Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:6678

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-12-2021
Datum publicatie
28-12-2021
Zaaknummer
AWB - 21 _ 2193
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

BPM. Aangifte met taxatie. Naheffing. Auto kent geen referenties. De enige bekende prijs op de Nederlandse markt is de aankoop van eiseres zelf. Hoe dient de afschrijving te worden bepaald?

DRZ vergelijkt met nieuwprijzen van buitenlandse auto’s. Dit zijn ongeschikte vergelijkingen. Verwijzing naar de tabel is ook onvoldoende. Het Unierecht vereist immers een mogelijkheid tot tegenbewijs. De taxateur van eiseres is aangesloten bij de afschrijving van een auto van een ander type van hetzelfde merk. Inspecteur heeft de juistheid van de uitkomst onvoldoende gemotiveerd betwist, mede in het licht van het eigen aankoopcijfer. Dat een Bentley Mulsanne 6.7 Speed V8 W.O. Edition in het geheel niet zou afschrijven is geen feit van algemene bekendheid. Geen grond voor naheffing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 31-12-2021
V-N Vandaag 2021/3231
FutD 2022-0076
NLF 2022/0145
V-N 2022/8.2.8
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Belastingrecht

zaaknummer: AWB 21/2193

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van

in de zaak tussen

[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, Centrale administratieve processen, kantoor Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Met dagtekening 6 november 2020 heeft verweerder aan eiseres een naheffingsaanslag (aanslagnummer [aanslagnummer] ) belastingen van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) opgelegd van € 11.350.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 23 maart 2021 de naheffingsaanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen tijdig beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2021.

Namens eiseres is de gemachtigde verschenen. Namens verweerder zijn [naam 1] en [naam 2] verschenen. Gelijktijdig met deze zaak is het beroep van eiseres met zaaknummer 20/4343 ter zitting behandeld.

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres heeft met dagtekening 18 februari 2020 aangifte voor de BPM gedaan ter zake van een gebruikte Bentley Mulsanne 6.7 Speed V8 W.O. Edition, afkomstig uit Duitsland. De datum van eerste toelating van de auto is 17 juli 2019. Eiseres heeft bij de aangifte een taxatierapport overgelegd waarin de handelsinkoopwaarde van de auto is bepaald op € 316.843. Vanwege het ontbreken van een koerslijst voor deze auto, heeft de taxateur de waarde van de auto in onbeschadigde staat afgeleid uit een overgelegde koerslijst van Eurotaxglass’s voor een Bentley Continental Flying Spur 6.0i. Op basis daarvan heeft de taxateur de waarde van de auto in onbeschadigde staat vastgesteld op € 318.962. Vervolgens heeft hij een waardevermindering van € 2.119 in verband met schade toegepast.

2. Hoewel daartoe uitgenodigd, is eiseres niet bij DRZ verschenen voor een hertaxatie. DRZ heeft de handelsinkoopwaarde van de auto getaxeerd op € 382.000. Omdat toepassing van de afschrijvingstabel van artikel 8, vijfde lid, van de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (hierna: de Uitvoeringsregeling) gunstiger is voor eiseres, heeft verweerder op basis van die tabel nageheven.

Geschil

3. In geschil is of terecht en tot het juiste bedrag BPM is nageheven. In de eerste plaats is de vraag of de taxatie van eiseres bruikbaar is. Daarnaast is in geschil van welke CO2-uitstoot dient te worden uitgegaan vanwege de overgang van de NEDC-methode naar de WLTP-methode.

Beoordeling van het geschil

4. De eerste vraag is of er aanleiding bestaat voor naheffing. Het eerst vaststellen van de waarde van een auto in onbeschadigde staat en daarna aftrekken van een bedrag in verband met schade, zoals de taxateur van eiseres heeft gedaan, is in beginsel een bruikbare methode om de handelsinkoopwaarde van een auto te bepalen1. Verweerder betwist echter de bruikbaarheid van de Bentley Continental Flying Spur om de afschrijving van de auto te bepalen.

5. De rechtbank stelt voorop dat het Unierecht meebrengt dat voor de bepaling van de afschrijving niet kan worden volstaan met de afschrijvingstabel van artikel 8, vijfde lid van de Uitvoeringsregeling. Dit volgt al uit het arrest Gomes Valente2. Een tabel die de algemene waardeontwikkeling van een auto slechts bij benadering weergeeft is alleen verenigbaar met artikel 110 van het VWEU indien voor de eigenaar van een ingevoerd voertuig de mogelijkheid bestaat de toepassing van de tabel op zijn voertuig in rechte te betwisten. Om die reden biedt artikel 10, tweede, zevende en achtste lid, van de Wet belastingen van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (Wet BPM) de mogelijkheid (als uitgangspunt) de vermindering vast te stellen op basis van een koerslijst. Omdat een koerslijst voor deze auto ontbreekt, mag een taxatierapport worden opgesteld.

6. Een van de eisen die in de regel aan een taxatierapport worden gesteld, is dat gegevens van drie tot vijf referentievoertuigen worden vermeld. Dit is bepaald in artikel 3.2 van bijlage I bij de Uitvoeringsregeling. De taxateur van eiseres noch DRZ heeft dergelijke referentievoertuigen kunnen vinden. DRZ is uitgeweken naar prijzen op de buitenlandse markt (Italië en Frankrijk). De Hoge Raad heeft echter al eerder geoordeeld dat die geen betekenis hebben voor de handelsinkoopwaarde op de Nederlandse markt3. Bovendien hebben de door DRZ gevonden referentievoertuigen respectievelijk 1 en 18 kilometer op de teller. Dat betekent dat voor de BPM sprake is van nieuwe, dat wil zeggen na de vervaardiging niet of nauwelijks gebruikte, voertuigen. Dit zijn per definitie ongeschikte vergelijkingen.

7. Naar het oordeel van de rechtbank dient tegenbewijs door de daaraan gestelde regels in het concrete geval niet praktisch onmogelijk te worden gemaakt. In dat geval verwordt immers het Unierecht tot een dode letter. Beide taxateurs zijn niet in staat gebleken geschikte referentievoertuigen te vinden. Het moet er daarom voor worden gehouden dat die er in beginsel niet zijn. De enige bekende transactie in dit geval is de eigen aankoop door eiseres. Deze heeft op de Nederlandse markt plaatsgevonden. Weliswaar is sprake van een aankoop van een handelaar, maar het eigen aankoopcijfer kan in dit geval toch enig licht op de zaak werpen.

8. De taxateur van eiseres heeft echter een andere benadering gekozen. De rechtbank stelt voorop dat het enkel noemen van een waarde zonder enige onderbouwing bewijsrechtelijk onvoldoende is. De taxateur dient uit te leggen hoe hij aan de getaxeerde waarde komt. De taxateur heeft dat in dit geval gedaan. Hij heeft de koerslijst van de Bentley Continental Flying Spur gebruikt, niet om daaruit rechtstreeks de handelsinkoopwaarde van de auto van eiseres af te leiden, maar om een afschrijvingspercentage te bepalen (dan wel te onderbouwen). Daarbij heeft hij ervoor gekozen de prijs van de opties op € 0 te stellen. Dat leidt weliswaar tot een veel lagere nieuwprijs voor die auto dan voor de auto van eiseres, maar daar is het de taxateur ook niet om te doen geweest, zoals de gemachtigde ter zitting heeft toegelicht. Opties schrijven in de regel verhoudingsgewijs hard af en het toevoegen van opties (waarop nu eenmaal niet elke koper zit te wachten) zou daardoor alleen maar leiden tot een hogere afschrijving. Door de opties niet mee te nemen, kan beter een “clean” beeld worden verkregen van de gangbare afschrijving van een luxe auto als een Bentley. De nieuwprijs van de Bentley Continental Flying Spur bedraagt € 291.207 en de handelsinkoopwaarde ten tijde van de aangifte € 182.514. Dat betekent dat de afschrijving 37,32% bedraagt. Diezelfde afschrijving heeft de taxateur vervolgens toegepast op de nieuwprijs van de auto van eiseres van € 508.915. Dat leidt tot de getaxeerde waarde van € 318.962 (voor aftrek van schade).

9. De bewijslast ter zake van de waardevermindering rust op eiseres. Omdat sprake is van een rapport van een deskundige, dat inzichtelijk is onderbouwd, is het aan verweerder de juistheid van de daarop gebaseerde aangifte gemotiveerd te betwisten. Verweerder heeft dat onvoldoende gedaan. De verwijzing naar het rapport van DRZ kan niet bijdragen aan die betwisting, gelet op de hiervoor genoemde gebreken die aan dat rapport kleven. Op geen enkele wijze kan daaruit een handelsinkoopwaarde voor de gebruikte Bentley Mulsanne 6.7 Speed V8 W.O. Edition op de Nederlandse markt worden afgeleid. Dat de tabelafschrijving minder is, is in het geheel niet relevant. Verweerder heeft erop gewezen dat de rechtbank nog vrij recent heeft geoordeeld dat wanneer een taxatie mag worden gedaan omdat een auto niet in een koerslijst voorkomt, het niet voor de hand ligt bij de waardebepaling vervolgens toch weer gebruik te maken van informatie uit een koerslijst, maar dan van een auto van een ander merk en type.4 Dat betrof echter een situatie waarin voor de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat was aangesloten bij de handelsinkoopwaarde van die referentieauto. Dat is hier niet het geval, in dit geval is de informatie uit de koerslijst gebruikt ter onderbouwing van het afschrijvingspercentage. Hoewel ook daar kanttekeningen bij kunnen worden geplaatst, is dit wel van een andere orde en kan niet gezegd worden dat vaststaat dat eiseres enkel door het afschrijvingspercentage te baseren op dat van een andere auto te weinig BPM heeft voldaan. Dan resteert nog slechts de kale (niet nader onderbouwde) stelling van verweerder dat vanwege het feit dat sprake is van een limited edition, aannemelijk is dat de auto in het geheel niet afschrijft. Erop gewezen dat die stelling niet nader is onderbouwd, heeft verweerder aangevoerd dat sprake is van een feit van algemene bekendheid dat dergelijke auto’s niet afschrijven. De rechtbank gaat niet mee in dat uitgangspunt. Het mag algemeen bekend zijn dat bepaalde exclusieve auto’s niet afschrijven, de vraag is of dat voor de Bentley Mulsanne 6.7 Speed V8 W.O. Edition geldt. Voor zover die auto niet zou afschrijven, kan dat niet als een feit van algemene bekendheid worden beschouwd. De rechtbank heeft partijen ter zitting voorgehouden dat de Bentley Mulsanne is zo’n tien jaar lang geproduceerd en gevraagd of het klopt dat dit de laatste serie was, wat wellicht zou kunnen maken dat het een collector’s item is. Partijen hebben het antwoord op die vraag schuldig moeten blijven. In het licht van het partijdebat is er geen enkele reden aan te nemen dat de tabelafschrijving voor deze auto hoger is dan de werkelijke afschrijving.

10. Tot slot wijst de rechtbank er nog op dat eiseres heeft aangevoerd dat het eigen aankoopcijfer de waardering van haar taxateur ondersteunt. Eiseres heeft € 210.000 voor de auto betaald zonder omzetbelasting en BPM. Vermeerderd met 21% omzetbelasting en € 58.880 BPM (conform aangifte) komt dit overeen met een waarde van afgerond € 313.000. Dit spreekt in elk geval eerder in het voordeel van eiseres dan in haar nadeel.

11. Al met al heeft eiseres de door haar gestelde waardevermindering voldoende aannemelijk gemaakt en heeft verweerder onvoldoende aangevoerd dat de conclusie kan rechtvaardigen dat er enige grond voor naheffing is. Gelet daarop dient het beroep gegrond te worden verklaard.

12. De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.598 (1 punt voor het indienen van het aanvullende bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 265, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534 en een wegingsfactor 1). Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    vernietigt de naheffingsaanslag;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.598;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360 aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Eskes, rechter, in tegenwoordigheid van M.I.M. Geraerts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

de griffier is buiten staat deze uitspraak

te ondertekenen

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

1 Hoge Raad 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:63.

2 HvJ EU 22 februari 2001, ECLI:EU:C:2001:109.

3 Hoge Raad 13 november 2009, ECLI: NL:HR:2009:BK3079.

4 Rechtbank Gelderland 4 oktober 2021, zaaknr. 20/5054 en 20/5056, niet gepubliceerd.