Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2022:4969

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-08-2022
Datum publicatie
23-08-2022
Zaaknummer
05/029147-22
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt 25-jarige man tot een gevangenisstraf van 6 jaren en betaling van een schadevergoeding ter zake van Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers: 05/029147-22 en 21/001042-19 (TUL)

Datum uitspraak : 8 augustus 2022

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortejaar 1997] in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. Grave.

Raadsman: mr. E.J.M.J. Damen, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van

6 april, 29 juni en 25 juli 2022.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

Hij op of omstreeks 19 december 2021 te Driel gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (tussen 04:00 en 05:00 uur) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- een horloge (merk: [merk] ) en/of

- een mobiele telefoon,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft

en/of

dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een zaklamp de woning en/of slaapkamer van die [slachtoffer] binnen te gaan,

- een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] te zetten,

- tegen die [slachtoffer] te zeggen: “we willen geld hebben” en/of “ [slachtoffer] , jij hebt geld” en/of “geld, geld”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

- meerdere malen, in elk geval eenmaal, met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een boksbeugel, in elk geval een hard (slag)voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer] te slaan,

- tegen die [slachtoffer] te zeggen: “ik schiet je kapot”, in elk geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- met die [slachtoffer] in gevecht te gaan en/of

- met die [slachtoffer] naar beneden te gaan en ondertussen een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op de nek van die [slachtoffer] te zetten en/of gericht te houden.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken. In het dossier is geen enkel stuk aanwezig aan de hand waarvan verdachte op de plaats delict kan worden gebracht. Alle stukken die door de recherche zijn besproken blijken of niet te kloppen, of spreken enkel over ‘de mogelijkheid dat’ of ‘het zou kunnen dat’, of ze zeggen niets over de zaak. Bij alle vragen die er waren over bijvoorbeeld zoekslagen heeft verdachte een passende uitleg gegeven. Helemaal niets brengt verdachte op de plaats delict of maakt hem een van de daders. Er is uitgebreid forensisch onderzoek gedaan, maar er is geen enkele link tussen verdachte en [slachtoffer] of verdachte en de plaats delict. De schoenen zeggen niets, het wapen dat als belastend werd genoemd heeft geen relevantie en ook voor het overige zijn er geen vingerafdrukken of andere sporen van verdachte gevonden. Er zijn ook geen getuigen die hem daar plaatsen, zijn telefoon plaatst hem daar niet en het signalement dat is gegeven door [slachtoffer] komt ook niet overeen met de persoon van verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

Bewijsmiddelen

In verband met een ander onderzoek werd de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] afgeluisterd. Op 9 december 2021 wordt [medeverdachte] gebeld door ene [naam 1] . Er wordt gesproken over ‘money maken’ en over ‘die rooie’. Volgens [medeverdachte] heeft die ‘rooie kankerlijer’ ‘minimaal een T in zijn osso’ en die gaan zij met z’n tweeën ophalen. ‘Voor volgende week vrijdag is [naam 2] geslagen’. Op de vraag van [naam 1] ‘Heb je iets waar ehh’, antwoordt [medeverdachte] ‘Maakt niet uit ik heb twee neppe, maar maakt niet uit broer deze man gaat plat’. Ook zegt [medeverdachte] nog: ‘we gaan deze man rammen ook als nep is we gaan wel rammen’.2

Een dag na dit tapgesprek, op 10 december 2021, wordt [naam 1] aangehouden voor een overval. In een gesprek van 13 december 2021 praat [medeverdachte] over iemand die waarschijnlijk met hem mee gaat en wordt gesproken over Driel.3

Aangifte

Op 19 december 2021 heeft [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) aangifte gedaan van diefstal met geweld op 19 december 2021 waarbij zijn horloge, een [merk] , type [type] , en telefoon uit zijn woning in Driel zijn weggegenomen.4 [slachtoffer] hoorde rond 04:00 uur een knal. Ongeveer 20 minuten later stonden opeens twee mannen bij zijn bed. De kleinere man had een zaklamp en de grotere man had een vuurwapen. [slachtoffer] voelde dat hij een pistool op zijn hoofd kreeg. [slachtoffer] hoorde een man zeggen: "we willen geld hebben". [slachtoffer] hoorde de kleinere van de twee zeggen: " [slachtoffer] jij hebt geld" en de grotere man zei: ”geld geld.” De kleinere man zei ook: “je hebt wel geld, dat weten we”. [slachtoffer] heeft verklaard dat de kleinere man een boksbeugel om had omdat hij dat had gevoeld. [slachtoffer] is met het pistool op zijn hoofd geslagen. Hij weet zeker dat het een pistool was want tijdens het vechten voelde hij het en hield hij het vast. [slachtoffer] is met de mannen gaat vechten. Hij hoorde de persoon met het vuurwapen zeggen “Ik schiet je kapot”. Hij is door de kleinere persoon op zijn achterhoofd geslagen. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij voornamelijk op zijn hoofd is geslagen.5 Op een gegeven moment heeft [slachtoffer] aangegeven dat hij beneden een dure klok had liggen. [slachtoffer] is met de mannen de trap naar beneden afgelopen en heeft onder dwang van het vuurwapen zijn horloge en een mobiele telefoon aangewezen. De grotere man heeft de spullen vervolgens gepakt. [slachtoffer] heeft verklaard dat bij het naar beneden gaan de kleinere persoon voor hem liep en de grotere man achter hem liep. De grotere man hield het pistool in de nek van [slachtoffer] . [slachtoffer] is vervolgens achter ze aan gelopen en zag dat de mannen via het raam van de garage zijn weggegaan. Hij zag dat het raam van de garage kapot was.6

[slachtoffer] omschrijft de personen als volgt:

Persoon 1:

-Man

-Klein, ongeveer 170 cm groot

-Normaal postuur

-Ik voelde tijdens de schermutseling, welke een paar minuten heeft geduurd dat beide personen iets over hun gezicht droegen.

Persoon 2:

-Man

-Groter persoon, ongeveer 190cm lang

-Redelijk fors postuur

-Hij was de leider van de twee

-Droeg een dikke jas

-Dit was ook de persoon met het pistool in zijn linkerhand.7

Letsel slachtoffer

Uit de forensisch medische letselrapportage volgt dat het letsel van [slachtoffer] bestond uit vele bloeduitstortingen, schaaf-, scheurverwondingen en ‘finger tip bruising’ (stevig vastgrijpen) op de arm. De forensisch arts spreekt van huiddoorklievingen op het (voor)hoofd en in het gezicht, die met meer dan 20 hechtingen zijn gedicht.8

Verklaring medeverdachte [medeverdachte]

Medeverdachte [medeverdachte] heeft bij de politie bekend dat hij een van de overvallers is geweest. Hij heeft zichzelf herkend op de camerabeelden en heeft verklaard dat hij een zaklamp bij zich had.9 Bij de politie heeft medeverdachte [medeverdachte] ook verklaard dat ze met de scooter van zijn medeverdachte naar de woning van [slachtoffer] zijn gegaan.10 Dit betrof een grijze scooter met klein windscherm.11 heeft verklaard dat zijn mededader een alarmpistool had meegenomen naar de overval en dat hij het wapen na de overval in zijn woning in een schoenendoos had verstopt.12 heeft verder verklaard dat hij de avond en de nacht van de overval samen met zijn medeverdachte was. Ze hebben tot een uurtje of elf gechilld en zijn vervolgens gegaan.13 Hij heeft het horloge verkocht in Antwerpen en daar € 500,00 euro voor ontvangen en de opbrengst heeft hij verdeeld met zijn mededader.14

Telefoonverkeer en onderzoek telefoon

Uit onderzoek is gebleken dat verdachte gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 1]15 en medeverdachte [medeverdachte] van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] .16

Uit de historische verkeersgegevens volgt dat de telefoons van verdachte en zijn medeverdachte op 19 december 2021 meerdere momenten bij elkaar in de buurt zijn geweest. Op zondag 19 december 2021 maakte de mobiele telefoon van [medeverdachte] tussen 00:55 uur en 01:47 uur gebruik van de masten [adres 2] te Arnhem en de mobiele telefoon van verdachte tussen 00:06 uur en 02:09 uur gebruik van de mast [adres 3] te Arnhem. De afstand tussen de telefoniemasten [adres 3] te Arnhem en de [adres 2] te Arnhem bedraagt ongeveer 200 meter. [naam] , de vriendin van [medeverdachte] , was woonachtig aan de [adres 4] te Arnhem. 17

Rond het tijdstip van de overval zijn geen mastgegevens van beide toestellen bekend.18

Kort na de overval zijn beide toestellen weer in Arnhem en stralen deze masten aan die dicht bij elkaar in de buurt liggen.19

Verdachte en medeverdachte hebben op 19 december 2021 om 00:55 uur telefonisch contact gehad. Daarin is het volgende gezegd:

“NNM5902 Schiet eens op joh (…)

NNM2752 Kom net van [naam 2] (…)

NNM5902 Ik zie je zo 20

De middag na de overval is er over en weer belcontact tussen verdachte en medeverdachte en spreken ze af elkaar te ontmoeten. Medeverdachte vraagt of verdachte “al die ding heeft opgehaald”. Verdachte reageert dat hij dat allang heeft gedaan. Kort daarna belt medeverdachte weer naar verdachte en verdachte vraagt waar hij is en of “hij die ding mee gaat nemen”.21

Onderzoek telefoon verdachte

De telefoon van verdachte is onderzocht. Op het telefoontoestel van verdachte werd op 12 december 2021 tussen 14.34 en 14.35 uur gezocht op ‘straffen gewapende overval’.22

Op het telefoontoestel van verdachte werd op 18 december 2021 rond 18.56 uur gezocht naar een koopwoning in Driel. Tevens werd om 18.59 uur de Facebookpagina van [naam 3] bekeken. Dit betreft de zoon van het slachtoffer [slachtoffer] .

Op 19 december 2021 te 07.49 uur werd op het telefoontoestel van verdachte de site www.Chrono24.com bezocht. Dit betreft een website waar luxe horloges kunnen worden gekocht en verkocht.23

Een dag na de overval (20 december 2021) is met het toestel van verdachte een snapchatbericht verstuurd met de inhoud ‘ [merk] [type] ’.24

Op maandag 20 december 2021 omstreeks 17.30 uur vond er een gesprek plaats tussen de

gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 2] ( NNM2752) in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte] en de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 3] (NNM4309) op naam van [naam 4] , [adres 5] .

N1 is NNM2752 ( [medeverdachte] )

N2 is NNM4309

N1: Ik heb hier een exclusieve klok man, kan je daar wat mee?

N2: sorry ik hoor jou niet

N1: Ik heb een beetje exclusieve horloge hier, kan je daar wat mee?

N2: Nee, nee alleen maar goude 25

Scooter

Verdachte reed op 27 december 2021 op een grijze scooter met een klein windscherm.26 Op dezelfde scooter worden verdachte en medeverdachte op 23 september 2021 gezien. De eigenaar van de scooter herkende verdachte als bestuurder van de scooter. 27 Op de scooter zijn bloedsporen die matchen met het DNA van verdachte aangetroffen.28

Wapen

Op 13 januari 2022 werd tijdens een observatie een ontmoeting waargenomen tussen verdachte, [naam] en [naam 5] . Er wordt gesproken over ‘dingen’ die weg moeten uit de woning van verdachte, over waar die shit moet worden neergelegd, dat het ook wel in de schuur kan worden gelegd, dat zij het ergens bij iemand neerleggen of begraven, dat het de enige twee opties zijn. [naam] geeft aan dat er iets mee moet gebeuren. Ook geeft zij aan dat medeverdachte [medeverdachte] boos zal worden als hij vrij komt en die dingen weg zijn. Verdachte of [naam 5] antwoordde dat medeverdachte [medeverdachte] blij moet zijn dat hij al die spullen thuis bij hem hebben opgehaald. Volgens [naam] zit medeverdachte [medeverdachte] “in een kanker zieke struggle op die rooie”. 29 Het observatieteam heeft op 13 januari 2022 waargenomen dat zowel [naam] als verdachte afzonderlijk van elkaar iets weggooien in een ondergrondse afvalcontainer. 30

Bij de doorzoeking in de woning bij medeverdachte [medeverdachte] op 18 januari 2022 lijkt de kamer opvallend opgeruimd en worden geen wapens aangetroffen.31

Op 7 februari 2022 meldde de moeder van [naam 6] dat zij een wapen in haar schuur had gevonden.32 [naam 6] is verdachte in een ander strafrechtelijk onderzoek met medeverdachte [medeverdachte] .

Het DNA dat in de binnenzijde van de loop van dat wapen is aangetroffen is onderzocht. Uit dit onderzoek volgt dat het meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker is wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van verdachte, dan wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van een willekeurige (niet aan verdachte verwante) persoon.33

Schoenafdrukken

In de woning van [slachtoffer] zijn meerdere schoenafdrukken gevonden.34 Ook zijn de schoenen van verdachte en die van medeverdachte in beslag genomen.35

Door de afdeling Sporenbeheer van de Forensische Opsporing werd het profiel van de zolen van de schoenen van verdachte vergeleken met schoensporen. Vijf afdruksporen vertonen overeenkomsten met de maat en het profiel van de schoenen van verdachte. Karakteristieke overeenkomsten die kunnen leiden tot identificatie zijn niet waargenomen, derhalve kon niet worden vastgesteld dat de schoensporen zijn veroorzaakt met de schoenen van verdachte. Onverklaarbare verschillen zijn niet waargenomen.36

Tapgesprekken

Op zaterdag 1 januari 2022 omstreeks 18.20 uur vond er een gesprek plaats tussen verdachte vanuit de PI en medeverdachte [medeverdachte] .

“(…) NNM9091 Wat dacht je ik ga maar voor [verdachte] erbij drinken

NNM9091 Is er nog wat te verdienen of eeh hoe zit he maat

NNM2752 wat zei je

NNM9091 Ik zei ligt er nog wat klaar valt er nog wat te verdienen

NNM2752 Nee man niet echt

NNM9091 Dan maar weer op rattatouile

NNM2752 Ja komt wel goed

NNM9091 Ik ga ook tegen dinge zeggen dat ik ff uitstap, ja pik ik weet zo ie zo OT gaat in me

nek hijgen, 100 % maat (…)37

Op maandag 3 januari 2022 omstreeks 11.13 uur vond er een gesprek plaats tussen een onbekende beller en medeverdachte [medeverdachte] .

“(…) NNM0302 Hee je moet geen trorrie meer doen met deze man klappen, want hij heeft tegen alle jallas (fon) verteld dat hij dat hij die toriie heeft geklapt in Driel

NNM2752 Ja ?

NNM0302 Broer Jallas (fon) komen gewoon naar mij toe en zeggen wat the fuck heeft [verdachte]

waarom praat die man zo veel

NNM2752 Kijk uit met wat je over phono zegt

NNM0302 Ja toch JA toch

NNM2752 Nee maar echt ?

NNM0302 Ja broer die man ehhh verteld alles wat hij heeft gedaan man

NNM2752 Wie was er naar je toe gekomen dan

NNM0302 Broer een paar jallas (fon) waren naar mij toe gekomen, [naam 7] , [naam 8] (fon) Hij zit

gewoon bij die Jallas (fon) binnen Jarro (fon) te roken

NNM2752 En dan gangster te doen toch

NNM0302 Ja hij heeft me net gebeld, ik heb gemiste oproep van hem

NNM2752 Okee

NNM0302 Dus pas op broer ik zou echt niks meer met deze man doen

NNM2752 Nee je hebt gezegd ik ga zo je weet toch, ik ben geen domme jongen dus ga ik niet doen

NNM0302 En als hij het tegen jallas (fon) verteld laat staan tegen ander mensen

NNM2752 Ik had hem laatst a een keertje NTV had ik wat tegen hem gezegd en ik hoor het al de volgende dag van iemand anders

NNM0302 Broer die man ehhh als deze man op buro komt deze man gaat zingen als hij op buro

zit

NNM2752 Ja man, het hele liedje waarschijnlijk

NNM0302 Snap je, broer het hele album, dus ja man kijk goed uit met die man, daarom ga ik hem ook skippen, bij mij gaat hij dat ook doen

NNM2752 Nee nee dat is anders, had ik je toen ook al gezegd toch

NNM0302 Deze man als je hem onder druk zet

NNM2752 Ja dan misschien wel, maar ik zeg je eerlijk dan gaat hij je ontlopen of zo

NNM0302 Ja kijk goed uit met die man 38

Gesprek tussen verdachte en [naam 9] op 1 februari 2022. Het gesprek gaat over

dat NN-man aangeeft dat verdachte moet oppassen omdat die kankerhoer heeft verklaard.

[naam 10] (fon) was uit beperking en had zijn verklaring gelezen. Verdachte reageert: 'Zij kan niet echt iets verklaren tegen mij weet je... alleen met eh alleen met eh saneren (fon) (ntv) kan niet meer.39

In het dossier bevindt zich een gesprek tussen [naam] en de vriendin van [naam 6] . [naam 6] is die dag uit beperkingen gekomen. Ook hier wordt gesproken over die kankerhoer die heeft gepraat en dat zowel [naam 10] als [medeverdachte] hebben bekend omdat er te veel bewijs is. [naam] vraagt of er ook over [verdachte] is gepraat. [naam] zegt dat als zij ergens achter komt met [verdachte] , zij vandaag nog naar het bureau gaat en hem erbij naait. Dat hij erbij was in Driel. Ook verbaast men zich erover dat [verdachte] nog niet is opgepakt.

“(…)[naam] zegt ik zweer het je. Als ik er ook achter kom met [verdachte] dit en dat, dan zweer ik op alles dan ga ik vandaag nog naar bureau toe dan naai ik hem er ook bij. Als hij iets gezegd heeft.

Nn vrouw zegt dat snap ik. [naam] zegt dan naai ik hem gewoon erbij hoor dan zeg ik hij was erbij met Driel.(…)40

Gesprek van 1 februari 2022 omstreeks 17.02 uur tussen verdachte en een onbekende beller.

“(…) nnm 4872 luister dan ik hoor dat jij ook gesnitcht bent

nnm 5902 ja?

nnm 4872 ja dat meerdere mensen zijn gaan praten

nnm 5902 meerdere mensen?

nnm 4872 ja (ntv) ik kan eh ik heb een seconde geleden geopend ik heb jou gelijk gebeld ben op

stage toch fokking druk in de winkel

nnm 5902 ja

nnm 4872 dus ik kan beter (ntv) kijken en zo

nnm 5902 maar van wie heb je dat gehoord dan?

nnm 4872 van [naam]

nnm 5902 oke (ntv)

nnm 4872 ja maar dan weet je het een beetje toch

nnm 5902 watte?

nnm 4872 ik zei dan weet je een beetje wat er aan de hand is

nnm 5902 ja maar ik snap geen ik snap geen geen zak ervan

nnm 4872 ja want (ntv) schijnt ook dat (ntv) die [naam 11] gepraat heeft

nnm 5902 ja?

nnm 4872 ja door dat wijf (ntv)

nnm 5902 want dat die [naam 11] ook eh ....dat die [naam 11] ook verklaard heeft

nnm 4872 ja gepraat of zo weet ik niet

nnm 5902 oke

nnm 4872 ja ik moet ook effe een beetje meer eh ....(ntv) hoogte krijgen toch maar ja ik denk het

gaat over jou dus ik bel jou wel direct

nnm 5902 ja is goed ik eh zie ik je straks 41

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij “ [verdachte] ” wordt genoemd vanwege zijn postuur.42 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij 1 meter 86 centimeter lang is. Ook heeft hij verklaard dat met OT observatieteam wordt bedoeld.43

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de woningoverval zoals ten laste is gelegd samen met een ander heeft gepleegd. Verdachte heeft dit ontkend.

De rechtbank overweegt als volgt. Het uiterlijk van verdachte past binnen het door aangever geschetste signalement van één van de daders. De aangetroffen schoensporen in de woning van aangever passen bij de maat en het profiel van de schoenen van verdachte. Nader onderzoek naar deze sporen wordt niet noodzakelijk geacht. Er zullen meerdere van dit type schoenen zijn verkocht, maar dat wil niet zeggen dat verdachte deze niet kan hebben gedragen.

Daarnaast is op de telefoon van verdachte gezocht naar straffen gewapende overval. Ook werd op 18 december 2021 een dag voor de overval naar koopwoningen in Driel gezocht en werd 3 minuten later de Facebookpagina van de zoon van aangever bekeken. Ook is op de telefoon van verdachte op 19 december 2021 de site www.Chrono24.com bezocht; een website waar luxe horloges kunnen worden gekocht en verkocht.

Een dag na de overval is met het toestel van verdachte een snapchatbericht verstuurd met de inhoud “ [merk] [type] ”. Dat is exact hetzelfde model en type horloge dat bij aangever is weggenomen.

De telefoon van verdachte was de avond van de overval in de buurt van medeverdachte [medeverdachte] . Verdachte en medeverdachte hebben op 19 december 2021 om 00:55 uur telefonisch contact waarin wordt gezegd door medeverdachte [medeverdachte] “kom net van [naam 2]” en volgt uit het contact dat men elkaar zo ziet. Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat zij op de scooter van zijn mededader naar de woning van aangever zijn gegaan. De beschrijving van de scooter past bij de bij verdachte aangetroffen scooter.

Voorts volgt uit tapgesprekken dat [verdachte] , de bijnaam van verdachte, praat over een ‘torrie’ die hij heeft geklapt in Driel. Naar de rechtbank ambtshalve bekend is, is ‘torrie’ een in straattaal veelvuldig gebruikt woord voor een overval of ander (strafbaar) feit.

Tot slot neemt de rechtbank in overweging het gesprek tussen [naam] en de vriendin van [naam 6] , waarbij [naam] aangeeft dat als zij ergens achter komt met [verdachte] , zij vandaag nog naar het bureau gaat en hem erbij naait omdat hij erbij was in Driel. Zij verbaasde zich erover dat [verdachte] nog niet was opgepakt.

Al deze feiten en omstandigheden in samenhang bezien, leiden de rechtbank tot de conclusie dat verdachte één van de twee overvallers is geweest. Weliswaar zijn er geen directe sporen van verdachte op de plaats delict aangetroffen, zoals DNA of kenmerkende schoensporen, maar dat leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel, gelet op het overige genoemde bewijs. Verdachte heeft voor veel van dit bewijs geen aannemelijke alternatieve verklaring gegeven, terwijl deze bewijzen daar wel om vragen.

Medeplegen

Van medeplegen is sprake als er nauw en bewust wordt samengewerkt. Van nauwe en bewuste samenwerking is sprake als de bijdrage van de verdachte aan een delict van voldoende gewicht is. Hier is sprake geweest van een gezamenlijke voorbereiding en uitvoering. Zij zijn samen op pad gegaan naar Driel, met een plan, omdat aangever veel geld thuis had liggen. Zij hebben samen ingebroken in de woning en eenmaal binnen samen geweld gebruikt tegen aangever en hem fors bedreigd. Bij gebrek aan geld, hebben zij uiteindelijk een horloge en een telefoon meegenomen. Ieder voor zich heeft geprobeerd dat horloge te slijten. [medeverdachte] heeft gezegd dit horloge uiteindelijk verkocht te hebben en de opbrengst daarvan is gedeeld met zijn mededader.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tweede persoon was bij de overval te Driel en zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van dit feit.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Hij op of omstreeks 19 december 2021 te Driel gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (tussen 04:00 en 05:00 uur) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- een horloge (merk: [merk] ) en/of

- een mobiele telefoon,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft

en/of

dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een zaklamp de woning en/of slaapkamer van die [slachtoffer] binnen te gaan,

- een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] te zetten,

- tegen die [slachtoffer] te zeggen: “we willen geld hebben” en/of “ [slachtoffer] , jij hebt geld” en/of “geld, geld”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

- meerdere malen, in elk geval eenmaal, met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een boksbeugel, in elk geval een hard (slag)voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer] te slaan,

- tegen die [slachtoffer] te zeggen: “ik schiet je kapot”, in elk geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- met die [slachtoffer] in gevecht te gaan en/of

- met die [slachtoffer] naar beneden te gaan en ondertussen een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op de nek van die [slachtoffer] te zetten en/of gericht te houden;

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit, voor het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met enkel de algemene voorwaarden. Verdachte weet duidelijk waarbij hij hulp nodig heeft. Hij erkent dat het gebruik van cannabis een probleem is, waar hij ook schoon schip mee wil maken. Verdachte heeft geen grote problemen, maar mist enkel een stabiele basis. Er staat best wel wat op de documentatie van verdachte, maar het is niet zo dat er de afgelopen jaren sprake is geweest van veelvuldig delictgedrag. Verdachte wil dus zelf laten zien dat hij op het rechte pad kan blijven, mits hij de juiste hulp krijgt. De hulp die verdachte zoekt, ligt dan ook met name op het gebied van huisvesting. Wanneer dat geregeld is, kan verdachte ook verder en dan wil hij ook verder met een baan in de bouw.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Het slachtoffer is in de nachtelijke uren overvallen in zijn woning, waarbij grof geweld is gebruikt en zeer ernstige bedreigingen zijn geuit. Dit is een schokkend feit en moet voor het slachtoffer angstaanjagend zijn geweest.

De overval vond plaats in een woning. Dit is bij uitstek de plaats waarin men zich veilig moet kunnen voelen. Met deze gewelddadige overval op het slachtoffer, is dan ook niet alleen inbreuk gemaakt op zijn eigendomsrecht, maar vooral is hiermee een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en zijn lichamelijke integriteit. De verdachte en zijn mededader hebben louter vanuit hun eigen financiële gewin gehandeld. De handelwijze van verdachte en zijn medeverdachte getuigt van een volslagen gebrek aan respect voor anderen, hun welzijn en hun bezittingen. Uit de slachtofferverklaring volgt dat de overval dusdanig veel impact op [slachtoffer] heeft gehad dat hij al maandenlang niet normaal kan functioneren en zich uiteindelijk onder behandeling heeft moeten laten stellen van een psycholoog. Bij [slachtoffer] is PTSS vastgesteld. Dit alles rekent de rechtbank verdachte zeer aan.

Persoon van verdachte

De rechtbank overweegt voorts dat verdachte reeds meerdere malen veroordeeld is voor vermogensdelicten en dat dit - ondanks de hem hiervoor opgelegde straffen - verdachte niet ervan heeft weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan het vermogensdelict zoals bewezen verklaard.

Uit het PJ psychologisch rapport van 13 juli 2022 volgt dat bij verdachte sprake is van een stoornis in cannabisgebruik. Het is in remissie ten gevolge van detentie. Daarnaast is sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. Tevens is er problematiek op het gebied van huisvesting en ten aanzien van justitiële contacten.

Uit het reclasseringsrapport van 12 juli 2022 volgt dat verdachte vanaf zijn veertiende bekend is met gedragsproblemen. De emoties die hier uit voortkwamen, blokte hij met het gebruik van softdrugs. Pogingen vanuit zijn moeder, een straathoekwerker en de Jeugdreclassering om het tij te doen keren mislukten. Verdachte bevond zich door zijn cannabisverslaving tot op heden in een vicieuze cirkel; hij heeft problemen op vrijwel alle leefgebieden. Daarnaast heeft hij geen vorm van dagbesteding en heeft hij hier ook niet eerder de noodzaak toe gezien. Er is sprake van een schuldenlast bij het CJIB, terwijl ook de bijstandsuitkering per februari 2022 is stopgezet. Al met al ziet de reclassering enkel zorgen op de verschillende leefgebieden. Pogingen vanuit de reclassering om hem toe te leiden naar behandeling werden door verdachte afgebroken. Ditzelfde geldt voor twee eerdere opnames in verband met zijn verslaving binnen Iriszorg. Zowel zijn houding als ook het niet kunnen/willen aangaan van een begeleidings-behandeltraject in combinatie met een cannabisverslaving maken dat dit tot nu toe niet uitvoerbaar was. Ondanks de hoge kans op recidive, wordt er, nu verdachte clean is, ruimte gezien voor een (hernieuwd) reclasseringstoezicht. “Strakke, gestructureerde begeleiding met voorwaarden met als stok achter de deur een (fors) voorwaardelijk strafdeel, zijn essentieel voor de kans op slagen”, aldus de reclassering.

Straf

Gelet op de ernst van het feit, past alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank is gelet op de ernst van het feit, verdachtes ontkennende proceshouding en zijn ambivalente houding ten opzichte van reclasseringstoezicht van oordeel dat oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met oplegging van bijzondere voorwaarden niet aan de orde is.

Alles overwegende acht de rechtbank - conform de eis van de officier van justitie - een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8 De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het ten laste gelegde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 6.926,31 aan materiële schade en € 7.500,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. Tot slot vordert de officier van justitie oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering primair niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op het gevoerde verweer om over te gaan tot vrijspraak. Subsidiair verzoekt de verdediging de vordering niet-ontvankelijk te verklaren omdat de vordering pas op een zeer laat moment is ingediend.

Meer inhoudelijk mocht de rechtbank wel tot een beoordeling komen, brengt de verdediging het volgende naar voren. Ten aanzien van het eigen risico kan de verdediging uit de stukken niet afleiden dat dit voor 2022 volledig is verbruikt of verbruikt zal worden. Uit de facturen blijkt dat er sprake is van het slechts ten dele verbruiken van het eigen risico. Verder kan de verdediging uit de stukken niet afleiden of er in 2021 geen andere medische kosten waren. Met betrekking tot de kosten voor inbraakpreventie verzoekt de verdediging de rechtbank deze niet-ontvankelijk te verklaren. Uit de stukken blijkt allereerst dat [slachtoffer] al eerder camera’s had. Niet valt in te zien hoe nieuwe beveiliging bepaalde gevoelens wegnemen, en tevens kan niet blijken of er al eerder gevoelens van onveiligheid waren waardoor er initieel beveiligingsmaatregelen zijn genomen, en zo ja wat daarvan de invloed is op de beweerdelijke schade.

Tot slot de immateriële schade. De verdediging wijst in dit kader op letselcategorie 1 van het Schadefonds. Een woningoverval met enig geweld. Dat is ook waar in casu sprake van is geweest. Het bloed in de woning ten spijt, dient te worden gekeken naar de stukken die daadwerkelijk iets zeggen over het letsel. Verwezen kan worden naar de letselverklaring die de verdediging vorige week ontving, waarin is gesproken over gering bloedverlies en een herstel van enkele dagen. Derhalve is de verdediging van oordeel dat bij die categorie aansluiting dient te worden gezocht en daarom dient de immateriële schade stevig te worden gematigd.

Overweging van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het tijdstip van indiening van de vordering van de benadeelde partij aan een eerlijk proces niet in de weg heeft gestaan.

Materiële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van het bewezenverklaarde schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de gevorderde kosten van € 395,70 (medische kosten), € 46,80 (reiskosten), € 350,- (vervangen ruit), € 2.500,01 (rolluiken) en € 883,80 (nieuw slot cilinders) voldoende onderbouwd en komen zij billijk voor. De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze schadepost, te weten € 4.176,31, kan worden toegewezen. De gevorderde (materiële) schade van € 2.750 (camera’s) is onvoldoende onderbouwd. Niet is duidelijk geworden waarom de reeds aanwezige camera’s niet meer voldeden. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren voor een bedrag van € 2.750,-.

Immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Het gaat in dit geval om (de in artikel 6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW, bedoelde) aantasting in de persoon ‘op andere wijze’. Daarvan is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is.

De rechtbank heeft de diefstal met geweld bewezen verklaard. [slachtoffer] schreef in zijn verklaring dat hij door de overval een zware traumatische ervaring voor de rest van zijn leven heeft opgelopen. Hij heeft veel last gehad van de verwondingen in zijn gezicht. Hieraan heeft hij blijvende littekens overgehouden. Sinds de gebeurtenissen kampt hij met forse hoofdpijn en slaapproblemen. Hij is zowel geestelijk als lichamelijk zo erg toegetakeld dat hij niet meer kan functioneren. [slachtoffer] lijdt aan een zware vorm van PTSS. Hij weet niet of hij hier overheen komt. Gelet op deze nadelige gevolgen voor [slachtoffer] , mede in aanmerking genomen de aard en de ernst van de normschending, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW.

Rekening houdend met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, zal ten aanzien van de immateriële schade een bedrag van € 7.500,- worden toegekend.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de pleegdatum van het feit, te weten

19 december 2021.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

9 De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 21/001042-19)

Het Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden heeft verdachte op 23 januari 2020 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 (zes) maanden.

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.

De raadsman heeft bepleit de vordering af te wijzen nu vrijspraak is bepleit.

Beslissing rechtbank

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.

10 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

11 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 4.176,31 aan materiële schade en € 7.500,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

  • -

    veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 11.676,31 aan materiële schade en smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 93 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;

 gelast de tenuitvoerlegging van de op 23 januari 2020 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voorwaardelijk opgelegde straf, te weten 6 (zes) maanden (parketnummer 21/001042-19).

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. M.P. Bos en mr. C.A.H. Pouwels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Draaijers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 augustus 2022.

mr. J.J.H. van Laethem en mr. M.P. Bos zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL2021590150 (ON4RO21147), gesloten op 11 mei 2022 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1686-1687.

3 Tapgesprek, p. 1657.

4 Proces-verbaal van aangifte, p. 1284.

5 Proces-verbaal van aangifte, p. 1295-1286.

6 Proces-verbaal van aangifte, 1287-1288.

7 Proces-verbaal van aangifte, p. 1287.

8 Forensische medische letselrapportage van 20 januari 2022, p. 1341.

9 Proces-verbaal van verhoor mededader [medeverdachte] , p. 1953, 1955 en 1956.

10 Proces-verbaal van verhoor mededader [medeverdachte] , p. 2019.

11 Proces-verbaal van verhoor mededader [medeverdachte] , p. 2000.

12 Proces-verbaal van verhoor mededader, p. 2001.

13 Proces-verbaal van verhoor mededader [medeverdachte] , p. 2001.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 177.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 44.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 39

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1632-1639.

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1632.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1641.

20 Proces-verbaal van uitwerking tapgesprek van 15 juli 2022.

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 6146.

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1612.

23 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1612-1614.

24 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1610.

25 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1646.

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1556.

27 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 1562.

28 NFI rapport, p. 1600.

29 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1778- 1779.

30 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1776

31 Proces-verbaal van bevindingen p. 80, p. 1776 en proces-verbaal van verhoor mededader, p. 1956

32 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1862.

33 NFI rapport, p. 1890.

34 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2035.

35 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2041.

36 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2047.

37 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1649.

38 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1650.

39 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1725.

40 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2098-2099.

41 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1725.

42 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 2124.

43 Verklaring verdachte ter terechtzitting.