Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:783

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
05-02-2021
Datum publicatie
25-02-2021
Zaaknummer
8688515 CV EXPL 20-2552
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

art. 6:162 BW; beschadiging ondergrondse kabel door grondroerder onrechtmatig handelen?; aan zorgvuldigheidsnorm voldaan; grondroerder niet aansprakelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 8688515 \ CV EXPL 20-2552 \ 45950

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

[bedrijf eiser]

gevestigd in [locatie]

eisende partij

gemachtigde: mr. K. Nelissen

tegen

[gedaagde]

gevestigd in [locatie]

gedaagde partij

gemachtigde: mr. P. van Huizen.

Partijen worden hierna [bedrijf eiser] en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 september 2020 en de daarin genoemde processtukken,

- de brief van [bedrijf eiser] van 19 november 2020, met een aantal aanvullende producties,

- de akte overlegging producties van [gedaagde], met producties 2 tot en met 7,

- de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 3 december 2020.

1.2.

Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat uitspraak zal worden gedaan.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] heeft op 8 oktober 2019 (in opdracht van Enexis) graafwerkzaamheden verricht ten behoeve van de aanleg van een nieuwe stroomkabel op het adres [straatnaam] in [locatie]. Voorafgaand aan de werkzaamheden heeft [gedaagde] een zogenaamde Klic-melding gedaan bij het kadaster en naar aanleiding daarvan een aantal Klic-tekeningen van verschillende netbeheerders ontvangen. Verder heeft [gedaagde] informatie over huisaansluitingen bij KPN opgevraagd. Om de volgens de Klic-gegevens aanwezige kabels en leidingen te lokaliseren heeft [gedaagde] op 8 oktober 2019 eerst ter plaatse een aantal proefsleuven gegraven.

2.2.

Tijdens de graafwerkzaamheden heeft [gedaagde] een glasvezelkabel van netbeheerder Reggefiber beschadigd. Daardoor trad bij (buurman) [bedrijf eiser], woonachtig en kantoorhoudend op het adres [straatnaam], een storing op en viel alle verbinding met internet en tv weg. [bedrijf eiser] heeft meteen contact opgenomen met [gedaagde] en haar verzocht om de kabel te repareren. [gedaagde] heeft de beschadiging vervolgens direct gemeld bij Reggefiber. Ook heeft [gedaagde] gemeld dat er sprake was van vervuilde grond. Reggefiber heeft meteen een monteur gestuurd om de kabel te repareren. De (namens Enexis) aanwezige toezichthouder, een milieukundig begeleider, heeft de monteur echter weggestuurd. Vanwege de vervuilde grond kon/mocht de monteur namelijk de reparatie niet uitvoeren zonder handschoenen; reparatie van een glasvezelkabel kan alleen zonder handschoenen uitgevoerd worden als er beschermende folie onder de kabel ligt en die was niet aanwezig. Verder bleek de monteur niet de juiste keuring te hebben.

2.3.

[bedrijf eiser] heeft haar bedrijfsactiviteiten tijdelijk vanaf een ander adres uitgevoerd.

2.4.

Op 6 november 2019 is de glasvezelkabel gerepareerd en vanaf dat moment was de netwerkverbinding van [bedrijf eiser] weer werkend.

2.5.

[bedrijf eiser] heeft [gedaagde] in een brief van 7 mei 2020 aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade als gevolg van de beschadiging van de glasvezelkabel. [bedrijf eiser] heeft een aantal sommaties gestuurd, maar [gedaagde] is niet tot betaling overgegaan.

3 De vordering en het verweer

3.1.

[bedrijf eiser] vordert dat de kantonrechter, in een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 5.227,29, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2019. Verder vordert [bedrijf eiser] betaling van een bedrag van € 636,36 aan buitengerechtelijke incassokosten en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

[bedrijf eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld doordat zij bij de uitvoering van de graafwerkzaamheden (bij de buren) niet de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen ter voorkoming van schade. [gedaagde] heeft daardoor de glasvezelverbinding beschadigd en vervolgens heeft [gedaagde] niet gezorgd voor spoedige reparatie en heeft het een maand geduurd voordat de schade was hersteld. Dit handelen en nalaten kan aan [gedaagde] worden toegerekend. [bedrijf eiser] heeft door het onrechtmatig handelen van [gedaagde] schade geleden, die bestaat uit extra reiskosten en -tijd (€ 2.258,00) voor [bedrijf eiser] en zijn secretaresse en de kosten voor een hotspot via de telefoon (€ 2.969,29). De hotspot was noodzakelijk voor het uitvoeren van de dagelijkse werkzaamheden.

3.3.

[gedaagde] betwist aansprakelijk te zijn voor de door [bedrijf eiser] gestelde schade. [gedaagde] heeft bij de voorbereiding en bij de uitvoering van de werkzaamheden de nodige zorgvuldigheid betracht en zich gehouden aan alle wet- en regelgeving. Omdat de beschadigde kabel niet stond vermeld op de Klic-tekening, kan de beschadiging niet aan [gedaagde] worden toegerekend. Na het veroorzaken van de beschadiging heeft [gedaagde] dit direct gemeld bij netbeheerder Reggefiber. De monteur van Reggefiber is vervolgens weggestuurd door de toezichthouder van Enexis, niet door [gedaagde]. Vervolgens heeft het nog een maand geduurd voordat de reparatie is uitgevoerd, maar dat valt [gedaagde] niet te verwijten. Artikel 6:98 BW staat dan ook in de weg aan redelijke toerekening aan [gedaagde] van schade die door de duur van het herstel is ontstaan. [gedaagde] doet verder een beroep op eigen schuld (de kosten voor de hotspot) en betwist ten slotte de hoogte van de schade.

4 De beoordeling

4.1.

In geschil is allereerst of [gedaagde] al dan niet de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen bij de voorbereiding en uitvoering van de graafwerkzaamheden op 8 oktober 2019.

4.2.

Vooropgesteld wordt dat bij graafwerkzaamheden het gevaar bestaat dat schade ontstaat aan in de grond gelegen kabels en leidingen. Daardoor kan soms aanzienlijke gevolgschade ontstaan. Zorgplichten om deze schade te voorkomen rusten volgens vaste rechtspraak op degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht, in dit geval [gedaagde], en op de netbeheerder.

4.2.

Uitgangspunt bij de beoordeling zijn in de eerste plaats de verplichtingen, zoals die zijn neergelegd in Wet informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en netwerken en het daarop gebaseerde Besluit Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten. Uit deze regelgeving volgt voor de grondroerder, [gedaagde] dus, de verplichting om zorgvuldig te graven, waarbij drie aspecten van zorgvuldigheid specifiek worden benoemd, te weten (a) het doen van een melding voorafgaand aan de graafwerkzaamheden, (b) het onderzoeken van de ligging van de netten op de graaflocatie en (c) het ervoor zorgen dat de verkregen informatie over de ligging van het net ter plaatse van het werk aanwezig is. In de Richtlijn zorgvuldig graafproces (CROW 250, hierna: de CROW-richtlijn) wordt nader beschreven hoe het graafproces zorgvuldig kan worden uitgevoerd, zodat de kans op schade aan kabels en leidingen tot een minimum wordt beperkt. Hierin staat onder meer hoe de grondroerder de precieze ligging van kabels moet lokaliseren.

4.3.

Bij de vaststelling van aansprakelijkheid van graafschade aan kabels en leidingen gaat het om een afweging, waarbij onder meer moet worden bezien in hoeverre de door de grondroerder en door de netbeheerder te nemen voorzorgsmaatregelen voor hen bezwaren opleveren, mede bezien in hun onderlinge verhouding, en waarbij deze eventuele bezwaren moeten worden afgezet tegen de mogelijke gevolgen van het beschadigen van kabels of leidingen. Daarbij zijn alle omstandigheden van belang. De grondroerder mag niet blind vertrouwen op de tekening en zijn plicht tot zorgvuldig graven brengt met zich dat hij het volgens de ontvangen gegevens ter plaatse aanwezige net daadwerkelijk zal moeten trachten te lokaliseren. De onderzoeksplicht van de grondroerder omvat dus niet alleen de inspanningsverplichting om op de tekening aangegeven kabels te zoeken maar ook de verplichting om deze daadwerkelijk te proberen te vinden. Bij de invulling van de zorgplicht komt groot gewicht toe aan de CROW-richtlijn. (zie HR 25 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:772).

4.4.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de zorgvuldigheidsnorm heeft nageleefd en overweegt daartoe als volgt. [gedaagde] heeft voldoende onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van leidingen en kabels in de grond, zowel voorafgaand aan de werkzaamheden als ter plaatse. Zo heeft [gedaagde] de voorgeschreven Klic-melding bij het Kadaster gedaan, zodat zij van alle beheerders die in het werkgebied leidingen hebben liggen de gegevens daarover zou krijgen. Tevens heeft [gedaagde] bij KPN navraag gedaan naar huisaansluitingen op [straatnaam], omdat KPN als enige netbeheerder deze aansluitingen (nog) niet vermeldt op de Klic-tekeningen. Met het opvragen van deze informatie geeft [gedaagde] blijk dat zij de informatie over het werkgebied niet alleen bij het kadaster heeft opgevraagd maar ook heeft bekeken en gecontroleerd en dus, waar nodig, om aanvullende informatie heeft verzocht. Ter zitting heeft [gedaagde] toegelicht dat het feit dat er al datakabels lagen van KPN, hetgeen is onderbouwd met twee tekeningen die [gedaagde] van KPN heeft ontvangen, een extra indicatie was dat er niet nog meer datakabels zouden liggen. Op de Klic-tekening, die als bijlage bij de brief van het kadaster (van 2 oktober 2019) zit, waarop de glasvezelkabel van Reggefiber is getekend in het betreffende werkgebied, is te zien dat deze een hele flauwe bocht maakt. Er staan geen aftakkingen voor huisaansluitingen op vermeld. Dat maakt, samen met de (onweersproken) toelichting van [gedaagde] dat het minder waarschijnlijk is dat er naast KPN-datakabels ook nog andere datakabels liggen, dat [gedaagde] mocht vertrouwen op de juistheid van de Klic-tekening van Reggefiber. Dat geldt temeer omdat [gedaagde] aan de hand van de tekeningen ter plaatse in het werkgebied heeft onderzocht waar de op de (Klic-)tekeningen weergegeven leidingen werkelijk lagen in de grond. Dat heeft [gedaagde] gedaan door middel van het graven van proefsleuven; ook daarbij is geen afwijking van de tekening van Reggefiber ontdekt. Voor zover [bedrijf eiser] stelt dat het graven van de proefsleuven niet juist of onzorgvuldig is gebeurd, heeft [gedaagde] dat met de verklaringen van de graafmachinisten [naam 1] en [naam 2] voldoende weerlegd. Zij hebben wel de huisaansluitingen van KPN gevonden en ook de kabel van Reggefiber waar deze rechtdoor liep, hetgeen in ieder geval getuigt van een gedegen onderzoek op grond van alle beschikbare informatie. [naam 1] en [naam 2] hebben tevens verklaard dat vervolgens tijdens het graafwerk is gebleken dat – net na een proefgeul – aan het begin van de inrit (bij nr. 1) de glasvezelkabels van Reggefiber toch de inrit in liepen, terwijl ze volgens de tekening in een rechte lijn zouden liggen.

4.5.

Gelet op het voorgaande had [gedaagde], op grond van het naar het oordeel van de kantonrechter voldoende grondige en zorgvuldige vooronderzoek, geen enkele aanwijzing dat de kabel van Reggefiber anders liep dan zoals op de tekening stond ingetekend. Er bestond voor [gedaagde] dan ook geen (verdere) verplichting om afwijkingen te vinden. [gedaagde] heeft aan haar onderzoeksplicht voldaan en daarmee aan de vereiste zorgvuldigheidsnorm.

4.6.

Het oordeel dat [gedaagde] zich aan de zorgvuldigheidsnorm heeft gehouden leidt tot de conclusie dat het beschadigen van de kabel van Reggefiber niet aan [gedaagde] kan worden toegerekend. Er is dan ook geen sprake van onrechtmatig handelen door [gedaagde] in de zin van artikel 6:162 BW. Daarom is [gedaagde] niet aansprakelijk voor de gestelde schade van [bedrijf eiser]. Aan de stelling van [bedrijf eiser] dat [gedaagde] zelf heeft gezegd dat zij aansprakelijk was, gaat de kantonrechter voorbij, omdat [gedaagde] dit ter zitting uitdrukkelijk heeft betwist en dit ook verder nergens uit blijkt. De vorderingen van [bedrijf eiser] zullen worden afgewezen.

4.7.

De kantonrechter merkt ten overvloede nog op dat ook als [gedaagde] wel onzorgvuldig zou hebben gehandeld, de schade zoals gevorderd niet valt toe te rekenen aan [gedaagde]. Ter zitting heeft [gedaagde] onweersproken gesteld dat schade aan een kabel normaal gesproken binnen een dag wordt hersteld door de netwerkbeheerder. Verder is ook niet in geschil dat de reden dat dat in dit geval niet is gebeurd en het herstel (veel) langer heeft geduurd, gelegen was in het feit dat er sprake was van vervuilde grond. De monteur van Reggefiber (die wel direct na de melding kwam) werd weggestuurd door de ter plaatse aanwezige toezichthouder van Enexis omdat hij niet voldoende was toegerust dan wel de juiste keuring had om de werkzaamheden in vervuilde grond uit te voeren. Ook bleek dat een nieuwe BUS-melding nodig was, waarmee enige tijd zou zijn gemoeid. Deze omstandigheden liggen buiten de risicosfeer van [gedaagde] en zouden daarom al niet voor haar rekening komen. [gedaagde] zou ook in dat geval dus niet aansprakelijk zijn voor de door [bedrijf eiser] geleden schade.

4.8.

[bedrijf eiser] is in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten. Daarnaast wordt [bedrijf eiser] veroordeeld tot betaling van de door [gedaagde] gevorderde nakosten.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen van [bedrijf eiser] af;

5.2.

veroordeelt [bedrijf eiser] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [gedaagde] begroot op € 622,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van betaling, en € 124,00 aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, te verhogen met € 82,00 in geval van betekening;

5.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. F.M.Th. Quaadvliet en in het openbaar uitgesproken op