Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:2001:AB3331

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
15-02-2001
Datum publicatie
15-11-2001
Zaaknummer
AWB 00/391 NABW V06
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweerders hebben het bezwaarschrift van eiseres tegen hun besluit van 17 december 1999, waarbij verweerders de aan eiseres en X verstrekte bijstand op grond van de (oude) Algemene Bijstandswet (ABW) en de (nieuwe) Algemene bijstandswet (Abw) van haar hebben teruggevorderd, ongegrond verklaard.

Uitspraak door Centrale Raad van Beroep bevestigd op 4 november 2003, 01/1907

Wetsverwijzingen
Algemene bijstandswet 84, geldigheid: 2001-02-15
Algemene bijstandswet 84, geldigheid: 2001-02-15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JABW 2002, 1

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE GRONINGEN

SECTOR BESTUURSRECHT

ENKELVOUDIGE KAMER

Reg.nr.: AWB 00/391 NABW V06

U I T S P R A A K

inzake het geschil tussen

A, wonende te B, eiseres,

gemachtigde: mr. G. Meijer

en

burgemeester en wethouders van Hoogezand-Sappemeer, verweerders.

1. PROCESVERLOOP

Verweerders hebben bij besluit van 8 maart 2000 (verzonden op 14 maart 2000), kenmerk TV20000313.05, het bezwaarschrift van eiseres tegen hun besluit van 17 december 1999, waarbij verweerders de aan eiseres en X verstrekte bijstand op grond van de (oude) Algemene Bijstandswet (ABW) en de (nieuwe) Algemene bijstandswet (Abw) van haar hebben teruggevorderd, ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen dit besluit bij beroepschrift van 20 april 2000, dat op 29 juni 2000 van nadere gronden is voorzien, beroep bij de rechtbank ingesteld.

Verweerders hebben op 7 juli 2000 de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toegezonden, alsmede een verweerschrift ingediend.

Verweerders hebben op 12 december 2000 nadere stukken ingediend.

Afschriften van de gedingstukken zijn, voor zover niet door hen ingediend, door de griffier aan partijen toegezonden.

Het geschil is behandeld ter zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank van 26 januari 2000.

Eiseres is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door mr. H.A. van Dijk.

Verweerders hebben zich doen vertegenwoordigen door T. Veltman.

2. RECHTSOVERWEGINGEN

De feiten en de standpunten van partijen.

Verweerders hebben eiseres en X (verder: X) gedurende de perioden van 30 januari 1995 tot en met 10 april 1996 en van 15 juli 1996 tot en met 31 mei 1997 een uitkering naar de norm voor gehuwden op grond van de ABW, respectievelijk de Abw, toegekend.

Bij besluit van 17 december 1999 (verzonden op 20 december 1999) hebben verweerders de teveel betaalde bijstand van totaal f 6.856,16 van eiseres op grond van artikel 30 ABW in samenhang met artikel 55 ABW en artikel 65 Abw in samenhang met 78, eerste lid en 81, eerste lid, Abw, van eiseres teruggevorderd.

Verweerders hebben daartoe overwogen dat uit gegevens van de belastingdienst is gebleken dat eiseres van 1 januari 1995 tot en met 31 maart 1995 en van 22 augustus 1995 tot en met 31 december 1995 en in de jaren 1996 en 1997 werkzaam is geweest bij P. Eiseres heeft de inkomsten van de werkzaamheden over de periode 1 januari 1995 tot en met 31 maart 1995 aan verweerders opgegeven. Verweerders hebben deze inkomsten in mindering gebracht op de inkomsten.

Daarentegen heeft eiseres de na 22 augustus 1995 genoten inkomsten van de P en ook de van 1 juni 1996 tot en met 31 december 1996 genoten inkomsten bij Q en de door eiseres of X in 1996 genoten inkomsten van R niet aan verweerders opgegeven.

Eiseres heeft tegen het besluit van 17 december 1999 bij bezwaarschrift dat op 4 januari 2000 door verweerders is ontvangen -samengevat- aangevoerd dat zij niet op de hoogte was van het feit dat de gemeente haar een uitkering verstrekte. X heeft zonder haar medeweten de inkomstenbriefjes getekend. De uitkering werd gestort op de rekening van X. Pas toen zij en X uit elkaar waren, kwam zij er achter dat hij haar handtekening had vervalst. Zij acht zich niet aansprakelijk voor de terugvordering.

Verweerders hebben -in overeenstemming met het advies van de Commissie voor de behandeling van bezwaar- en beroepschriften Sociale zaken en Wet Voorzieningen Gehandicapten van 23 februari 2000- het bezwaar bij besluit van 8 maart 2000 ongegrond verklaard.

Verder hebben verweerders in hun verweerschrift aangegeven dat eiseres heeft gesteld dat zij niets van de bijstandsverlening zou hebben geweten. Dit komt ongeloofwaardig over, aangezien zij alle voor de bijstandsverlening relevante documenten mede heeft ondertekend. Uit rechterlijke uitspraken blijkt dat in geval van gezinsbijstand partners over en weer verantwoordelijk zijn voor het invullen van de inkomstenverklaringen. Dit betekent dat eiseres medeverantwoordelijk is voor de onjuiste opgave aan de gemeente en de vastgestelde verzwijging van de inkomsten binnen de risico-sfeer van eiseres valt.

Eiser is het niet eens met dit besluit en heeft in beroep haar bezwaren -inhoudelijk- herhaald.

Beoordeling van het geschil.

De rechtbank stelt vast dat verweerders eiseres en X over de in het geding zijnde perioden bijstand hebben verleend naar de norm voor een echtpaar in aanvulling op de inkomsten van eiseres als klasse-assistent via S.

Daarnaast heeft eiseres in de hiervoor genoemde perioden inkomsten verworven uit werkzaamheden voor de P en Q, terwijl X inkomsten heeft verworven bij de R.

Eiseres en X hebben de na 22 augustus 1995 uit deze werkzaamheden ontvangen inkomsten niet meer bij verweerders opgegeven.

Daardoor hebben eiseres en X niet voldaan aan de op hen rustende inlichtingenverplichting als omschreven in artikel 30, tweede lid, ABW en artikel 65, eerste lid, Abw, zoals deze bepaling tot 1 juli 1997 luidde.

Als gevolg daarvan hebben verweerders een bedrag van f. 6.856,16 teveel aan bijstand aan eiseres en X betaald.

Dit bedrag is door eiseres verder niet betwist.

Op grond van artikel 57, aanhef en onder d, ABW en artikel 81, eerste lid, Abw, zoals die bepaling tot 1 juli 1997 luidde, waren verweerders gehouden de teveel betaalde bijstand van eiseres en X terug te vorderen.

Krachtens artikel 59a, eerste en derde lid, ABW en artikel 84, eerste en derde lid, Abw, zoals die bepalingen destijds luidden, is eiseres hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de ten onrechte gemaakte kosten van bijstand.

Doordat eiseres hoofdelijk aansprakelijk is voor de terugbetaling van de ten onrechte gemaakte kosten van bijstand gedurende de periode dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met X is het niet van belang of X de aanvraag- en inlichtingenformulieren opzettelijk onjuist invulde en haar handtekening mogelijk heeft vervalst. Evenmin is van belang dat eiseres, zoals zij heeft gesteld, er niet van op de hoogte was dat zij een bijstandsuitkering ontving.

Het gaat er om dat eiseres en X een gezamenlijke huishouding vormden en hen gezinsbijstand is verstrekt.

Een onderzoek door een deskundige naar de vraag of de handtekeningen van eiseres op de aanvraag- en inlichtingenformulieren echt zijn, dan wel vervalst kan daarom niet tot een andere uitkomst van dit geschil leiden.

Reeds om die reden ziet de rechtbank er vanaf een dergelijk onderzoek te gelasten.

Van dringende redenen om van de terugvordering af te zien is de rechtbank niet gebleken.

Het beroep moet dan ook ongegrond worden verklaard.

3. BESLISSING

De Arrondissementsrechtbank te Groningen, sector Bestuursrecht, enkelvoudige kamer,

RECHT DOENDE,

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. B.J.H. Hofstee, rechter en in het openbaar door hem uitgesproken

op 15 februari 2001, in tegenwoordigheid van mr. H.G. Wiemans als griffier.

De griffier, wnd. De rechter,

De rechtbank wijst er op dat partijen en andere belanghebbenden binnen 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen hoger beroep kunnen instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA in Utrecht.

Afschrift verzonden op: 15 februari 2001

typ: sb.