Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:5455

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-10-2021
Datum publicatie
03-01-2022
Zaaknummer
9379483
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontbinding en billijke vergoeding, ernstig verwijtbaar handelen door werkgever. Seksuele intimidatie, eenzijdig terugplaatsen in lagere functie en niet nakomen re-integratieverplichtingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0023
JAR 2022/23
Jurisprudentie HSE 2021/173
RAR 2022/44
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 9379483 \ HA VERZ 21-163 \ 42693 \ 28195

uitspraak van 14 oktober 2021

beschikking

in de zaak van

de besloten vennootschap [verz./verw.tegenverz.]

gevestigd te Tiel

verzoekende partij, tevens verwerende partij in het tegenverzoek

gemachtigde mr. G.S. Snippe

en

[verw./verz.tegenverzoek]

wonende te [plaats]

verwerende partij, tevens verzoekende partij in het tegenverzoek

gemachtigden mr. H.I. van den Heuvel-Boonstra en mr. R. Wetzer

Partijen worden hierna [verz./verw.tegenverz.] en [verw./verz.tegenverzoek] genoemd.

1 De procedure

1.1.

[verz./verw.tegenverz.] heeft een verzoekschrift (met producties 1 tot en met 17) ingediend, ter griffie ontvangen op 3 augustus 2021, gericht tegen [verw./verz.tegenverzoek] .

1.2.

[verw./verz.tegenverzoek] heeft een verweerschrift met tegenverzoeken (met producties 1 tot en met 17) ingediend.

1.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 september 2021. De gemachtigde van [verw./verz.tegenverzoek] heeft voorafgaand aan de zitting bij brief van 10 september 2021 producties 18 en 19 overgelegd. De gemachtigde van [verz./verw.tegenverz.] heeft voorafgaand aan de zitting bij brief van 14 september 2021 producties 18 tot en met 25 overgelegd. Ter zitting hebben beide gemachtigden een pleitnota respectievelijk spreekaantekeningen voorgedragen en overgelegd.

1.4.

De beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Mevrouw [verw./verz.tegenverzoek] , geboren op [geboortedatum] , treedt op 14 juni 2011 in dienst bij (de rechtsvoorganger van) [verz./verw.tegenverz.] in de functie van tandartsassistente, laatstelijk tegen een salaris van € 3.125,44 bruto per maand.

2.2.

De heer [betrokkene1] (hierna: [betrokkene1] ) is tandarts en – middels [betrokken bedrijf 1] . – enig aandeelhouder en bestuurder van [verz./verw.tegenverz.] .

2.3.

Vanaf september 2017 gaat [verw./verz.tegenverzoek] naast haar werk als tandartsassistente ook een paar dagen per week als praktijkmanager bij [verz./verw.tegenverz.] werken.

2.4.

In de periode vanaf 1 december 2017 tot 6 december 2017 reist [verw./verz.tegenverzoek] met [betrokkene1] naar Amerika, Phoenix Arizona, voor een driedaagse cursus. Tijdens deze reis heeft [betrokkene1] [verw./verz.tegenverzoek] seksueel geïntimideerd.

2.5.

Na deze reis is op verzoek van [verw./verz.tegenverzoek] besloten dat zij in de tandartspraktijk niet meer op één kamer met [betrokkene1] hoeft samen te werken.

2.6.

[verw./verz.tegenverzoek] ontvangt vanaf 1 januari 2018 een hoger salaris in verband met haar werkzaamheden - naast haar werkzaamheden als assistente - als praktijkmanager.

2.7.

Op 24 mei 2018 vindt een functioneringsgesprek plaats. Bij dit gesprek zijn [verw./verz.tegenverzoek] , [betrokkene1] en [betrokkene2] (praktijkmanager) aanwezig. [verw./verz.tegenverzoek] neemt dit gesprek op en uit de transcriptie van deze geluidsopname blijkt dat er is gesproken over de (tijdelijk stopgezette) samenwerking tussen [verw./verz.tegenverzoek] en [betrokkene1] en of [verw./verz.tegenverzoek] hem al weer zou kunnen assisteren. [verw./verz.tegenverzoek] heeft tijdens dit gesprek aangegeven dat zij het niet zo prettig vindt om samen met hem zo dicht op elkaar in één kamer te werken. De werksituatie blijft daarom ongewijzigd, in die zin dat [verw./verz.tegenverzoek] [betrokkene1] niet assisteert.

2.8.

[betrokkene1] vertelt [verw./verz.tegenverzoek] op 3 september 2018 dat hij niet tevreden is over haar werkzaamheden als praktijkmanager. [verz./verw.tegenverz.] verlaagt het salaris van [verw./verz.tegenverzoek] met ingang van 1 september 2018.

2.9.

[verw./verz.tegenverzoek] voert op 6 september 2018 een gesprek met [betrokkene2] over het omkleedgedrag van [betrokkene1] in de gezamenlijke kleedruimtes.

2.10.

Op 27 september 2018 meldt [verw./verz.tegenverzoek] zich ziek.

2.11.

Bij vonnis van 11 juli 2019 oordeelt de voorzieningenrechter voorshands dat [verz./verw.tegenverz.] niet gerechtigd was tot de eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst van [verw./verz.tegenverzoek] per 1 september 2018. [verz./verw.tegenverz.] is onder meer veroordeeld om achterstallig salaris, inclusief de haar onthouden salarisverhoging per 1 januari 2019, aan [verw./verz.tegenverzoek] te betalen.

2.12.

In april/mei 2020 vindt mediation plaats tussen partijen.

2.13.

UWV beslist dat [verw./verz.tegenverzoek] per 24 september 2020 geen WIA-uitkering kan krijgen.

2.14.

In het arbeidsdeskundig rapport van UWV d.d. 4 januari 2021 staat het volgende.

4. Beoordeling resultaat en inspanning

(…)

Zijn de inspanningen van de werkgever voldoende?

Ik vind de inspanningen van de werkgever onvoldoende. Ik heb de volgende tekortkomingen geconstateerd.

De werkgever heeft onvoldoende aan re-integratie gedaan wegens onterecht gestelde ‘geen benutbare mogelijkheden’ door de bedrijfsarts en de werkgever heeft geen passende maatregelen genomen bij het niet of onvoldoende meewerken aan re-integratie door de werknemer.

5. Deugdelijke grond

De werkgever voert als reden van de tekortkomingen aan dat hij het advies van de bedrijfsarts heeft gevolgd?.

Ik vind dit geen deugdelijke grond, omdat de werkgever te allen tijde verantwoordelijk is voor de verzuimbegeleiding en re-integratie van de werknemer ook als hij deze belegt bij anderen.

(…)

6. Conclusie

De werkgever heeft niet genoeg gedaan om de werknemer te re-integreren en heeft daarvoor geen deugdelijke grond.

2.15.

Op 22 maart 2021 vraagt [verz./verw.tegenverz.] een ontslagvergunning aan voor [verw./verz.tegenverzoek] wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. UWV weigert bij beslissing van 4 juni 2021 toestemming om de arbeidsovereenkomst met [verw./verz.tegenverzoek] op te zeggen. UWV oordeelt dat [verz./verw.tegenverz.] niet aannemelijk heeft gemaakt dat [verw./verz.tegenverzoek] binnen 26 weken de bedongen werkzaamheden niet in aangepaste vorm kan verrichten.

3 Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

3.1.

[verz./verw.tegenverz.] verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de tussen [verz./verw.tegenverz.] en [verw./verz.tegenverzoek] bestaande arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden wegens de daarvoor aangevoerde redelijke grond;

II. bij het bepalen van de einddatum rekening te houden met de duur gelegen tussen de ontvangst van het verzoekschrift en de dagtekening van de ontbindingsbeschikking;

III. te bepalen dat [verw./verz.tegenverzoek] recht heeft op ten hoogste een transitievergoeding van € 11.322,37;

IV. te bepalen dat [verz./verw.tegenverz.] de transitievergoeding in [aantal termijnen met een maximale totale duur van zes maanden] aan [verw./verz.tegenverzoek] mag voldoen;

V. [verw./verz.tegenverzoek] te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, het salaris van de gemachtigde daaronder begrepen.

3.2.

[verz./verw.tegenverz.] legt – kort samengevat – het volgende aan haar verzoeken ten grondslag. [verz./verw.tegenverz.] stelt dat sprake is van een redelijke grond als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 BW voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, te weten: langdurige arbeidsongeschiktheid (b-grond), verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) of een combinatie van omstandigheden, zodanig dat in redelijkheid niet van [verz./verw.tegenverz.] kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (i-grond). Ter zitting heeft [verz./verw.tegenverz.] de grondslag van haar verzoek aangepast, in die zin dat zij niet langer de primair/subsidiaire volgorde van de b-grond en g-grond handhaaft. Ter onderbouwing van de b-grond stelt [verz./verw.tegenverz.] dat UWV ten onrechte de ontslagvergunning heeft geweigerd. [verz./verw.tegenverz.] stelt daarnaast dat het incident in 2017, de functiewijziging, de klachten die [verw./verz.tegenverzoek] ondervindt en heeft ondervonden alsmede de gevoerde mediation tot de conclusie leiden dat er sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.

3.3.

[verw./verz.tegenverzoek] voert gemotiveerd verweer. [verw./verz.tegenverzoek] verzet zich niet tegen het ontbindingsverzoek van [verz./verw.tegenverz.] voor zover dat is gebaseerd op de g-grond. Ook [verw./verz.tegenverzoek] is van mening dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. [verw./verz.tegenverzoek] voert daarbij aan dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van [verz./verw.tegenverz.] . [verw./verz.tegenverzoek] legt hieraan de volgende omstandigheden ten grondslag. [betrokkene1] heeft haar in december 2017 in Amerika seksueel geïntimideerd, bij [verz./verw.tegenverz.] was er sprake van een onveilige werksituatie, [verz./verw.tegenverz.] heeft haar ten onrechte de taken van praktijkmanager afgenomen en het daarbij horende salaris verlaagd, [verz./verw.tegenverz.] heeft haar vervolgens ten onrechte geen salarisverhoging uitbetaald, [verz./verw.tegenverz.] is de re-integratieverplichtingen niet nagekomen en [verz./verw.tegenverz.] heeft ten onrechte een ontslagvergunning aangevraagd, aldus [verw./verz.tegenverzoek] .

3.4.

[verw./verz.tegenverzoek] verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- de arbeidsovereenkomst tussen [verz./verw.tegenverz.] en [verw./verz.tegenverzoek] te ontbinden met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn, te weten drie maanden;

- voor recht te verklaren dat [verw./verz.tegenverzoek] recht heeft op de wettelijke transitievergoeding per de einddatum van haar dienstverband en te bepalen dat [verz./verw.tegenverz.] deze in een keer dient te voldoen aan [verw./verz.tegenverzoek] , onder behoorlijk bewijs van kwijting;

- [verz./verw.tegenverz.] te veroordelen tot het opstellen en uitbetalen van een eindafrekening waarin opgebouwde niet genoten vakantiedagen en vakantiegeld worden uitbetaald;

- aan [verw./verz.tegenverzoek] een billijke vergoeding toe te kennen van € 362.525,19 bruto en € 17.012,13 netto, dan wel een bedrag door de kantonrechter in goede justitie bepaald, en te bepalen dit bedrag in een keer te voldoen aan [verw./verz.tegenverzoek] ;

- [verz./verw.tegenverz.] te veroordelen tot het toesturen van salarisspecificaties van bovengenoemde vorderingen; en

- [verz./verw.tegenverz.] te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, het salaris van de gemachtigde daaronder begrepen.

3.5.

Op de standpunten van partijen in het tegenverzoek zal hierna worden ingegaan.

4 De beoordeling

ontbinding

4.1.

De kantonrechter is met partijen van oordeel dat, gelet op de feiten en omstandigheden alsmede de standpunten van partijen, sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van [verz./verw.tegenverz.] in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, zodat de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden (artikel 7:671b lid 1 jo artikel 7:669 lid 3 sub g BW).

4.2.

Voor het bepalen van het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen eindigt, is op grond van artikel 7:671b lid 9 onder a BW onder meer van belang of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verz./verw.tegenverz.] , zoals door [verw./verz.tegenverzoek] is aangevoerd. Dit is ook van belang voor beoordeling van het verzoek van [verw./verz.tegenverzoek] om toekenning van een billijke vergoeding op grond van artikel 7:691b lid 9 sub c BW. De kantonrechter overweegt als volgt.

4.3.

Hoewel [betrokkene1] en [verw./verz.tegenverzoek] de gebeurtenissen in Amerika wellicht anders hebben beleefd, gelet op hun op bepaalde onderdelen verschillende lezingen, is in ieder geval vast komen te staan dat [betrokkene1] ongepaste en seksueel getinte opmerkingen heeft geuit en dat [betrokkene1] [verw./verz.tegenverzoek] heeft aangeraakt. Onder meer heeft hij haar ongevraagd een kus op haar voorhoofd gegeven. [betrokkene1] heeft ook aan [verw./verz.tegenverzoek] gevraagd of zij met hem mee wilde gaan naar zijn hotelkamer om gezamenlijk de nacht door te brengen. De kantonrechter is van oordeel dat [betrokkene1] hiermee als (indirect) werkgever richting werknemer grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond. Het was bekend bij [verz./verw.tegenverz.] dat [verw./verz.tegenverzoek] van dit gedrag in de periode erna last heeft gehouden. [verw./verz.tegenverzoek] heeft het voorval namelijk bij de praktijkmanager gemeld en zij heeft verzocht om niet langer met [betrokkene1] op één kamer werkzaam te hoeven zijn. Ook is dit in haar functioneringsgesprek in mei 2018 ter sprake gekomen en bleek (ook) toen dat [verw./verz.tegenverzoek] nog steeds worstelde met hetgeen was voorgevallen. Daarnaast heeft [verw./verz.tegenverzoek] bij [verz./verw.tegenverz.] aangekaart dat zij het vervelend vindt dat [betrokkene1] zich gelijktijdig met de vrouwelijke collega’s in de gezamenlijke kleedruimtes omkleedt. Dat [verw./verz.tegenverzoek] zich, zoals [verz./verw.tegenverz.] betoogt, niet eerder dan in augustus 2018 met klachten bij haar huisarts heeft gemeld en vervolgens niet eerder dan op 27 september 2018 ziekmeldde, maakt – mede gelet op het voorgaande – niet dat zij in de periode vanaf december 2017 tot aan haar ziekmelding geen last (meer) had van hetgeen in Amerika is voorgevallen. Het is niet ongebruikelijk of onwaarschijnlijk dat [verw./verz.tegenverzoek] eerst nog heeft geprobeerd om haar werkzaamheden voort te zetten, maar dat zij na enig tijdsverloop uiteindelijk alsnog is uitgevallen. Die uitval heeft direct te maken met de seksuele intimidatie in Amerika en het daarna last blijven houden van vergaand ongemakkelijke gevoelens op de werkplek, waarmee onvoldoende rekening is gehouden. Dit stelt en onderbouwt [verw./verz.tegenverzoek] met meerdere stukken, waaronder het huisartsenjournaal van augustus 2018 tot januari 2019, en is door [verz./verw.tegenverz.] onvoldoende weersproken. De kantonrechter volgt daarom niet het standpunt van [verz./verw.tegenverz.] dat de ziekmelding (enkel) het gevolg was van het terugzetten in functie.

4.4.

De arbeidsverhouding is verstoord geraakt door hetgeen in Amerika is voorgevallen. Hoewel herstel van de arbeidsverhouding in eerste instantie mogelijk nog in de lijn der verwachting lag, is dit toch niet gebeurd. In negatieve zin heeft daarbij meegespeeld dat [verw./verz.tegenverzoek] onterecht, zo heeft de voorzieningenrechter geoordeeld, is teruggezet van de functie van praktijkmanager naar de functie van tandartsassistente met de daarbij doorgevoerde salarisverlaging en dat aan [verw./verz.tegenverzoek] ten onrechte niet de jaarlijkse periodieke salarisverhoging is toegekend. Deze elementen hebben de verhouding tussen partijen verder op scherp gezet. Vervolgens is [verz./verw.tegenverz.] ook de op haar als werkgever rustende re-integratieverplichtingen onvoldoende nagekomen (zie 2.14.). Dit alles maakt dat de kantonrechter van oordeel is dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van [verz./verw.tegenverz.] . Dit ernstig verwijtbaar handelen bestaat in de kern uit seksuele intimidatie, het ten onrechte eenzijdig terugplaatsen in een lagere functie en het onvoldoende nakomen van re-integratieverplichtingen.

4.5.

Dit betekent dat op grond van artikel 7:671b lid 9 sub a BW de duur van de procedure niet in mindering wordt gebracht op de opzegtermijn. De arbeidsovereenkomst zal daarom, met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn van drie maanden, worden ontbonden per 1 februari 2022.

transitievergoeding

4.6.

[verz./verw.tegenverz.] is op grond van artikel 7:673 lid 1 sub a onder 2 BW aan [verw./verz.tegenverzoek] een transitievergoeding verschuldigd, omdat de arbeidsovereenkomst op verzoek van [verz./verw.tegenverz.] wordt ontbonden. De transitievergoeding is berekend op € 11.963,43 bruto. Voor het ongemotiveerde verzoek om de transitievergoeding in termijnen te voldoen, bestaat geen aanleiding.

billijke vergoeding

4.7.

De kantonrechter zal op grond van artikel 7:671b lid 9 sub c BW aan [verw./verz.tegenverzoek] een billijke vergoeding toekennen, aangezien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van [verz./verw.tegenverz.] . Die vergoeding moet in de eerste plaats in relatie staan tot het ernstig verwijtbare handelen van [verz./verw.tegenverz.] . Bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding moet verder rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval en de door de Hoge Raad in de New Hairstyle-beschikking genoemde gezichtspunten (30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187). Ook spelen de gevolgen van het verwijtbaar handelen voor [verw./verz.tegenverzoek] , zoals in dit geval loonverlies, een rol.

4.8.

Voor bepaling van de hoogte van de vergoeding is in de eerste plaats het ernstig verwijtbare karakter van de gedragingen van [verz./verw.tegenverz.] , namelijk; seksuele intimidatie, het ten onrechte eenzijdig terugplaatsen in een lagere functie en het onvoldoende nakomen van re-integratieverplichtingen, van belang. Deze gedragingen spelen een belangrijke rol in het door [verw./verz.tegenverzoek] geleden inkomensverlies en de door haar gedragen advocatenkosten. Die omstandigheden betreffende het financieel nadeel voor [verw./verz.tegenverzoek] worden nader opgesomd als volgt:

- gemiste inkomsten vanaf de ziekmelding (70% loondoorbetalingsverplichting);

- het vanwege de gestopte loondoorbetalingsverplichting reeds opgemaakte recht op werkloosheidsuitkering;

- de duur van de arbeidsovereenkomst en daarmee het loon (en pensioenopbouw) dat [verw./verz.tegenverzoek] zou hebben genoten als de arbeidsovereenkomst niet zou zijn ontbonden;

- ( andere) inkomsten die [verw./verz.tegenverzoek] in redelijkheid in de toekomst kan verwerven, waarbij rekening dient te worden gehouden met enerzijds enige hersteltijd en anderzijds de arbeidsmarktpositie die in het geval van [verw./verz.tegenverzoek] niet ongunstig is, zij het wellicht als tandartsassistente en niet (meteen) als praktijkmanager en daarmee een lager salaris;

- de gemaakte advocatenkosten voor onderhavige procedure.

4.9.

Het voorgaande in samenhang bezien brengt de kantonrechter tot de volgende begroting van de vergoeding. Een bedrag van € 20.000,00 aan gemiste inkomsten vanaf de ziekmelding tot aan de start van deze procedure, een bedrag van € 20.000,00 aan gemiste inkomsten (loon inclusief vakantietoeslag en zonder WW-uitkering) vanaf deze procedure tot aan de ontbindingsdatum (september 2021-februari 2022), een bedrag van € 40.000,00 aan toekomstige inkomstenderving (inclusief gemiste pensioenopbouw) uitgaande van een herstelperiode en sollicitatietijd van in totaal één jaar, een bedrag van € 10.000,00 aan te verwachten inkomstenderving vanwege een lager salaris wegens het beperkte aantal vacatures voor praktijkmanager ten opzichte van de vacatures voor tandartsassistente en een bedrag van € 10.000,00 aan advocaatkosten (inclusief compensatie bruto/netto verschil). Dit leidt tot een billijke vergoeding van € 100.000,00 bruto.

intrekkingsbevoegdheid

4.10.

Op grond van artikel 7:686a lid 6 BW heeft [verz./verw.tegenverz.] de bevoegdheid haar verzoek in te trekken. Aan [verz./verw.tegenverz.] wordt een termijn gegund tot 31 oktober 2021.

tegenverzoek

4.11.

Voor het geval dat [verz./verw.tegenverz.] van de intrekkingsbevoegdheid gebruik maakt en het ontbindingsverzoek intrekt, geldt het volgende.

4.11.1.

De kantonrechter zal gelet op de feiten en omstandigheden alsmede de standpunten van partijen het verzoek van [verw./verz.tegenverzoek] als bedoeld in artikel 7:671c lid 1 en lid 2 sub a BW toewijzen en de arbeidsovereenkomst, zoals verzocht met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn, ontbinden per 1 februari 2022.

4.11.2.

De transitievergoeding ter hoogte van € 11.963,43 bruto wordt toegewezen op grond van artikel 7:673 lid 1 sub b onder 2 BW. Er is geen belang voor [verw./verz.tegenverzoek] bij een afzonderlijke verklaring voor recht ten aanzien van de transitievergoeding, zodat deze wordt afgewezen.

4.11.3.

De billijke vergoeding, begroot op € 100.000,00 bruto, wordt toegewezen op grond van artikel 7:671c lid 2 sub b BW.

overige verzoeken

4.12.

De door [verw./verz.tegenverzoek] verzochte eindafrekening en salarisspecificaties zullen als onweersproken worden toegewezen.

4.13.

De kantonrechter ziet, mede gelet op het verwerken van de advocaatkosten van [verw./verz.tegenverzoek] in de hoogte van de billijke vergoeding, aanleiding de (overige) proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

stelt [verz./verw.tegenverz.] in de gelegenheid het verzoek uiterlijk 31 oktober 2021 in te trekken door een schriftelijke mededeling aan de griffier van de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem, postbus 9030, 6800 EM Arnhem alsmede per email aan: rekesten.civielenkanton.rb-gel.arnhem@rechtspraak.nl, alsook een schriftelijke mededeling aan [verw./verz.tegenverzoek] ;

ongeacht of [verz./verw.tegenverz.] het verzoek intrekt:

5.2.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 februari 2022;

5.3.

veroordeelt [verz./verw.tegenverz.] om aan [verw./verz.tegenverzoek] de wettelijke transitievergoeding van € 11.963,43 bruto te betalen;

5.4.

veroordeelt [verz./verw.tegenverz.] om aan [verw./verz.tegenverzoek] een billijke vergoeding van € 100.000,00 bruto te betalen;

5.5.

veroordeelt [verz./verw.tegenverz.] tot het opstellen en uitbetalen van een eindafrekening waarin opgebouwde niet genoten vakantiedagen en vakantiegeld worden uitbetaald;

5.6.

veroordeelt [verz./verw.tegenverz.] tot het toesturen van salarisspecificaties van bovengenoemde vorderingen;

5.7.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.9.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2021.