Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:6051

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-10-2021
Datum publicatie
16-11-2021
Zaaknummer
9391718
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vernietiging ontslag op staande voet. Ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig gegeven. Werkgever heeft werknemer niet tijdens, maar ook niet na het gesprek waarin ontslag op staande voet is verleend, in de gelegenheid gesteld om te reageren op hetgeen aan het ontslag op staande voet ten grondslag is gelegd. Gezien de positie van werknemer binnen de organisatie en de aard van de aantijgingen mocht van werkgever worden verwacht dat zij werknemer in ieder geval had voorzien van de schriftelijke documenten waarop zij haar beslissing heeft gefundeerd. Werkgever heeft werknemer de kans ontnomen om zich op een deugdelijke wijze te verweren tegen de aantijgingen. Evenmin heeft werkgever de persoonlijke omstandigheden van werknemer betrokken bij haar beslissing, waaronder een onberispelijk dienstverband van ruim twintig jaar.

Tegenverzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen. Werkgever heeft, onder andere, haar stelling dat werknemer een angstcultuur heeft gecreëerd en dat zij in strijd heeft gehandeld met de conflict of interest regels niet onderbouwd. Verstoring is onvoldoende ernstig en duurzaam om een beëindiging van het dienstverband te rechtvaardigen. Van Werkgever mag worden verwacht dat zij een reële poging onderneemt om de onderlinge verhouden te verbeteren, hetgeen zij tot op heden heeft nagelaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-1440
PR-Updates.nl PR-2021-0231
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 9391718 \ HA VERZ 21-166 \ 512 \ 34124

uitspraak van 11 oktober 2021

beschikking

in de zaak van

[verzoekende partij]

wonende te [plaats]

verzoekende partij

gemachtigde mr. C.C. Zillinger Molenaar

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Essilor Nederland B.V.

gevestigd te Zevenaar

verwerende partij

gemachtigde mr. B.D. Nollen

Partijen worden hierna [verzoekende partij] en Essilor (vrouwelijk enkelvoud) genoemd.

1 De procedure

1.1.

Op 6 augustus 2021 heeft [verzoekende partij] een verzoekschrift met producties 1 tot en met 34 bij de rechtbank ingediend strekkende tot vernietiging van het ontslag op staande voet ex artikel 7:681 BW.

1.2.

Essilor heeft op 7 september 2021 een verweerschrift met producties 1 tot en met 17 ingediend.

1.3.

Bij brief van 9 september 2021 heeft [verzoekende partij] producties 35 tot en met 37 in het geding gebracht.

1.4.

Bij brief van 10 september 2021 heeft Essilor producties 18 en 19 in het geding gebracht.

1.5.

Op 13 september 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [verzoekende partij] is verschenen, bijgestaan door mr. C. Zillinger Molenaar. Namens Essilor zijn haar gemachtigden verschenen, mr. B.D. Nollen en mr. J. van Heusden. Essilor is vertegenwoordigd door mevrouw [betrokkene 1] .

1.6.

Ten slotte is de uitspraak bepaald op heden.

2. De feiten

2.1.

Essilor maakt onderdeel uit van de Essilor groep, een multinationale groep ondernemingen die zich bezighoudt met de productie van corrigerende brillenglazen en instrumenten voor oogartsen en opticiens.

2.2.

[verzoekende partij] treedt op 1 oktober 1998 in dienst bij Essilor in de functie van Hoofd Personeel & Organisatie en Interne Dienst. Vanaf 2004 is [verzoekende partij] werkzaam in de functie van Manager Business Support Benelux/Nordics & Baltics en sinds 2014 in de functie van Country Director business support Benelux. Het laatst genoten salaris bedraagt € 10.614,15 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. In verband met een overeengekomen salary split wordt een bedrag van € 8.434,20 bruto per maand uitgekeerd door Essilor Nederland B.V. en € 2.179,95 bruto per maand door Essilor Belgium SA. In 1999 heeft [verzoekende partij] afstand gedaan van deelname aan de pensioenregeling van Essilor.

2.3.

Op 9 januari 2021 schrijft [verzoekende partij] aan de heer [betrokkene 2] , werkzaam bij Essilor:

“Ik had N verzoek neergelegd ivm info over mijn pensioen gat.

Jij gaf aan te denken dat ooit extra storting gedaan was waarvan ik niets kan herinneren en ook volgens mij nvt is.

Had je dit uitgezocht?

Ontvang graag alsnog de info op mijn mail zodat eea kan worden uitgezocht.”

2.4.

Op 22 januari 2021 schrijft de heer [betrokkene 2] aan [verzoekende partij] :

“Zie onder de info m.b.t. je pensioen.

Laat maar weten wat je verder nog wil hebben.

(…)

[voornaam verz.pp.] heeft in haar arbeidsovereenkomst bij indiensttreding aangegeven dat ze mogelijk zelf haar pensioen wil regelen. [voornaam verz.pp.] is in dienst gekomen op 1 oktober 1998.

In 1999 is door [voornaam verz.pp.] en [betrokkene 3] een afstandsverklaring voor deelname aan het pensioenfonds bij Essilor getekend. In die afstandsverklaring is overeengekomen dat als compensatie, haar jaarsalaris werd verhoogd met een bedrag van fl. 11.232,00 bruto per jaar (dit is 13 x 800 gulden en daarover 8% vakantietoeslag, omgerekend in euro’s is dit een salarisverhoging van € 5.096,86 per jaar. Voorwaarde voor deze regeling was dat als [voornaam verz.pp.] alsnog gaat deelnemen aan de pensioenregeling deze verhoging zou stoppen.

De vergoeding die was toegekend voor het niet deelnemen aan de pensioenregeling is daarna niet teruggevorderd, onbekend is waarom niet.

Per 1-11-2001 heeft [voornaam verz.pp.] een vergoeding/nabetaling/compensatie pensioen ontvangen voor het jaar 1999 fl. 2.496,00 (€ 1.132,64), voor het jaar 2000 fl. 2.496,00 (€ 1.132,64) en voor het jaar 2001 fl. 2.080,00 (€ 743,86).

Per 1-11-2001 heeft [voornaam verz.pp.] een salarisverhoging ontvangen ivm vergoeding/nabetaling/compensatie pensioen van fl. 208,00 per maand (€ 94,93)

In 2004 is een extra pensioenbedrag van € 6.000,00 toegezegd, het bedrag is in 2005 uitbetaald aan [voornaam verz.pp.] met de salarisrun van augustus

Per 1-1-2006 is [voornaam verz.pp.] (op eigen verzoek) aangemeld als deelnemer van onze pensioenregeling bij Aegon.

Dit is alles.(…)”

2.5.

Op 9 juni 2021 vindt een gesprek plaats op het kantoor van Essilor in Zevenaar. Tijdens dit gesprek is [verzoekende partij] op staande voet ontslagen. Het gesprek is per brief van 9 juni 2021 aan [verzoekende partij] bevestigd:

“Met deze brief bevestigen wij ons gesprek van vandaag, waarin wij u op de hoogte hebben gesteld van een aantal ernstige zaken die aan het licht zijn gekomen bij een intern onderzoek dat is uitgevoerd naar uw gedrag naar aanleiding van een klacht van een werknemer via de Essilor Ethics Line, met als resultaat dat Essilor het vertrouwen in uw zakelijke integriteit volledig heeft verloren.

Het gaat om het volgende:

• U hebt een cultuur van angst gecreëerd binnen de Benelux Business Support Organisation, die ernstige risico’s voor mensen met zich meebrengt, zoals burn out, zenuwinzinkingen, mensen die besluiten het bedrijf te verlaten en medewerkers die bang zijn hun mond open te doen, door te schreeuwen tegen ondergeschikten in het bijzijn van anderen, gebrek aan respect te tonen, te

manipuleren, valse informatie te verspreiden, een verdeel-en-heers houding aan te nemen, medewerkers te dreigen met ontslag en maatregelen zoals verlaging van salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden. Zoals aangegeven, vinden wij dit gedrag onacceptabel voor elke manager, maar in het bijzonder voor iemand die leidinggeeft aan onze HR-organisatie in de Benelux. U zou een voorbeeld moeten stellen in het creëren van een inclusieve en veilige omgeving voor onze

medewerkers, iets waarin u duidelijk ernstig tekort bent geschoten.

• Gedurende een periode van meer dan 15 jaar bent u de maandelijkse uitkering die deel uitmaakte van uw salaris blijven ontvangen als compensatie voor het niet deelnemen aan de pensioenregeling van Essilor, ondanks het feit dat u sinds 1 januari 2006 wel bent toegetreden tot de pensioenregeling van Essilor. Sinds 1 januari 2006 ontvangt u dus zowel de pensioencompensatie via uw salaris als

een pensioenbijdrage van Essilor aan de pensioenregeling. Wij hebben nooit afgesproken dat u zowel recht zou hebben op de pensioencompensatie als op de bijdrage in de pensioenregeling. U had dit actief moeten corrigeren en moeten vragen om uw salaris aan te passen, aangezien uw HR-business partner in Nederland (voor wie u verantwoordelijk bent) de correctie niet kon doorvoeren zonder uw goedkeuring. In plaats daarvan hebt u 15 jaar lang gezwegen en een bedrag van EUR 98.800 euro geïncasseerd zonder dat u daar recht op had. Dit is onethisch gedrag dat raakt aan fraude, hetgeen wij onaanvaardbaar achten, in het bijzonder voor iemand in uw rol die deel uitmaakt van het

managementteam en verantwoordelijk is voor onze HR-organisatie in de Benelux, met inbegrip van het toepasselijke beleid en de toepasselijke procedures. Op basis van de Code of Ethics was het zelfs uw specifieke verantwoordelijkheid om ethisch gedrag niet alleen te bevorderen en voor het

voetlicht te brengen, maar ook om eventuele ethische tekortkomingen op te sporen en eraan te werken om ze op te lossen.

• U hebt de salarisadministratie meermalen opgebouwde vakantiedagen (in totaal bijna 70 dagen) laten uitbetalen, ondanks het feit dat u weet dat dit niet in overeenstemming is met het bedrijfsbeleid en dat voor dergelijke betalingen de goedkeuring van een supervisor is vereist, Op de vraag of u de vereiste goedkeuring had verkregen, bevestigde u schriftelijk dat dit niet nodig was. Wij begrijpen nu dat u nooit die goedkeuring hebt gekregen, wat opnieuw een voorbeeld is van gedrag dat onethisch is (als een vorm van machtsmisbruik), hetgeen wij onaanvaardbaar vinden van wie dan ook en in het bijzonder van iemand in uw functie.

• Bij verschillende gelegenheden hebt u gehandeld in strijd met de regels inzake belangenverstrengeling door verbonden leveranciers en zelfs uw echtgenoot goederen en diensten aan Essilor te laten leveren zonder de regels en procedures te volgen die zijn vastgelegd in het Essilor-beleid inzake belangenverstrengeling (Conflict of Interest policy (COl)). Een verzwarende omstandigheid in dit verband is dat u zelf verantwoordelijk was voor de lancering en implementatie

van het COl-beleid binnen de Benelux-organisatie van Essilor.

Zoals u weet, is het voor Essilor van het grootste belang dat we op een ethische en verantwoordelijke manier werken. Onze cultuur is gebaseerd op belangrijke normen en waarden die richtinggevend zijn voor het gedrag van onze medewerkers en die tot uiting komen in onze Code of Ethics en een aantal andere beleidslijnen, zoals de Compliance Policies and Procedures en het COI-beleid.

In het bijzonder moeten onze managers een voorbeeld stellen op het gebied van ethiek en naleving Van de wet in al. hun interacties en in alle beslissingen die zij nemen. Zij moeten ethisch gedrag bevorderen en onder de aandacht brengen, maar ook eventuele ethische tekortkomingen opsporen en zich inzetten om deze op te lossen. Het is de verantwoordelijkheid van de afdelingen Compliance, HR en Sustainability om het beleid van Essilor inzake ethiek en verantwoordelijkheid te definiëren en te

implementeren. U was persoonlijk verantwoordelijk voor de Benelux om alle medewerkers en het topmanagement op de hoogte te brengen van de Code of Ethics, Principle & Values en Conflict of Interest. Als verantwoordelijke voor deze ethische inzet is uw gedrag in het bijzonder ontoelaatbaar.

Wij hebben u laten weten dat wij uw gedrag onaanvaardbaar vinden. U bent niet alleen lid van het managementteam van de Benelux, maar u bent ook verantwoordelijk voor onze HR-organisatie in de Benelux, wat een bijzondere verantwoordelijkheid op u legt om de hoogste standaard van menselijk en ethisch gedrag na te leven. Door dit niet te doen heeft u een onhoudbare situatie gecreëerd. Wij zijn daarom van mening dat alle hierboven beschreven gebeurtenissen afzonderlijk, maar ook in onderlinge samenhang, dringende redenen voor ontslag vormen als bedoeld in artikel 7:678 BW, die een onmiddellijke beëindiging van uw dienstverband rechtvaardigen in overeenstemming met artikel 7:677 BW en wij hebben daarom uw dienstverband met Essilor Nederland B.V. en elk ander dienstverband of andere relatie met enige entiteit van de Essilor Group met onmiddellijke ingang beëindigd per de datum van onze vergadering.

Wij hebben u verzocht de sleutels van uw bedrijfsauto te overhandigen en alle andere bedrijfsbezittingen en informatie die u nog in uw bezit heeft, te overhandigen. Voor zover u dat proces niet hebt voltooid en er nog zaken in uw bezit zijn, dient u deze zaken onmiddellijk terug te geven.

U moet alle pensioenpremies terugbetalen die over de periode van 1 januari 2006 tot vandaag aan u zijn betaald en die een bedrag van EUR 98.800 vertegenwoordigen. Wij zullen het terug te betalen bedrag verrekenen met de bedragen die wij u tot het einde van uw dienstverband verschuldigd zijn en u dient het restant direct aan ons terug te betalen. Het totaal verschuldigde bedrag na verrekening zullen wij u per separate mededeling laten weten.

Zoals aangegeven, bent u niet langer bevoegd om namens Essilor op te treden of zich als werknemer van Essilor te presenteren. U zult alle klanten, leveranciers, directieleden en medewerkers van Essilor die rechtstreeks contact met u opnemen, doorverwijzen naar een lid van de raad van bestuur van Essilor of naar mij, al naar gelang het geval.

Mocht u vragen hebben in verband met het bovenstaande, aarzel dan niet om contact met

ons op te nemen.”

2.6.

In de (ongedateerde) samenvatting van het onderzoeksverslag van Essilor staat:

Subject: Ethics line Case no104 Conclusions for investigation committee

Opening Date: 3/24/2021

Context:

[betrokkene 6] (EU HR VP) and [betrokkene 7] (Former North VP) received a mail from an employee located in BeNeLux – who has resigned from her current position to share the reason behind his/her decision to leave the Company. From the note that he/she has sent over, it appeared that this was tied to a very challenging leadership situation he/she is facing with the current BeNeLux HRD [verzoekende partij] .

Based on the allegations, it was decided to report this situation in EthicsLine.

Allegations:

Competencies Issues

Unacceptable behavior (Yelling at subordinate, Intimidation, Manipulation)

Investigators:

[betrokkene 8]

[betrokkene 9]

Process

1. Interview with whistleblower in order to check the content of the mail and identify potential witnesses and potential victims

2. Interview with witnesses, potential victims and managers named (9)

3. Interview with an additional manager identified by the investigators as a potential witness.

During the interviews, some witnesses alerted the investigators about additional and unexpected situations that could be considered as abuse of power and dishonesty:

Non-compliance with Conflict of Interest Procedures when using certain suppliers.

Undue salary payment: knowingly receiving both pension compensation and pension contribution since 2006.

Abuse of power when letting holidays being paid out.

Conclusion

Based on the interviews and additional information provided by Employees and Managers, it could be concluded that:

The unacceptable behaviors from [verzoekende partij] related by the employee had been confirmed during the interviews: yelling at subordinate, Intimidation, manipulation.

During the interviews some additional situations involving [verzoekende partij] were brought to the attention of the investigators. These behaviors could be considered as abuse of power and dishonesty. It concern:

o Non-compliance with Conflict of Interest Procedures when using certain suppliers.

o Undue salary payment: knowingly receiving both pension compensation and pension contribution since 2006.

o Abuse of power when letting holidays being paid out.

Recommended Action Plan toward the Investigation committee

Regarding the seriousness of the facts, disciplinary procedure must be immediately launched against [voornaam verz.pp.] .

A global audit should be implemented in Benelux to assess local processes and send global compliance messages to all local staff.

An Action plan dedicated to the local HR team should be implemented to prevent any potential psycho-social risks, and support the cohesion of the team.

Committee decision based on investigators recommendation

Disciplinary should be engaged regarding the reputational and unethical risks.

o EU VP HR have to lead the process with the local leadership team.

A global audit should be implemented in the Benelux.

An Action plan dedicated to the local HR team should be implemented.”

2.7.

Bij brief van 17 juni 2021 heeft (de gemachtigde van) [verzoekende partij] aan Essilor bericht dat zij niet berust in het ontslag op staande voet, alsmede dat [verzoekende partij] vanaf dat moment arbeidsongeschikt is.

3 De verzoeken van [verzoekende partij] en het verweer

3.1.

[verzoekende partij] verzoekt de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

I. de door Essilor gedane opzegging van de arbeidsovereenkomst op 9 juni 2021 te vernietigen;

II. Essilor te veroordelen om [verzoekende partij] binnen 24 uur na betekening van de te wijzen beschikking toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden zodra zij daartoe arbeidsgeschikt is en tot op het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd;

III. Essilor te veroordelen tot betaling aan [verzoekende partij] van het (achterstallige) salaris vermeerderd met alle emolumenten, waaronder vakantietoeslag en de toepassing van de salary split, en de variabele looncomponenten vanaf 10 juni 2021 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente;

IV. Essilor te veroordelen om aan [verzoekende partij] deugdelijke salarisspecificaties vanaf 10 juni 2021 te verstrekken;

V. Essilor te veroordelen om voor [verzoekende partij] binnen een week na betekening van de te wijzen beschikking aandelen in te kopen conform het Valoptec Reglement en indien de koerswaarde ten tijde van de aankoop van de aandelen ongunstiger is voor [verzoekende partij] , Essilor te veroordelen om [verzoekende partij] voor dit verlies te compenseren;

VI. Essilor te veroordelen tot een dwangsom van € 1.000,00 per dag, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, voor elke dag na twee dagen na de datum van de beschikking dat Essilor niet voldoet aan het onder II., IV. en V. gestelde;

subsidiair:

VII. Essilor te veroordelen tot betaling aan [verzoekende partij] van achterstallig salaris ter hoogte van € 2.530,26 over de periode vanaf 1 juni 2021 tot en met 9 juni 2021, vermeerderd met vakantiegeld, toepassing van de salary split en overige emolumenten, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren;

VIII. Essilor te veroordelen tot betaling aan [verzoekende partij] van de schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 107.728,91 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het verzoek, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren;

IX. Essilor te veroordelen tot betaling aan [verzoekende partij] van een billijke vergoeding van

€ 1.320,973,68 bruto en € 7.500,00 netto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het verzoek, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in justitie vermeent te behoren;

X. Essilor te veroordelen tot betaling aan [verzoekende partij] van een immateriële schadevergoeding van € 20.000,00 netto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het verzoek, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren;

XI. Essilor te veroordelen tot betaling aan [verzoekende partij] van primair de juridische kosten van

€ 15.000,00, te vermeerderen met 21% BTW en subsidiair de buitengerechtelijke incassokosten op grond van BIK, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren;

XII. Essilor te veroordelen tot het geven van inzage in de administratie terzake de vakantiedagen van [verzoekende partij] , en voor zover het aantal nog te betalen vakantiedagen door [verzoekende partij] wordt betwist, uit te keren op basis van een uurtarief van € 60,82 bruto per uur, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het verzoek, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren;

XIII. Essilor te veroordelen tot betaling aan [verzoekende partij] van € 15.800,00 netto, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren, terzake de correctie over de inleg ten behoeve van aandeleninkoop onder het Valoptex plan;

XIV. Essilor te veroordelen om de aan [verzoekende partij] toegekende maar nog niet “geveste” performance shares uit te keren;

XV. Essilor te veroordelen tot een dwangsom van € 1.000,00 per dag, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, voor elke dag na twee dagen na de datum van de beschikking dat Essilor niet voldoet aan het onder XIII. en XIV. gestelde;

meer subsidiair:

XVI. Essilor te veroordelen tot betaling aan [verzoekende partij] van de transitievergoeding van

€ 109.224,03 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het verzoek, althans zodanige bedragen als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren;

zowel primair als subsidiair:

XVII. Essilor te veroordelen om binnen 24 uur na het wijzen van de beschikking de volgende mededeling op het intranet van Essilor te plaatsen:

‘De kantonrechter van de rechtbank Gelderland, zitting houdende te Arnhem, heeft op 11 oktober 2021 geoordeeld dat Essilor Nederland B.V. mevrouw [verzoekende partij] ten onrechte op staande voet heeft ontslagen en dat Essilor Nederland B.V. geen gronden heeft kunnen waarmaken op grond waarvan het ontslag is verleend en heeft Essilor Nederland B.V. veroordeeld tot het verzenden van deze rectificatie om de met het ontslag op staande voet toegebrachte schade aan de goede naam van mevrouw [verzoekende partij] zoveel mogelijk teniet te doen.’

op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, voor elke dag na 1 dag na de datum van de beschikking dat Essilor niet aan deze veroordeling voldoet;

zowel primair, subsidiair als meer subsidiair:

XVIII. Essilor te verbieden om enig bedrag te verrekenen;

XIX. Essilor te veroordelen om [verzoekende partij] binnen 48 uur na het wijzen van deze beschikking toegang te geven tot haar persoonlijke e-mails c.q. zakelijke e-mailadres [e-mailadres] ) en op haar verzoek kopieën te verstrekken van e-mails en/of informatie, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, voor elke dag na 1 dag na de datum van de beschikking dat Essilor niet aan deze veroordeling voldoet;

XX. Essilor te veroordelen in de kosten van deze procedure, het salaris van de gemachtigde daaronder begrepen.

3.2.

[verzoekende partij] legt – kort samengevat – aan haar verzoeken ten grondslag dat Essilor de arbeidsovereenkomst op 9 juni 2021 heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. [verzoekende partij] stelt dat het door Essilor gegeven ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven en dat daarvoor een dringende reden ontbreekt. Bovendien heeft Essilor geen hoor- en wederhoor toegepast en zijn de verwijten in de ontslagbrief onvoldoende concreet en niet gesubstantieerd.

3.3.

Essilor heeft verweer gevoerd waarop hierna, voor zover rechtens van belang, wordt ingegaan.

4 De (voorwaardelijke) zelfstandige tegenverzoeken van Essilor en het verweer

4.1.

Essilor verzoekt de kantonrechter, uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht te verklaren dat de aan [verzoekende partij] betaalde pensioenpremies en de daarover betaalde vakantiebijslag onverschuldigd door Essilor aan [verzoekende partij] zijn betaald en [verzoekende partij] te veroordelen tot terugbetaling van dit bedrag, te vermeerderen met de rente tot de dag van betaling, voor zover niet verrekend door Essilor;

II. de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden, primair op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e BW wegens verwijtbaar handelen door [verzoekende partij] , subsidiair op grond van artikel 7:669 lid 3 sub g BW wegens een verstoorde arbeidsverhouding en meer subsidiair op grond van de combinatiegrond als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub i BW.

4.2.

Aan het ontbindingsverzoek heeft Essilor primair ten grondslag gelegd dat zij het vertrouwen is verloren in de integriteit van [verzoekende partij] . [verzoekende partij] stond aan het hoofd van de HR-organisatie van Essilor in Nederland en België. Na het vertrek van een van de medewerkers van [verzoekende partij] is uit een onderzoek gebleken dat [verzoekende partij] een angstcultuur heeft gecreëerd onder de werknemers die zij aanstuurde. Ook heeft zij gedurende meer dan 15 jaar ten onrechte pensioencompensatie ontvangen. Verder heeft zij de ‘conflict of interest’ regels die binnen Essilor gelden niet nageleefd en misbruik gemaakt van haar positie bij de uitbetaling van vakantiedagen. Essilor accepteert dergelijk gedrag van geen enkele medewerker, maar zeker niet van iemand in de positie van [verzoekende partij] . [verzoekende partij] had door haar rol als hoofd van de HR-organisatie van Essilor in de Benelux en onderdeel van het managementteam een voorbeeldfunctie en door op deze wijze te handelen, heeft [verzoekende partij] ernstig verwijtbaar gehandeld jegens Essilor, zodanig dat van haar niet langer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Subsidiair stelt Essilor dat de arbeidsverhouding tussen partijen verstoord is geraakt, zodanig dat van Essilor in redelijkheid niet kan worden gevergd het dienstverband met [verzoekende partij] te continueren. De handelwijze van [verzoekende partij] heeft geleid tot een onherstelbare vertrouwensbreuk.

Meer subsidiair stelt Essilor dat het verwijtbare handelen van [verzoekende partij] , tezamen met de verstoorde arbeidsverhouding, omstandigheden oplevert die van dien aard zijn dat in alle redelijkheid niet van Essilor kan worden verwacht het dienstverband van [verzoekende partij] voort te zetten. Ten aanzien van het verzoek tot terugbetaling van onterecht ontvangen pensioencompensatie heeft Essilor aangevoerd dat [verzoekende partij] bij haar indiensttreding heeft aangegeven dat zij niet wilde deelnemen aan de pensioenregeling van Essilor. Daarbij is afgesproken dat [verzoekende partij] voor het niet deelnemen gecompenseerd zou worden voor een bedrag van € 453,00 per maand. Dit bedrag maakte onderdeel uit van het maandsalaris van [verzoekende partij] . In 2006 is [verzoekende partij] alsnog gaan deelnemen in de pensioenregeling. Het salaris is echter niet aan de nieuwe situatie aangepast met als gevolg dat Essilor de pensioencompensatie is blijven doorbetalen. [verzoekende partij] heeft hiervan niets gezegd en heeft dus 15 jaar ten onrechte de compensatie ontvangen. Het teveel ontvangen bedrag dient [verzoekende partij] terug te betalen, aldus Essilor.

4.3.

[verzoekende partij] heeft verweer gevoerd waarop hierna, voor zover rechtens van belang, wordt ingegaan.

5 De beoordeling van het verzoek van [verzoekende partij]

5.1.

De kern van het geschil betreft de vraag of Essilor [verzoekende partij] op staande voet heeft mogen ontslaan.

5.2.

In artikel 7:671 lid 1 sub c jo. artikel 7:677 lid 1 BW is bepaald dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang kan opzeggen vanwege een dringende reden. Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen als vorenbedoeld beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Voor de beoordeling of er sprake is van een dringende reden dient gelet te worden op alle feiten en omstandigheden van het geval, waaronder de aard en ernst van de als zodanig aangemerkte gedraging, de wijze waarop in het verleden is gefunctioneerd, evenals de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor de werknemer heeft. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van de persoonlijke omstandigheden tegen de aard en ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is.

5.3.

Essilor heeft niet weersproken dat zij [verzoekende partij] zonder enige nadere aankondiging op 9 juni 2021 heeft geconfronteerd met ernstige verwijten en haar direct daarop op staande voet heeft ontslagen. Daarbij heeft Essilor [verzoekende partij] niet tijdens, maar ook niet na het gesprek in de gelegenheid gesteld om te reageren op de aantijgingen. Zo heeft Essilor tijdens het gesprek niet het onderzoeksverslag (danwel de samenvatting daarvan) of andere documentatie waarop het ontslag is gebaseerd aan [verzoekende partij] verstrekt. Eerst na herhaaldelijke verzoeken van de gemachtigde van [verzoekende partij] heeft Essilor op 6 juli 2021, een maand na het gegeven ontslag op staande voet, enkel een samenvatting van het door Essilor opgestelde onderzoeksverslag aan [verzoekende partij] verstrekt (r.o. 2.6). Essilor heeft op geen enkele wijze rekening willen houden met de visie van [verzoekende partij] op de aangevoerde dringende redenen voor het ontslag op staande voet en daarmee [verzoekende partij] de kans ontnomen om zich op deugdelijke wijze te verweren. Een werknemer op een adequate manier in de gelegenheid stellen om zijn visie op de gestelde dringende reden te geven vormt weliswaar geen voorwaarde voor een (terecht) ontslag op staande voet, maar het niet bieden van die gelegenheid getuigt niet van goed werkgeverschap. Dat klemt temeer nu Essilor – naar eigen zeggen – gedurende ruim drie maanden onderzoek heeft verricht naar [verzoekende partij] . Mede gezien de aard van de aantijgingen, in combinatie met de positie van [verzoekende partij] als HR director binnen Essilor, mocht van Essilor minst genomen worden verwacht dat zij [verzoekende partij] in ieder geval had voorzien van de schriftelijke documenten waarop zij haar beslissing heeft gefundeerd en voorts aan [verzoekende partij] de gelegenheid had gegeven om een en ander te laten bezinken, juridische bijstand in te schakelen en te reageren. Tot slot is niet gebleken, althans dat blijkt niet uit de ontslagbrief van 9 juni 2021 (r.o. 2.5.) en ook niet anderszins, dat Essilor de persoonlijke omstandigheden van [verzoekende partij] , waaronder haar onberispelijke dienstverband van ruim twintig jaar en haar leeftijd van 61 jaar, heeft betrokken bij haar beslissing. Een ontslag op staande voet is een ultimum remedium en, mede gelet op deze persoonlijke omstandigheden, was hier een ander traject aangewezen geweest.

Dit alles leidt in de gegeven omstandigheden tot het oordeel dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. Het verzoek van [verzoekende partij] tot vernietiging van het ontslag op staande voet zal dan ook worden toegewezen.

5.4.

Nu het ontslag op staande voet wordt vernietigd, duurt de arbeidsovereenkomst voort. De door [verzoekende partij] verzochte wedertewerkstelling met ingang van het moment dat zij arbeidsgeschikt is wordt, onder verwijzing naar hetgeen hierna wordt overwogen, ook toegewezen. Datzelfde geldt voor de door [verzoekende partij] verzochte betaling van het (achterstallige) salaris met toepassing van de salary split, te vermeerderen met alle (variabele) emolumenten ingevolge de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter ziet geen aanleiding het niet nader gemotiveerde beroep op matiging van Essilor te honoreren. De wettelijke verhoging wordt bepaald op 50%. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de vervaldatum van de onderscheidenlijke looncomponenten tot aan de dag van algehele voldoening. Essilor wordt tevens veroordeeld tot het verstrekken van deugdelijke loonspecificaties vanaf 10 juni 2021.

5.5.

[verzoekende partij] verzoekt Essilor te veroordelen tot de inkoop en levering van aandelen conform het Valoptec plan en de compensatie voor eventuele koersverschillen. Essilor heeft dit verzoek niet gemotiveerd weersproken zodat dit wordt toegewezen als verzocht.

5.6.

[verzoekende partij] stelt dat zij ernstig is geschaad door haar plotselinge vertrek als gevolg van het onterecht gegeven ontslag en het feit dat zij onder toeziend oog van collega’s onder begeleiding het pand moest verlaten. Nu geoordeeld is dat het door Essilor gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, wordt de door [verzoekende partij] verzochte rehabilitatie, welk verzoek door Essilor niet is weersproken, middels een bericht op intranet ook toegewezen als verzocht.

5.7.

Hiervoor is geoordeeld dat het dienstverband tussen [verzoekende partij] en Essilor voortduurt, zodat het Essilor op grond van artikel 7:632 lid 1 BW niet is toegestaan om een eventuele schuld van [verzoekende partij] te verrekenen met het loon. Het door [verzoekende partij] verzochte verbod daartoe wordt derhalve toegewezen als hierna te vermelden.

5.8.

Tot slot wordt ook de door [verzoekende partij] verzochte veroordeling van Essilor tot het verlenen van toegang aan [verzoekende partij] tot onder meer haar persoonlijke e-mails en zakelijke e-mailadres toegewezen als verzocht.

5.9.

Nu op dit moment ongewis is wanneer [verzoekende partij] arbeidsgeschikt zal zijn voor hervatting van haar werkzaamheden, ziet de kantonrechter aanleiding de gevorderde dwangsom op dit onderdeel af te wijzen. De overige door [verzoekende partij] verzochte dwangsommen worden toegewezen op de hierna vermelde wijze tot een bedrag van € 1.000,00 per dag, met een maximum van € 25.000,00.

5.10.

Het primair door [verzoekende partij] verzochte wordt toegewezen zodat het (meer) subsidiair verzochte geen bespreking behoeft.

6 De beoordeling van het tegenverzoek van Essilor

6.1.

Nu het ontslag op staande voet wordt vernietigd, komt de kantonrechter toe aan het (voorwaardelijk) tegenverzoek van Essilor strekkende tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verzoekende partij] .

6.2.

Ingevolge artikel 7:671b lid 1, aanhef en onder a, BW gelezen in samenhang met artikel 7:669 lid 1 BW kan de kantonrechter op verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst ontbinden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt.

6.3.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat geen sprake is van strijd met enig opzegverbod zoals bedoeld in artikel 7:671b lid 2 BW.

6.4.

De wetgever heeft verwijtbaar handelen van de werknemer, een verstoorde arbeidsverhouding of een combinatie hiervan als redelijke gronden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst aangemerkt. Dat is bepaald in artikel 7:669 lid 3, aanhef en onder e, g en i, BW.

e-grond

6.5.

Uitgangspunt bij de beoordeling van deze ontslaggrond is dat de werkgever aannemelijk moet maken dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer die zodanig ernstig is dat van haar in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

6.6.

Essilor heeft haar ontbindingsverzoek gestoeld op dezelfde gronden als die ten grondslag liggen aan het ontslag op staande voet, te weten dat [verzoekende partij] (1) een angstcultuur heeft gecreëerd onder de medewerkers die zij aanstuurde, (2) de conflict of interest regels die binnen Essilor gelden niet heeft nageleefd (3) misbruik heeft gemaakt van haar positie bij de uitbetaling van de vakantiedagen en (4) gedurende meer dan 15 jaar ten onrechte pensioencompensatie heeft ontvangen en gehouden zonder hierover openheid van zaken te geven,. Deze gronden worden hierna achtereenvolgens beoordeeld.

Angstcultuur

6.7.

Allereerst heeft Essilor aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat [verzoekende partij] een angstcultuur heeft gecreëerd binnen de Benelux Business Support Organisation. Volgens Essilor kampte deze afdeling, waaraan [verzoekende partij] leiding gaf, de laatste jaren met hoge verzuimcijfers en het vertrek van diverse medewerkers. Nadat oud-medewerker [betrokkene 4] een melding maakte bij Essilor over het gedrag en de houding van [verzoekende partij] , heeft Essilor een onderzoek ingesteld. Uit dit onderzoek, dat volgens Essilor -zo is tijdens de mondelinge behandeling toegelicht- bestond uit een gesprek met negen medewerkers, blijkt volgens Essilor dat ondergeschikten bang waren voor [verzoekende partij] en zij zich niet vrij voelden om zaken bij haar aan te kaarten. Dit leidde tot burn-outklachten en medewerkers die besloten Essilor te verlaten. Ter onderbouwing verwijst Essilor naar de in haar verzoekschrift opgenomen citaten uit de verklaring van [betrokkene 4] en naar de door [verzoekende partij] als productie 10 in het geding gebrachte samenvatting van het onderzoeksverslag (r.o. 2.6.).

6.8.

De kantonrechter overweegt dat het creëren van een angstcultuur, zeker gelet op de functie van [verzoekende partij] , een zeer ernstig verwijt is aan het adres van [verzoekende partij] . Onder angstcultuur wordt verstaan een werkomgeving waarbij collectieve belemmerende angst prominent aanwezig is en stelselmatig wordt ingezet om loyaliteit, gehoorzaamheid en inzet bij medewerkers af te dwingen. In het bestek van deze procedure en de vergaande consequenties hiervan voor [verzoekende partij] , mag van Essilor worden verwacht dat zij haar stellingen op dit punt op deugdelijke wijze onderbouwt. Dit heeft zij nagelaten. Aan het enkele citaat in het verzoekschrift uit een gesprek met ex-werknemer en de samenvatting van het onderzoeksverslag uit maart 2021 kan weinig waarde worden gehecht. Niet kan worden nagegaan of de geciteerde verklaring de verklaring van [betrokkene 4] is, in welke context de verklaring is afgelegd en welk deel van de verklaring niet is opgenomen in het verzoekschrift. Ook kan niet worden gecontroleerd hoe de verklaring van [betrokkene 4] zich verhoudt tot de overige (negen) afgelegde verklaringen, die óók niet door Essilor in het geding zijn gebracht. Volgens Essilor kon zij het onderzoeksverslag niet in het geding brengen omdat medewerkers anoniem wensten te blijven. De kantonrechter volgt Essilor hierin niet. Essilor had zich er immers voor kunnen inspannen dat de verklaringen geanonimiseerd in het geding konden worden gebracht, op zodanige wijze dat deze niet herleidbaar waren tot de betreffende medewerkers. Dat zij dit niet heeft gedaan, dient voor haar rekening en risico te komen.

6.9.

Ook anderszins vindt de gestelde angstcultuur geen steun in het dossier. Zo heeft Essilor geen overzicht in het geding gebracht van de cijfers binnen de HR-afdeling, waaruit volgens haar kan worden afgeleid dat meerdere medewerkers kampten met burn-outklachten als gevolg van de werkwijze van [verzoekende partij] , danwel Essilor om die reden hebben verlaten. Evenmin is een verklaring in het geding gebracht van de heer [betrokkene 10] , de leidinggevende van [verzoekende partij] . Hij zou immers kunnen verklaren over de stijl van leidinggeven van [verzoekende partij] en de effecten daarvan. Ook is niet gebleken van functioneringsverslagen waaruit blijkt dat [verzoekende partij] is aangesproken op haar stijl van leidinggeven, op haar houding en gedrag of anderszins onvoldoende functioneren. Daar tegenover staan de door [verzoekende partij] in het geding gebrachte verklaringen van (oud) medewerkers, waarin de door Essilor gestelde, door [verzoekende partij] gecreëerde, angstcultuur gemotiveerd wordt weerlegd en de aangehaalde verklaring van [betrokkene 4] wordt weersproken.

6.10.

De conclusie is dat de door Essilor gestelde angstcultuur die zou zijn veroorzaakt door [verzoekende partij] in het bestek van deze procedure niet is komen vast te staan. Het lag op de weg van Essilor om haar stellingen te onderbouwen. Dit heeft zij nagelaten, hetgeen ertoe leidt dat Essilor niet heeft voldaan aan de op haar rustende stelplicht. Er bestaat dan ook geen aanleiding om Essilor toe te laten tot (nadere) bewijslevering. Van verwijtbaar handelen van [verzoekende partij] als gevolg van het creëren van een angstcultuur is derhalve niet gebleken.

Conflict of interest regels

6.11.

Essilor heeft ook aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat [verzoekende partij] in strijd heeft gehandeld met de binnen Essilor geldende Conflict of interest (COI) policy. Volgens Essilor heeft [verzoekende partij] een bevriende relatie in 2019 ladekasten en honingraadkasten laten leveren, is haar tuinman ook de tuinman van Essilor en is de cateraar van Essilor ook de cateraar bij persoonlijke diners van [verzoekende partij] . Verder heeft zij onder meer haar persoonlijke wijnleverancier bij Essilor wijn laten leveren en liet zij een bevriende coach, mevrouw [betrokkene 5] , werknemers van Essilor coachen. Ten onrechte heeft [verzoekende partij] dit niet conform de COI-policy gemeld bij HR of Legal, hetgeen haar kan worden verweten, aldus Essilor.

6.12.

[verzoekende partij] heeft de gemaakte verwijten gemotiveerd weersproken. Volgens [verzoekende partij] komen alle voorbeelden van externe contacten die door Essilor worden gegeven weliswaar voort uit haar eigen netwerk, maar werd de uiteindelijke beslissing om met deze leveranciers samen te werken door iemand anders binnen Essilor genomen. Verder heeft [verzoekende partij] aangevoerd dat de voorbeelden die staan genoemd in de COI-policy, betrekking hebben op andere situaties dan hier aangehaald, namelijk het aannemen van geschenken, werken bij een concurrent of een familielid voor je laten werken. Dit alles is echter niet aan de orde geweest, zodat voor haar ook geen reden bestond om dit te melden. Bovendien zijn de voorbeelden, behalve de levering van de kasten, gelegen voor de ingangsdatum van de COI-policy in 2017, aldus [verzoekende partij] . Over de inzet van mevrouw [betrokkene 5] als coach heeft [verzoekende partij] tijdens de mondelinge behandeling onweersproken toegelicht dat zij met haar in contact is gekomen via de organisatie [betrokken bedrijf 1] . Met deze organisatie had [verzoekende partij] in het verleden al samengewerkt. Omdat zij daarmee goede ervaringen had, heeft zij deze organisatie opnieuw benaderd toen zij op zoek was naar een HR-professional die haar kon begeleiden bij het samenvoegen van twee entiteiten binnen de organisatie van Essilor. Vervolgens heeft [betrokken bedrijf 1] mevrouw [betrokkene 5] voorgedragen, een coach die zij voorafgaand aan deze opdracht nog niet kende. Bovendien was het inherent aan haar functie van HR director dat zij de offertes tekende voor de inschakeling van HR professionals en ook hiermee heeft zij niet in strijd gehandeld met de COI-policy, aldus [verzoekende partij] .

6.13.

Gelet op de gemotiveerde betwisting van [verzoekende partij] lag het op de weg van Essilor om haar stellingen te onderbouwen. De enkele verwijzing naar de door [verzoekende partij] ondertekende overeenkomst tussen Essilor en [betrokken bedrijf 1] is, gelet op de door [verzoekende partij] tijdens de mondelinge behandeling gegeven toelichting, onvoldoende. Nu Essilor haar stellingen voor het overige niet heeft onderbouwd met bewijsstukken, heeft Essilor niet voldaan aan de op haar rustende stelplicht. Aan nadere bewijslevering wordt derhalve niet toegekomen.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat in het bestek van deze procedure niet is komen vast te staan dat [verzoekende partij] in strijd met de COI-policy van Essilor heeft gehandeld, zodat ook deze grond niet kan leiden tot het oordeel dat [verzoekende partij] verwijtbaar heeft gehandeld.

Vakantiedagen

6.14.

Verder heeft Essilor aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat [verzoekende partij] verwijtbaar heeft gehandeld door zonder toestemming vakantiedagen te laten uitbetalen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mevrouw [betrokkene 1] namens Essilor toegelicht dat meer werknemers met een soortgelijke positie als die van [verzoekende partij] aan het einde van het jaar hun openstaande vakantiedagen lieten uitbetalen. Volgens [betrokkene 1] is het ongeschreven beleid van Essilor voorts om zoveel mogelijk mensen te bewegen aan het einde van het jaar hun vakantiedagen op te maken om zo een stuwmeer aan verlofdagen te voorkomen. Het is derhalve een meer gebruikte werkwijze binnen functies in het hogere echelon binnen Essilor om aan het einde van het jaar verlofdagen uit te laten betalen. Of daar steeds toestemming voor is gegeven, is niet komen vast te staan. Dat [verzoekende partij] gemiddeld mogelijk meer vakantiedagen heeft laten uitkeren dan haar collega’s kan, gelet op de hiervoor geschetste gang van zaken binnen Essilor, niet leiden tot het oordeel dat [verzoekende partij] hierdoor in strijd heeft gehandeld met het interne beleid van Essilor, althans dat dit kan worden gekwalificeerd als verwijtbaar gedrag. Bovendien gaat het om een zeer gering aantal vakantiedagen, te weten in totaal 30 dagen over een periode van 12 jaar.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [verzoekende partij] niet verwijtbaar jegens Essilor heeft gehandeld door haar vakantiedagen te laten uitbetalen.

Pensioencompensatie

6.15.

Essilor verwijt [verzoekende partij] ook dat zij gedurende vijftien jaar pensioencompensatie heeft ontvangen terwijl zij daar geen recht op had omdat zij vanaf 2006 deel is gaan nemen aan de pensioenregeling van Essilor. Volgens Essilor is dit onethisch en raakt dit aan fraude, temeer nu [verzoekende partij] heeft gezwegen toen zij hiermee in januari 2021 werd geconfronteerd. Dat [verzoekende partij] toen geen actie heeft ondernomen rekent Essilor haar aan omdat zij een voorbeeldfunctie vervulde. Daarom mag van haar een nog hogere graad van integriteit en zorgvuldigheid worden verwacht dan van andere medewerkers, aldus Essilor. Ter onderbouwing van haar stellingen heeft Essilor verwezen naar de e-mailcorrespondentie tussen [verzoekende partij] en [betrokkene 2] in januari 2021 (r.o. 2.3. en 2.4.), de afstandsverklaring van [verzoekende partij] waarin zij afstand doet van deelname aan de pensioenregeling alsmede een overzicht van het totaal aan [verzoekende partij] uitbetaalde pensioencompensatie.

6.16.

[verzoekende partij] erkent dat zij in 2006 alsnog is gaan deelnemen aan de pensioenregeling van Essilor maar zij betwist dat zij ten onrechte pensioencompensatie heeft ontvangen. Volgens [verzoekende partij] is de eerdere pensioencompensatie destijds verdisconteerd in de salarisverhogingen. Er is nooit ten onrechte een bedrag aan haar uitgekeerd en door haar behouden, aldus [verzoekende partij] . Nadat [verzoekende partij] in januari 2021 uit eigen beweging bij de heer [betrokkene 2] informatie had opgevraagd over haar pensioengat, heeft hij haar erop gewezen dat zij pensioencompensatie zou hebben ontvangen, terwijl zij ook deelnam aan de pensioenregeling van Essilor. In tegenstelling tot hetgeen Essilor daarover heeft gesteld, heeft [verzoekende partij] aangevoerd dat zij hierop direct heeft geacteerd en hierover heeft gesproken met [betrokkene 2] . Daarbij heeft zij aan hem uitgelegd dat een en ander destijds was verdisconteerd in de jaarlijks besproken en goedgekeurde salarisverhogingen, zodat zij niet ten onrechte enig bedrag heeft ontvangen. Zij is zich hiervan in ieder geval nooit bewust geweest. Zo kon ook niet uit haar salarisspecificaties worden afgeleid dat een gedeelte van haar salaris bestond uit pensioencompensatie. Volgens [verzoekende partij] heeft zij niet willens en wetens zaken verzwegen en altijd naar eer en geweten gehandeld. Tot slot betwist [verzoekende partij] de omvang van deze vordering en doet zij een beroep op verjaring.

6.17.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Gelet op haar functie is juist dat het op de weg van [verzoekende partij] had gelegen om naar aanleiding van het memo van de heer [betrokkene 2] verdere actie te ondernemen en een ander nader uit te (laten) zoeken en vast te leggen. [verzoekende partij] voert daartegen aan dit mondeling gedaan te hebben en de indruk te hebben gekregen dat dit onderwerp daarmee goed afgerond was. Zowel de door Essilor geschetste gang van zaken als de omvang van de vordering wordt door [verzoekende partij] voorts gemotiveerd betwist. Gelet hierop lag het op de weg van Essilor om haar stellingen nader te onderbouwen. Dit heeft zij nagelaten, hetgeen ertoe leidt dat Essilor niet heeft voldaan aan de op haar rustende stelplicht. Er bestaat dan ook geen aanleiding om Essilor toe te laten tot (nadere) bewijslevering. De vraag of een en ander verwijtbaar stilzitten van [verzoekende partij] oplevert, behoeft dan ook niet te worden beantwoord.

6.18.

Gelet op het bovenstaande is onvoldoende gebleken dat sprake is van verwijtbaar handelen van [verzoekende partij] zodanig dat van Essilor in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

De e-grond kan dan ook niet leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

g-grond

6.19.

Essilor voert tevens aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in een verstoorde arbeidsverhouding, die zodanig is dat van Essilor als werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Uitgangspunt is dat er sprake moet zijn van een ernstige en duurzame verstoring. Daarvan is in de onderhavige procedure naar het oordeel van de kantonrechter echter niet gebleken. Daartoe wordt het volgende overwogen.

6.20.

Essilor stelt dat hetgeen dat zij aan haar primaire verzoek ten grondslag heeft gelegd, heeft geleid tot een onherstelbare vertrouwensbreuk tussen haar en [verzoekende partij] . Ook zou de relatie tussen [verzoekende partij] en haar ondergeschikten daardoor ernstig verstoord zijn geraakt. Niet gesteld of gebleken is echter dat er naast voornoemd feitencomplex nog andere omstandigheden zijn op grond waarvan Essilor ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding verzoekt. Nu hiervoor is geoordeeld dat het feitencomplex dat Essilor aan haar verzoeken ten grondslag legt niet is komen vast te staan en er geen sprake is van verwijtbaar handelen van [verzoekende partij] , kan dit niet leiden tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond. Hoewel aannemelijk is dat de arbeidsververhouding tussen partijen als gevolg van het ontslag opstaande voet in enige mate verstoord is geraakt, is die verstoring thans onvoldoende ernstig en duurzaam om een beëindiging van de arbeidsovereenkomst te rechtvaardigen.

[verzoekende partij] heeft ook tijdens de mondelinge behandeling te kennen gegeven te persisteren in haar wens om bij Essilor in haar oude functie terug te keren zodra zij daarvoor arbeidsgeschikt is. Mede gezien het 22 jaar durende en onberispelijke dienstverband van [verzoekende partij] , mag van Essilor worden verwacht dat zij als werkgever een reële poging onderneemt om de onderlinge verhoudingen te verbeteren. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een mediationtraject, hetgeen tot op heden niet is ingezet.

6.21.

Ook de subsidiaire grond kan daarom niet leiden tot toewijzing van het ontbindingsverzoek.

i-grond

6.22.

Op basis van de i-grond is ontbinding van de arbeidsovereenkomst mogelijk bij een combinatie van omstandigheden uit meerdere (onvoldragen) ontslaggronden, die zodanig is dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd.

6.23.

Ook de combinatie van de aan [verzoekende partij] verweten gedragingen leidt, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niet tot het oordeel dat van Essilor in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Alle door Essilor aangevoerde gronden zijn, niet alleen afzonderlijk maar ook in samenhang bezien, ontoereikend om toewijzing van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst te rechtvaardigen. Ook op de i-grond is het verzoek niet toewijsbaar.

Conclusie

6.24.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de door Essilor verzochte ontbinding wordt afgewezen.

Proceskosten

6.25.

In de uitkomst van de procedure ziet de kantonrechter aanleiding om Essilor te veroordelen in de proceskosten.

De voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv

6.26.

Met deze beschikking is het geschil beslecht. [verzoekende partij] heeft derhalve geen belang meer bij de door haar verzochte voorlopige voorziening. Deze wordt dan ook afgewezen.

7 De beslissing

De kantonrechter,

ten aanzien van het verzoek van [verzoekende partij] :

7.1.

vernietigt het ontslag op staande voet;

7.2.

veroordeelt Essilor om [verzoekende partij] zodra zij arbeidsgeschikt is toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd;

7.3.

veroordeelt Essilor tot betaling aan [verzoekende partij] van het (achterstallige) salaris, te vermeerderen met alle emolumenten, waaronder de vakantietoeslag, de toepassing van de salary split en de variabele looncomponenten vanaf 10 juni 2021 totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50%, alsmede de wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid van de onderscheidenlijke looncomponenten tot aan de dag van algehele voldoening;

7.4.

veroordeelt Essilor binnen twee weken na de betekening van deze beschikking tot het verstrekken van deugdelijke loonspecificaties vanaf 10 juni 2021, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag, met een maximum van

€ 25.000,00, voor elke dag na twee weken na de datum van betekening van de beschikking dat Essilor niet aan deze veroordeling voldoet;

7.5.

veroordeelt Essilor om binnen een week na betekening van deze beschikking ten behoeve van [verzoekende partij] aandelen in te kopen conform het Valoptec Reglement en indien de koerswaarde ten tijde van de aankoop van de aandelen ongunstiger is voor [verzoekende partij] , het verlies aan [verzoekende partij] te compenseren, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag, met een maximum van € 25.000,00 voor elke dag na een week na de datum van betekening van de beschikking dat Essilor niet aan deze veroordeling voldoet;

7.6.

veroordeelt Essilor om binnen 24 uur na de betekening van deze beschikking de volgende mededeling op intranet van Essilor te plaatsen, op straffe van een dwangsom van

€ 1.000,00 per dag, met een maximum van € 25.000,00, voor elke dag na 24 uur na de datum van betekening van de beschikking dat Essilor niet aan deze veroordeling voldoet:

“De kantonrechter van de rechtbank Gelderland, zitting houdende te Arnhem, heeft op 11 oktober 2021 geoordeeld dat Essilor Nederland B.V. mevrouw [verzoekende partij] ten onrechte op staande voet heeft ontslagen en dat Essilor Nederland B.V. geen gronden heeft kunnen waarmaken op grond waarvan het ontslag is verleend en heeft Essilor Nederland B.V. veroordeeld tot het verzenden van deze rectificatie om de met het ontslag op staande voet toegebrachte schade aan de goede naam van mevrouw [verzoekende partij] zoveel mogelijk teniet te doen."

7.7.

verbiedt Essilor om zolang het dienstverband met [verzoekende partij] voortduurt enige schuld van [verzoekende partij] met het uit te betalen loon te verrekenen;

7.8.

veroordeelt Essilor om [verzoekende partij] binnen 48 uur na de datum van betekening van deze beschikking toegang te geven tot haar persoonlijke e-mails c.q. zakelijke e-mailadres [e-mailadres] ) en op haar verzoek kopieën te verstrekken van e-mails en/of informatie, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag, met een maximum van

€ 25.000,00, voor elke dag na 48 uur na de betekening van de beschikking dat Essilor niet aan deze veroordeling voldoet;

7.9.

wijst het meer of anders verzochte af;

ten aanzien van de (tegen-)verzoeken van Essilor:

7.10.

wijst deze verzoeken af;

ten aanzien van beide verzoeken:

7.11.

veroordeelt Essilor in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van [verzoekende partij] begroot op € 507,00 aan griffierechten en € 1.524,00 aan salaris voor de gemachtigde;

7.12.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. C.J.M. Hendriks en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2021.