Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2001:AD4329

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
09-10-2001
Datum publicatie
09-10-2001
Zaaknummer
070203-01 en 040260-97
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE GRONINGEN

parketnummer: 070203-01 en 040260-97 (tul)

datum uitspraak: 9 oktober 2001

op tegenspraak

raadsvrouw: mr. E.Leentjes

VONNIS

van de arrondissementsrechtbank te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in [plaats detentie].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 september 2001.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

hij op of omstreeks 29 maart 2001 in de gemeente Groningen, nadat hij en/of zijn mededader(s), rijdend in een auto, was/waren aangereden tegen en/of in botsing was/waren gekomen met een persoon genaamd [slachtoffer] en die [slachtoffer] tengevolge van die aanrijding en/of botsing aan/onder die auto vast is komen te zitten en/of is blijven hangen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (korte tijd na die aanrijding en/of botsing) wist(en) dat die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat en/of hing,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk die [slachtoffer] van het leven te beroven, met voormeld opzet,

- (kort) na die aanrijding en/of botsing heeft besloten om door te rijden, en/of

- gas heeft gegeven en/of (met hoge snelheid) is doorgereden (waarbij de/een inzittende(n) van die auto de bestuurder aanwijzingen heeft/hebben gegeven omtrent de te volgen rij-route en/of rij-wijze) en op die manier die [slachtoffer] (ongeveer) 600 meter, althans een aanzienlijke afstand, heeft

meegesleept, en/of meegesleept, en/of

- heeft nagelaten om die auto tot stilstand te brengen en/of de in doodsnood, althans de in een situatie die direkt ernstig fysiek letsel en/of gevaar opleverde, verkerende [slachtoffer] te helpen en/of te ontzetten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 29 maart 2001 in de gemeente Groningen tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (ernstig hersenletsel (kneuzing) gepaard gaande met een bloeding en/of ernstig letsel van de weke delen (huid/vet/spieren) van hoofd, hals en rechterschouder en/of ernstig letsel van de weke delen van de linkerhand gepaard gaande met botbreuken in alle vijf vingers en/of letsel van de weke delen van de rechter knie) heeft toegebracht, door nadat verdachte en/of diens mededader(s), rijdend in een auto, was/waren aangereden tegen en/of in botsing was/waren gekomen met genoemde [slachtoffer] en die [slachtoffer] tengevolge van die aanrijding en/of botsing aan/onder die auto

is vast komen te zitten en/of is blijven hangen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (korte tijd na die aanrijding en/of botsing) wist(en) dat die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat en/of hing,

opzettelijk

- (kort) na die aanrijding en/of botsing te besluiten om door te rijden, en/of

- gas te gegeven en/of (met hoge snelheid) door te rijden (waarbij de/een inzittende(n) van die auto de bestuurder aanwijzingen heeft/hebben gegeven omtrent de te volgen rij-route en/of rij-wijze) en op die manier die [slachtoffer] (ongeveer) 600 meter, althans een aanzienlijke afstand, mee te slepen, en/of

- na te laten om die auto tot stilstand te brengen en/of de in doodsnood, althans de in een situatie die direkt ernstig fysiek letsel en/of gevaar opleverde, verkerende [slachtoffer] te helpen en/of te ontzetten;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte] op of omstreeks 29 maart 2001 in de gemeente Groningen, nadat hij, rijdend in een auto, was aangereden tegen en/of in botsing was gekomen met een persoon genaamd [slachtoffer] en die [slachtoffer] tengevolge van die aanrijding en/of botsing aan/onder die auto vast is komen te zitten en/of is blijven hangen, terwijl hij (korte tijd na die aanrijding en/of botsing) wist dat die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat en/of hing, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk die [slachtoffer] van het leven te beroven,

- heeft besloten om niet te stoppen, althans om door te rijden, en/of

- gas heeft gegeven en/of (met hoge snelheid) is doorgereden en op die manier die [slachtoffer] (ongeveer) 600 meter, althans een aanzienlijke afstand, heeft meegesleept, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- (kort) na die aanrijding en/of botsing (tegen die [medeverdachte]) te roepen "ik ben net vrij, ik krijg TBS" en/of (meermalen) "Rij door", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- (kort) na die aanrijding en/of botsing die [medeverdachte] aanwijzingen te geven omtrent de te volgen rij-route, en/of

- heeft nagelaten om (te trachten) die auto tot stilstand te brengen en/of de in doodsnood, althans de in een situatie die direkt ernstig fysiek letsel en/of gevaar opleverde, verkerende [slachtoffer] te helpen en/of te ontzetten;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte] op of omstreeks 29 maart 2001 in de gemeente Groningen aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (ernstig hersenletsel (kneuzing) gepaard gaande met een bloeding en/of ernstig letsel van de weke delen (huid/vet/spieren) van hoofd, hals en rechterschouder en/of ernstig letsel van de weke delen van de linkerhand gepaard gaande met

botbreuken in alle vijf vingers en/of letsel van de weke delen van de rechter knie) heeft toegebracht, door nadat hij, rijdend in een auto, was aangereden tegen en/of in botsing was gekomen met genoemde [slachtoffer] en die [slachtoffer] tengevolge van die aanrijding en/of botsing aan/onder die auto

is vast komen te zitten en/of is blijven hangen, terwijl hij (korte tijd na die aanrijding en/of botsing) wist dat die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat en/of hing, opzettelijk te besluiten om niet te stoppen, althans om door te rijden, en/of

- gas te geven en/of (met hoge snelheid) door te rijden en op die manier die [slachtoffer] (ongeveer) 600 meter, althans een aanzienlijke afstand, mee te slepen, bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- (kort) na die aanrijding en/of botsing (tegen die [medeverdachte]) te roepen "ik ben net vrij, ik krijg TBS" en/of (meermalen) "Rij door", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- (kort) na die aanrijding en/of botsing die [medeverdachte] aanwijzingen te geven omtrent de te volgen rij-route, en/of

- heeft nagelaten om (te trachten) die auto tot stilstand te brengen en/of de in doodsnood, althans de in een situatie die direkt ernstig fysiek letsel en/of gevaar opleverde, verkerende [slachtoffer] te helpen en/of te ontzetten;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 29 maart 2001 in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, nadat verdachte en/of diens mededader(s), rijdend in een auto, was/waren aangereden tegen en/of in botsing was/waren gekomen met een persoon genaamd [slachtoffer] en die [slachtoffer] tengevolge van die aanrijding en/of botsing aan/onder die auto is vast komen te zitten en/of is blijven hangen, terwijl verdachte en/of diens mededader(s) (korte tijd na die aanrijding en/of

botsing) redelijkerwijs had(den) kunnen weten dat die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat en/of hing, daar hij/zij die [slachtoffer] na de aanrijding en/of botsing niet (meer) heeft/hebben gezien en/of bemerkt(en) dat die auto na die aanrijding en/of botsing afwijkend rij-/stuurgedrag vertoonde en/of na die aanrijding en/of botsing vreemde geluiden (die onder die auto vandaan kwamen) hoorde(n), grovelijk, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig, gas heeft gegeven en/of (met hoge snelheid) is doorgereden (waarbij de/een inzittende(n) van die auto de bestuurder aanwijzingen heeft/hebben gegeven omtrent de te volgen rij-route en/of rij-wijze), althans heeft nagelaten om die auto tot stilstand te brengen, en op die manier die [slachtoffer] (ongeveer) 600 meter, althans een aanzienlijke afstand, heeft meegesleept, waardoor het aan zijn schuld en/of aan de schuld van zijn mededader(s) te wijten is geweest dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten

ernstig hersenletsel (kneuzing) gepaard gaande met een bloeding en/of ernstig letsel van de weke delen (huid/vet/spieren) van hoofd, hals en rechterschouder en/of ernstig letsel van de weke delen van de linkerhand gepaard gaande met botbreuken in alle vijf vingers en/of letsel van de weke delen van de rechter knie, heeft bekomen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van deze is ontstaan;

althans, indien terzake van het voorgaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte] op of omstreeks 29 maart 2001 in de gemeente Groningen, nadat hij, rijdend in een auto, was aangereden tegen en/of in botsing was gekomen met een persoon genaamd [slachtoffer] en die [slachtoffer] tengevolge van die aanrijding en/of botsing aan/onder die auto is vast komen te zitten en/of is blijven hangen, terwijl hij (korte tijd na die aanrijding en/of botsing) redelijkerwijs had kunnen weten dat die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat en/of hing, daar hij die [slachtoffer] na de aanrijding en/of botsing niet (meer) heeft gezien en/of bemerkte dat die auto na die aanrijding en/of botsing afwijkend rij-/stuurgedrag vertoonde en/of na die aanrijding en/of botsing vreemde geluiden (die onder die auto vandaan kwamen) hoorde, grovelijk, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig, gas heeft gegeven en/of (met hoge snelheid) is doorgereden, althans heeft nagelaten om die auto tot stilstand te brengen, en op die manier die [slachtoffer] (ongeveer) 600 meter, althans een aanzienlijke afstand, heeft meegesleept, waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten ernstig hersenletsel (kneuzing) gepaard gaande met een bloeding en/of ernstig letsel van de weke delen (huid/vet/spieren) van hoofd, hals en rechterschouder en/of ernstig letsel van de weke delen van de linkerhand gepaard gaande met botbreuken in alle vijf vingers en/of letsel van de weke delen van de rechter knie, heeft bekomen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van deze is ontstaan, bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- (kort) na die aanrijding en/of botsing (tegen die [medeverdachte]) te roepen "ik ben net vrij, ik krijg TBS" en/of (meermalen) "Rij door", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- (kort) na die aanrijding en/of botsing die [medeverdachte] aanwijzingen te geven omtrent de te volgen rij-route, en/of

·heeft nagelaten om (te trachten) (die [medeverdachte] te bewegen om) die auto tot stilstand te brengen;

2.

hij op of omstreeks 01 april 2001 in de gemeente Groningen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (in/uit de woning [adres] 40) één of meer telefoons, één of meer sleutels, een bankpas en/of een Visacard, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 01 april 2001 in de gemeente Groningen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (in/bij de [adres] geparkeerd staande) auto (merk Toyota, type Corolla, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

4.

hij op of omstreeks 02 april 2001 in de gemeente Groningen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het tweede of derde lid van artikel 2 van die wet;

Wijziging tenlastelegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de tenlastelegging als volgt zal worden gewijzigd:

Feit 1.

Aangaande het primair gestelde:

·de zinsnede "terwijl hij en/of zijn mededader(s) (korte tijd na die aanrijding en/of botsing) wist(en) dat die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat en/of hing," dient te worden verwijderd,

·na de zinsnede "opzettelijk die [slachtoffer] van het leven te beroven, met voormeld opzet," dient te worden toegevoegd "terwijl die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat of hing";

·

·Aangaande het subsidiair gestelde:

·de zinsnede "terwijl hij en/of zijn mededader(s) (korte tijd na die aanrijding en/of botsing) wist(en) dat die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat en/of hing," dient te worden verwijderd,

·na de zinsnede "en/of is blijven hangen, opzettelijk" dient te worden toegevoegd "terwijl die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat of hing";

·

·Aangaande het meer subsidiair (1.) gestelde:

·de zinsnede "terwijl hij (korte tijd na die aanrijding en/of botsing) wist dat die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat en/of hing," dient te worden verwijderd,

·na de zinsnede "die [slachtoffer] van het leven te beroven," dient te worden toegevoegd "terwijl die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat of hing",

·

·Aangaande het meer subsidiair (2.) gestelde:

·de zinsnede "terwijl hij (korte tijd na die aanrijding en/of botsing) wist dat die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat en/of hing," dient te worden verwijderd,

·na de zinsnede "en/of is blijven hangen, opzettelijk," dient te worden toegevoegd "terwijl die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat of hing",

·

·Aangaande het meer subsidiair (3.) gestelde:

·de zinsnede "terwijl verdachte en/of diens mededader(s) ... tot en met ... (die onder de auto vandaan kwamen) hoorde(n)," dient te worden verwijderd,

·

·Aangaande het meest subsidiair gestelde:

·de zinsnede "terwijl hij ... tot en met ... (die onder die auto vandaan kwamen) hoorde," dient te worden verwijderd.

Deze vordering is door de rechtbank ter terechtzitting, gehoord de verdachte en diens raadsvrouw, toegewezen.

Voorts heeft de rechtbank de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1

[medeverdachte] op of omstreeks 29 maart 2001 in de gemeente Groningen, nadat hij, rijdend in een auto, was aangereden tegen en/of in botsing was gekomen met een persoon genaamd [slachtoffer] en die [slachtoffer] tengevolge van die aanrijding en/of botsing aan/onder die auto vast is komen te zitten en/of is blijven hangen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk die [slachtoffer] van het leven te beroven, terwijl die [slachtoffer] aan/onder die auto vastzat of hing

- heeft besloten om niet te stoppen, althans om door te rijden, en/of

- gas heeft gegeven en/of (met hoge snelheid) is doorgereden en op die manier die [slachtoffer]

(ongeveer) 600 meter, althans een aanzienlijke afstand, heeft meegesleept, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- (kort) na die aanrijding en/of botsing (tegen die [medeverdachte]) te roepen "ik ben net vrij, ik krijg TBS" en/of (meermalen) "Rij door", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- (kort) na die aanrijding en/of botsing die [medeverdachte] aanwijzingen te geven omtrent de te volgen rij-route, en/of

- heeft nagelaten om (te trachten) die auto tot stilstand te brengen en/of de in doodsnood, althans de in een situatie die direct ernstig fysiek letsel en/of gevaar opleverde, verkerende [slachtoffer] te helpen en/of te ontzetten;

2.

hij op of omstreeks 01 april 2001 in de gemeente Groningen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (in/uit de woning [adres]) één of meer telefoons, één of meer sleutels, een bankpas en/of een Visacard, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 01 april 2001 in de gemeente Groningen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (in/bij de [adres] geparkeerd staande) auto (merk Toyota, type Corolla, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

4.

hij op of omstreeks 02 april 2001 in de gemeente Groningen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het tweede of derde lid van artikel 2 van die wet;

Nadere bewijsmotivering:

Door de raadsvrouw van verdachte is ter terechtzitting met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde.

De medeplichtigheid van verdachte bij het strafbare feit kan niet worden bewezen, omdat zijn gedragingen, zoals die zijn ten laste gelegd niet hebben bijgedragen aan het delict en verdachte ook niet heeft willen bijdragen aan het strafbare feit.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende:

Verdachte heeft weliswaar direct na de botsing tegen [medeverdachte] geroepen dat hij moest stoppen, maar heeft vrijwel onmiddellijk daarna [medeverdachte] aangespoord door te rijden en aanwijzingen gegeven omtrent de te volgen rijroute. Hoewel verdachte gelet op de afstand die uiteindelijk na de botsing is afgelegd voortdurend de mogelijkheid heeft gehad [medeverdachte] -in elk geval met woorden- alsnog te trachten te bewegen de auto tot stilstand te brengen, heeft hij dit nagelaten.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen verdachte het onder 1 meer subsidiair, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

KWALIFICATIE

Hetgeen de rechtbank als bewezen heeft aangenomen levert de volgende strafbare feiten op:

1. Medeplichtigheid aan poging tot doodslag.

2. Diefstal.

3. Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

4. Opzettelijk handelen in strijd met een in art. 2, eerste lid onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

MOTIVERING STRAF

Bij de bepaling van de straf, die aan de verdachte zal worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met:

a) - de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de vordering van de officier van justitie;

b) de persoon van de verdachte, zoals naar voren gekomen uit:

- het onderzoek op de terechtzitting d.d. 25 september 2001;

- de inhoud van een uittreksel uit het algemeen documentatieregister omtrent verdachte d.d.

5 april 2001;

- het over de verdachte door de Stichting Reclassering Nederland te Groningen uitgebrachte voorlichtingsrapport d.d. 31 augustus 2001;

- een rapport d.d. 29 juni 2001, opgemaakt door C.J.F.Kemperman, zenuwarts;

c) de omstandigheid dat de verdachte, zoals deze ter terechtzitting heeft erkend, zich behalve aan het bewezen en strafbaar verklaarde, ook nog heeft schuldig gemaakt aan het plegen van valsheid in geschrift en een poging daartoe alsmede het als bestuurder rijden van een motorrijtuig zonder rijbewijs van de juiste categorie hetgeen blijkt uit het dossier met parketnummer 070203-01, en welke feiten ter kennisneming aan de rechtbank zijn voorgelegd naast hetgeen in de tenlastelegging staat vermeld.

De officier van justitie heeft verdachte door middel van een in de dagvaarding gedane mededeling ervan op de hoogte gesteld dat deze feiten eveneens aan de rechtbank zouden worden voorgelegd.

Het overige feit dat aan de rechtbank ter kennisneming is voorgelegd, te weten ‘als bestuurder van een motorrijtuig doorrijden na een aanrijding, heeft de rechtbank buiten beschouwing gelaten, nu dit feit door de verdachte ter terechtzitting niet is erkend.

Vrijheidsstraf

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur moet worden opgelegd.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder in aanmerking dat verdachte medeplichtig is geweest aan een ernstig strafbaar feit met uitermate ernstige fysieke en psychische gevolgen voor het slachtoffer. De wijze waarop het slachtoffer honderden meters onder de auto is meegesleept heeft grote verontwaar-diging, afschuw en afkeuring in de maatschappij veroorzaakt.

Ook rekent de rechtbank verdachte aan dat hij zich twee dagen na het ongeval heeft schuldig gemaakt aan het plegen van andere misdrijven alsmede aan het rijden zonder rijbewijs.

Tenslotte houdt de rechtbank rekening met het feit, dat verdachte ondanks zijn jeugdige leeftijd twee keer is veroordeeld terzake van het doorrijden na aanrijding en eerder is veroordeeld terzake van het plegen van vermogensdelicten.

Daarnaast neemt de rechtbank bij het opleggen van de vrijheidsstraf in aanmerking de conclusie van voormelde onderzoeksrapportage, dat het bewezen verklaarde aan verdachte volledig kan worden toegerekend.

ONTTREKKING AAN HET VERKEER

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomene, te weten 5,5 gram cocaïne moet worden onttrokken aan het verkeer.

Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang.

Verder is uit het onderzoek op de terechtzitting gebleken dat goed betreft met betrekking tot welke het onder 4 bewezenverklaarde feit is begaan.

VORDERING NA VOORWAARDELIJKE VEROORDELING

onder parketnummer: 040260-97

De officier van justitie heeft op grond van het onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer in bovengenoemde rechtbank d.d. 9 februari 1998 gevorderd dat door deze rechtbank een last tot tenuitvoerlegging zal worden gegeven.

Veroordeelde is bij voormeld vonnis veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 12 maanden, met aftrek overeenkomstig art. 27 Wetboek van strafrecht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarde -kort gezegd- verplichting reclasseringscontact.

Blijkens in genoemde vordering vermeld dossier onder parketnummer 070203-01 heeft de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waarvoor nu een veroordeling volgt.

De rechtbank is van oordeel dat, nu de veroordeelde de in gemeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, alsnog tenuitvoerlegging dient te worden gelast van de niet tenuitvoergelegde straf.

De rechtbank is van oordeel dat, nu de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf plaats moet vinden nadat de veroordeelde de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en deze naar het oordeel van de rechtbank niet meer voor een zodanige straf in aanmerking komt, de jeugddetentie moet worden vervangen door een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14g, 36b, 36c, 45, 48, 57, 77k, 287, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht alsmede de artikelen 2, 10 en 13a van de Opiumwet.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 meer subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierboven is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

Verklaart het onder 1 meer subsidiair, 2, 3 en 4 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van TWEE JAREN.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd, die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

· 5,5 gram cocaïne

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

- gelast de tenuitvoerlegging van het vonnis van de meervoudige kamer in bovengenoemde rechtbank d.d. 9 februari 1998 onder parketnummer 040260-97, voor zover betreft de toen voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 4 maanden;

- gelast dat deze straf wordt vervangen door een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. Bosch, voorzitter, Goederee en Van Eerde, in tegenwoordigheid van Hesling als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 oktober 2001.

Ú