Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:5120

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-09-2021
Datum publicatie
06-10-2021
Zaaknummer
9087164 \ CV EXPL 21-2080 \ 48053
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Klapband. Ongeval. Onrechtmatige Daad. Overmacht. 6:162 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 9087164 \ CV EXPL 21-2080 \ 48053

uitspraak van 29 september 2021

vonnis

in de zaak van

de naamloze vennootschap N.V. Univé Schade

gevestigd te Assen

eisende partij

gemachtigde mr. G. Loman

tegen

de naamloze vennootschap Baloise Belgium B.V.

gevestigd te Beesd

gedaagde partij

gemachtigde mr. A. van Hoey Smith

Partijen worden hierna Univé en Baloise genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 mei 2021 en de daarin genoemde processtukken

- de mondelinge behandeling van 1 september 2021.

1.2.

Tenslotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 20 augustus 2018 heeft een ongeval plaatsgevonden op de A27 ter hoogte van Werkendam, waarbij [betrokkene 1] (verzekerd bij Univé) rijdend op de rechterrijbaan is aangereden door [betrokkene 2] (verzekerd bij Baloise) die zich kort daarvoor nog op de linkerrijbaan bevond en waarbij de auto van [betrokkene 2] de auto van de heer [betrokkene 1] linksachter heeft geraakt, waardoor de auto van [betrokkene 1] is gaan tollen, het motorblok van de auto van [betrokkene 1] is losgekomen en in de sloot is geraakt en brokstukken van de auto van [betrokkene 1] op de andere weghelft zijn beland en schade hebben veroorzaakt aan de auto van een derde.

2.2.

[betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben op het schadeformulier, dat direct na het ongeluk op 20 augustus 2018 is ingevuld aangegeven dat het ongeluk is veroorzaakt door een klapband linksachter bij [betrokkene 2] .

2.3.

Het proces-verbaal van de Politie eenheid Zeeland-West-Brabant vermeldt bij de toedracht dat sprake was van een klapband:

Ter plaatse bleek dat het voertuig vvhk, [kenteken 1] (België), een klapband had gekregen waarop het voertuig vvhk, [kenteken 2] , deze heeft geraakt en is gaan tollen. Voertuig is vervolgens tegen de vangrail in het midden gereden en tot stilstand gekomen op rijstrook 2.

2.4.

Op 30 augustus 2018 heeft Univé Baloise als verzekeraar van [betrokkene 2] aansprakelijk gesteld voor alle schade die het gevolg is van het ongeval.

2.5.

Univé heeft op 8 september 2018 aan [betrokkene 1] € 6.000,00 uitgekeerd en € 266,00 ontvangen van de opkoper van het wrak en is daarmee gesubrogeerd in de rechten van [betrokkene 1] voor een bedrag van € 5.734,00.

2.6.

Op 15 oktober 2018 heeft Dekra Claims Services Netherlands B.V. (de vertegenwoordiger van Baloise in Nederland, hierna: Dekra) de aansprakelijkheid afgewezen.

2.7.

Op 23 november 2018 heeft Univé aan de VHD (Verzekeraars Hulp Dienst)

€ 490,49 betaald in verband met het ongeval en is ook daar gesubrogeerd in de verhaalsrechten van [betrokkene 1] .

2.8.

Van 26 oktober 2018 tot en met 28 augustus 2019 hebben Univé en Dekra gecorrespondeerd over de toedracht van het ongeluk, de bewijslast en de gronden voor aansprakelijkheid, maar hebben daarover geen overeenstemming bereikt.

2.9.

Vanaf 11 februari 2020 is de correspondentie vervolgd tussen de advocaten van Univé en Dekra, maar ook door hen wordt geen overeenstemming bereikt.

3 De vordering en het verweer

3.1.

Univé vordert – samengevat – veroordeling van Baloise, bij vonnis uitvoerbaar bij voorbaat, tot betaling van een bedrag van € 6.224,49 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 november 2018 tot aan de dag van algehele voldoening, alsmede veroordeling in de proceskosten en nakosten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis.

3.2.

Univé legt aan haar vordering ten grondslag dat de verzekerde van Baloise onrechtmatig heeft gehandeld jegens de verzekerde van Univé. Dit door te handelen in strijd met een recht, althans artikel 5 Wegenverkeerswet, meer bijzonder door te handelen in strijd met artikel 54 Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (hierna: RVV). Verder zou er ook sprake zijn van handelen in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en was deze onrechtmatigheid aan de schuld van de verzekerde te wijten, of in ieder geval moet dit krachtens de wet of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komen, omdat de verzekerde voor een minder ernstig alternatief had moeten kiezen. Baloise moet daarom de door Univé geleden schade, bestaande uit de uitgekeerde schadepenningen, vergoeden.

3.3.

Baloise heeft daartegen aangevoerd dat [betrokkene 2] een klapband kreeg en dat er daarom bij het ongeval sprake was van overmacht, zodat als er onrechtmatig handelen zou komen vast te staan, dit niet kan worden toegerekend aan (de verzekerde van) Baloise en dat Baloise daarom niet is gehouden de schade te vergoeden.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Partijen twisten over de vraag of het ongeval is veroorzaakt door een (spontane) klapband linksachter bij de auto van [betrokkene 2] en of deze klapband valt te kwalificeren als onrechtmatige daad of dat er sprake was van overmacht.

4.2.

Ten aanzien van de vraag of het ongeval is veroorzaakt door een klapband overweegt de kantonrechter als volgt. Door het proces-verbaal en het aanrijdingsformulier dat direct na het ongeval door betrokkenen zelf is ingevuld, staat in voldoende mate vast dat het ongeval is veroorzaakt door de klapband. De verder niet onderbouwde stelling van Univé dat er geen sprake was van een klapband, althans dat de klapband niet de oorzaak was van het ongeval, blijft daarom verder buiten beschouwing.

4.3.

In beginsel kan een aanrijding een onrechtmatige daad opleveren, één en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond als bedoeld in artikel 6:162 lid 2 BW. Overmacht is een dergelijke rechtvaardigingsgrond. Een geslaagd beroep op overmacht heeft tot gevolg dat de onrechtmatigheid ontbreekt aan de daad. Voor een geslaagd beroep op overmacht is nodig dat Baloise aannemelijk moet maken dat [betrokkene 2] als bestuurder van de auto geen enkel verwijt kan worden gemaakt van de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen voor zover van belang voor de veroorzaking van het ongeval. Het partijdebat heeft zich toegespitst op de vraag of er sprake is van een “eigen gebrek” aan de auto (wat een beroep op overmacht uitsluit) en de vraag of [betrokkene 2] in de gegeven situatie anders had moeten handelen dan hij in de concrete omstandigheden heeft gedaan. Deze onderwerpen komen hierna aan de orde.

4.4.

Univé heeft aangevoerd dat een klapband in feite altijd een eigen gebrek van de auto oplevert en dat daarmee dus nooit sprake kan zijn van overmacht. Door Baloise is daartegen gemotiveerd en onderbouwd aangevoerd dat [betrokkene 2] reed op nagenoeg nieuwe banden, waar weinig kilometers op waren gereden en die regelmatig waren gewisseld. Deze feitelijke informatie over de kwaliteit van de banden is door Univé niet weersproken. Naar het oordeel van de kantonrechter is daarmee door Baloise voldoende gesteld en door Univé onvoldoende gemotiveerd weersproken, dat de klapband geen eigen gebrek aan de auto vormde.

4.5.

Univé heeft zich er vervolgens op beroepen dat [betrokkene 2] kan worden verweten dat hij in strijd heeft gehandeld met artikel 54 RVV omdat [betrokkene 2] van de linkerrijbaan naar de rechterrijbaan wisselde zonder [betrokkene 1] voor te laten. Baloise heeft daar gemotiveerd tegenin gebracht dat de beweging van de linkerrijbaan naar de rechterrijbaan een direct en onherroepelijk gevolg was van de klapband en dat daaraan geen eigen bijzondere manoeuvre van [betrokkene 2] in de zin van artikel 54 RVV ten grondslag lag. Zoals al is overwogen had [betrokkene 2] een klapband. Een fractie van een seconde later vond de botsing met [betrokkene 1] plaats. [betrokkene 2] heeft zelf op het schadeformulier aangegeven en later ook nog schriftelijk bevestigd dat hij plotseling een klapband kreeg en daardoor op vrijwel hetzelfde moment het voertuig van [betrokkene 1] raakte. Dat betekent dat, anders dan Univé veronderstelt, er geen verwijt kan worden gemaakt aan [betrokkene 2] van het niet voor laten gaan van [betrokkene 1] . De kantonrechter is op grond van het voorgaande dan ook van oordeel dat er bij het wisselen van rijbaan geen sprake was van een eigen actieve gedraging van [betrokkene 2] en dat [betrokkene 2] dus geen verwijt gemaakt kan worden in de zin van artikel 54 RVV.

4.6.

Univé heeft daarnaast aangevoerd dat [betrokkene 2] na de klapband had moeten remmen en naar links had moeten sturen of in ieder geval in staat had moeten zijn om het voertuig onder controle te hebben. Door Baloise is onderbouwd weerlegd waarom er juist niet moet worden geremd bij een klapband en ook acuut krachtig sturen wordt afgeraden. Bovendien – zo heeft Baloise aangevoerd – heeft één en ander nagenoeg tegelijkertijd plaatsgevonden en is [betrokkene 2] dus niet in de gelegenheid geweest anders te handelen, gezien het feit dat de auto’s zich op het noodlottige moment vlak naast elkaar bevonden en de klapband de auto in een split second naar rechts heeft doen trekken.

4.7.

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat Baloise voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [betrokkene 2] niet kan worden verweten dat hij anders had moeten handelen, daarbij in aanmerking nemend dat het een feit van algemene bekendheid is dat een bestuurder van een auto bij een klapband vaak in ieder geval kortstondig de controle over het voertuig verliest.

4.8.

Nu er door partijen geen andere omstandigheden zijn aangevoerd waaruit zou volgen dat er aan [betrokkene 2] een verwijt zou kunnen worden gemaakt ten aanzien van de klapband, is de kantonrechter van oordeel dat door Baloise voldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake was van overmacht. Daarmee wordt de onrechtmatigheid aan de gedraging van [betrokkene 2] ontnomen en is geen sprake van een onrechtmatige daad. Dit betekent dat de vorderingen van Univé zullen worden afgewezen. De overige vorderingen en verweren behoeven derhalve geen bespreking.

4.9.

Univé wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen, aan de zijde van Baloise begroot op € 622,00 (2 punten x € 311,00) aan gemachtigdensalaris.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Univé in de kosten van de procedure, aan de zijde van Baloise begroot op € 622,00 aan gemachtigdesalaris,

5.3.

verklaart de veroordeling onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. V.A.J. Abbing en in het openbaar uitgesproken door de kantonrechter mr. S.E. Sijsma op 29 september 2021.