Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:737

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-01-2021
Datum publicatie
15-02-2021
Zaaknummer
05/881335-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer veroordeelt een 28-jarige militair uit Utrecht voor mensensmokkel en het bezit en gebruik van een vals identiteitsbewijs, gepleegd op Eindhoven Airport.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/881335-19

Datum uitspraak : 25 januari 2021

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ),

wonende aan [adres] .

Raadsman: mr. L.S.T. H. Ruijters, advocaat in Eindhoven.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 november 2018 tot en met 2 november 2019 te Eindhoven en/of Utrecht, in elk geval in Nederland,

een ander of anderen, te weten (zich noemende) [naam 1] / [naam 2] / [naam 3] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland,

een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op

15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad of haar daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door

-voor voornoemde persoon een (ver)vals(t) reisdocument te regelen en/of aan

voornoemde persoon te geven en/of te verkopen en/of in bewaring te houden en/of

-voor voornoemde persoon een vliegticket te regelen en/of te boeken en/of te kopen en/of

-(telefonisch) contact te onderhouden met voornoemde persoon en/of instructies aan haar te geven en/of

-voornoemde persoon te begeleiden op haar reis van Athene (Griekenland) naar Eindhoven en/of

-voornoemde persoon te begeleiden op de luchthaven Eindhoven en/of daarbij voornoemde persoon aanwijzingen en/of instructies te geven en/of

-voornoemde persoon te begeleiden naar de (paspoort)controle en/of

-voor voornoemde persoon haar (ver)vals(t)e reisdocument te overhandigen en/of aan te bieden aan (een) ambtena(a)r(en) belast met de grensbewaking/controle

terwijl hij, verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was;

2.

Hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 november 2018 tot en met 2 november 2019 te Athene (Griekenland) en/of Eindhoven en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Franse identiteitskaart voorzien van het nummer [nummer 1] met de naam [naam 2] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ), waarvan hij verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, voorhanden heeft gehad;

3.

Hij op of omstreeks 2 november 2019 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst reisdocument en/of

identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Franse identiteitskaart voorzien van het nummer [nummer 1] met de naam [naam 2] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ), door tijdens een paspoort/reisdocumentcontrole het voornoemde (ver)val(t)e reisdocument te overhandigen en/of aan te bieden aan (een) ambtena(a)r(en) belast met de grensbewaking/controle op Eindhoven Airport;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle drie ten laste gelegde feiten en acht het door verdachte geschetste alternatieve scenario ongeloofwaardig. Subsidiair, indien de militaire kamer bij feit 1 niet bewezen acht dat sprake is van ‘wederrechtelijke’ toegang, heeft de officier van justitie verzocht om aanhouding van de zaak voor het laten verrichten van visumonderzoek.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman aangevoerd dat de Koninklijke Marechaussee (KMar) niet in de haar beschikbare systemen heeft onderzocht of de vrouw bij haar inreis in Nederland, beschikte over een geldig Schengenvisum. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat haar toegang tot Nederland wederrechtelijk was zodat volgens hem vrijspraak moet volgen. Ter zake van feit 2 en 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de militaire kamer. Daarbij heeft hij naar voren gebracht dat de identiteitskaart waarmee de vrouw is gereisd, voor vertrek naar Nederland is gecontroleerd op de luchthaven in Athene zodat verdachte er vanuit mocht gaan dat haar document in orde was.

Beoordeling door de militaire kamer

Gelet op de onderlinge samenhang zal de militaire kamer de feiten 1, 2 en 3 gezamenlijk bespreken. Daarbij geldt dat elk bewijsmiddel – ook in zijn onderdelen - wordt gebruikt voor het feit waarop het gezien de inhoud kennelijk betrekking heeft.

Bewijsmiddelen

Op 2 november 2019 zagen verbalisanten van de KMar in de aankomsthal van de luchthaven van Eindhoven bij controle van vlucht FR4307 van Athene naar Eindhoven een man, naar later bleek verdachte, zwaaien met een, naar later bleek, Nederlandse defensiepas. Naast verdachte liep een vrouw. Zij liep door op het moment dat verbalisanten de identiteitskaart van verdachte controleerden en werd vervolgens teruggeroepen door verdachte. Toen verbalisanten de vrouw vroegen om een geldig reisdocument, overlegde verdachte namens haar een Franse identiteitskaart met nummer [nummer 1] op naam van [naam 2] , geboren op

[geboortedatum 1] in [geboorteplaats] , [land van herkomst] . Verdachte verklaarde dat de vrouw een vriendin is en dat hij daarom haar document bij zich had. De vrouw gaf desgevraagd aan dat zij behalve bovenstaande identiteitskaart geen ander identiteitsdocument bij zich had.2

Valse identiteitskaart

Uit echtheidsonderzoek van de KMar volgt dat bovenstaande Franse identiteitskaart een vals document betreft.3

Getuige, die reisde onder de naam [naam 2] en blijkens haar verklaringen [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] dan wel [geboortedatum 3] in [plaats] , [land van herkomst] (hierna te noemen getuige [naam 2] / [naam 1] ) is,4 heeft op 3 november 2019 verklaard dat zij sinds ongeveer 3 weken contact heeft met de man met wie zij bij aankomst op de luchthaven in Eindhoven is aangehouden, zijnde verdachte. Zij heeft verdachte opgeslagen in haar telefoon onder de naam ‘ [naam 4] ’. Verdachte had haar vliegticket [de militaire kamer begrijpt: het vliegticket van Athene naar Eindhoven] voor vertrek via de telefoon naar haar doorgestuurd.5

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij op 1 november 2019 van Eindhoven naar Athene is gevlogen en de volgende dag terug is gevlogen. Bij de terugvlucht heeft hij getuige [naam 2] / [naam 1] bij haar inreis in Nederland begeleid. Direct bij aankomst op de luchthaven van Eindhoven, heeft hij zijn defensiepas laten zien aan medewerkers van de KMar. Hij was toen in burger. Hij had het bagagelabel en bovenstaande identiteitskaart van getuige [naam 2] / [naam 1] bij zich. Toen getuige [naam 2] / [naam 1] op de luchthaven in Eindhoven werd gecontroleerd, heeft hij bovenstaande Franse identiteitskaart aan medewerkers van de KMar overhandigd. Hij en getuige [naam 2] / [naam 1] hebben voor vertrek op de luchthaven in Athene met elkaar gesproken en zijn vervolgens met dezelfde vlucht naar Eindhoven gereisd. Daarvoor had hij sinds enige tijd via WhatsApp contact met ‘ [naam 3] ’. ‘ [naam 3] ’ en getuige [naam 2] / [naam 1] zijn dezelfde persoon. Hij heeft wel eens gebruik gemaakt van de naam ‘ [naam 4] ’, onder meer in gesprekken met een vriend die hij ‘ [naam 1] Athene’ noemt. Het telefoonnummer van verdachte is [telefoonnummer] . Zijn emailadres is [e-mailadres]. Op 28 oktober 2019 heeft hij via [platform] £ 572 ontvangen van een goede kennis genaamd [naam 5] .6

Bij de KMar heeft verdachte in november 2019 verklaard dat alleen hij gebruik maakt van bovenstaand emailadres en dat alleen hij (en incidenteel zijn partner) gebruik maakt van de onder hem in beslag genomen [merk telefoon] , die hij sinds twee jaar heeft.

Hij heeft op verzoek twee selfies van hem en getuige [naam 2] / [naam 1] doorgestuurd met zijn telefoon naar een WhatsAppcontact met de naam ‘ [naam 6] ’, met een bericht in de trant van “god is met je”.7

Berichten aangetroffen op de telefoon van getuige [naam 2] / [naam 1]

Onder getuige [naam 2] / [naam 1] is een telefoon in beslag genomen met nummer [nummer 2] , waarop onderstaande vertaalde WhatsAppberichten/ spraakberichten zijn aangetroffen met contact ‘ [naam 4] ’, telefoonnummer [telefoonnummer] :

Ontvangen 2-10-2019 Hoi [naam 3] alles goed?

Verzonden 7-10-2019 Ik ben net binnengekomen in Athene.

Ontvangen 10-10-2019 Hoi [naam 3] (…). Ik heb gisteren met jouw zus gebeld. Ik heb haar verteld wat ik met [naam 1] heb besproken. [naam 1] moet de documenten halen en deze naar je zus brengen in België. Want als ik naar jou kom, ga ik vrijdag vertrekken en komen we zaterdag terug. Ik heb ook gekeken vanuit hier naar Lille is heel ver voor mij na mijn werk vrijdag. Ik ga vrijdag na mijn werk documenten ophalen in België. Want de zus is in Brussel. België is dichter bij dan Lille. Ik wil de documenten dit weekend gaan halen en volgend weekend kom ik dan naar jou toe in Griekenland. …Laat het me weten, dan gaan we het regelen (….)

Ontvangen 14-10-2019 Afbeelding

Ontvangen 2-11-2019 12:13 Afbeeldingen van boarding pass en instapkaart voor vlucht FR4307 van 2 november 2019 16:35 uur van Athene naar Eindhoven op naam van [naam 2] .8

Boekingsgegevens

Uit onderzoek van de KMar blijkt dat bovenstaande vlucht met nummer FR4307 op naam van verdachte is geboekt op 24 oktober 2019 om 14:19 uur, dat bovenstaande vlucht op naam van [naam 2] is geboekt op 24 oktober 2019 om 15:20 uur en dat er op

31 oktober 2019 een online check-in email reminder is gestuurd voor [naam 2] naar emailadres [e-mailadres]. De kosten bedroegen € 274,99 per ticket. Ook is er een boeking aangetroffen op naam van verdachte voor de vlucht van 1 november 2019 van Eindhoven naar Athene, aankomsttijd 19:30 uur, kosten € 66,85.9

Informatie aangetroffen op de telefoon van verdachte

Bij invoering van het telefoonnummer van getuige [naam 2] / [naam 1] ( [nummer 2] ) op de [merk telefoon] van verdachte (nummer [telefoonnummer] ), zagen verbalisanten dat haar nummer was opgeslagen onder de naam ‘ [naam 3] ’. Ook zagen verbalisanten dat er sinds 1 november 2019 19:22 uur foto’s van het vliegticket en de boarding pass op naam van [naam 2] op de telefoon stonden.10 Tevens stonden er in de telefoon van verdachte foto’s van bovenstaande Franse identiteitskaart, genomen op 12 november 2018 met een [merk telefoon] .11

Daarnaast troffen verbalisanten bij het verwijderen van de cover van de telefoon van verdachte een bagagelabel aan en hoorden zij verdachte zeggen dat dit label hoort bij de ruimbagage van getuige [naam 2] / [naam 1] .12

Verder zagen verbalisanten op de telefoon van verdachte onderstaand facebookmessenger- gesprek met contact ‘ [naam 5] ’:

Ontvangen 29-8-2019 [nummer 3] [naam 3]

Verzonden 26-10-2019 [verdachte]

Ontvangen 28-10-2019 afbeelding

De afbeelding betreft een foto van een kassabon waarop staat dat [naam 5] , met een

adres in Liverpool, £ 572 (= € 600) heeft overgemaakt naar [verdachte] via [platform] .

Verzonden 2-11-2019 afbeelding

De afbeelding betreft selfies van verdachte en getuige, gemaakt op de luchthaven in Athene en in het vliegtuig.13

Ook zagen verbalisanten op de telefoon van verdachte onderstaande vertaalde WhatsAppgesprekken/spraakberichten met contact ‘ [naam 1] Athene’:

Ontvangen 21-4-2018 [naam 2] , Athene

Ontvangen 6-8-2018 Hee [naam 4] , ik heb de mensen gesproken, ze willen vanuit Samos

hier weg en ze willen direct daar naartoe (waar [naam 4] is). (…) Als je mij een foto stuurt van de papieren, stuur ik het geld…Je moet wel goed naar de papieren kijken naar de vergelijking in Lille zijn er genoeg. Je gaat de documenten in Lille halen en dan kom jij hier naartoe. Er zijn genoeg mensen die kandidaat zijn, die willen

reizen naar Nederland. (…)

Je moet wel opletten als hij de papieren aan jou geeft dat het goede

zijn. Je moet opletten dat de papieren niet echt vals zijn. (…)

Verzonden 6-8-2018 Degene die over de papieren gaat, heb ik gesproken over Athene.

Ontvangen 6-8-2018 Want de Angolezen die ik hier heb leren kennen. Deze zijn direct

vanuit hier Naar Duitsland gereisd. Deze hebben Duitse papieren

gekregen. Want het gaat erom of degene op of haar lijkt. Dat is niet zo moeilijk, je moet in Lille kijken. (…). Het moet sneller voordat ze erachter komen dat mensen vanaf hier de reis maken en het dan kapot maken. (….) Want als je een Duits document hebt, moet je afreizen naar België en als je een Belgisch document hebt, moet je naar Duitsland afreizen. In ieder geval niet van hetzelfde land afreizen van het document want daar komen ze snel achter. 14

Verder hebben verbalisanten op de telefoon van verdachte WhatsAppberichten aangetroffen met contact ‘ [naam 6] ’, uit wiens naam op 2 november 2019 om 15:29 uur het volgende bericht is verstuurd: “Take her pictures for me please”, waarop met de telefoon van verdachte twee selfies van hem en getuige terug zijn gestuurd. Daarop is uit naam van

‘ [naam 6] ’ geantwoord: “Am crying”, “Please take good care of her for me”. Hierop is met de telefoon van verdachte geantwoord: “Is ok”, Thks to God bro”.15

Bewijsoverwegingen feiten 1, 2 en 3

Op basis van bovenstaande bewijsmiddelen concludeert de militaire kamer dat getuige [naam 2] / [naam 1] , die blijkens haar verklaringen afkomstig is uit [land van herkomst] , Nederland op

2 november 2019 via de luchthaven van Eindhoven is ingereisd met gebruikmaking van bovenstaande, vals bevonden Franse identiteitskaart op naam van [naam 2] . Zij beschikte niet over enig ander geldig identiteitsbewijs of reisdocument. Het voorgaande leidt de militaire kamer tot de conclusie dat getuige zich wederrechtelijk de toegang tot Nederland heeft verschaft. Het verweer van de raadsman, dat de KMar niet in de haar beschikbare systemen heeft onderzocht of getuige (mogelijk) in het bezit was van een geldig (Schengen)visum, leidt de militaire kamer niet tot een ander oordeel. Daarbij acht zij van belang dat de door getuige [naam 2] / [naam 1] later opgegeven identiteit niet is komen vast te staan omdat getuige deze niet heeft gestaafd met enig document. Verder heeft getuige [naam 2] / [naam 1] niet gesteld dat er op haar naam een Schengenvisum of Nederlands visum is verstrekt. Bovendien valt niet in te zien waarom zij Nederland zou inreizen met een valse Franse identiteitskaart met alle risico’s van dien, als zij zou beschikken over een geldig op haar naam gesteld visum.

Verder concludeert de militaire kamer op grond van bovenstaande bewijsmiddelen dat verdachte op 1 november 2019 van Eindhoven naar Athene is gevlogen, op 2 november 2019 met dezelfde vlucht als getuige [naam 2] / [naam 1] van Athene terug is gevlogen en haar bij aankomst op de luchthaven in Eindhoven naar de documentcontrole heeft begeleid. Bij aankomst in Nederland was verdachte in het bezit was van haar bagagelabel (in zijn telefoonhoesje) en van bovenstaande – vals bevonden – Franse identiteitskaart. Daarnaast volgt uit de bewijsmiddelen dat verdachte deze identiteitskaart heeft overhandigd aan medewerkers van de Kmar, toen zij getuige [naam 2] / [naam 1] vroegen om een geldig reisdocument te overleggen.

De militaire kamer ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte getuige [naam 2] / [naam 1] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van de toegang tot Nederland op de wijze beschreven in de tenlastelegging en zo ja, of hij op dat moment wist of ernstige redenen had te vermoeden dat haar toegang tot Nederland wederrechtelijk was. De militaire kamer beantwoordt deze vragen bevestigend en overweegt het volgende.

Vooropgesteld wordt dat uit de verklaring van verdachte volgt dat hij (nagenoeg) de enige is die gebruik maakt van de onder hem in beslag genomen telefoon zodat de militaire kamer er vanuit gaat dat verdachte degene is die bovenstaande berichten met zijn telefoon heeft verzonden en ontvangen.

Op basis van de hierboven opgenomen bewijsmiddelen concludeert de militaire kamer dat verdachte het vliegticket voor vlucht FR4307 op naam van [naam 2] voor getuige [naam 2] / [naam 1] heeft geregeld. Daarbij acht de militaire kamer van belang dat op de telefoon van getuige [naam 2] / [naam 1] afbeeldingen zijn aangetroffen van bovenstaand vliegticket en de boarding pass waarmee zij naar Nederland is gereisd, die op 2 november 2019 om 12:13 uur, dus enige uren vóór vertrek, door verdachte aan haar zijn gewhatsappt. Bovendien stonden deze documenten blijkens onderzoek van de KMar al sinds 1 november 2019 19:22 uur op zijn telefoon, dus nog vóór de aankomst van verdachte op de luchthaven in Athene. Daar komt bij dat uit de opgevraagde boekingsgegevens naar voren komt dat er enkele dagen voor de vertrekdatum van 2 november 2019 een online incheck reminder voor [naam 2] is gestuurd naar een mailadres op naam van verdachte, dat volgens verdachte alleen door hem wordt gebruikt. Ook volgt uit bovenstaande boekingsgegevens dat het vliegticket op naam van verdachte en dat op naam van [naam 2] binnen twee uur na elkaar zijn geboekt. Daarbij betrekt de militaire kamer dat verdachte een paar dagen voor 2 november 2019 £ 572 heeft ontvangen van ‘ [naam 5] ’, die hem daarvoor ook het telefoonnummer van getuige heeft gewhatsappt. Ook heeft verdachte op 2 november 2019 selfies van hem en getuige [naam 2] / [naam 1] gestuurd aan ‘ [naam 5] ’, genomen op de luchthaven in Athene en in het vliegtuig. £ 572 was omgerekend tegen de koers van de pond op dat moment € 600, welk bedrag grofweg overeenkomt met de totale kosten voor de heen- en terugvlucht van verdachte en het vliegticket op naam van [naam 2] , te weten

(€ 66,85 + 2 x € 274,99 =) € 616,83.

Ook neemt de militaire kamer, in het licht van het voorgaande en in onderlinge samenhang bezien, de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking. Op de eerste plaats zijn op de telefoon van verdachte foto’s aangetroffen van bovenstaande vals bevonden Franse identiteitskaart, die bijna één jaar voor de inreis van getuige [naam 2] / [naam 1] zijn gemaakt. Op de tweede plaats is op zijn telefoon een WhatsAppbericht van 21 april 2018 afkomstig van ‘ [naam 1] Athene’ aangetroffen met daarin de tekst “ [naam 2] , Athene”. Deze naam komt overeen met de naam die op de vals bevonden identiteitskaart staat, waar getuige [naam 2] / [naam 1] gebruik van heeft gemaakt. Op de derde plaats stonden op de telefoon van verdachte berichten die hij op 6 augustus 2018 heeft ontvangen van ‘ [naam 1] Athene’, waarin verdachte wordt geïnstrueerd over het ophalen van documenten in Lille die niet echt vals zijn voor vreemdelingen die vanuit Samos, Griekenland naar Nederland willen reizen en het kiezen van een reisroute naar een ander West-Europees land dan het land dat het betreffende document heeft afgegeven. Op de vierde plaats weegt de militaire kamer de inhoud mee van het bericht dat verdachte op 10 oktober 2018 heeft verzonden naar ‘ [naam 3] ’, zijnde getuige [naam 2] / [naam 1] , over het ophalen van documenten door ‘ [naam 1] ’ in Lille en het ophalen van documenten door hem bij haar zus in België, waarna hij naar haar in Griekenland zal komen. Al het voorgaande leidt de militaire kamer tot de slotsom dat verdachte bovenstaande Franse identiteitskaart waarmee getuige naar Nederland is gereisd, voor haar heeft geregeld en dus wist dat het ging om een vals document.

Dat verdachte wist dat de Franse identiteitskaart vals was, vindt verder steun in de omstandigheid dat hij in de avond van 1 november 2019 naar Athene is gevlogen en getuige [naam 2] / [naam 1] zodoende vanaf de luchthaven van Athene naar Nederland kon begeleiden, en dat hij bij aankomst op de luchthaven in Eindhoven bij het zien van medewerkers van de KMar direct en ongevraagd zijn defensiepas heeft laten zien en daarbij zelf bovenstaande Franse identiteitskaart aan hen heeft overhandigd, toen getuige [naam 2] / [naam 1] om haar reisdocument werd gevraagd.

Dat verdachte getuige [naam 2] / [naam 1] niet alleen heeft begeleid bij haar inreis maar ook eerder, tijdens haar verblijf op de luchthaven in Athene, wordt bevestigd door de op zijn telefoon aangetroffen selfies van hen beiden, gemaakt op de luchthaven in Athene en in het vliegtuig. Dat verdachte een cruciale rol heeft gehad bij de inreis van getuige [naam 2] / [naam 1] en dat hij dit vooraf wist, vindt verder steun in bovenstaand WhatsAppbericht dat ‘ [naam 6] ’ op 2 november 2019 aan verdachte heeft gestuurd, te weten: “Am crying”,“Please take good care of her for me”, en de reactie hierop van verdachte:“Is ok”, Thks to God bro”.

Gelet op het valse Franse identiteitsdocument dat verdachte doelbewust heeft geregeld voor de reis van getuige [naam 2] / [naam 1] van Athene naar Nederland, gaat de militaire kamer er vanuit dat hij wist dat zij niet beschikte over enig ander geldig reisdocument. Nu getuige [naam 2] / [naam 1] in aanwezigheid van verdachte op basis van bovenstaand document is ingereisd, wist verdachte dat haar toegang tot Nederland wederrechtelijk was.

Op basis van het al het voorgaande, acht de militaire kamer wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel, zoals onder feit 1 ten laste is gelegd. Ook acht de militaire kamer bewezen dat verdachte op 2 november 2019 bovenstaande Franse identiteitskaart op naam van [naam 2] doelbewust voorhanden heeft gehad en hiervan opzettelijk gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat een vals document was. Verdachte heeft zich hiermee dan ook schuldig gemaakt aan feit 2 en 3.

Verdachte heeft verklaard dat hij getuige [naam 2] / [naam 1] toevalligerwijs op de luchthaven in Athene heeft ontmoet en haar te goeder trouw en op haar verzoek heeft begeleid bij haar inreis en documentcontrole op de luchthaven in Eindhoven. De militaire kamer gaat hieraan voorbij, nu deze verklaringen worden weerlegd door bovenstaande bewijsmiddelen. Het door verdachte geschetste alternatieve scenario, inhoudende dat iemand hem erin heeft geluisd, dat zijn telefoon is gehackt, dat hij niets weet van bovenstaande berichten die met zijn telefoon zijn verzonden en ontvangen, acht de militaire kamer niet aannemelijk geworden, nu dit geen enkele steun vindt in het dossier. Bovendien valt dit scenario niet te rijmen met de overige bewijsmiddelen, die niet afkomstig zijn van de telefoon van verdachte. Daarbij merkt de militaire kamer nog op dat verdachte bij de KMar en ter zitting op voor de tenlastelegging relevante onderdelen wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard.

De militaire kamer is evenwel niet tot de overtuiging gekomen dat verdachte zich de volledige ten laste gelegde perioden heeft schuldig gemaakt aan de feiten 1 en 2. De omstandigheid dat op de telefoon van verdachte een foto stond van bovenstaand vals document, genomen op 12 november 2018, toont nog niet aan dat verdachte dit document op die datum voor getuige [naam 2] / [naam 1] aan het regelen was. Evenmin kan op grond hiervan worden bewezen dat verdachte dit valse document op 12 november 2018 voorhanden heeft gehad. De militaire kamer zal de periode voor wat betreft feit 1 laten aanvangen op

10 oktober 2019, de dag waarop verdachte een WhatsAppbericht heeft gestuurd naar getuige [naam 2] / [naam 1] over het ophalen van documenten voor haar en het naar haar toe komen in Griekenland. Voor wat betreft feit 2 acht de militaire kamer alleen bewezen dat verdachte het valse document op 2 november 2019 voorhanden heeft gehad zodat zij verdachte voor de voorliggende periode die ten laste is gelegd, zal vrijspreken.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 oktober 2019 tot en met

2 november 2019 te Eindhoven en/of Utrecht, in elk geval in Nederland,

een ander of anderen, te weten (zich noemende) [naam 1] / [naam 2] / [naam 3] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland,

een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op

15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad of haar daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door

-voor voornoemde persoon een (ver)vals(t) reisdocument te regelen en/of aan

voornoemde persoon te geven en/of te verkopen en/of in bewaring te houden en/of

-voor voornoemde persoon een vliegticket te regelen en/of te boeken en/of te kopen en/of

-(telefonisch) contact te onderhouden met voornoemde persoon en/of instructies aan haar te geven en/of

-voornoemde persoon te begeleiden op haar reis van Athene (Griekenland) naar Eindhoven en/of

-voornoemde persoon te begeleiden op de luchthaven Eindhoven en/of daarbij voornoemde persoon aanwijzingen en/of instructies te geven en/of

-voornoemde persoon te begeleiden naar de (paspoort)controle en/of

-voor voornoemde persoon haar (ver)vals(t)e reisdocument te overhandigen en/of aan te bieden aan (een) ambtena(a)r(en) belast met de grensbewaking/controle

terwijl hij, verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was;

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 november 2018 tot en met 2 november 2019 te Athene (Griekenland) te en/of Eindhoven en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Franse identiteitskaart voorzien van het nummer [nummer 1] met de naam [naam 2] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ), waarvan hij verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 2 november 2019 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst reisdocument en/of

identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Franse identiteitskaart voorzien van het nummer [nummer 1] met de naam [naam 2] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ), door tijdens een paspoort/reisdocumentcontrole het voornoemde (ver)vals(t)e reisdocument te overhandigen en/of aan te bieden aan (een) ambtena(a)r(en) belast met de grensbewaking/controle op Eindhoven Airport.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

Mensensmokkel

feit 2:

Een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht voorhanden hebben, waarvan hij weet, dat het vals is.

feit 3:

Opzettelijk gebruik maken van een vals identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 dagen met aftrek, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf voor de duur van 120 uur.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzet zich niet tegen de door de officier van justitie gevorderde straf en heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

De beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder acht geslagen op de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdacht heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Hij heeft ervoor gezorgd dat een vrouw illegale toegang tot Nederland heeft verkregen. Hij heeft daarbij gebruik gemaakt van een valse identiteitskaart, die hij voor haar had geregeld. Ook heeft hij haar vliegticket op een valse naam geregeld en heeft hij haar begeleid tijdens haar vliegreis naar Nederland en bij aankomst op de luchthaven. Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid ten aanzien van bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit, dat gemakkelijk leidt tot allerlei vormen van uitbuiting en misbruik van kwetsbare personen. Verdachte heeft hierin als militair een actieve rol gehad en de militaire kamer neemt hem dit kwalijk. Daarnaast heeft verdacht bij de inreis van de vrouw namens haar bovenstaande valse identiteitskaart overhandigd bij documentcontrole. Hij heeft daarmee het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in de echtheid van dergelijke, officiële documenten, geschaad.

Gelet op de ernst van de feiten en de straffen die hiervoor doorgaans worden opgelegd, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen. De militaire kamer zal daartoe ook overgaan, maar de duur hiervan gelijk stellen aan de tijd die verdachte in verzekering heeft verbleven.

Daarbij weegt voor de militaire kamer in belangrijke mate mee dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat er geen aanwijzingen zijn dat hij heeft gehandeld uit winstbejag dan wel financieel voordeel heeft genoten uit de bewezenverklaarde feiten, zoals doorgaans wel het geval is bij zaken van mensensmokkel. Verder betrekt de militaire kamer in strafverminderende zin dat ten aanzien van feit 3 en 2, het gebruik maken en voorhanden hebben van een vals document, sprake is van eendaadse samenloop.

Alles afwegend, zal de militaire kamer verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 33 dagen met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Het voorwaardelijke deel geldt als stok achter de deur, om verdachte ervan te weerhouden een nieuw strafbaar feit te plegen. Gelet op de ernst van de feiten, zal de militaire kamer afwijken van de eis van de officier van justitie door daarnaast de maximale taakstraf van 240 uur aan verdachte op te leggen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55, 57, 197a, 231, van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De militaire kamer:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 33 (drieëndertig) dagen;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 30 (dertig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft maakt aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.B. Heijmans (voorzitter), mr. G.M. van den Broek, rechters,

en Kolonel mr. C.E.W. van de Sande, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 januari 2021.

Kolonel mr. Van de Sande en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de Koninklijke Marechaussee opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 20191118.1326.4263, gesloten op 8 januari 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen p. 13-14.

3 Proces-verbaal van bevindingen PL27QR/19-103339 van 5 november 2019 p. 1.

4 Proces-verbaal van bevindingen p. 19.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige p. 24.

6 Verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 11 januari 2021.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 109, 111 en 120.

8 Proces-verbaal van bevindingen 201215.0900.7774 van 15 december 2020 p. 1 en bijlage 1 (niet doorgenummerd), gelezen in onderlinge samenhang met proces-verbaal van bevindingen p. 31-33.

9 Proces-verbaal van bevindingen p. 48-49.

10 Proces-verbaal van bevindingen p. 37.

11 Proces-verbaal van bevindingen p. 39-40.

12 Proces-verbaal p. 15 en 18.

13 Proces-verbaal van bevindingen 201215.1000.7774 van 15 december 2020 p. 1 en bijlage 2 (niet doorgenummerd), gelezen in onderlinge samenhang met proces-verbaal p. 38.

14 Proces-verbaal van bevindingen 201215.1000.7774 van 15 december 2020 p. 1 en bijlage 1 (niet doorgenummerd).

15 Proces-verbaal p. 38, gelezen in onderlinge samenhang met proces-verbaal van bevindingen 201215.1000.7774 van 15 december 2020 p. 1 en bijlage 3 (niet doorgenummerd).