dat zij de inventaris- en taxatierapporten onder zich hebben daar zij vrije toegang tot de woning van de erflater hebben en het niet uitgesloten is dat deze rapporten zich in de woning van de erflater bevinden.

De vordering tot afgifte van de bij dagvaarding gevorderde zaken is derhalve toewijsbaar.

2.8 De Stichting vordert voorts dat [gedaagden] de woning van de erflater te Doorn verlaten met overgave van de sleutels en met vermelden van de code van de beveiligingsapparatuur.

[gedaagden] betwisten dat zij hun intrek in de woning van erflater hebben genomen. Hun verblijf aldaar zou slechts strekken ter bescherming van de belangen van de erflater en om contacten te onderhouden met de verzorgster van de huisdieren en de nachtwaker van het huis.

Wat verder ook zij van de beweegredenen van [gedaagden] om zich - bij tijd en wijle - in het huis van de erflater te bevinden, hun verblijf aldaar is hoe dan ook zonder recht of titel en bovendien onrechtmatig jegens de Stichting nu zij door hun verblijf aldaar de Stichting verhinderen uitvoering te geven aan het testament van de erflater.

De vordering tot verlating van de woning met overgave van de sleutels en met vermelding van de code van de beveiliging apparatuur is eveneens toewijsbaar.

2.9 De dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd.

De dwangsommen strekken slechts tot het bevel tot afgifte en niet tot het verlaten van de woning daar dit laatste geëffectueerd kan worden met behulp van de sterke arm, zoals hierna zal blijken.

2.10 Daarnaast zal de Stichting worden gemachtigd om, indien [gedaagden] de woning van de erflater niet vrijwillig verlaten, de tenuitvoerlegging daarvan te bewerkstelligen met behulp van de deurwaarder en eventueel met behulp van de sterke arm.

in reconventie

2.11 Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter hebben [gedaagden] vooralsnog onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de overige bestuursleden van de Stichting hebben gehandeld in strijd met de bepalingen van wet of statuten dan wel zich schuldig hebben gemaakt aan wanbeheer.

De door [gedaagden] aangevoerde belangenverstrengeling bij een aantal bestuursleden hoeft in beginsel niet te betekenen dat het betreffende bestuurslid zijn bevoegdheden niet meer kan en mag uitoefenen. Bovendien is het niet ondenkbaar dat de erflater, gelet op zijn bekendheid met en zijn affectie voor de Fraeylemaborg en de Stichting Landgoed Fraeylemaborg, de Van Houten Stichting en de Van Diepen Stichting, juist bestuursleden heeft aangetrokken, die op een of andere wijze betrokken zijn bij die stichtingen, gelet op het doel van de Stichting.

Voor zover aan de zijde van het bestuurslid [betrokkene 2] sprake mocht zijn laakbaar handelen -door het indienen van een vordering terzake van door haar verrichte werkzaamheden tussen 1976 en 2002 en door haar rol in de bouw van de garage bij erflater heeft zij de schijn tegen-, gaat de voorzieningenrechter er van uit dat de voorzitter in de uitoefening van zijn taken zorgvuldig te werk zal gaan en geen goedkeuring zal verlenen aan zaken waarbij eigenbelang een rol speelt.

De vordering tot schorsing zal derhalve worden afgewezen.

2.12 Nu ter zitting is gebleken dat de overige bestuursleden niet zonder meer bereid zijn mee te werken aan mediation teneinde tot beslechting van hun geschil te komen -zij hebben bij de rechtbank een verzoekschrift tot schorsing en ontslag van [gedaagde 1] als bestuurslid ingediend- zal ook deze vordering worden afgewezen.

Dat neemt uiteraard niet weg de mogelijkheid van het voltallige bestuur om zich bij nader inzien alsnog tot een mediatior te wenden teneinde een onwerkbare situatie binnen de Stichting te vermijden en te voorkomen dat er geen uitvoering kan worden gegeven aan het testament van de erflater.

Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat niet van belang is hetgeen de bestuursleden individueel wensen noch wat hun interpretatie is van hetgeen de erflater in afwijking van het testament en de stichtingsakte zou hebben gewenst doch dat zij samen als bestuur de wensen van de erflater -overeenkomstig de bepalingen van het testament en de stichtingsakte- uitvoeren.

in conventie en in reconventie

2.13 [gedaagden] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

BESLISSING

De voorzieningenrechter:

in conventie:

1. veroordeelt [gedaagden] tot afgifte aan de Stichting binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis van de volgende stukken en zaken:

a. inventaris- en taxatierapporten van de inboedelgoederen en de bibliotheek,

b. boekhouding van de erflater met inbegrip van alle bankstukken van ná diens overlijden tot

en met heden,

c. de in bewaring genomen zaken, waaronder onder meer de zilvercollectie en een antieke gouden beker,

d. de sleutels van het huis te Doorn en van de zich daarin bevindende afsluitbare kasten, een eventuele brandkast daaronder begrepen;

2. veroordeelt [gedaagden]-hoofdelijk des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd- tot betaling aan de Stichting van een dwangsom groot E 2.500,-- (tweeduizend vijfhonderd euro) voor iedere dag dat niet aan de onder 1 gegeven veroordeling wordt voldaan, met dien verstande dat maximaal E 100.000,-- (honderdduizend euro) aan dwangsommen verbeurd zal kunnen worden;

3. beveelt [gedaagden] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de woning te Doorn aan de [adres] te verlaten en -met overgave van de sleutels en met vermelding van de code van de beveiligingsapparatuur aan de Stichting- niet weer te betreden, anders dan op verzoek van een rechtsgeldig als zodanig optredende vertegenwoordiger van de Stichting;

4. machtigt de Stichting om indien [gedaagden] nalatig blijven om aan het onder 3 gegeven bevel te voldoen, over te gaan tot effectuering daarvan op kosten van [gedaagden] dan wel een hunner met behulp van een gerechtsdeurwaarder en eventueel bijgestaan door de politie;

5. veroordeelt [gedaagden] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op E 258,18 aan verschotten, eventueel vermeerderd met de niet voor verrekening vatbare omzetbelasting, en op E 703,36 aan salaris van de procureur;

6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

7. wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie:

8. weigert de gevraagde voorziening;

9. veroordeelt [gedaagden] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op E 500,-- aan salaris van de procureur;

10. verklaart voormelde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Duitemeijer, voorzieningenrechter en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2002, in tegenwoordigheid van de griffier.

wjv