Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:5325

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-08-2021
Datum publicatie
14-10-2021
Zaaknummer
C/05/372106 / HA ZA 20-362
Rechtsgebieden
Goederenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis: Geschil over erfgrens tussen weilanden. Bezit. Te goeder trouw

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/372106 / HA ZA 20-362

Vonnis van 11 augustus 2021

in de zaak van

[eis.conv./ged.reconv.] ,

wonende te [plaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. F.B.M. van Aanhold te Zutphen,

tegen

1 [ged.conv./eis.reconv.1] ,

2. [ged.conv./eis.reconv.2],

beiden wonende te [plaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[ged.conv./eis.reconv.3] BV,

gevestigd te [plaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. H.J.F. Oetgens van Waveren Pancras Clifford te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eis.conv./ged.reconv.] en [gedn.conv./eis.reconv.] worden genoemd. Gedaagden zullen afzonderlijk worden aangeduid als [ged.conv./eis.reconv.1] , [ged.conv./eis.reconv.2] en [ged.conv./eis.reconv.3] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 14 oktober 2020 en de daarin vermelde stukken

  • -

    de conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie met productie 15

  • -

    de brief met producties 11 en 12 van [gedn.conv./eis.reconv.]

  • -

    het proces-verbaal van descente en van mondelinge behandeling van 2 februari 2021 en de spreekaantekeningen van partijen

  • -

    de akte wijziging van eis met productie 16 van [eis.conv./ged.reconv.]

  • -

    de antwoordakte van [gedn.conv./eis.reconv.]

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eis.conv./ged.reconv.] is sinds 2004 eigenaar van de woning en de grond aan de [adres en plaats] , kadastraal bekend gemeente [kadastrale gegevens] (hierna: perceel P [nummer] ). Hij woont op dat adres en exploiteert daar via zijn eenmanszaak [naam eenmansbedrijf] .

2.2.

[ged.conv./eis.reconv.1] en [ged.conv./eis.reconv.2] wonen sinds 1989 aan de [adres en plaats] , kadastraal bekend gemeente [kadastrale gegevens] (hierna: perceel P [nummer2] ). Dat perceel is eigendom van [ged.conv./eis.reconv.1] . De weilanden bij de woning, kadastraal bekend als gemeente [kadastrale gegevens] (hierna: perceel P [nummer3] ), zijn eigendom van [ged.conv./eis.reconv.3] . [ged.conv./eis.reconv.3] exploiteert sinds 1989 een paardenbedrijf/pension en op voormelde weilanden worden circa 30 paarden gehouden.

2.3.

Partijen zijn dus buren. Perceel P [nummer] grenst aan perceel P [nummer3] . Uit de hierna opgenomen kadastrale kaart van 21 augustus 2015 volgt de ligging van de percelen. De grenzen tussen de percelen, aangeduid met 1 tot en met 4, zijn tussen partijen in geschil.

AFBEELDING

2.4.

Op verzoek van [gedn.conv./eis.reconv.] heeft het kadaster op 2 september 2015 een grensreconstructie uitgevoerd. De bevindingen zijn opgenomen in onderstaand veldwerk.

AFBEELDING

2.5.

In het Relaas van bevindingen van het kadaster van 9 september 2015 is voor zover van belang het volgende vermeld:

Omschrijving van de aangewezen kadastrale grenzen

van midden Z kant steen aan de [adres] in N richting naar ijzeren buis, in W richting naar drie ijzeren buizen, in N richting naar ijzeren buis, naar midden steen, in O richting naar midden steen, in N richting naar midden sloot, naar ijzeren buis.

(…)

Overige opmerkingen

Na onderzoek is gebleken dat conform veldwerk 35 een aantal grenzen niet goed op de kadastrale kaart zijn afgebeeld.

Naar aanleiding hiervan heeft bij de percelen [nummer3] en [nummer] redreskaart plaats gevonden (Met behulp van veldwerk P 35)

2.6.

Bij brief van 12 oktober 2015 heeft het kadaster aan [ged.conv./eis.reconv.3] meegedeeld dat naar aanleiding van de grensreconstructie van 2 september 2015 een onjuiste registratie is geconstateerd en dat deze inmiddels is hersteld. De onjuiste registratie betrof dat de aanwijs in november 1926 niet juist was weergegeven op de kadastrale kaart. In die brief heeft het kadaster erop gewezen dat de ligging van de kadastrale grens in het terrein ongewijzigd is gebleven en dat het herstel alleen betrekking heeft op de weergave van de grens op de kadastrale kaart.

2.7.

Daarna is tussen partijen een conflict ontstaan over de erfgrens tussen de percelen. Daarover is vanaf 2016 tussen (de gemachtigden/advocaten van) partijen gecorrespondeerd.

2.8.

In 2018 heeft [ged.conv./eis.reconv.1] zonder overleg met [eis.conv./ged.reconv.] de toen bestaande afrasteringen op een aantal plaatsen verwijderd dan wel verplaatst in de richting van het perceel van [eis.conv./ged.reconv.] .

2.9.

De paaltjes die het kadaster in 2015 in het kader van de grensreconstructie heeft geplaatst zijn verwijderd. Partijen verwijten elkaar over en weer dat de andere partij dat heeft gedaan.

2.10.

Eind januari 2021 heeft een landmeter, ir. [betrokkene1] (hierna: [betrokkene1] ), in opdracht van [gedn.conv./eis.reconv.] een tekening gemaakt van de kadastrale erfgrens. In verband daarmee heeft [ged.conv./eis.reconv.1] op een aantal plaatsen de afrastering wederom verplaatst.

3 De vordering in conventie

3.1.

[eis.conv./ged.reconv.] vordert na wijziging van eis bij akte van 17 maart 2021 dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. voor recht zal verklaren dat de erfgrens tussen de percelen van [eis.conv./ged.reconv.] en [gedn.conv./eis.reconv.] is gelegen daar waar tot de verplaatsing van de erfafscheiding in 2018 door [gedn.conv./eis.reconv.] de erfafscheiding stond, zoals blijkt uit de tekening en foto’s van producties 8, de foto’s van productie 11 en de foto van productie 16, meer specifiek:

  1. grens 1 begint 100 cm achter het midden van de kadastrale steen aan de [adres] , richting [gedn.conv./eis.reconv.] bezien,

  2. grens 1 loopt van de onder a beschreven locatie tot 70 cm naast en 20 cm voorbij de verste hoek vanuit de [adres] bezien van het groene houten schuurtje van [eis.conv./ged.reconv.] ,

  3. grens 2 maakt een meer dan haakse hoek ten opzichte van grens 1 en loopt dan langs de bomenrij van [eis.conv./ged.reconv.] tot 1 meter voorbij de bomenrij van grens 3 die daar haaks op staat,

  4. grens 3 loopt van het einde van grens 2 in een rechte lijn langs de bomen/struiken van [eis.conv./ged.reconv.] tot aan de paal op de hoek van grens 3 met grens 4 waar die zich thans bevindt,

  5. grens 4 loopt vanaf het einde van grens 3 in een rechte lijn langs de bomen/struiken van [eis.conv./ged.reconv.] en eindigt bij de biels van [gedn.conv./eis.reconv.] die thans op het einde van grens 4 staat,

2. [gedn.conv./eis.reconv.] zal veroordelen om, voor zover vereist, medewerking te verlenen aan de notariële vastlegging van de juridische erfgrens, gevolgd door inschrijving daarvan in de daartoe bestemde openbare registers, op straffe van een dwangsom,

3. [gedn.conv./eis.reconv.] zal veroordelen tot afbraak van de door hem in 2018 geplaatste nieuwe afscheiding en herstel van de erfafscheiding in de oude situatie op de plaats zoals onder 1 is gevorderd, binnen één week na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom,

4. [gedn.conv./eis.reconv.] zal veroordelen tot het plaatsen van een meidoornhaag, qua hoogte en breedte vergelijkbaar met de haag zoals afgebeeld op de 1e foto van productie 8, op de plek waar [gedn.conv./eis.reconv.] de oorspronkelijke meidoornhaag in 2018 heeft gerooid, binnen één maand na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom,

5. [gedn.conv./eis.reconv.] zal veroordelen tot herstel van de groenwal, zoals afgebeeld op foto’s 4 tot en met 10 van producties 8, binnen één maand na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom,

6. [gedn.conv./eis.reconv.] zal veroordelen tot het in originele staat terugbrengen van het oorspronkelijke verharde toegangspad naar de [adres] zoals afgebeeld op foto’s 1 tot en met 4 van productie 11 en het verwijderen van het noodpad en ter plaatse van het noodpad terugbrengen van de beplanting zoals is afgebeeld op en volgt uit foto 6 van productie 11, binnen één maand na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom,

7. [gedn.conv./eis.reconv.] zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[gedn.conv./eis.reconv.] voert gemotiveerd verweer.

4 De vordering in (voorwaardelijke) reconventie

4.1.

[gedn.conv./eis.reconv.] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. voorwaardelijk, indien in conventie zal worden geoordeeld dat [eis.conv./ged.reconv.] door verjaring eigenaar is geworden van de stroken grond, voor recht zal verklaren dat [eis.conv./ged.reconv.] onrechtmatig heeft gehandeld door de stroken grond op onrechtmatige wijze in eigendom te verkrijgen, dat [eis.conv./ged.reconv.] om die reden jegens [gedn.conv./eis.reconv.] schadeplichtig is en dat de stroken grond, die thans reeds onderdeel van het perceel van [gedn.conv./eis.reconv.] zijn, ondubbelzinnig en onverminderd tot het eigendom van [gedn.conv./eis.reconv.] behoren en blijven behoren,

II. [eis.conv./ged.reconv.] zal veroordelen om het gedeelte van de schuur dat op grond van [gedn.conv./eis.reconv.] staat, zoals is te zien op productie 7, uiterlijk binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis te verwijderen en verwijderd te houden,

III. [eis.conv./ged.reconv.] zal veroordelen om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis alle op het perceel van [gedn.conv./eis.reconv.] overhangende takken en overhangende beplanting te snoeien en gesnoeid te houden,

IV. [eis.conv./ged.reconv.] zal veroordelen tot betaling van een dwangsom indien hij niet aan de veroordelingen onder II en III voldoet,

V. [eis.conv./ged.reconv.] zal veroordelen tot betaling van € 2.190,00 aan [gedn.conv./eis.reconv.] ter zake van buitengerechtelijke kosten en de kosten van de erfgrensreconstructie door het kadaster,

VI. [eis.conv./ged.reconv.] zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten.

4.2.

[eis.conv./ged.reconv.] voert gemotiveerd verweer.

5. De beoordeling

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

5.1.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie zullen deze hierna gezamenlijk worden behandeld.

5.2.

Tussen partijen is de ligging van de erfgrens in geschil ter plaatse van (1) de toegangsweg camping/meidoornhaag, gezien vanaf de [adres] , (2) het toegangspad naar de [adres] en (3 en 4) de groenwallen, zoals weergegeven op de kadastrale kaart die onder 2.3 is opgenomen.

5.3.

[eis.conv./ged.reconv.] stelt dat hij en zijn rechtsvoorgangers door verjaring eigenaar zijn geworden van de stroken grond, die nu onderwerp zijn van het geschil tussen partijen. Volgens [eis.conv./ged.reconv.] is in de periode 1980-1994 een afrastering geplaatst tussen de percelen

P [nummer] en P [nummer3] , die door alle partijen altijd als erfgrens is aangehouden. Langs die afrastering (grens 1) is aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] al die tijd een moestuin en/of paardenwei en/of een parkeerplaats en/of een locatie voor een verkooppunt geweest. Er zijn daar lantaarnpalen en bouwwerken geplaatst en struiken en bosschages geplant door zijn rechtsvoorgangers. Langs die grens bevond zich een forse meidoornhaag, die eveneens door zijn rechtsvoorgangers is geplant. Bij grens 2 liep langs afrastering aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] een pad, waardoor het tweede deel van de camping - de [adres] - bereikt kon worden. [eis.conv./ged.reconv.] en zijn rechtsvoorgangers maakten gebruik van dat pad en zij onderhielden dat pad en de bosschages aan hun zijde. Ook de bosschages langs de afrastering aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] bij de grenzen 3 en 4 werden door [eis.conv./ged.reconv.] en zijn rechtsvoorgangers onderhouden. Dat alles duidt volgens [eis.conv./ged.reconv.] op ondubbelzinnig en openbaar bezit. [eis.conv./ged.reconv.] stelt primair dat hij en zijn rechtsvoorgangers de betreffende stroken grond te goeder trouw tenminste tien jaren in zijn/hun bezit heeft/hebben gehad en door verkrijgende verjaring daarvan eigenaar is/zijn geworden. Subsidiair stelt hij dat hij en zijn rechtsvoorgangers die stroken grond tenminste twintig jaren in bezit hebben gehad, zodat hij door bevrijdende verjaring daarvan eigenaar is geworden. In 2015 heeft [gedn.conv./eis.reconv.] buiten aanwezigheid van [eis.conv./ged.reconv.] een grensreconstructie door het kadaster laten uitvoeren. In 2018 heeft [ged.conv./eis.reconv.1] eigenmachtig (een deel van) de bestaande erfafscheiding verplaatst naar de plek waarvan het kadaster zou hebben gezegd dat de erfgrens werkelijk zou lopen, aldus [eis.conv./ged.reconv.] . Daardoor heeft [gedn.conv./eis.reconv.] meer grond gekregen en [eis.conv./ged.reconv.] minder grond. Ook heeft [ged.conv./eis.reconv.1] de groenwal bij de grenzen 2, 3 en 4 gedeeltelijk gerooid en de palen van de grenzen 3 en 4 circa één meter in de richting van het perceel van [eis.conv./ged.reconv.] verplaatst. Verder heeft [ged.conv./eis.reconv.1] de meidoornhaag bij grens 1 gerooid en midden op het pad dat naar de [adres] leidde een paal met afrastering geplaatst, waardoor [eis.conv./ged.reconv.] en zijn campinggasten dat pad niet meer konden gebruiken. [eis.conv./ged.reconv.] betwist dat de oorspronkelijke door [ged.conv./eis.reconv.1] geplaatste afrastering ongeveer één meter vanaf de erfgrens op de grond van [gedn.conv./eis.reconv.] was geplaatst en dat de nieuwe door [ged.conv./eis.reconv.1] geplaatste afrastering op een afstand van circa dertig centimeter van de erfgrens op de grond van [gedn.conv./eis.reconv.] staat. Hij betwist tevens dat zijn schuur gedeeltelijk op het perceel van [gedn.conv./eis.reconv.] staat. [eis.conv./ged.reconv.] stelt dat [ged.conv./eis.reconv.1] inmiddels alle oude kadastrale paaltjes en alle paaltjes die het kadaster in 2015 heeft geplaatst heeft verwijderd. Hij betwist daarom de juistheid van de door [gedn.conv./eis.reconv.] aangehouden (kadastrale) grenzen. [eis.conv./ged.reconv.] betwist voorts dat hij onrechtmatig heeft gehandeld en dat hij enige schadevergoeding verschuldigd zou zijn aan [gedn.conv./eis.reconv.] Hij betwist eveneens dat takken van zijn struiken of bomen overhangen op het erf van [gedn.conv./eis.reconv.] . Indien daarvan sprake zou zijn, is [gedn.conv./eis.reconv.] bevoegd op grond van artikel 5:44 BW die takken te snoeien, aldus [eis.conv./ged.reconv.] .

5.4.

[gedn.conv./eis.reconv.] meent dat [ged.conv./eis.reconv.1] en [ged.conv./eis.reconv.2] ten onrechte zijn gedagvaard, aangezien [ged.conv./eis.reconv.3] de eigenaar is van perceel P [nummer3] , dat grenst aan perceel P [nummer] van [eis.conv./ged.reconv.] en bovendien [ged.conv./eis.reconv.2] ook geen eigenaar is van perceel P [nummer2] . [eis.conv./ged.reconv.] is daarom in zijn vorderingen voor zover die gericht zijn tegen [ged.conv./eis.reconv.1] en [ged.conv./eis.reconv.2] niet-ontvankelijk, aldus [gedn.conv./eis.reconv.] .

[gedn.conv./eis.reconv.] voert aan dat [ged.conv./eis.reconv.1] in 1992 in overleg met de toenmalige eigenaar van het perceel van [eis.conv./ged.reconv.] , [betrokkene2] , op haar eigen perceel ongeveer één meter vanaf de erfgrens een hek met stroomdraad heeft geplaatst, om te voorkomen dat haar paarden over de perceelsgrens heen zouden grazen dan wel in contact zouden komen met paarden op het naastgelegen perceel. Volgens [gedn.conv./eis.reconv.] is dat gebruikelijk in ‘paardenland’. In 1997 heeft de rechtsvoorganger van [eis.conv./ged.reconv.] , [betrokkene3] , [ged.conv./eis.reconv.1] meegedeeld dat hij voornemens was om achter de door [ged.conv./eis.reconv.1] geplaatste omheining een haag te planten en een houtwal te realiseren. [ged.conv./eis.reconv.1] vond dat geen probleem, mits de haag en de groenwal op voldoende afstand van de omheining zouden worden geplaatst en goed zouden worden onderhouden om te voorkomen dat de beplanting in aanraking zou komen met de aanwezige stroomdraad. [gedn.conv./eis.reconv.] voert aan dat [betrokkene3] dus haar toestemming had om voor zover de haag en de groenwal op haar grond waren geplant, het perceel van [gedn.conv./eis.reconv.] te betreden om onderhoud daaraan uit te voeren. Nadien heeft [betrokkene3] rond 1997 en in 2000 in de buurt van de omheining van [gedn.conv./eis.reconv.] op de grond van [gedn.conv./eis.reconv.] nog enkele struiken en bomen geplant. Voor [gedn.conv./eis.reconv.] was dat geen probleem omdat [betrokkene3] de afspraken goed nakwam door tijdig en deugdelijk onderhoud uit te voeren. Dit veranderde toen [eis.conv./ged.reconv.] in 2004 eigenaar werd en de camping overnam. Hij onderhield de aanwezige beplanting, hagen en bomen in de nabijheid van de erfgrens niet en liet alles groeien. In eerste instantie deed [ged.conv./eis.reconv.1] het onderhoud nog zelf, maar na enige jaren is het huidige geschil ontstaan. In 2007, toen de verstandhouding tussen [gedn.conv./eis.reconv.] en [eis.conv./ged.reconv.] nog goed was, heeft [gedn.conv./eis.reconv.] gedoogd dat [eis.conv./ged.reconv.] een schuur gedeeltelijk op haar grond heeft gebouwd.

[gedn.conv./eis.reconv.] betwist dat [eis.conv./ged.reconv.] , dan wel zijn rechtsvoorgangers, door verjaring eigenaar is/zijn geworden van de in geschil zijnde stroken grond. Zij betoogt dat geen sprake is van bezit of in bezitneming door [eis.conv./ged.reconv.] of zijn rechtsvoorgangers. Voorts betwist zij dat sprake is van goeder trouw van [eis.conv./ged.reconv.] omdat hij uit de openbare registers had kunnen en moeten opmaken dat hij geen eigenaar was van de stroken grond. Voor zover [eis.conv./ged.reconv.] door verjaring eigenaar zou zijn geworden van die stroken grond, stelt [gedn.conv./eis.reconv.] dat [eis.conv./ged.reconv.] jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door de stroken grond willens en wetens in bezit te houden en dient hij de daardoor door [gedn.conv./eis.reconv.] geleden schade aan haar te vergoeden. De schuur van [eis.conv./ged.reconv.] is gedeeltelijk op de grond van [gedn.conv./eis.reconv.] gebouwd en [eis.conv./ged.reconv.] maakt daarmee onrechtmatig inbreuk op het eigendomsrecht van [gedn.conv./eis.reconv.] . [eis.conv./ged.reconv.] dient deze schuur daarom te verwijderen voor zover deze op de grond van [gedn.conv./eis.reconv.] staat. Verder is er op meerdere plaatsen sprake van overhangende planten en takken van [eis.conv./ged.reconv.] . [gedn.conv./eis.reconv.] ondervindt daarvan hinder en stelt dat [eis.conv./ged.reconv.] gehouden is de op haar perceel overhangende beplanting en takken de snoeien.

5.5.

De rechtbank overweegt het volgende. Vaststaat dat perceel P [nummer3] in eigendom toebehoort aan [ged.conv./eis.reconv.3] en dat de vorderingen van [eis.conv./ged.reconv.] betrekking hebben op de erfgrens en de strook grond nabij die erfgrens met dat perceel. Niet gesteld of gebleken is dat [ged.conv./eis.reconv.1] of [ged.conv./eis.reconv.2] daarmee enige bemoeienis hebben, behalve mogelijk als (indirect) aandeelhouder en/of bestuurder van [ged.conv./eis.reconv.3] . [eis.conv./ged.reconv.] is daarom

niet-ontvankelijk in zijn vorderingen, voor zover hij die tegen [ged.conv./eis.reconv.1] en [ged.conv./eis.reconv.2] heeft ingesteld.

5.6.

Niet in geschil is dat [ged.conv./eis.reconv.1] in 1992 een afrastering heeft geplaatst tussen het perceel van [gedn.conv./eis.reconv.] (P [nummer3] ) en het perceel van [eis.conv./ged.reconv.] (P [nummer] ). Niet duidelijk is of die afrastering door [ged.conv./eis.reconv.1] is geplaatst ter vervanging van een reeds bestaande afrastering op die plaats. Tevens is onduidelijk waar die in 1992 door [ged.conv./eis.reconv.1] geplaatste afrastering precies heeft gestaan, nu deze in 2018 door [ged.conv./eis.reconv.1] grotendeels is verwijderd en verplaatst in de richting van het perceel van [eis.conv./ged.reconv.] . Ook is onduidelijk waar de kadastrale erfgrens tussen de percelen ligt, aangezien de door het kadaster in 2015 in het kader van de grensreconstructies geplaatste paaltjes zijn verwijderd. Partijen verschillen op die punten van mening en ook de descente heeft daarover geen duidelijkheid kunnen verschaffen, behoudens met betrekking tot de (witte) kadastrale steen, waarover partijen het ter gelegenheid van de bezichtiging ter plaatse eens waren dat die de erfgrens aan de zijde van de [adres] markeert. Verder heeft [gedn.conv./eis.reconv.] naar aanleiding van de tekening van [betrokkene1] van eind januari 2021 haar stellingen aangepast en heeft zij de door haar in 2018 geplaatste afrastering bij grens 4 opnieuw verplaatst.

5.7.

Als niet, dan wel onvoldoende weersproken, is het volgende komen vast te staan.

In de periode van 1980 tot 1994 was [betrokkene2] eigenaar van perceel P [nummer] , waar toen reeds [naam eenmansbedrijf] was gevestigd. Daarna is [betrokkene3] van 1994 tot 2004 eigenaar geweest van dat perceel. Toen [betrokkene3] eigenaar werd had een deel van het perceel - de Hoge of Nieuwe wei - nog een agrarische bestemming. Het pad dat naar dat terrein liep, was toen al aanwezig. Enige tijd daarna kreeg dat terrein recreatieve bestemming en is de camping met dat terrein (hierna: de [adres] ) uitgebreid. In die periode, rond 1997, heeft [betrokkene3] contact opgenomen met [ged.conv./eis.reconv.1] en meegedeeld dat hij in verband met de uitbreiding van de camping, waarop de woning van [ged.conv./eis.reconv.1] uitzicht had, een haag zou aanplanten. [betrokkene3] heeft nabij de toen bestaande afrastering tussen de percelen een haag gepland om de caravans aan het zicht van [ged.conv./eis.reconv.1] en het zicht vanaf de [adres] te onttrekken. Die haag werd door [betrokkene3] onderhouden. [betrokkene3] heeft tevens rond 1997 en in 2000 nabij de toen bestaande afrastering tussen de percelen struiken en bomen geplant (groenwallen), die door hem werden onderhouden. In 2007 heeft [eis.conv./ged.reconv.] nabij grens 1 een (groen) houten schuurtje gebouwd.

5.8.

Niet in geschil is dat de door [ged.conv./eis.reconv.1] in 1992 geplaatste afrastering niet op de kadastrale erfgrens stond, maar op enige afstand daarvan op het perceel van [gedn.conv./eis.reconv.] Voor de vraag of [eis.conv./ged.reconv.] door verjaring eigenaar is geworden van de strook grond tot aan de door [ged.conv./eis.reconv.1] in 1992 geplaatste afrastering, zoals [eis.conv./ged.reconv.] stelt en [gedn.conv./eis.reconv.] betwist, is in de eerste plaats van belang of sprake is geweest van bezit van die strook grond door (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./ged.reconv.] .

5.9.

De vraag of sprake is van bezit dient te worden beantwoord aan de hand van de maatstaven van artikelen 3:107 en verder BW. Daaruit volgt dat bezit het houden van een goed voor zichzelf is. Noodzakelijk voor ondubbelzinnig bezit is een voor anderen zichtbare uitoefening van de macht over de onroerende zaak waaruit de pretentie van eigendom blijkt. Het moet gaan om een zodanige machtsuitoefening dat naar verkeersopvattingen en op grond van uiterlijke feiten en omstandigheden heeft te gelden dat de macht van de oorspronkelijke bezitter over de onroerende zaak is geëindigd.

5.10.

De rechtbank is van oordeel dat het plaatsen van de afrastering door [ged.conv./eis.reconv.1] niet kan gelden als bezitshandeling van (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./ged.reconv.] . In het midden kan blijven of [ged.conv./eis.reconv.1] die afrastering heeft geplaatst ter vervanging van een reeds bestaande afrastering omdat niet gesteld of gebleken is dat die eventueel door [ged.conv./eis.reconv.1] vervangen afrastering door de rechtsvoorgangers van [eis.conv./ged.reconv.] is geplaatst, zodat deze ook door de rechtsvoorganger van [gedn.conv./eis.reconv.] kan zijn geplaatst. In dat geval is immers evenmin sprake van een bezitshandeling van de rechtsvoorgangers van [eis.conv./ged.reconv.] .

5.11.

De rechtbank gaat er als niet, althans onvoldoende weersproken vanuit dat de meidoornhaag bij grens 1 en de meidoornhaag, bomen en struiken (groenwal) bij grens 2, 3 en 4 door [betrokkene3] zijn geplant en door hem zijn onderhouden. Naar het oordeel van de rechtbank kan dat op zichzelf worden aangemerkt als bezitsdaad van [betrokkene3] . Immers de meidoornhagen, bomen en struiken zijn om het perceel P [nummer] geplaatst, ter afscheiding daarvan en om de camping aan het zicht van [gedn.conv./eis.reconv.] en vanaf de openbare weg te onttrekken. [gedn.conv./eis.reconv.] voert weliswaar aan dat [betrokkene3] die beplanting heeft geplaatst met haar toestemming, maar de rechtbank is van oordeel dat zij dat verweer, gelet op de overgelegde schriftelijke verklaringen van [betrokkene3] van 2 juli 2017 en 2 november 2018 onvoldoende heeft onderbouwd. Uit die verklaringen blijkt immers dat [betrokkene3] , toen de [adres] een recreatieve bestemming kreeg en als camping in gebruik werd genomen, aan [gedn.conv./eis.reconv.] heeft meegedeeld en “toegezegd” dat hij een haag zou aanplanten omdat het uitzicht vanuit het perceel van [gedn.conv./eis.reconv.] op de caravans “er niet mooier op zou worden”. Daaruit blijkt niet dat hij [gedn.conv./eis.reconv.] om toestemming heeft gevraagd voor het planten van de haag (en de groenwal). Uit die verklaringen volgt voorts dat [betrokkene3] , toen hij eigenaar was van het perceel van [eis.conv./ged.reconv.] , ervan uitging dat de door [ged.conv./eis.reconv.1] geplaatste afrastering op de erfgrens stond. Het is aannemelijk dat [betrokkene3] in zijn optiek daarom niet om toestemming van [gedn.conv./eis.reconv.] behoefde te vragen omdat hij ervan uitging dat hij de beplanting op zijn eigen perceel aanbracht. Uit de schriftelijke verklaringen van de zoon van [betrokkene2] en van G. Lasschuyt, die beiden verklaren dat [ged.conv./eis.reconv.1] enige tijd nadat hij eigenaar werd de oude omheining die als perceelsgrens diende heeft vervangen, volgt dat ook zij destijds ervan uitgingen dat de afrastering op de kadastrale erfgrens stond. De enkele niet nader onderbouwde stelling van [gedn.conv./eis.reconv.] dat zij in 1997 toestemming heeft gegeven aan [betrokkene3] voor het planten van de haag, mits [betrokkene3] deze op voldoende afstand van de afrastering zou plaatsen en hij deze goed zou onderhouden, is in het licht van het voorgaande onvoldoende. Voorts heeft [gedn.conv./eis.reconv.] nog aangevoerd dat [betrokkene3] daarna, rond 1997 en in 2000, in de buurt van de afrastering op de grond van [gedn.conv./eis.reconv.] zonder haar toestemming enkele struiken en bomen heeft geplant, maar dat dit voor haar geen probleem was, omdat [betrokkene3] de rond 1997 gemaakte afspraken nakwam door telkens tijdig onderhoud te verrichten. Ook hieruit volgt dat [betrokkene3] zonder toestemming van [gedn.conv./eis.reconv.] de beplanting aanbracht. De rechtbank gaat daarom aan de stellingen van [gedn.conv./eis.reconv.] als onvoldoende onderbouwd voorbij. Nu niet is komen vast te staan dat [betrokkene3] toestemming heeft gevraagd of gekregen van [gedn.conv./eis.reconv.] voor het aanbrengen van de beplanting ter afscheiding van zijn perceel en het onderhoud daarvan, moet het ervoor worden gehouden dat hij dat zonder toestemming van [gedn.conv./eis.reconv.] heeft gedaan. Daarmee was voor [gedn.conv./eis.reconv.] duidelijk, althans had het haar duidelijk moeten zijn, dat [betrokkene3] de strook grond waarop hij de beplanting heeft aangebracht in bezit nam, met de pretentie daarvan eigenaar te zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [betrokkene3] dan ook met het aanbrengen van de haag en de groenwallen rondom het perceel P [nummer] en het onderhouden daarvan, de strook grond in zoverre in bezit genomen.

5.12.

De rechtbank constateert, op basis van onder meer de overgelegde foto’s en van hetgeen door [eis.conv./ged.reconv.] is gesteld en onvoldoende door [gedn.conv./eis.reconv.] is weersproken, dat de situatie in 2004, toen [eis.conv./ged.reconv.] eigenaar werd van zijn perceel, als volgt was.

Aan de rechterzijde (gezien vanaf de [adres] ) van de door [ged.conv./eis.reconv.1] geplaatste afrastering langs grens 1 stond een brede meidoornhaag tot aan de rode bakstenen schuur. Tussen de afrastering en de meidoornhaag was sprake van een smalle strook grond (zie foto 1 bij productie 8 bij dagvaarding). Niet weersproken is dat het terrein aan de rechterzijde van die meidoornhaag (grens 1) altijd bij (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./ged.reconv.] in gebruik is geweest als moestuin, dan wel als paardenwei, dan wel als parkeerplaats, dan wel als locatie voor een verkooppunt. Op dat terrein staan twee lantaarnpalen, die daar al aanwezig waren toen [betrokkene3] eigenaar werd in 1994. Na de meidoornhaag liep de door [ged.conv./eis.reconv.1] geplaatste afrastering (achter)langs de muur van de rode bakstenen schuur een aantal meters door en maakte vervolgens een min of meer haakse bocht naar links (zie foto’s 2 en 3 bij productie 11 bij dagvaarding). Aan de rechterzijde van die afrastering (grens 2) liep het pad naar de [adres] , dat ongeveer halverwege naar rechts afboog naar de [adres] . Tussen de afrastering en het pad stond eveneens een meidoornhaag (foto’s 1 en 3 bij productie 8 bij dagvaarding). Het pad naar de [adres] (grens 2) werd gebruikt door de campinggasten (met auto en caravan) en (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./ged.reconv.] en werd niet gebruikt door [ged.conv./eis.reconv.1] . Op het pad voor de toegang naar de [adres] stond een ijzeren hek van 3,5 meter breed, zoals partijen ter gelegenheid van de descente hebben aangeduid. Waar het pad naar rechts naar de [adres] afboog liep de afrastering in een rechte lijn door (foto 2 bij productie 11 bij dagvaarding). Rechts van die afrastering was vervolgens sprake van begroeiing met struiken en bomen (een groenwal) (foto 4 bij productie 8 en foto 2 bij productie 11 bij dagvaarding). Vervolgens liep de door [ged.conv./eis.reconv.1] geplaatste afrastering met een haakse bocht naar rechts (grens 3) en daarna weer met een scherpe bocht naar rechts (grens 4). Aan de rechterzijde van die afrastering bij grens 3 en 4 bevond zich eveneens begroeiing met struiken en bomen (een groenwal) (foto’s 5 t/m 8 en 11 en 12 van productie 8 bij dagvaarding). Weliswaar dateren voormelde foto’s van na juli 2017, maar niet gesteld of gebleken is dat de situatie in 2004 toen [eis.conv./ged.reconv.] eigenaar werd wezenlijk anders was. [eis.conv./ged.reconv.] heeft immers onweersproken gesteld dat toen hij eigenaar werd de meidoornlaan, het pad en de begroeiing langs zijn perceel reeds min of meer zo aanwezig waren.

5.13.

De rechtbank is van oordeel dat [eis.conv./ged.reconv.] , toen hij in 2004 eigenaar werd van perceel P [nummer] , te goeder trouw ervan mocht uitgaan dat de meidoornhagen (bij grens 1 en 2) en de overige beplanting nabij de erfgrens met het perceel van [gedn.conv./eis.reconv.] (de groenwallen bij grens 2, 3 en 4) op zijn perceel stonden, althans op de erfgrens tussen de percelen. Anders dan [gedn.conv./eis.reconv.] aanvoert kon [eis.conv./ged.reconv.] op basis van de openbare registers niet opmaken waar de kadastrale erfgrens precies liep. Niet alleen blijkt uit de brief van het kadaster van 12 oktober 2015 dat de erfgrens in 1926 niet juist was weergegeven op de kadastrale kaart, maar kadastrale kaarten behoren niet zonder meer tot de in de openbare registers in te schrijven feiten, zoals volgt uit de door [gedn.conv./eis.reconv.] zelf aangehaalde uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden van 7 mei 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013: CA0396). Het beroep van [gedn.conv./eis.reconv.] op artikel 3:23 BW gaat dan ook niet op. Voorts gaat het verweer van [gedn.conv./eis.reconv.] dat [eis.conv./ged.reconv.] had moeten begrijpen dat er iets niet klopte omdat het om een strook grond gaat van 500 m2 en hij gelet op de aanzienlijke omvang daarvan nader onderzoek had moeten doen naar de ligging van de erfgrens, niet op. Volgens de eigen stellingen van [gedn.conv./eis.reconv.] had zij in 1992 de afrastering ongeveer één meter vanaf de kadastrale erfgrens geplaatst. Dat zou betekenen dat het gaat om een langgerekte strook grond van één meter breed en 500 meter lang. Naar het oordeel van de rechtbank behoefde het voor [eis.conv./ged.reconv.] daarom niet zonder meer duidelijk te zijn dat de kadastrale erfgrens anders liep dan hij op grond van de feitelijke situatie mocht aannemen.

5.14.

[eis.conv./ged.reconv.] mocht daarom te goeder trouw uitgaan van de feitelijke situatie zoals hij deze in 2004 aantrof en hij is dan ook als bezitter te goeder trouw in 2014 eigenaar geworden van de strook grond vanaf de kadastrale erfgrens tot (in ieder geval) het midden van de stammen van de door [betrokkene3] aangebrachte beplanting (meidoornhagen en groenwal). Voor zover er nog sprake was van een strook grond tussen die door [betrokkene3] aangebrachte beplanting en de door [ged.conv./eis.reconv.1] geplaatste afrastering is geen sprake van bezit van (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./ged.reconv.] , zodat hij daarvan geen eigenaar is geworden.

5.15.

Zoals hiervoor onder 5.6 reeds is overwogen, is bij de percelen van partijen in het veld niet zichtbaar waar de kadastrale erfgrens loopt en in evenmin duidelijk waar de door [ged.conv./eis.reconv.1] in 1992 geplaatste afrastering liep. Ook is niet duidelijk op welke afstand van de kadastrale erfgrens de meidoornhagen waren geplant en de groenwallen waren aangebracht, omdat deze in 2018 geheel of ten dele door [ged.conv./eis.reconv.1] zijn verwijderd.

Voor zover komt vast te staan dat de door [betrokkene3] aangebrachte beplanting geheel op de grond van [gedn.conv./eis.reconv.] is geplant, is de ondergrond daarvan tot in ieder geval het midden van de stammen van die beplanting door verjaring eigendom van [eis.conv./ged.reconv.] geworden.

5.16.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het kadaster eerst opnieuw zal moeten vaststellen waar de kadastrale erfgrens tussen de percelen loopt. Daarna moet duidelijk worden waar de door [betrokkene3] aangebrachte beplanting ten opzichte van de kadastrale erfgrens en ten opzichte van de door [ged.conv./eis.reconv.1] in 1992 geplaatste afrastering stond. Pas dan kan worden bepaald wat de breedte is van de strook grond, waarvan [eis.conv./ged.reconv.] door verjaring eigenaar is geworden en waar de juridische erfgrens tussen de percelen van partijen loopt. Pas wanneer vaststaat waar de juridische erfgrens loopt, kunnen de vorderingen van partijen worden beoordeeld.

5.17.

De rechtbank gaat vooralsnog ervan uit dat partijen in staat zijn in onderling overleg een nieuwe reconstructie van de kadastrale erfgrens door het kadaster te laten uitvoeren. Die grensreconstructie dient in aanwezigheid van beide partijen en op gezamenlijke kosten te worden uitgevoerd, nu niet is gebleken wie van partijen de door het kadaster in 2015 geplaatste paaltjes heeft verwijderd en zij elkaar daarvan over en weer beschuldigen. De zaak zal naar de rol worden verwezen, zodat partijen zich kunnen uitlaten of zij het kadaster in onderling overleg zullen inschakelen voor het uitvoeren van een grensconstructie of dat de rechtbank hiertoe een deskundigenonderzoek zal dienen te gelasten. Na de grensreconstructie door het kadaster, dient in beginsel [eis.conv./ged.reconv.] aan te tonen waar de door [betrokkene3] aangebrachte beplanting ten opzichte van de kadastrale erfgrens en ten opzichte van de door [ged.conv./eis.reconv.1] in 1992 geplaatste afrastering stond, nu hij zich erop beroept dat hij door verjaring eigenaar is geworden van de strook grond tussen de kadastrale erfgrens en de door [ged.conv./eis.reconv.1] in 1992 geplaatste afrastering. Voor zover de bewijslevering aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] wordt bemoeilijkt omdat [ged.conv./eis.reconv.1] de in 1992 door hem geplaatste afrastering en de door [betrokkene3] aangebrachte beplanting (gedeeltelijk) heeft verwijderd, kan daarmee bij de bewijswaardering rekening worden gehouden. Op na te melden roldatum dient [eis.conv./ged.reconv.] zich eveneens alvast uit te laten op welke wijze hij wenst aan te tonen waar de door [betrokkene3] aangebrachte beplanting ten opzichte van de kadastrale erfgrens en ten opzichte van de door [ged.conv./eis.reconv.1] in 1992 geplaatste afrastering stond.

5.18.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en beslist, geeft de rechtbank partijen (nogmaals) in overweging om met elkaar in overleg te treden over een minnelijke regeling.

5.19.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

6 De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

6.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 8 september 2021 voor het nemen van een akte door beide partijen over hetgeen is vermeld onder 5.17.,

6.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2021.