Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:4852

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-08-2021
Datum publicatie
20-09-2021
Zaaknummer
8546905
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vordering tot naleving van de cao.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-1216
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 8546905 \ CV EXPL 20-1628 \ 498 \ 40141

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Federatie Nederlandse Vakbeweging

gevestigd te Utrecht

eisende partij

gemachtigde mr. A.M. Dielemans-Buiteman te Utrecht

tegen

de besloten vennootschap Touringcarbedrijf Betuwe Express B.V.

gevestigd te Herveld

gedaagde partij

gemachtigde mr. G.H. Hissink te Nijmegen

Partijen worden hierna FNV en Betuwe Express genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 juli 2020 waarbij de mondelinge behandeling is bepaald en de daarin genoemde processtukken;

- de aantekeningen van de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 26 juli 2021.

2 De feiten

2.1.

Busvervoer Nederland, CNV Vakmensen en FNV zijn onderhandelingspartners met betrekking tot de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Besloten Busvervoer (hierna: de cao). Betuwe Express is aangesloten bij werkgeversvereniging Busvervoer Nederland, onderdeel van Koninklijk Nederlands Vervoer. Betuwe Express is daarmee gebonden aan de cao. Er is sprake van een minimum cao.

2.2.

Betuwe Express is, omdat zij busvervoer verricht in de zin van de Wet Personenvervoer en niet valt onder een van de uitzonderingen, betrokken bij de cao.

2.3.

Artikel 2 en 19 van de cao luidden in de periode van 20 november 2016 tot en met 31 december 2018 en aansluitend in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 (hierna: oude cao), voor zover hier van belang als volgt:

Artikel 2 Definities

In deze overeenkomst wordt, tenzij in het betreffende artikel anders is aangegeven, verstaan

onder:

a. (…)

j. Besloten busvervoer: personenvervoer per bus, anders dan bedoeld onder q, en omvattend de categorieën toerwagenritten, ongeregeld vervoer, groepsvervoer, pendelvervoer, meerdaagse reizen en dagtochten.

k. Groepsvervoer: vervoer volgens een vast schema/rooster voor een beperkte groep personen.

l. Toerwagenritten: al dan niet volgens een dienstregeling uitgevoerde ritten, welke niet

uitsluitend tot doel hebben het verstrekken van gelegenheid tot vervoer van personen tussen bepaalde plaatsen, met een toeristisch karakter.

m. Ongeregeld vervoer: niet volgens een dienstregeling uitgeoefend en niet onder m vallend

vervoer van personen met bussen.

n. Pendelvervoer: vervoer van vooraf in groepen samengebrachte reizigers van dezelfde plaats van vertrek naar dezelfde plaats van bestemming door verscheidene heen- en terugreizen. (…)

(…)

q. Openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, niet vallend onder k, volgens een dienstregeling.

r. Bus: motorrijtuig, al dan niet voorzien van een aanhangwagen, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen; waar ‘bus’ staat moet ook ‘touringcar’ worden gelezen.

Artikel 19 Arbeidstijdberekening rijdende werknemers

1. Toerwagenritten/ongeregeld vervoer/pendelvervoer

De arbeidstijd van rijdende werknemers bedraagt 5/6 van de diensttijd. Hierop bestaan de volgende uitzonderingen: (…)

2. Groepsvervoer en openbaar vervoer

a. De arbeidstijd van rijdende werknemers bedraagt 6/6 van de diensttijd.

b. (…).

3. (…)

2.4.

Artikel 2 en 16 van de cao luiden vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 december 2021 (hierna: nieuwe cao), voor zover hier van belang:

Artikel 2 Definities

Overal waar in deze CAO hij, hem of zijn wordt vermeld, dient ook zij of haar te worden gelezen.

In deze CAO wordt, tenzij in het betreffende artikel anders is aangegeven, verstaan

onder:

k. Besloten busvervoer: personenvervoer per bus, anders dan openbaar vervoer.

l. Groepsvervoer: vervoer volgens een vast schema/rooster voor een beperkte groep personen.

m. Internationaal lijndienstvervoer: grensoverschrijdend geregeld vervoer op basis van een

internationale lijndienstvergunning met een separate pauze regeling. 6

n. Touringcar vervoer: ritten, die tot doel hebben het verstrekken van gelegenheid tot vervoer van personen tussen bepaalde plaatsen, met een toeristisch karakter.

o. Ongeregeld vervoer: niet volgens een dienstregeling uitgeoefend en niet onder l of m vallend vervoer van personen met bussen.

p. Pendelvervoer: vervoer van vooraf in groepen samengebrachte reizigers van dezelfde

plaats van vertrek naar dezelfde plaats van bestemming door verscheidene heen- en terugreizen.

q. Meerdaagse reis: vervoer dat zich voor de chauffeur uitstrekt over meer dan 24 uur.

r. Dagtochten: ongeregeld vervoer dat zich uitstrekt over een periode van maximaal 24

uur.

s. Openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, niet vallend onder k, volgens een dienstregeling. Hieronder wordt tevens verstaan: Versterkingsritten Openbaar Vervoer en vervangend Rail-vervoer, dit met uitzondering van niet geplande

Rail-storingen (calamiteiten).

t. Bus/Touringcar: motorrijtuig, al dan niet voorzien van een aanhangwagen, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen.

Artikel 16 Urenberekening rijdende werknemers

1. Groepsvervoer, openbaar vervoer en internationaal lijndienstvervoer

a. De arbeidstijd van rijdende werknemers bedraagt 6/6 van de diensttijd.

b. (…)

c. (…)

d. (…)

2. Overige vormen van vervoer

a. Bij meerdaagse reizen wordt de arbeidstijd geacht te zijn: op de eerste en laatste kalenderdag 5/6 van de diensttijd met een minimum van acht uur netto arbeidstijd per dag. (…)

2.5.

De cao is algemeen verbindend verklaard van 2 maart 2017 tot en met 31 december 2018, van 22 juli 2019 tot en met 31 december 2019 en van 11 mei 2020 tot en met 31 december 2021.

2.6.

Op 3 juli 2019 heeft de geschillencommissie cao voor het besloten busvervoer, voor zover hier van belang, het volgende bindend advies gegeven in een geschil tussen FNV en Busvervoer Nederland over - voor zover hier van belang - onder meer artikel 19 lid 1 en 2a van de cao:

De commissie constateert dat de tekst van de cao geen direct uitsluitsel geeft over de aard van dit type vervoer. Wel is de commissie van mening dat het type vervoer meer aansluit bij groepsvervoer dan bij pendelvervoer, ongeregeld vervoer of tourwarenvervoer. (…) Schipholvervoer c.q. shuttlevervoer en P&O Ferryvervoer moet worden behandeld als groepsvervoer waarbij, overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 lid 2 sub 1 van de cao, de arbeidstijd 6/6 van de diensttijd bedraagt.

2.7.

In maart 2020 zijn de laatste ritten door Betuwe Express verzorgt met betrekking tot het ferryvervoer, omdat het contract tussen P&O Ferries en Betuwe Express is geëindigd.

3 De vordering en het verweer

3.1.

FNV vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. te verklaren voor recht dat vanaf 20 november 2016 de arbeidstijd van chauffeurs werkzaam in het ferryvervoer 6/6 van de diensttijd bedraagt, als bedoeld in artikel 19 lid 2 onder a van de oude cao en artikel 16 lid 1 onder a van de nieuwe cao;

b. Betuwe Express te veroordelen tot naleving van de cao, in het bijzonder artikel 19 lid 2 onder a van de oude cao en artikel 16 lid 1 onder a van de nieuwe cao, met terugwerkende kracht vanaf 20 november 2016 tot en met heden, door middel van afgifte van aangepaste urenverantwoordingsstaten en aangepaste loonstroken waarop de correctie naar 6/6 diensttijd is vermeld, alsmede afgifte van de berekeningen van het tegoed aan salaris (waaronder onregelmatigheidstoeslag) die door correcte toepassingen van de cao ontstaat, voor alle chauffeurs werkzaam in het ferryvervoer die bij Betuwe Express in deze periode in dienstbetrekking staan of hebben gestaan. Een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag indien Betuwe Express binnen 30 dagen na dagtekening van het in deze zaak te wijzen vonnis niet aan haar veroordeling voldoet;

c. Betuwe Express te veroordelen tot betaling aan de betreffende werknemers (chauffeurs werkzaam in het ferryvervoer) van de loonaanspraken en toeslagen die ten gevolge van de veroordeling onder b ontstaan, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% over de verschuldigde loonbedragen en de wettelijke rente;

d. Betuwe Express te veroordelen tot naleving van de cao, in het bijzonder artikel 19 lid 2 onder a van de oude cao en artikel 16 lid 1 onder a van de nieuwe cao – toepassen van de 6/6 regeling op de betreffende werknemers (chauffeurs werkzaam in het ferryvervoer) en correcte salarisbetaling, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag voor elke dag dat Betuwe Express nalaat aan het vonnis te voldoen;

e. Betuwe Express te veroordelen tot betaling aan FNV van een bedrag van € 25.000,- aan schadevergoeding als bedoeld in artikel 15 en 16 van de Wet cao, binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis;

met veroordeling van Betuwe Express in de proceskosten.

3.2.

Aan haar vordering legt FNV ten grondslag dat Betuwe Express, die bij de cao voor het Besloten Busvervoer betrokken is en gebonden is aan die cao, deze cao niet te goeder trouw ten uitvoer brengt (art. 9 lid 1 jo. lid 2 Wet cao). Op grond van art. 19 lid 2 onder a van de oude cao en artikel 16 lid 1 onder a van de nieuwe cao bedraagt de arbeidstijd van rijdende werknemers, wanneer sprake is van groepsvervoer, 6/6e van de diensttijd en moet Betuwe Express haar werknemers dat ook betalen. Dat doet Betuwe Express echter niet bij werknemers die werkzaam zijn in het ferryvervoer, want ze betaalt die werknemers slechts 5/6e van de diensttijd, terwijl ferryvervoer valt onder groepsvervoer, aldus FNV. Naast nakoming/naleving van de cao vanaf 20 november 2016, vordert FNV ook schadevergoeding van Betuwe Express op grond van art. 15 en 16 Wet cao. Er is, zo stelt FNV sprake van vermogensschade, onder meer bestaande uit het nagaan of de cao correct wordt nageleefd, informeren van kaderleden en het voeren van een procedure bij de geschillencommissie en sprake van immateriële schade bestaande uit prestigeverlies en wervingskracht naar leden toe.

3.3.

Betuwe Express heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4 De beoordeling

Ontvankelijkheid FNV

4.1.

Betuwe Express heeft betwist dat FNV in haar vordering ontvankelijk is omdat FNV in dit geval niet op grond van artikel 3:305a BW een collectieve actie kan instellen. Er is, zo voert Betuwe Express aan, geen sprake van gelijksoortige belangen van meerdere personen, de belangen die spelen lenen zich niet voor bundeling en er is niet voldaan aan het bepaalde in artikel 3:305a lid 3 sub c BW. FNV heeft ter zitting toegelicht dat haar vorderingen, anders dan Betuwe Express kennelijk heeft verondersteld, niet zijn gebaseerd op artikel 3:305a BW, maar dat zij als partij bij de cao naleving vordert van de cao. Dit ontvankelijkheidsverweer van Betuwe Express hoeft derhalve niet beoordeeld te worden.

Status bindend advies

4.2.

Betuwe Express heeft bij antwoord gesteld het met het in het bindend advies gegeven oordeel niet eens te zijn omdat het ferryvervoer ten onrechte gekwalificeerd is als groepsvervoer en de 6/6 regeling ten onrechte van toepassing is verklaard. Ter zitting heeft Betuwe Express laten weten desondanks wel in het bindend advies te berusten. Daarom zal bij de beoordeling van het onderhavige geschil van de inhoud van het bindend advies worden uitgegaan.

Dat betekent dat Schipholvervoer, shuttlevervoer en ferryvervoer moet worden gezien als groepsvervoer waarbij, overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 lid 2 sub 1 van de oude cao en artikel 16 lid 1 onder a van de nieuwe cao, de arbeidstijd 6/6 van de diensttijd bedraagt (hierna kortheidshalve wel de 6/6-regeling genoemd).

Verklaring voor recht (vordering onder a)

4.3.

Nu het bindend advies is gebaseerd op een uitleg van de cao zoals die vanaf 20 november 2016 luidt en van kracht is, heeft de door de geschillencommissie gegeven uitleg vanaf die datum te gelden. Dat betekent dat de door FNV (onder a) gevorderde verklaring voor recht zal worden gegeven.

Naleving cao over verleden (vanaf 20 november 2016), in het heden en voor de toekomst (vorderingen onder b, (deels)c en d)

4.4.

In de kern gaat dit geschil om de vraag of Betuwe Express, gelet op het bindend advies, enkel vanaf 1 januari 2019, toen de opvolgende CAO van kracht werd, gehouden is ferryvervoer te verlonen op basis van, kort gezegd, de 6/6-regeling of dat zij daartoe ook gehouden is over de daarvoor gelegen periode, terugwerkend tot 20 november 2016.

Betuwe Express heeft aangevoerd dat naleving met terugwerkende kracht tot de looptijd van de eerste cao, de periode van 20 november 2016 tot en met 31 december 2018 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, omdat FNV de procedure bij de geschillencommissie pas in februari 2019 na het eindigen van de looptijd van eerder genoemde CAO aanhangig heeft gemaakt, Betuwe Express over de daarvoor liggende periode met de uitleg zoals gegeven in het bindend advies geen rekening hoefde te houden en zij zelf geen invloed kan uitoefen op de inhoud van de cao.

4.5.

Uit hetgeen hiervoor in r.o. 4.3 is overwogen volgt dat de vordering (onder d) voor zover die ziet op nakoming van artikel 16 lid 1 onder a van de nieuwe cao, dus vanaf 1 januari 2019, toewijsbaar is. Dat is door Betuwe Express ter zitting erkend, althans niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist. Betuwe Express heeft daar ook (deels) uitvoering aan gegeven, althans heeft verklaard bereid te zijn dat te doen.

Uit het bindend advies en hetgeen hiervoor in r.o. 4.3 volgt ook dat Betuwe Express gehouden is over de looptijd van de eerdere cao (looptijd van 20 november 2016 tot en met 31 december 2018) uitvoering te geven aan het oordeel gegeven in het bindend advies en dus gehouden is (ex)werknemers in het ferryvervoer te verlonen overeenkomstig de 6/6-regeling. De door Betuwe Express aangevoerde omstandigheden (hiervoor opgenomen in r.o. 4.4.) maken maakt niet dat toewijzing van deze vorderingen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Derhalve worden de vorderingen onder b en d toegewezen. En dat geldt ook voor zover de vordering onder b strekt tot nakoming door middel van afgifte van aangepaste urenverantwoordingsstaten en aangepaste loonstroken, alsmede afgifte van berekeningen en de vordering onder c tot betaling van de loonaanspraken en toeslagen die op grond van de onder b op te maken specificaties ontstaan/blijken te bestaan, zullen worden toegewezen. Het verweer van Betuwe Express dat deze vorderingen moeten worden afgewezen, omdat niet duidelijk is welke werknemers aanspraak wensen te maken op de cao (omdat onduidelijk is of het wel gunstig voor hen is, gezien het door Betuwe Express gehanteerde blokurensysteem) en of alle werknemers wel lid zijn van FNV slaagt niet. Immers FNV heeft als contractspartij bij de cao een eigen recht op en belang bij nakoming van de cao zoals tot uitdrukking komt in artikel 8 lid 1 en artikel 9 Wet cao. Ter zitting is met partijen besproken of de vordering ongeclausuleerd kan worden toegewezen of dat in het dictum tot uitdrukking moet komen dat zulks alleen geldt voor werknemers die daarop aanspraak kunnen en willen maken. Deze vraag is besproken in het licht van de arresten van de Hoge Raad, te weten HR 19 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2532 (CNV/Pennwalt) en HR 22 juni 2018, ELCI:NL:HR:2018:980 (FNV/Inretail).

Gelet op hetgeen de Hoge Raad nadien in het arrest van 19 maart 2021 (ECLI:NL:HR:2021:413, eiseres/FNV) heeft overwogen, moeten de eerdergenoemde arresten zo begrepen worden dat bij toewijzing van een vordering als de onderhavige in het dictum vermeld moet worden dat die toewijzing alleen geldt voor (ex)werknemers die daarop (rechtens) aanspraak kunnen maken, maar dat toewijzing niet afhankelijk gesteld hoeft te worden de wil van de betrokken (ex)werknemers nu FNV een zelfstandig vorderingsrecht heeft. Dat is alleen dan anders als de cao op het betreffende onderwerp aan werknemers een keuzerecht geeft, hetgeen in het arrest CNV/Pennwalt het geval was. Daarvan is in het onderhavige geval niet gebleken. Dit betekent dat de vorderingen onder b en (deels) c zullen worden toegewezen voor zover het (ex)werknemers betreft die aanspraak (hadden) kunnen maken verloning overeenkomstig de 6/6-regeling.

Dwangsommen

4.6.

De onder b en d gevorderde dwangsommen worden afgewezen omdat er onvoldoende reden is om aan te nemen dat Betuwe Expres aan dit vonnis niet zal voldoen.

Wettelijke verhoging en rente (vorderingen deels c)

4.7.

De onder c gevorderde wettelijke verhoging zal worden gematigd tot 10% en zal worden toegewezen met ingang van 3 juli 2019, de datum van het bindend advies van de geschillencommissie, voor zover de loonaanspraak van de betreffende werknemer vóór 3 juli 2019 ontstaan is. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding.

Schadevergoeding (vordering onder e)

4.8.

Betuwe Express heeft zich verweerd tegen de vordering van FNV tot betaling van een schadevergoeding van € 25.000,-. Volgens Betuwe Express is de schade onvoldoende aannemelijk gemaakt, moeten de kosten met betrekking tot de procedure bij de geschillencommissie niet voor rekening van Betuwe Express worden gebracht en zijn er geen berekeningen gemaakt of overleggen gevoerd die het gevorderde hoge bedrag rechtvaardigen. Voor immateriële schadevergoeding is ook geen plaats, nu de organisatiegraad van FNV beperkt is, aldus Betuwe Express.

4.9.

De schade die FNV vordert wordt begroot op een wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Als de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, wordt zij geschat (art. 6:97 BW). FNV heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat bij haar sprake is van prestigeverlies en dat haar wervingskracht is verminderd in zodanige mate dat dit een schadevergoeding van € 25.000,- rechtvaardigt. Het instellen van deze procedure kan voor Betuwe Express en andere werkgevers nog steeds een aansporing vormen om de cao na te leven, zodat het prestigeverlies beperkt zal zijn. Wel acht de kantonrechter het aannemelijk dat er sprake is van enig prestigeverlies en wervingskracht, alsmede ondermijning van haar gezag als vakorganisatie. Dit omdat het FNV niet gelukt is om nakoming van de cao buiten rechte af te dwingen. Het opleggen van een schadevergoeding heeft daarnaast een waarschuwend karakter, zodat ook om die reden oplegging daarvan op zijn plaats is. Tot slot heeft FNV voldoende onderbouwd dat gesalarieerd personeel uren heeft moeten besteden (anders dan uren die gemaakt zijn in het kader van deze procedure) aan het bewegen van Betuwe Express tot naleving van de cao, welke uren niet besteed konden worden aan andere werkzaamheden ten behoeve van hun leden. Er hebben diverse gesprekken tussen partijen plaatsgevonden, hoewel partijen verschillen over het aantal gesprekken, om te komen tot een informele oplossing met betrekking tot naleving van de cao. De schade zal door de kantonrechter naar billijkheid worden bepaald op € 10.000,-.

Proceskosten

4.10.

FNV wordt in het ongelijk gesteld en wordt daarom veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verklaart voor recht dat vanaf 20 november 2016 de arbeidstijd van chauffeurs werkzaam in het ferryvervoer 6/6 van de diensttijd bedraagt, als bedoeld in artikel 19 lid 2 onder a van de oude cao en artikel 16 lid 1 onder a van de nieuwe cao;

5.2.

veroordeelt Betuwe Express tot naleving van de cao, in het bijzonder artikel 19 lid 2 onder a van de oude cao en artikel 16 lid 1 onder a van de nieuwe cao, met terugwerkende kracht vanaf 20 november 2016 tot en met heden, door middel van afgifte van aangepaste urenverantwoordingsstaten en aangepaste loonstroken waarop de correctie naar 6/6 diensttijd is vermeld, alsmede afgifte van de berekeningen van het tegoed aan salaris (waaronder onregelmatigheidstoeslag) die door correcte toepassingen van de cao ontstaat, voor alle (ex)werknemers in het ferryvervoer die periode(n) in dienstbetrekking staan of hebben gestaan en aanspraak konden en/of kunnen maken op genoemde 6/6-regeling;

5.3.

veroordeelt Betuwe Express tot betaling aan de betreffende (ex)werknemers (chauffeurs werkzaam in het ferryvervoer) van de loonaanspraken en toeslagen die ten gevolge van de veroordeling onder 5.2 ontstaan, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 10% over de verschuldigde loonbedragen vanaf 3 juli 2019 en de wettelijke rente vanaf 30 april 2020 tot de dag van algehele voldoening;

5.4.

veroordeelt Betuwe Express tot naleving van de cao, in het bijzonder artikel 19 lid 2 onder a van de oude cao en artikel 16 lid 1 onder a van de nieuwe cao – toepassen van de 6/6 regeling op de betreffende (ex)werknemers (chauffeurs werkzaam in het ferryvervoer) en correcte salarisbetaling;

5.5.

veroordeelt Betuwe Express tot betaling aan FNV van een bedrag van € 10.000,- aan schadevergoeding als bedoeld in artikel 15 en 16 van de Wet cao, binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis;

5.6.

veroordeelt Betuwe Express in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van FNV vastgesteld op € 106,47 aan dagvaardingskosten, € 996,- aan griffierecht en € 996,- aan salaris voor de gemachtigde;

5.7.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2021.