Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2022:1022

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-01-2022
Datum publicatie
25-02-2022
Zaaknummer
C/05/398193 / FA RK 21-4412
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Betrokkene doet een verzoek tot een second opinion inclusief een neuropsychiatrisch onderzoek. De rechtbank acht het wenselijk dat een second opinion inclusief een neuropsychiatrisch onderzoek wordt verricht, maar is tegelijkertijd van oordeel dat zij op dit moment voldoende geïnformeerd is om te kunnen beslissen, en dat een zorgmachtiging noodzakelijk is. Het valt op dit moment niet uit te sluiten dat naast de vastgestelde stoornis ook sprake is van een andere stoornis waaruit ernstig nadeel voortvloeit, maar dat sprake is van een stoornis in de zin van de Wvggz en dat daar ernstig nadeel uit voortvloeit staat vast. In het feit dat een second opinion gevraagd zal worden ziet de rechtbank aanleiding om de zorgmachtiging te beperken tot zes maanden. Indien een nieuwe procedure wordt gestart voor een aansluitende zorgmachtiging, moet bij de nieuwe medische verklaring die wordt overgelegd ook de neuropsychiatrische kant worden meegenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Zaakgegevens: C/05/398193 / FA RK 21-4412

Datum mondelinge uitspraak: 24 januari 2022

Beschikking machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Wvggz

naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

verblijfplaats: Pro Persona, [afdeling] te Wolfheze,

op grond van een zorgmachtiging, geldend tot en met 1 februari 2022,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. C.J.M. Dreessen te Sittard.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 4 januari 2022;

  • -

    het verzoek tot contra-expertise van mr. Dreessen van 14 januari 2022, ingekomen op 18 januari 2022;

  • -

    de pleitnota met bijlagen van mr. Dreessen, ingekomen op 21 januari 2022;

  • -

    de aanvullende pleitnota van mr. Dreessen, ingekomen op 24 januari 2022.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 via beeldbellen plaatsgevonden op 24 januari 2022.

1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

  • -

    de vader van betrokkene;

  • -

    [naam], psychiater verbonden aan Pro Persona;

  • -

    [naam], geneesheer-directeur verbonden aan Pro Persona;

  • -

    [naam], de mentor van betrokkene.

1.4.

Omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is de officier van justitie niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling.

2 Beoordeling

2.1.

Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat zij het in Wolfheze beter vindt dan op de Braamberg. Toch wil ze nog steeds het liefst weg. De advocaat heeft namens betrokkene verklaard dat zij het verzoek om een contra-expertise intrekt. Betrokkene wenst geen contra-expertise meer, omdat dit te lang gaat duren. Zij handhaaft wel het verzoek tot een second opinion door een onafhankelijke psychiater van de Vincent van Goghkliniek in Venray, inclusief een neuropsychiatrisch onderzoek. Met name is daarbij van belang dat in het verleden naast het niet-aangeboren hersenletsel ook is gesproken over mogelijke schizofrenie en het duidelijk moet zijn wat de stoornis van betrokkene is, omdat alleen dan een juiste behandeling mogelijk is en betrokkene eindelijk een toekomstperspectief kan krijgen. De advocaat betwist de causaliteit tussen de huidige stoornis en het gestelde ernstige nadeel. Er is niet met voldoende zekerheid vast te stellen of het nadeel voortvloeit uit de NAH-problematiek of wellicht uit een andere bron. Daarbij speelt ook mee dat de afgelopen jaren de onderzoekmethodes op het gebied van de neuropsychiatrie sterk zijn verbeterd. Een nader onderzoek zal ook rust meebrengen voor betrokkene, want dan wordt ook duidelijk of haar de juiste behandeling wordt geboden. De advocaat verzoekt daarom de beslissing aan te houden voor de second opinion of (subsidiair) om de zorgmachtiging voor zes maanden te verlenen en het overige aan te houden, zodat na die periode kan worden gekeken of de stappen die moesten worden gezet ook zijn gezet. Tot slot benadrukt de advocaat dat betrokkene overal aan meewerkt en zelf ook inziet dat zij begeleiding nodig heeft.

2.2.

De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat vaststaat dat sprake is van niet-aangeboren hersenletsel en dat deze problematiek neurocognitieve stoornissen heeft veroorzaakt. Daarnaast vloeit de psychotische kwetsbaarheid van betrokkene voort uit de NAH-problematiek; dit staat niet los van elkaar. Op dit moment gaat het een stuk beter met betrokkene. De eerdere gedragsstoornissen die eerder bestonden, worden op dit moment niet meer gezien. Betrokkene heeft op de Braamberg ook geleerd hoe zij beter met bepaalde situaties om kan gaan. Nu moet worden geïnventariseerd welke beschermde woonvorm passend is bij betrokkene. Het is belangrijk dat betrokkene de begeleiding wordt geboden die aansluit bij haar problematiek. Ook als op termijn behandeling in een ambulant kader mogelijk zou zijn, is een begeleide woonvorm nodig als tussenstap.

2.3.

De geneesheer-directeur heeft tijdens de mondelinge behandeling het standpunt van de psychiater bevestigd. Er bestaat geen twijfel over dat sprake is van NAH-problematiek, waar neurocognitieve stoornissen uit voortkomen en waardoor sprake is van psychotische kwetsbaarheid. Ook bestaat geen twijfel over de causaliteit tussen het ernstige nadeel en deze stoornis. Overigens is de geneesheer-directeur zelf ook neuropsychiater. Verder licht de geneesheer-directeur toe dat de ouders fundamenteel met de artsen van mening verschillen over de vraag welke behandeling passend is en dat geeft veel onrust. Betrokkene is erg beïnvloedbaar en daarom is het goed dat zij een mentor heeft die haar belangen behartigt. Tot slot benadrukt de geneesheer-directeur dat betrokkene gebaat is bij rust en een consequente bejegening en daarom is een zorgmachtiging voor een jaar noodzakelijk.

2.4.

De mentor heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat hij zich aansluit bij het standpunt van de psychiater. Er moeten nu verdere stappen worden gezet, waarbij wordt gestreefd naar het wonen met begeleiding.

2.5.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling vaststaat dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een ernstige neurocognitieve stoornis, die voortvloeit uit niet-aangeboren hersenletsel. Ook is sprake van psychotische kwetsbaarheid.

2.6.

Het staat voor de rechtbank voldoende vast dat het gedrag dat uit deze stoornis voortvloeit, leidt tot het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig nadeel, gelegen in:

  • -

    ernstige psychische schade;

  • -

    ernstige materiële schade;

  • -

    ernstige verwaarlozing;

  • -

    maatschappelijke teloorgang;

  • -

    bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;

  • -

    gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen.

2.7.

Het valt op dit moment niet uit te sluiten dat naast bovengenoemde stoornis ook sprake is van een andere stoornis waaruit ernstig nadeel voortvloeit, maar dat sprake is van een stoornis in de zin van de Wvggz en dat daar ernstig nadeel uit voortvloeit staat vast. Daarmee is in beginsel aan de voorwaarden voor een zorgmachtiging voldaan.

2.8.

Uit artikel 6:1, vijfde lid van de Wvggz volgt dat de rechter onderzoek door deskundigen kan bevelen en bevoegd is deze of andere deskundigen alsmede getuigen op te roepen. De advocaat heeft namens betrokkene om een second opinion verzocht inclusief een neuropsychiatrisch onderzoek. Betrokkene stelt dat de diagnose schizofrenie arbitrair is, dat ter discussie staat of deze diagnose gehandhaafd moet blijven en dat onduidelijk is of op dit moment de juiste behandeling wordt toegepast. De rechtbank is van oordeel dat het wenselijk is dat een second opinion inclusief een neuro-psychiatrisch onderzoek wordt verricht om meer duidelijkheid te krijgen. Dit is in het belang van de effectiviteit van de behandeling van betrokkene op de lange termijn. De geneesheer-directeur en de psychiater hebben hier geen bezwaar tegen gemaakt.
Tegelijkertijd is de rechtbank van oordeel dat zij op dit moment voldoende geïnformeerd is om te kunnen beslissen, en dat een zorgmachtiging noodzakelijk is. Bij betrokkene is sprake van blijvende schade. Er is geen twijfel dat de huidige behandeling heeft bijgedragen aan de stabilisering van betrokkene en dat deze in zoverre effectief is. Dat dit niet het eindstadium hoeft te zijn, maakt dat niet anders. De geneesheer-directeur heeft toegelicht dat betrokkene afhankelijk is van externe structuur: zij heeft een gebrek aan overzicht en er bestaat de noodzaak om prikkels te beperken. De psychiater is van plan de mogelijkheden te onderzoeken om de medicatie af te bouwen. Hij wilde dat niet direct na de overplaatsing doen in verband met een verhoogd risico op ontregeling. Daarnaast wilde hij de nieuwe mentor van betrokkene hierin betrekken.

2.9.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is, gelet op haar problematiek, kwetsbaar en om haar tegen zichzelf te beschermen is verplichte zorg nodig. De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn, mede gelet op het zorgplan, de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van zorg bestaan uit:

  • -

    het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische behandelmaatregelen;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het opnemen in een accommodatie;

alle voor de duur van zes maanden.

De rechtbank wijst de vorm van zorg ‘het beperken van het recht op ontvangen van bezoek’ af, omdat tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat dit niet noodzakelijk wordt geacht om het ernstige nadeel af te wenden.

2.10.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.11.

In het feit dat een second opinion gevraagd zal worden ziet de rechtbank aanleiding om de zorgmachtiging te beperken voor zes maanden. Het doet recht aan de situatie van betrokkene dat wanneer die informatie beschikbaar is, deze wordt betrokken in de beoordeling van het vervolg. Dat betekent dus ook dat indien een nieuwe procedure wordt gestart voor een aansluitende zorgmachtiging, bij de nieuwe medische verklaring die wordt overgelegd ook de neuropsychiatrische kant moeten worden meegenomen.

2.12.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.13.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor een duur van zes maanden.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in 2.9. kunnen worden getroffen;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 24 juli 2022;

3.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2022 door mr. R.A. Eskes, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Y.J.J. Lanz, griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 februari 2022.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.