Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2022:2685

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-05-2022
Datum publicatie
27-05-2022
Zaaknummer
05/307135-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

63-jarige man veroordeeld voor seksueel misbruik van zijn dochters van 1 en 3 jaar oud. Ook wordt hij veroordeeld voor het maken en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen van het misbruik en voor het bezit van andere kinderporno en dierenporno. De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 6 jaar. Daarnaast legt de rechtbank een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op, die inhoudt dat de man na zijn detentie in behandeling moet. Ook moet de man aan beide dochters € 10.000,- aan schadevergoeding betalen en krijgt de moeder van de meisjes € 5.000,- aan shockschade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2022-0391
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/307135-21

Datum uitspraak : 27 mei 2022

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [1959] in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op de [adres] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. Grave.

Raadsvrouw: mr. E.W.A. Nabbe, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 mei 2022.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Verdachte wordt, kort gezegd, na toewijzing ter terechtzitting door de rechtbank van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, verweten dat hij:

- in de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 november 2021 in Pannerden met zijn minderjarige kinderen [slachtoffer 1] (geboren op [2016] ) en [slachtoffer 2] (geboren op [2019] ) op verschillende tijdstippen meerdere handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Dit betrof het brengen van de penis in de mond, het brengen van de tong tussen de schaamlippen en het brengen van de vinger(s) in de vagina (feiten 1 en 2);

- in de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 november 2021 in Pannerden met zijn minderjarige kinderen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op verschillende tijdstippen meerdere ontuchtige handelingen heeft gepleegd. Dit betrof het laten betasten, aftrekken en insmeren met olie van zijn penis, het likken over de schaamlippen, het betasten van de schaamlippen en de billen, het houden van de (stijve) penis tegen de schaamstreek en billen (en t.a.v. [slachtoffer 2] : dicht bij het gezicht), het laten spreiden van de schaamlippen en het laten betasten door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van elkaars vagina (feiten 3 en 4);

- in de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 november 2021 in Pannerden kinderpornografische afbeeldingen (foto’s en video’s), waaronder foto’s/video’s van zijn dochters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , meermalen heeft verspreid, aangeboden, vervaardigd, verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft door middel van mobiele telefoons, een externe harde schijf en meerdere cloudaccounts/-opslagen en dat hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt (feit 5);

- in de periode van 1 mei 2020 tot en met 11 november 2021 in Pannerden dierenpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad op meerdere mobiele telefoons (feit 6).

De volledige tekst van de tenlastelegging (na wijziging) is als bijlage bij dit vonnis gevoegd en maakt daarvan deel uit.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat op basis van het dossier wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 1, 2, 3 en 4:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 31-37;

- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, met bijlagen, p. 229-243;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 mei 2022.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 5:

- het proces-verbaal van bevindingen ( [telefoon 1] ), p. 200-204;

- het proces-verbaal van bevindingen ( [telefoon 2] ), p. 210-211;

- het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek Google-accounts), p. 213-215;

- het proces-verbaal van bevindingen ( [telefoon 3] ), p. 219-222;

- het proces-verbaal van bevindingen ( [merk 1] harde schijf), p. 227-228;

- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, met bijlagen, p. 229-243;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 244-250;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 mei 2022.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 6:

- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, met bijlagen, p. 229-243;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 244-250;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 mei 2022.

De rechtbank acht ten aanzien van de feiten 3 en 4 ook wettig en overtuigend bewezen dat de genoemde handelingen ontuchtig zijn en in strijd met de sociaal-ethische norm, gelet op de zeer jonge leeftijd van beide meisjes, de aard van de handelingen en de omstandigheden waaronder verdachte deze heeft gepleegd.

De rechtbank acht ten aanzien van feit 5 ook het ten laste gelegde ‘gewoonte maken van’ wettig en overtuigend bewezen, gelet op de hoeveelheid afbeeldingen die is aangetroffen, de duur van de periode waarin het verweten gedrag heeft plaatsgevonden, de frequentie waarmee verdachte naar de afbeeldingen heeft gekeken en de zoektermen die verdachte gedurende de verweten periode heeft gebruikt.

De rechtbank acht ten aanzien van feit 6 ook wettig en overtuigend bewezen dat de genoemde handelingen waarbij een mens en dier (schijnbaar) zijn betrokken ontuchtig zijn en in strijd met de sociaal-ethische norm, gelet op de aard van de handelingen en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de periode van het bezit van dierenpornografische afbeeldingen is aangevangen op 1 mei 2021 en niet, zoals ten laste is gelegd, op 1 mei 2020. De rechtbank zal daarom, gelet ook op hetgeen de officier van justitie daarover ter zitting heeft gezegd, de bewezenverklaarde periode laten aanvangen op 1 mei 2021.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 november 2021 te Pannerden, althans in Nederland, met [slachtoffer 1] , geboren op [2016] , zijnde verdachtes kind, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, meermalen, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten

- het brengen van zijn penis in haar mond en/of

- het brengen van zijn tong tussen haar schaamlippen en/of

- het brengen van zijn vinger(s) in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 november 2021 te Pannerden, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] , geboren op [2019] , zijnde verdachtes kind, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

meermalen, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten

- het brengen van zijn penis in haar mond en/of

- het brengen van zijn tong tussen haar schaamlippen en/of

- het brengen van zijn vinger(s) tussen haar schaamlippen;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 november 2021 te Pannerden, althans in Nederland, met [slachtoffer 1] , geboren op [2016] , zijnde verdachtes kind, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, meermalen, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het door [slachtoffer 1] laten betasten en/of aftrekken en/of insmeren met olie van zijn penis en/of

- het likken van/over de schaamlippen van [slachtoffer 1] en/of

- het betasten van de schaamlippen en/of billen van [slachtoffer 1] en/of

- het houden van zijn (stijve) penis tegen de schaamstreek en/of billen, althans het (onder)lichaam van [slachtoffer 1] en/of

- het door [slachtoffer 1] laten spreiden van haar eigen schaamlippen en/of billen en/of

- het door [slachtoffer 1] laten betasten van de vagina van haar zusje [slachtoffer 2] ;

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 november 2021 te Pannerden, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] , geboren op [2019] , zijnde verdachtes kind, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, meermalen, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het door [slachtoffer 2] laten betasten en/of aftrekken en/of insmeren met olie van zijn penis en/of

- het likken van/over de schaamlippen van [slachtoffer 2] en/of

- het betasten van de schaamlippen en/of billen van [slachtoffer 2] en/of

- het houden van zijn (stijve) penis tegen de schaamstreek en/of billen, althans het (onder)lichaam van [slachtoffer 2] en/of dicht bij het gezicht van [slachtoffer 2] en/of

- het door [slachtoffer 2] laten spreiden van haar eigen schaamlippen en/of

- het laten betasten van de vagina van [slachtoffer 2] door haar zus [slachtoffer 1] ;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 november 2021 te Pannerden, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten meerdere mobiele telefoons ( [telefoon 3] en/of [telefoon 2] en/of [telefoon 1] ), en/of een externe harde schijf ( [merk 2] ) en/of een of meerdere cloudaccounts/-opslagen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [2019] en/of [slachtoffer 1] , geboren op [2016] en/of een of meer andere personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, heeft verspreid en/of aangeboden en/of vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen — zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een vinger/hand vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een vinger/hand anaal penetreren van het eigen lichaam

(toonmap afbeelding 1: [bestand 1] )

en/of

het met de/een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel en/of billen

(toonmap afbeelding 2: [bestand 2] )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of poseert in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen

en/of (waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(toonmap afbeelding 3: [bestand 3] , afbeelding 4: [bestand 4] , afbeelding 5:

[bestand 5] )

en/of

het masturberen boven/bij het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(toonmap afbeelding 6: [bestand 6] )

en hij (aldus) van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2021 tot en met 11 november 2021 te Pannerden, althans in Nederland, een of meer afbeeldingen en/of een gegevensdrager - te weten meerdere

mobiele telefoons ( [telefoon 3] en/of [telefoon 2] en/of [telefoon 1] ) — bevattende een afbeelding, in bezit heeft gehad terwijl op die afbeelding(en) een ontuchtige handeling zichtbaar is waarbij een mens en dier is/zijn betrokken of schijnbaar is/zijn betrokken,

welke ontuchtige handeling — zakelijk weergegeven — bestond uit:

- het likken en/of pijpen van een penis van een hond door een vrouw,

- het penetreren van een vrouw door de penis van een hond,

- het likken en/of pijpen van een penis van een paard door een vrouw,

- het penetreren van een vrouw door de penis van een paard,

- het penetreren van een paard door een man,

- het oraal penetreren van een koe door een man.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1 en 2, telkens:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan

uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de

schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4, telkens:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen

plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 5:

het meermalen een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte is gemaakt.

Ten aanzien van feit 6:

een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd:

  • -

    dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren, met aftrek van de tijd die verdachte al in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;

  • -

    dat aan verdachte een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (38zmaatregel) wordt opgelegd, inhoudende een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandeling door een forensisch psychiatrische polikliniek;

  • -

    dat aan verdachte een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid (38vmaatregel) wordt opgelegd, inhoudende een contactverbod met zijn drie kinderen voor de duur van vijf jaren;

  • -

    dat de 38vmaatregel dadelijk uitvoerbaar zal worden verklaard.

De officier van justitie heeft daarbij onder meer gewezen op de ernst van de feiten, het vergaande misbruik dat bij herhaling heeft plaatsgevonden, de grote inbreuk die verdachte daarmee heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn twee jonge dochters en de gevolgen die verdachtes handelen in de toekomst nog zullen hebben. Ten aanzien van het contactverbod heeft zij opgemerkt dat verdachte vanuit detentie recent nog een verjaardagskaart aan [slachtoffer 2] heeft gestuurd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren, zodat een deels voorwaardelijke straf kan worden opgelegd en verdachte in het kader van bijzondere voorwaarden zo spoedig mogelijk kan starten met een behandeling. De raadsvrouw heeft daarbij gewezen op de leeftijd van verdachte en op zijn blanco strafblad.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft op meerdere momenten in de bewezenverklaarde periode een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn zeer jonge dochters. Verdachte heeft hen op meerdere wijzen ernstig seksueel misbruikt; hij heeft hen betast, hij heeft zich laten betasten door hen, hij heeft hun schaamlippen gelikt en hij is hun lichamen seksueel binnengedrongen. Dat alles vond meermaals plaats en op initiatief van verdachte. Zijn dochters hadden daarbij een zeer jonge leeftijd – zij waren allebei jonger dan vijf jaar – en waren op geen enkele manier in staat om te begrijpen wat er gebeurde. Verdachte was, als vader, volledig verantwoordelijk voor wat er gebeurde. Verdachte heeft daarbij enkel gedacht aan zijn eigen behoeften en heeft niet stilgestaan bij de grote impact die deze gebeurtenissen nu en in de toekomst op zijn dochters zullen gaan hebben. Integendeel, hij lijkt nog steeds niet ten volle te beseffen dat zijn dochters hierin geen enkele bepalende rol kunnen hebben gehad. Uit de rapportages komt naar voren dat hij de neiging heeft het seksuele contact met zijn dochters te romantiseren terwijl hij in feite over alle grenzen heen is gegaan.

Het misbruik heeft ook gedurende een langere periode en op meerdere momenten plaatsgevonden. Verdachte wist dat het fout was en ging er toch mee door. Daar komt bij dat hij de seksuele en ontuchtige handelen heeft vastgelegd; samen met zijn dochters heeft hij afbeeldingen (foto’s en video’s) gemaakt van deze gebeurtenissen. Verdachte heeft deze afbeeldingen ook via internet verspreid, terwijl zijn dochters daar herkenbaar op stonden, zonder na te denken over de consequenties daarvan voor zijn dochters. Verder had verdachte ook nog een grote hoeveelheid andere kinderpornografische en dierenpornografische afbeeldingen in zijn bezit.

Gelet op de ernst van de bewezen verklaarde handelingen, de grove inbreuk op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van beide slachtoffers en gelet op de lange periode waarin dit alles plaatsvond, is naar het oordeel van de rechtbank een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Verdachte heeft het vertrouwen van twee jonge meisjes in hun vader ernstig beschadigd en zij zullen daar de rest van hun leven mee moeten leven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor langere duur dan vier jaren, zoals ook de officier van justitie heeft betoogd, moet volgen. De rechtbank zal een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren opleggen, omdat zij dit passend en geboden acht.

Zowel de psychiater als de psycholoog die verdachte hebben onderzocht, als de reclassering, adviseren behandeling, om het matige recidiverisico te verlagen. Mede gelet daarop zal de rechtbank, ter bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, een gedragsbeïnvloedende- en vrijheidsbeperkende maatregel zoals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte zich na zijn detentie moet melden bij de reclassering en dat hij zich laat behandelen door een forensisch psychiatrische polikliniek of soortgelijke zorgverlener. Daarbij weegt de rechtbank de ernst van de feiten mee en ook dat verdachte geen volledige openheid lijkt te geven, dat een duidelijke oorzaak voor zijn handelen niet is gevonden, dat hij de ernst van zijn handelen niet volledig lijkt in te zien en dat mogelijke nieuwe delicten voorkomen moeten worden.

Ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank ook een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte gedurende een periode van vijf jaren geen contact met zijn drie kinderen mag hebben. De rechtbank acht deze maatregel gelet op het voorgaande noodzakelijk om de kinderen van verdachte te beschermen. Daarmee moet onder meer worden voorkomen dat verdachte vanuit detentie contact met hen blijft opnemen, zoals het sturen van kaartjes naar zijn dochters, waardoor hun herstel zal kunnen worden beïnvloed. Ook wordt hiermee voorkomen dat verdachte zijn kinderen op bezoek zal kunnen laten komen, nog voordat verdachte een te volgen behandeling heeft ondergaan. De rechtbank zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet. Deze hechtenis bedraagt één week per overtreding, met een totale duur van maximaal zes maanden, en heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen, zal de rechtbank bevelen dat de 38v-maatregel dadelijk uitvoerbaar is. De rechtbank houdt daarbij rekening met de omstandigheid dat verdachte recent nog vanuit detentie een verjaardagskaart naar [slachtoffer 2] , zijn jongste dochter, heeft gestuurd.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8 De beoordeling van de civiele vorderingen

Namens de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) is in verband met de ontucht en het maken en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen (waar zij op te zien zijn) een vordering tot schadevergoeding ingediend. Voor zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] is een bedrag van € 10.000,- aan smartengeld gevorderd. [aangever] , de moeder van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (hierna: de moeder), heeft een vordering ingediend tot vergoeding van immateriële schade van in totaal € 10.000 en van materiële schade van in totaal € 918,61. Over alle bedragen is telkens de wettelijke rente gevorderd. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. Verder heeft zij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen tot immateriële schadevergoeding voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dienen te worden toegewezen tot bedragen die de rechtbank, gelet op soortgelijke zaken, passend acht. Voor toekenning van de gevorderde immateriële schadevergoeding aan de moeder bestaat volgens de verdediging geen grondslag. Voor zover deze schade als shockschade is opgevoerd, is niet voldaan aan het confrontatievereiste. Wat betreft de door de moeder gevorderde verplaatste (materiële) schade, is er volgens de verdediging geen sprake van een rechtstreeks verband met de feiten. De vordering van de moeder dient dan ook te worden afgewezen of de moeder dient nietontvankelijk te worden verklaard in de vordering, met uitzondering van de gevorderde reiskosten.

Overweging van de rechtbank

Immateriële schadevergoeding [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte met het (onder 1, 2, 3, 4 en 5) bewezenverklaarde handelen een ernstige inbreuk gemaakt op het recht op eerbiediging van de lichamelijke en geestelijke integriteit van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De aard en de ernst van de normschending en de relevante nadelige gevolgen voor de beide meisjes liggen naar het oordeel van de rechtbank zo voor de hand dat een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’, zoals bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek kan worden aangenomen. Het gaat om een langere periode waarin de ontucht heeft plaatsgevonden, bij twee hele jonge kinderen die door hun eigen vader zijn misbruikt en waarvan foto’s zijn gemaakt die mogelijk nog lange tijd op het internet terug te vinden zullen zijn. Mogelijk zullen beide meisjes (ook) op latere leeftijd schadelijke gevolgen ondervinden van het handelen van verdachte. De rechtbank is dan ook van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] de gestelde immateriële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde.

Naar maatstaven van billijkheid, rekening houdend met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters toewijzen in vergelijkbare zaken, zal de rechtbank de hoogte van de bedragen vaststellen op € 10.000,- voor [slachtoffer 1] en € 10.000,- voor [slachtoffer 2] .

Immateriële schadevergoeding moeder

De moeder vordert ten eerste een bedrag van € 5.000,- aan shockschade. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij op 11 november 2021 op de telefoon van verdachte afbeeldingen van haar beide dochters met verdachte aantrof, waarop (onder meer) te zien is dat zij zijn geslachtsdeel vasthouden en dat hij de meisjes oraal bevredigt. De moeder was diep geschokt door de beelden op de telefoon en deze lieten haar niet meer los. Zij is door de huisarts doorverwezen naar een psycholoog en recent is bij haar de diagnose post-traumatische stressstoornis (PTSS) gesteld.

De rechtbank overweegt dat vergoeding van immateriële schade (in de vorm van shockschade) kan plaatsvinden als door het waarnemen van het strafbare feit of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan, een hevige emotionele schok bij de benadeelde partij is teweeggebracht. Deze heftige schok moet een psychiatrisch erkend ziektebeeld tot gevolg hebben. Dat zal zich met name kunnen voordoen als de benadeelde partij en het slachtoffer een nauwe affectieve relatie hebben of hadden.

De rechtbank stelt allereerst vast dat tussen de moeder en de slachtoffers een nauwe affectieve relatie bestond; zij was (en is) immers hun moeder en zij zorgde in de periode van het bewezenverklaarde dagelijks voor hen. Bij haar is een hevige emotionele schok teweeggebracht door directe confrontatie met (de ernstige gevolgen van) het strafbare handelen van verdachte. Zij is op een moment waarop zij niets vermoedde, bij het zien van de foto’s op de telefoon van verdachte geconfronteerd met het misbruik door verdachte van haar dochters. Dat zij bij het misbruik zelf niet lijfelijk aanwezig was, doet niet af aan het feit dat zij bij het zien een hevige schok moet hebben ervaren. Uit de door haar ter zitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring volgt eveneens dat deze confrontatie een hevige emotionele schok heeft veroorzaakt. De rechtbank is van oordeel dat voldoende is onderbouwd dat er een causaal verband is tussen deze schok en het later bij de moeder geconstateerde geestelijke letsel in de vorm van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld, te weten PTSS. Dit causale verband blijkt voldoende uit de medische verklaring van de psycholoog van 29 april 2022, waarin staat dat de moeder mede als gevolg van de confrontatie met de foto’s van haar dochters en hun vader op zijn telefoon, lijdt aan PTSS.

Gelet op het voorgaande kan de moeder aanspraak maken op vergoeding van shockschade.

Alles afwegende zal de rechtbank de vordering tot immateriële schadevergoeding daarom gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van € 5.000,-. Voor de overige door de moeder gevorderde immateriële schade, een bedrag van € 5.000,-, zal de moeder nietontvankelijk worden verklaard. Niet kan worden vastgesteld dat de moeder door het bewezenverklaarde rechtstreeks (immateriële) schade is toegebracht, anders dan de hiervoor al besproken shockschade.

Materiële schadevergoeding

De gevorderde materiële schade is opgevoerd als verplaatste schade van de moeder zelf. Het gaat om de volgende posten:

  • -

    een bedrag van € 356,90 aan eigen risico zorgverzekering van de moeder (in verband met kosten van een behandeling van moeder door een psycholoog);

  • -

    een bedrag van € 120,- aan reikibehandelingen (van de moeder);

  • -

    een bedrag van € 32,76 aan reiskosten (vanwege gesprekken met de officier van justitie en de zitting van de rechtbank); en

  • -

    een bedrag van € 408,95 aan kosten van een bakfiets (restant van de kosten die voor het overige deel al zijn vergoed door het Schadefonds Geweldsmisdrijven).

De rechtbank overweegt dat artikel 6:107, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, dat ziet op verplaatste schade, in dit geval geen grondslag biedt voor toekenning van de vergoeding van verplaatste materiële schade. Als voorwaarde geldt immers dat sprake moet zijn van lichamelijk of geestelijk letsel bij het (directe) slachtoffer. Niet is vastgesteld dat daarvan in het geval van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] sprake was of is. Dat is in elk geval onvoldoende onderbouwd om de gevorderde schadevergoeding via deze weg te kunnen toewijzen. De rechtbank zal de moeder alleen om die reden al nietontvankelijk verklaren in de vordering tot vergoeding van de materiële schade, voor zover het de kosten van het eigen risico, de reikibehandelingen en de (restkosten van de) bakfiets betreft.

De onder de noemer van de materiële schade opgevoerde reiskosten, merkt de rechtbank aan als proceskosten. De rechtbank zal deze kosten (tot op heden) begroten op het gevorderde bedrag van € 32,76.

Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel

De gevorderde wettelijke rente over de toegekende immateriële schade zal worden toegewezen, met als ingangsdatum 11 november 2021. De wettelijke rente over de proceskosten zal verschuldigd zijn indien verdachte deze kosten niet binnen 14 dagen na betekening van het vonnis heeft voldaan. Daarnaast zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen ter voldoening van de toegewezen bedragen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. De toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9 De beoordeling van het beslag

De officier van justitie heeft gevraagd om de inbeslaggenomen voorwerpen te onttrekken aan het verkeer, te weten:

  • -

    G2630226 Telefoontoestel ( [telefoon 3] )

  • -

    G2630229 Telefoontoestel ( [telefoon 1] )

  • -

    G2631712 Telefoontoestel ( [telefoon 2] )

  • -

    G2634294 Computer ( [merk 1] harde schijf)

De raadsvrouw heeft namens verdachte verzocht om teruggave van de laptop, omdat

daar al zijn administratie op staat. Zonder deze laptop zal verdachte, wanneer zijn detentie is afgelopen, alles kwijt zijn en ook niet meer aan zijn toekomst kunnen werken.

De rechtbank stelt voorop dat de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, zoals deze door de officier van justitie voorafgaand aan de zitting aan het dossier is toegevoegd, leidend is voor de (omvang van de) beoordeling van het beslag. Uit deze lijst blijkt dat de rechtbank (alleen) nog dient te beslissen over het strafvorderlijk beslag op drie telefoons en een harde schijf. Van beslag op (een) laptop(s) is niet langer sprake; op de [merk 3] laptops die zijn onderzocht, is geen kinderpornografisch materiaal gevonden.2 De rechtbank gaat er gelet op het voorgaande van uit dat deze dan ook zijn teruggegeven aan de rechthebbenden.

Ten aanzien van alle hierboven genoemde telefoons en de harde schijf zal de rechtbank beslissen dat deze worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Voor zover het verzoek van de raadsvrouw van verdachte ziet op teruggave van de harde schijf (die op de beslaglijst is aangemerkt als “computer”), bijvoorbeeld nadat deze door de politie is opgeschoond, is de rechtbank van oordeel dat dit een te grote belasting is voor het justitiële apparaat. Ook valt niet uit te sluiten dat verwijderde kinderpornografische afbeeldingen toch nog terug te halen zijn. Om die reden wordt dat verzoek dan ook afgewezen.

10 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 36b, 36d, 36f, 38v, 38z, 57, 240b, 244, 247, 248 en 254a van het Wetboek van Strafrecht.

11 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende dat verdachte gedurende 5 (vijf) jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met zijn drie kinderen, [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [naam 1] ;

 beveelt dat vervangende hechtenis van 1 (één week) wordt toegepast voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;

  • -

    beveelt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

  • -

    legt een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende dat:

o Meldplicht bij reclassering
Verdachte meldt zich binnen 48 uur nadat de maatregel is ingegaan bij Reclassering Nederland regio Oost via [telefoonnummer] . Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

o Ambulante behandeling
Verdachte laat zich behandelen door een Forensisch Psychiatrische Polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.

  • -

    beveelt de onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen zoals vermeld onder ‘De beoordeling van het beslag’;

  • -

    veroordeelt verdachte in verband met de feiten 1 tot en met 5 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [aangever] van de volgende bedragen aan immateriële schadevergoeding, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente

1. [slachtoffer 1] € 10.000,- 11 november 2021

2. [slachtoffer 2] € 10.000,- 11 november 2021

3. [aangever] € 5.000,- 11 november 2021

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om de te noemen bedragen betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul (ten aanzien van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) en op € 32,76 (ten aanzien van [aangever] ), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis;

 verklaart de benadeelde partij [aangever] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en smartengeld;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan immateriële schadevergoeding te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. De toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

Benadeelde partij Bedrag Gijzeling

1. [slachtoffer 1] € 10.000,- 85 dagen

2. [slachtoffer 2] € 10.000,- 85 dagen

3. [aangever] € 5.000,- 60 dagen

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Snijders, voorzitter, mr. A.J.H. Steenweg en mr. J.M. Breimer, rechters, in tegenwoordigheid van D.P.H. Snellink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 mei 2022.

Bijlage: tenlastelegging

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 november 2021 te Pannerden, althans in Nederland, met [slachtoffer 1] , geboren op [2016] , zijnde verdachtes kind, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, meermalen, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten

- het brengen van zijn penis in haar mond en/of

- het brengen van zijn tong tussen haar schaamlippen en/of

- het brengen van zijn vinger(s) in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 november 2021 te Pannerden, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] , geboren op [2019] , zijnde verdachtes kind, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

meermalen, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten

- het brengen van zijn penis in haar mond en/of

- het brengen van zijn tong tussen haar schaamlippen en/of

- het brengen van zijn vinger(s) tussen haar schaamlippen;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 november 2021 te Pannerden, althans in Nederland, met [slachtoffer 1] , geboren op [2016] , zijnde verdachtes kind, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, meermalen, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het door [slachtoffer 1] laten betasten en/of aftrekken en/of insmeren met olie van zijn penis en/of

- het likken van/over de schaamlippen van [slachtoffer 1] en/of

- het betasten van de schaamlippen en/of billen van [slachtoffer 1] en/of

- het houden van zijn (stijve) penis tegen de schaamstreek en/of billen, althans het (onder)lichaam van [slachtoffer 1] en/of

- het door [slachtoffer 1] laten spreiden van haar eigen schaamlippen en/of billen en/of

- het door [slachtoffer 1] laten betasten van de vagina van haar zusje [slachtoffer 2] ;

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 november 2021 te Pannerden, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] , geboren op [2019] , zijnde verdachtes kind, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, meermalen, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het door [slachtoffer 2] laten betasten en/of aftrekken en/of insmeren met olie van zijn penis en/of

- het likken van/over de schaamlippen van [slachtoffer 2] en/of

- het betasten van de schaamlippen en/of billen van [slachtoffer 2] en/of

- het houden van zijn (stijve) penis tegen de schaamstreek en/of billen, althans het (onder)lichaam van [slachtoffer 2] en/of dicht bij het gezicht van [slachtoffer 2] en/of

- het door [slachtoffer 2] laten spreiden van haar eigen schaamlippen en/of

- het laten betasten van de vagina van [slachtoffer 2] door haar zus [slachtoffer 1] ;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 november 2021 te Pannerden, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen te weten meerdere mobiele telefoons ( [telefoon 3] en/of [telefoon 2] en/of [telefoon 1] ), en/of een externe harde schijf ( [merk 2] ) en/of een of meerdere cloudaccounts/-opslagen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [2019] en/of [slachtoffer 1] , geboren op [2016] en/of een of meer andere personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, heeft verspreid en/of aangeboden en/of vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen — zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een vinger/hand vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een vinger/hand anaal penetreren van het eigen lichaam

(toonmap afbeelding 1: [bestand 1] )

en/of

het met de/een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel en/of billen

(toonmap afbeelding 2: [bestand 2] )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of poseert in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen

en/of (waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(toonmap afbeelding 3: [bestand 3] , afbeelding 4: [bestand 4] , afbeelding 5:

[bestand 5] )

en/of

het masturberen boven/bij het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(toonmap afbeelding 6: [bestand 6] )

en hij (aldus) van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2020 tot en met 11 november 2021 te Pannerden, althans in Nederland, een of meer afbeeldingen en/of een gegevensdrager - te weten meerdere

mobiele telefoons ( [telefoon 3] en/of [telefoon 2] en/of [telefoon 1] ) — bevattende een afbeelding, in bezit heeft gehad terwijl op die afbeelding(en) een ontuchtige handeling zichtbaar is waarbij een mens en dier is/zijn betrokken of schijnbaar is/zijn betrokken,

welke ontuchtige handeling — zakelijk weergegeven — bestond uit:

- het likken en/of pijpen van een penis van een hond door een vrouw,

- het penetreren van een vrouw door de penis van een hond,

- het likken en/of pijpen van een penis van een paard door een vrouw,

- het penetreren van een vrouw door de penis van een paard,

- het penetreren van een paard door een man,

- het oraal penetreren van een koe door een man.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, dienst Regionale Recherche, afdeling Thematische opsporing, team zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2021529270, gesloten op 3 februari 2022, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Dat blijkt uit het overzicht op pagina 82 ( [merk 3] [type 1] met goednummer 2630236, eigenaar gemeente [naam 2] , en [merk 3] [type 2] met goednummer 2630234, eigenaar verdachte en aangeefster [aangever] ), en het proces-verbaal van bevindingen op pagina 223.