Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGRO:1999:AF0371

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
05-10-1999
Datum publicatie
07-08-2006
Zaaknummer
99/77 R
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:1999:AE9986
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen tussentijdse beëindiging want saniet mocht ervan uitgaan dat curator bij omzetting van het faillissement in schuldsanering de fraudeschulden aan bewindvoerder heeft meegedeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Groningen

Eerste enkelvoudige kamer

Bij vonnis van deze kamer van 13 juli 1999 is de definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:

X.

geboren op... te...

wonende te P.

De rechter-commissaris heeft een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsanering te beëindigen De schuldenaar is opgeroepen ten einde te worden gehoord ter terechtzitting van 5 oktober 1999.

Als grond voor de beëindiging is aangevoerd:

dat de schuldenaar niet te goeder trouw is en zich niet aan de regels van de Wsnp houdt, terwijl hij deze regels kende, en hem verder door de bewindvoerder duidelijk is gemaakt wat de consequenties van overtreding van deze regels zouden kunnen zijn.

De schuldenaar is ter terechtzitting van 5 oktober 1999 verschenen, evenals de bewindvoerder. De bewindvoerder heeft onder meer verklaard dat de Sociale Dienst van de gemeente Veendam bij het indienen van haar vordering heeft meegedeeld dat de schuldenaar voor een bedrag van f. 8.954,57 aan ten onrechte uitkering heeft ontvangen. Tevens heeft de Sociale Dienst van de gemeente Groningen een fraudevordering op de schuldenaar ten bedrage van f. 1.347,09. betreffende niet opgegeven inkomsten. De schuldenaar heeft dit bij de behandeling tot de toelating tot de schuldsaneringsregeling verzwegen.

De schuldenaar heeft de stellingen van de bewindvoerder deels betwist en deels erkend. Voorzover hij die stellingen heeft erkend, heeft hij daarover een schriftelijke verklaring gedateerd 25 september 1999 aan de bewindvoerder gezonden. Hij is van mening dat hij alles heeft uitgelegd aan de bewindvoerder en dat de curator in zijn faillissement ook op de hoogte was van de onderhavige fraudeschulden.

De rechtbank is van oordeel, dat - ondanks de verklaring van de schuldenaar achteraf - het verzoek behoort te worden toegewezen. Naar moet worden aangenomen is de schuldenaar vooraf en bij de aanvraag tot toelating van de wettelijke schuldsanering meegedeeld welke de op de schuldenaar rustende verplichtingen zijn. Tot die mogelijkheden behoort een ongeclausuleerde informatie met betrekking tot de financiële en -maatschappelijke omstandigheden op grond van de door de bewindvoerder aangegeven omstandigheden moet de rechtbank constateren dat na het toelaten tot de schuldsanering de bewindvoerder werd geconfronteerd met twee fraudeschulden van de Sociale Diensten te Veendam en te Groningen voor de respectievelijke bedragen van f. 8.954,57 en f. 1.347,09. Het niet tijdig informeren van één en ander is in strijd met het bepaalde in artikel 350, lid 3 aanhef en onder c Faillissementswet. De rechtbank is van oordeel, dat er aanleiding is de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen. Op grond van artikel 350, lid 5 van de Faillissementswet verkeert de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties kunnen niet uit de boedel worden voldaan en komen dus ten laste van de Staat.

Beslissing

De rechtbank:

beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling en benoemt in het faillissement van de schuldenaar tot rechter-commissaris mr. J.P.. Evenhuis, en stelt tot curator aan mr. J. Hielkema, wonende/gevestigd te Lorentzpark 20 A, 9351 VJ Leek;

stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op fl 200,-- (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting);

bepaalt dat de kosten van de in de Faillissementswet bevolen publicaties ten laste van de Staat komen;

geeft last aan voornoemde curator tot het openen van aan de gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.

Gewezen door mr Praktiek, vice-president, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 1999 in tegenwoordigheid griffier.