Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:4803

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-09-2021
Datum publicatie
10-09-2021
Zaaknummer
C/05/390355 / KZ ZA 21-114
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

In dit kort geding vordert een advocaat als curator in de faillissementen van de failliet en zijn bedrijf, afgifte van de administratie van beide gefailleerden die een advocaat als curator van de failliete accountant van de failliet en zijn bedrijf in bezit heeft. De failliet heeft zich gevoegd aan de zijde van eiser en daarnaast heeft hijzelf een vordering ingesteld tot afgifte van de administratie ook aan hem. De advocaat van gedaagde vordert voor het geval dat de vorderingen worden toegewezen, de benoeming van een deskundige, die de administratie moet opschonen. Informatie die geen betrekking heeft op de failliet en zijn bedrijf moet niet afgegeven worden.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de failliet af, omdat de administratie van de failliet en zijn bedrijf aan de curator (eiser), en niet aan de failliet zelf, ter beschikking moet worden gesteld.

De vordering van de advocaat van de failliet wordt gedeeltelijk toegewezen. Documenten van de overleden moeder van de failliet en de documentatie van 1 van de bedrijven krijgt hij niet. De curator (eiser) krijgt wel stukken uit het accountantsdossier omdat die voor zijn onderzoek in de faillissementen van belang kunnen zijn.

De voorzieningenrechter wijst de vordering van de andere advocaat af, omdat curators (eiser) belang heeft bij de documenten waarvan de afgifte wordt toegestaan. Omdat de derden van wie mogelijk stukken in de documenten staan, verbonden zijn met de failliet en zijn bedrijf, bestaat er geen aanleiding voor de benoeming van een deskundige die een scheiding zou moeten aanbrengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/390355 / KZ ZA 21-114

Vonnis in kort geding van 9 september 2021

in de zaak van

[curator 1] ,

in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van de heer [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] ,

kantoorhoudende te [plaats 1] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. J.J.P.T. van Summeren te Arnhem,

tegen

[curator 2] ,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de maatschap [bedrijf 1] ,

kantoorhoudende te [plaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. M. Wevers te Apeldoorn,

waarin heeft gevorderd als voegende partij aan de zijde van [curator 1] q.q. en als tussenkomende partij, te worden toegelaten:

[gefailleerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser in het in het incident tot voeging en tussenkomst,

advocaat mr. G.P. Geelkerken te Amsterdam.

Partijen zullen hierna curator [curator 1] , curator [curator 2] en [gefailleerde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de incidentele conclusie/vordering ex artikel 217 en 218 Rv

  • -

    de voorwaardelijke eis in reconventie

  • -

    de akte overlegging producties van curator [curator 2]

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van curator [curator 2]

  • -

    de pleitnota van [gefailleerde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Bij vonnis van 27 november 2012 van de rechtbank Zutphen is [gefailleerde] in staat van faillissement verklaard. [gefailleerde] is enig bestuurder en aandeelhouder van de besloten vennootschap [bedrijf gefailleerde] (hierna: de Holding). De Holding is op 5 april 2018 in staat van faillissement verklaard. In beide faillissementen is curator [curator 1] aangesteld als curator.

2.2.

[bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) heeft jarenlang diensten verricht voor [gefailleerde] , [bedrijf gefailleerde] en een concern van vastgoedvennootschappen (de [vastgoedvennootschap] -vennootschappen) waarvan [gefailleerde] (indirect) bestuurder en aandeelhouder was.

2.3.

[bedrijf 1] is in staat van faillissement verklaard. Bij vonnis van 5 januari 2015 is curator [curator 2] als curator aangesteld in het faillissement van [bedrijf 1] . Naast [bedrijf 1] zijn ook de afzonderlijke maten van [bedrijf 1] in staat van faillissement verklaard.

2.4.

[gefailleerde] is op 10 mei 1979 gehuwd met mevrouw [naam 1] (hierna: [naam 1] ). Zij zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden, waarbij elke huwelijksgoederengemeenschap is uitgesloten. In 2019 zijn [gefailleerde] en [naam 1] gescheiden.

2.5.

Bij onderhandse akte van 28 september 2009 hebben [gefailleerde] en [naam 1] een overeenkomst genaamd “overeenkomst verrekening verleden huwelijkse voorwaarden” (hierna: de VVHV) getekend. In de VVHV is onder meer opgenomen dat de echtelijke woning, eigendom van [gefailleerde] , ondergebracht zou worden in een afzonderlijke entiteit. De woning is op 30 december 2010 geleverd aan Stichting [stichting] (hierna: [stichting] ), een stichting met [gefailleerde] en [naam 1] als bestuurders. Daarnaast zijn op basis van de VVHV andere vermogensbestanddelen van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] overgedragen aan [stichting] en [naam 1] , waaronder de aandelen van de vennootschap [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ).

2.6.

Bij arrest van 21 juni 2016 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder meer voor recht verklaard dat de VVHV nietig is. De Hoge Raad heeft het door [stichting] ingestelde cassatieberoep verworpen.

2.7.

Curator [curator 1] heeft in het verleden inzage gehad in een deel van de administratie die curator [curator 2] onder zich heeft. Curator [curator 1] heeft curator [curator 2] verzocht om afgifte van en inzage in nadere documentatie. Curator [curator 2] heeft daarvoor geen toestemming gegeven.

3 Het geschil in conventie

in de hoofdzaak

3.1.

curator [curator 1] vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. curator [curator 2] zal verplichten om de administratie van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] die hij in zijn hoedanigheid van curator van [bedrijf 1] onder zich houdt of doet houden aan curator [curator 1] ter beschikking te stellen, dan wel curator [curator 1] inzage te verlenen, binnen 28 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat curator [curator 2] in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00, welke administratie bestaat uit:

a. archiefdoos 1 met daarin onder andere het dossier [bedrijf 2] bestaande uit:

  • -

    de ordner [bedrijf 2] 2011;

  • -

    de ordner [bedrijf 2] ;

b. archiefdoos 13 betreffende [gefailleerde] met daarin:

  • -

    de ordner [gefailleerde] : IB 1999, IB 2000;

  • -

    de ordner [gefailleerde] 2006;

  • -

    de ordner [gefailleerde] + [naam 1] : IB 2007 e.v.;

  • -

    de ordner [gefailleerde] : IB 2001, IB 2002;

  • -

    de ordner [gefailleerde] : IB 2003, IB 2004;

  • -

    de ordner [gefailleerde] sr. IB 2009;

c. archiefdoos 14 betreffende [gefailleerde] met daarin:

  • -

    de ordner [gefailleerde] 2005;

  • -

    de ordner [gefailleerde] (privégebruik auto 2006, 2007, 2008, 2009);

  • -

    de ordner [gefailleerde] – bezwaarschriftprocedures IB 2005 en 2006;

  • -

    de ordner [gefailleerde] – APV;

  • -

    de ordner [gefailleerde] – bezwaar VA IB 2010;

  • -

    de ordner [gefailleerde] sr. – vanaf 2010;

  • -

    de ordner [gefailleerde] 2001 (mapje);

  • -

    de ordner pensioenfonds [bedrijf gefailleerde] (mapje);

d. archiefdoos 15 betreffende [bedrijf gefailleerde] met daarin:

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] vanaf 2014;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] t/m 2003;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] 2004;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] vanaf 2010;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] vanaf 2007;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] – permanente gegevens;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] 2006;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] – SD + WD boekjaar 2010 (vennoot Moes/Seynaeve);

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] 2009 (ingebonden);

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] – SD + WD 2–8 (ingebonden);

e. archiefdoos 22 met daarin onder andere het dossier echtpaar [gefailleerde] bestaande uit:

  • -

    [naam 2] ;

  • -

    [vastgoedvennootschap] ;

  • -

    [naam 3] IB 99 (ingebonden);

  • -

    [naam 3] IB 98 (ingebonden);

  • -

    [naam 3] IB 2000 (ingebonden);

  • -

    [naam 3] IB 2001 (ingebonden);

  • -

    [naam 3] IB 98 (ingebonden),

2. curator [curator 2] zal veroordelen in de kosten van deze procedure en in de nakosten, beide te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na het te wijzen vonnis indien en voor zover deze kosten niet zijn voldaan.

3.2.

Curator [curator 1] legt aan zijn vorderingen het volgende ten grondslag. Voor de uitoefening van zijn wettelijke taken dient hij inzage in en afschrift van de administratie te verkrijgen die curator [curator 2] onder zich houdt. [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] zijn eigenaar/rechthebbende van de administratie en [bedrijf 1] is slechts houder daarvan. Deze administratie behoort tot de boedels van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] . Op grond van artikel 5:2 BW (revindicatie) dient die administratie aan de curator te worden afgegeven.

Ten aanzien van archiefdoos 22 geldt dat deze tevens documenten bevat of zou bevatten over de moeder van [gefailleerde] , wijlen mevrouw [naam 3] . [gefailleerde] heeft curator [curator 1] verzocht onderzoek te doen naar de nalatenschap. Daarvoor dient curator [curator 1] de beschikking te krijgen over de informatie. Verder dient curator [curator 1] de beschikking te krijgen over documentatie betreffende [naam 1] dan wel [bedrijf 2] , omdat als gevolg van de nietigheid van de VVHV de aandelen in [bedrijf 2] en de geldbedragen die [naam 1] heeft ontvangen, tot de boedel behoren. De documentatie dienaangaande betreft boedelactief, zijnde eigendommen van [gefailleerde] , en die documentatie dient op grond van artikel 5:2 BW aan de curator te worden afgegeven.

Tevens is curator [curator 1] gerechtigd tot de administratie van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] op grond van artikel 843a Rv en artikel 105b Fw. Aan de vereisten van artikel 843a Rv is voldaan. Daarnaast is curator [curator 2] te beschouwen als derde in de zin van artikel 105b Fw en dient hij op die grond de administratie ter beschikking te stellen.

in het incident

3.3.

[gefailleerde] vordert dat hij als voegende partij aan de zijde van curator [curator 1] wordt toegelaten. Als tussenkomende partij vordert [gefailleerde] dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. curator [curator 2] zal verplichten om de administratie van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] die hij in zijn hoedanigheid van curator van [bedrijf 1] onder zich houdt of doet houden aan [gefailleerde] en curator [curator 1] ter beschikking te stellen, dan wel [gefailleerde] en curator [curator 1] inzage te verlenen, binnen 28 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat curator [curator 2] in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00,

2. curator [curator 1] zal verplichten om de administratie van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] die hij in zijn hoedanigheid van curator onder zich heeft en de administratie die curator [curator 1] nog onder zich zal krijgen als gevolg van de onderhavige procedure aan [gefailleerde] ter beschikking te stellen, dan wel inzage te verlenen, binnen vijf dagen na dit vonnis ter zake van de administratie die curator [curator 1] reeds onder zich heeft een binnen vijf dagen na uitvoering van het vonnis door curator [curator 2] ter zake van de nog te verstrekken administratie, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat curator [curator 1] in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00,

3. curator [curator 1] geen beperkingen zal opleggen om administratie aan [gefailleerde] te verstrekken, dan wel onder beperkingen die de rechtbank juist acht,

4. curator [curator 2] en curator [curator 1] zal veroordelen in de kosten van de procedure en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na het te wijzen vonnis indien en voor zover deze kosten niet zijn voldaan.

3.4.

[gefailleerde] voert daartoe aan dat hij de vordering van curator [curator 1] ondersteunt en zich daarom wenst te voegen. Daarnaast wil [gefailleerde] dat hij zelf de beschikking krijgt over de stukken. Hij heeft belang bij inzage in zijn eigen administratie. Uit de stukken blijken (mogelijk) vorderingen op derden en kunnen activa worden afgeleid. De boedel, en dus ook [gefailleerde] , heeft daar belang bij. Bovendien zijn de stukken nodig voor het onderzoek naar de oorzaak van het faillissement en het in kaart brengen van het vermogen van [gefailleerde] . Op grond van artikel 6 EVRM dient [gefailleerde] inzage te krijgen in de stukken. In het kader van ‘equality of arms’ en hoor en wederhoor dient een kopie te worden verstrekt van alle veiliggestelde data.

in de hoofdzaak en in het incident

3.5.

Curator [curator 2] voert verweer. Hij concludeert dat de vorderingen van curator [curator 1] moeten worden afgewezen, dan wel dat aan de toewijzing van (een gedeelte van) de vorderingen voorwaarden moeten worden verbonden. De vorderingen van [gefailleerde] moeten worden afgewezen. Curator [curator 1] en [gefailleerde] dienen te worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Ten aanzien van curator [curator 1] vordert curator [curator 2] voorwaardelijk, indien en voor zover de vordering van curator [curator 1] (gedeeltelijk) wordt toegewezen, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. een deskundige zal benoemen teneinde de administratie die aan curator [curator 1] afgegeven dient te worden te verschonen van informatie die geen betrekking heeft op (de faillissementen van) [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] B.V.,

2. zal bepalen dat de kosten van de deskundige voor rekening komen van curator [curator 1] en dat curator [curator 1] voor de betaling daarvan zekerheid dient te stellen voordat de deskundige aanvangt met zijn/haar werkzaamheden,

3. zal bepalen dat de kosten die curator [curator 2] dient te maken om curator [curator 1] inzage te geven in de administratie c.q. de administratie aan curator [curator 1] te verstrekken voor rekening komen van curator [curator 1] en dat curator [curator 1] voor de betaling daarvan zekerheid dient te stellen voordat curator [curator 2] aanvangt met zijn werkzaamheden,

4. curator [curator 1] zal verbieden om, indien en voor zover er zich in de administratie die aan curator [curator 1] verstrekt dient te worden toch stukken/documenten zitten die geen betrekking hebben op (de faillissementen van) [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] , deze te gebruiken, openbaar te maken dan wel aan derden te verstrekken, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 500.000,00 per overtreding met een maximum van € 2.500.000,00,

5. curator [curator 1] zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

4.2.

Ten aanzien van [gefailleerde] vordert curator [curator 2] voorwaardelijk, indien en voor zover de vordering van de [gefailleerde] (gedeeltelijk) wordt toegewezen, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. een deskundige zal benoemen teneinde de administratie die aan [gefailleerde] afgegeven dient te worden te verschonen van informatie die geen betrekking heeft op (de faillissementen van) [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] B.V.,

2. zal bepalen dat de kosten die curator [curator 2] dient te maken om [gefailleerde] inzage te geven in de administratie c.q. de administratie aan [gefailleerde] te verstrekken voor rekening komen van [gefailleerde] en dat [gefailleerde] voor de betaling daarvan zekerheid dient te stellen voordat curator [curator 2] aanvangt met zijn werkzaamheden,

4. [gefailleerde] zal verbieden om, indien en voor zover er zich in de administratie die aan curator [curator 1] verstrekt dient te worden toch stukken/documenten zitten die geen betrekking hebben op (de faillissementen van) [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] , deze te gebruiken, openbaar te maken dan wel aan derden te verstrekken, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 500.000,00 per overtreding met een maximum van € 2.500.000,00,

5. [gefailleerde] zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

4.3.

Curator [curator 2] legt aan zijn vorderingen het volgende ten grondslag. In de ordners waarvan in conventie afgifte wordt gevorderd zitten niet alleen stukken van [gefailleerde] , maar ook stukken van andere (rechts)personen. Indien de vordering van curator [curator 1] (gedeeltelijk) wordt toegewezen, dan zal de administratie eerst geschoond moeten worden van administratie van derden. Als dat niet gebeurt dan krijgt curator [curator 1] (en mogelijk ook [gefailleerde] ) inzage in vertrouwelijke stukken van derden waartoe hij niet gerechtigd is.

Verder bevat de administratie waar curator [curator 1] inzage in wenst stukken die kunnen worden gekwalificeerd als interne administratie van [bedrijf 1] . Er dient daarom een deskundige te worden aangesteld, die vast kan stellen welke administratie tot de administratie van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] behoort en welke administratie daartoe niet behoort. De kosten van de deskundige en de kosten voor het geven van inzage dan wel ter beschikking stellen van de stukken dienen voor rekening van curator [curator 1] en/of [gefailleerde] te komen en zij dienen voorafgaand afdoende zekerheid te stellen voor de eventueel door curator [curator 2] te maken kosten.

4.4.

Curator [curator 1] voert verweer.

4.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

in het incident tot voeging en tussenkomst van [gefailleerde]

5.1.

Curator [curator 1] en curator [curator 2] hebben geen verweer gevoerd tegen de voeging en de tussenkomst van [gefailleerde] . [gefailleerde] heeft voldoende belang om als voegende en tussenkomende partij in het geding te komen, omdat het gaat om de administratie van [gefailleerde] en zijn vennootschap(pen). Daarom zal [gefailleerde] worden toegelaten als voegende en tussenkomende partij. Curator [curator 1] en curator [curator 2] zullen in de kosten van het incident worden veroordeeld, welke kosten worden begroot op nihil.

in de hoofdzaak

5.2.

Curator [curator 2] heeft betwist dat er spoedeisend belang bestaat bij het gevorderde. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de spoedeisendheid van de vordering in voldoende mate volgt uit de omstandigheid dat de administratie van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] zich bij curator [curator 2] bevindt en het voor het onderzoek door curator [curator 1] nodig is dat hij de beschikking krijgt over de stukken. Curator [curator 1] heeft er vanzelfsprekend belang bij dat hij zijn onderzoek zo spoedig mogelijk kan afronden. Dat de faillissementen van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] al in 2012 respectievelijk 2018 zijn uitgesproken maakt dat niet anders, omdat het arrest waarin is geoordeeld dat de VVHV nietig is inmiddels onherroepelijk is geworden en aannemelijk is dat dit voor curator [curator 1] (mede) aanleiding is voor (nader) onderzoek in de administratie van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] .

5.3.

Bij de beoordeling van de vorderingen stelt de voorzieningenrechter het volgende voorop. In artikel 92 Fw is bepaald dat de curator de bescheiden en andere gegevensdragers van de gefailleerde onder zich moet nemen. Op grond van artikel 105a lid 2 Fw jo. artikel 106 lid 1 Fw dient de bestuurder van de gefailleerde de administratie terstond aan de curator te overhandigen. Verder staat in artikel 105b Fw dat derden die de administratie van de gefailleerde geheel of gedeeltelijk onder zich hebben, die administratie desgevraagd aan de curator ter beschikking moeten stellen.

Vast staat dat [bedrijf 1] een derde is in de zin van laatstgemelde bepaling. Curator [curator 2] , die als curator in het faillissement van [bedrijf 1] (onder meer) de administratie van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] onder zich heeft gekregen, is eveneens op grond van artikel 105b Fw gehouden om de administratie van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] aan curator [curator 1] ter beschikking te stellen. Dit betekent dat het curator [curator 2] niet is toegestaan om de administratie aan [gefailleerde] te verstrekken. Nu er sprake is van een faillissement dienen stukken, die als administratie van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] kwalificeren, afgegeven te worden aan curator [curator 1] en is het curator [curator 2] niet toegestaan om de administratie aan [gefailleerde] te verstrekken. Het is uiteindelijk aan curator [curator 1] om – indien hij de beschikking heeft over de administratie – te bepalen of die administratie aan [gefailleerde] verstrekt kan worden. Indien curator [curator 1] dat weigert is het aan [gefailleerde] om curator [curator 1] daarop aan te spreken. Dit valt buiten het bestek van het onderhavige kort geding. De vorderingen van [gefailleerde] jegens curator [curator 2] en jegens curator [curator 1] zullen daarom worden afgewezen.

5.4.

Zoals hiervoor is overwogen, is curator [curator 2] gehouden de administratie van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] aan curator [curator 1] ter beschikking te stellen. Curator [curator 2] heeft zich op het standpunt gesteld dat hij niet zonder meer kan worden gehouden tot het afgeven van de administratie, omdat in de ordners waarvan afgifte dan wel inzage wordt gevorderd ook stukken zitten van andere natuurlijke personen en rechtspersonen, alsmede (interne) documenten van [bedrijf 1] . De voorzieningenrechter is van oordeel dat curator [curator 2] de gevorderde administratie dient af te geven aan curator [curator 1] , met uitzondering van de administratie die betrekking heeft [naam 3], op grond van het volgende. Curator [curator 1] heeft primair betwist dat er stukken van derden in de bedoelde administratie zitten, en hij heeft daarnaast gesteld dat de derden, wier stukken zich volgens curator [curator 2] in de betreffende administratie bevinden, vennoten en personen zijn die zich in het domein van [gefailleerde] bevinden. Curator [curator 2] heeft aangevoerd dat het gaat om de administratie van [naam 1] , [naam 3], [vastgoedvennootschap] en [bedrijf 2] , en om documenten van [bedrijf 1] . Onweersproken is dat [naam 1] , [vastgoedvennootschap] en [bedrijf 2] (rechts)personen zijn die gelieerd zijn aan [gefailleerde] en/of [bedrijf gefailleerde] . [gefailleerde] was gehuwd met [naam 1] , en hij was (middellijk) bestuurder en aandeelhouder van de vennootschappen. Voor het kunnen uitoefenen van zijn wettelijke taak – het doen van onderzoek naar de achtergronden en de oorzaken van de faillissementen en het te gelde maken van mogelijke activa – heeft de curator belang bij alle administratie die zich in de gevorderde archiefdozen ten aanzien van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] bevindt. Het gaat om specifieke ordners en documenten, die op één locatie zijn opgeslagen. De bescheiden zijn daarmee voldoende bepaald. Dat zich in de ordners mogelijk ook informatie van voormelde derden bevindt maakt niet dat de curator geen rechtmatig belang heeft bij de gevorderde administratie. Hierbij speelt in belangrijke mate mee dat de VVHV en de daarmee samenhangende afspraken nietig zijn verklaard en het gevolg daarvan is dat het door [gefailleerde] aan [naam 1] overgedragen vermogen en de aandelen van [bedrijf 2] tot de boedel van [gefailleerde] behoren. Om te kunnen beoordelen wat het boedelactief in het faillissement van [gefailleerde] is, dient de curator dus tevens de beschikking te krijgen over de administratie van [bedrijf 2] . De rechtsbetrekking in de zin van artikel 843a Rv is hiermee gegeven. Niet vereist is dat het om een puur verbintenisrechtelijke betrekking gaat. Het mag ook en rechtsbetrekking op grond van de wet zijn. Het behoort tot de wettelijke taak van de curator om een rechtmatigheidsonderzoek te doen en mogelijke activa te gelde te maken.

5.5.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de vordering tot afgifte van de archiefdozen 1, 13, 14 en 15 zullen worden toegewezen. De voorzieningenrechter ziet, gelet op hetgeen in het voorgaande is overwogen en hetgeen hierna in reconventie zal worden overwogen, geen aanleiding voor het verbinden van voorwaarden aan de toe te wijzen vordering.

5.6.

Curator [curator 1] vordert ook terbeschikkingstelling van archiefdoos 22, met daarin het dossier echtpaar [gefailleerde] bestaande uit “[gefailleerde]”, “[vastgoedvennootschap]” verschillende jaren “[naam 3] IB”. De eerstgenoemde documenten hebben kennelijk betrekking op [gefailleerde] en deze dienen aan curator [curator 1] ter beschikking te worden gesteld.

Curator [curator 1] heeft daarnaast onvoldoende onderbouwd op grond waarvan aan hem de documentatie genaamd “[vastgoedvennootschap]” ter beschikking dient te worden gesteld. Hij is geen curator in de faillissementen van de [vastgoedvennootschap] -vennootschappen en ter zitting is namens hem ook benadrukt dat hij daarom geen onderzoek kan doen naar reilen en zeilen van die vennootschappen. De curator heeft geen rechtmatig belang bij afgifte van die stukken. De gevorderde afgifte van stukken betreffende [vastgoedvennootschap] uit archiefdoos 22 zal daarom worden afgewezen.

Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat het te ver gaat om, naar aanleiding van het verzoek van [gefailleerde] aan curator [curator 1] om onderzoek te doen naar de nalatenschap van zijn moeder, curator [curator 1] in het kader van deze procedure de beschikking te laten krijgen over de documentatie aangaande [naam 3]. Curator [curator 1] dient zich daarvoor te wenden tot degene die belast is met de afwikkeling van de nalatenschap. Dat dit is gebeurd is niet gesteld of gebleken. De gevorderde afgifte van de documentatie aangaande [naam 3] uit archiefdoos 22 zal daarom eveneens worden afgewezen.

5.7.

Curator [curator 2] heeft aangevoerd dat er zich in de dossiers waarvan afgifte wordt gevorderd mogelijk (interne) administratie van [bedrijf 1] bevindt, die niet aan curator [curator 1] mag worden afgegeven. Curator [curator 1] heeft betwist dat er (interne) administratie van [bedrijf 1] tussen de stukken zit. Nu curator [curator 2] slechts heeft aangegeven een vermoeden te hebben dat zich interne administratie van [bedrijf 1] in de dossiers bevindt, en die stelling niet, althans onvoldoende is onderbouwd, kan dit niet tot het oordeel leiden dat de dossiers niet aan curator [curator 1] ter beschikking zouden moeten worden gesteld.

5.8.

Ten aanzien van het verweer van curator [curator 2] dat in de archiefdozen documenten zitten die tot het accountantsdossier (controledossier) van [bedrijf 1] behoren, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Curator [curator 1] heeft toegelicht dat inzage in en afgifte van het controledossier van belang is om te beoordelen of er fouten in de jaarrekeningen van de vennootschappen zijn gemaakt, die volgens [gefailleerde] (mede) tot gevolg kunnen hebben dat dat zijn faillissement ten onrechte is uitgesproken. Gelet hierop is aannemelijk dat voor het onderzoek door curator [curator 1] ook de stukken uit het accountantsdossier van belang kunnen zijn. Voor zover deze stukken onderdeel uitmaken van de documentatie waarop de vordering betrekking heeft, wordt ook de afgifte daarvan toegestaan.

5.9.

Het beroep op verjaring door curator [curator 2] wordt verworpen, aangezien curator [curator 1] dat gemotiveerd heeft betwist en curator [curator 2] zijn stelling op dat punt niet, althans onvoldoende heeft onderbouwd.

5.10.

Curator [curator 2] heeft bezwaar gemaakt tegen de gevorderde termijn van afgifte van 28 dagen. Nu op basis van het voorgaande duidelijk is welke archiefdozen/documenten onvoorwaardelijk moeten worden afgegeven, acht de voorzieningenrechter een termijn van 28 dagen, waarbinnen de documenten moeten zijn afgegeven, redelijk. Hierbij weegt mee dat onweersproken is dat curator [curator 1] aan de hand van een opgave van curator [curator 2] de nummering van de archiefdozen zoals door curator [curator 2] is opgegeven, heeft aangehouden. Voor curator [curator 2] moet het dus duidelijk zijn om welke dozen het gaat.

5.11.

Gelet op de weigerachtige houding van curator [curator 2] om de documenten te verstrekken aan curator [curator 1] zal de gevorderde dwangsom, die voor wat betreft de hoogte en het maximum in dit kader door de voorzieningenrechter redelijk wordt geacht, worden toegewezen.

5.12.

Curator [curator 2] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van curator [curator 1] worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Curator [curator 1] worden begroot op:

- betekening oproeping € 119,21

- griffierecht 667,00

- salaris advocaat 1.016,00

Totaal € 1.802,21

5.13.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Curator [curator 1] heeft zich op het standpunt gesteld dat de (voorwaardelijke) eis in reconventie te laat is ingesteld. De voorzieningenrecht gaat voorbij aan dit verweer, omdat de oorspronkelijke eis in reconventie tijdig, dat wil zeggen uiterlijk 24 uur voor de zitting, is ingediend. Dat de eis later is gewijzigd doet aan de tijdigheid van het instellen van de eis niet af.

6.2.

Curator [curator 2] vordert de benoeming van een deskundige die de administratie dient te schonen van documenten van derden. In conventie is geoordeeld dat curator [curator 1] een rechtmatig belang heeft bij de documenten waarvan de afgifte wordt toegestaan. Duidelijk is aangegeven welke dozen/documenten dienen te worden afgegeven. Gelet op de verwevenheid van de in conventie genoemde derden met [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] en het oordeel dat de curator daarom (ook) een rechtmatig belang heeft bij de inzage in die stukken, bestaat geen aanleiding voor de benoeming van een deskundige die een scheiding zou moeten aanbrengen. Dat geldt ook voor wat betreft de gestelde aanwezigheid van (interne) administratie van [bedrijf 1] , nu is geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat die stukken onderdeel uitmaken van de gevorderde documenten, en eveneens voor stukken uit het accountantsdossier, nu curator [curator 1] belang heeft om mogelijk aanwezige stukken uit dat dossier in zijn onderzoek te betrekken. De vordering tot benoeming van een deskundige zal daarom worden afgewezen.

6.3.

Curator [curator 1] heeft zich bereid verklaard om de kosten te voldoen die curator [curator 2] moet maken om aan de toe te wijzen vorderingen uitvoering te geven. Dit betreft de te maken kosten die verband houden met afgifte van de administratie. Gelet op voormelde toezegging van de zijde van curator [curator 1] bestaat er geen aanleiding voor een veroordeling op dit punt en evenmin voor het opleggen van een verplichting tot het stellen van zekerheid voor de betaling van die kosten. De vordering onder 3. zal daarom worden afgewezen.

6.4.

Curator [curator 2] vordert tevens dat curator [curator 1] zal worden verboden om de stukken die geen betrekking op de faillissementen van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] te gebruiken, openbaar te maken of aan derden te verstrekken. Deze vordering zal eveneens worden afgewezen, op grond van het volgende. In het kader van zijn wettelijke taak dient curator [curator 1] te kunnen beschikken over de stukken, ten aanzien waarvan in conventie is geoordeeld dat die moeten worden afgegeven. Verder mag curator [curator 1] desgewenst een deskundige inschakelen, die ten behoeve van zijn onderzoek inzage zal moeten krijgen in documenten. Daarmee valt een verbod als door curator [curator 2] gevorderde niet te rijmen. Wel heeft te gelden dat curator [curator 1] op grond van zijn wettelijke taak zorgvuldig met de te ontvangen bescheiden dient om te gaan en deze niet zonder meer aan derden mag verstrekken. Daar komt bij dat een deskundige niet eerder mag worden ingeschakeld dan nadat de rechter-commissaris op verzoek van de curator daarvoor toestemming heeft gegeven.

6.5.

Curator [curator 2] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Curator [curator 1] worden begroot op
€ 508,00 (factor 0,5 × tarief € 1.016,00) voor salaris advocaat.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

in het incident tot voeging en tussenkomst van [gefailleerde]

7.1.

laat [gefailleerde] toe als voegende en tussenkomende partij in het kort geding van curator [curator 1] tegen curator [curator 2] ,

7.2.

veroordeelt curator [curator 1] en curator [curator 2] in de proceskosten in het incident tot voeging en tussenkomst, aan de zijde van [gefailleerde] begroot op nihil,

in de hoofdzaak

7.3.

wijst de vorderingen van [gefailleerde] af,

7.4.

gebiedt curator [curator 2] om de administratie van [gefailleerde] en [bedrijf gefailleerde] die hij in zijn hoedanigheid van curator van [bedrijf 1] onder zich houdt of doet houden binnen 28 dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan curator [curator 1] ter beschikking te stellen, welke administratie bestaat uit:

a. archiefdoos 1 met daarin onder andere het dossier [bedrijf 2] bestaande uit:

  • -

    de ordner [bedrijf 2] 2011;

  • -

    de ordner [bedrijf 2] ;

b. archiefdoos 13 betreffende [gefailleerde] met daarin:

  • -

    de ordner [gefailleerde] : IB 1999, IB 2000;

  • -

    de ordner [gefailleerde] 2006

  • -

    de ordner [gefailleerde] + [naam 1] : IB 2007 e.v.;

  • -

    de ordner [gefailleerde] : IB 2001, IB 2002;

  • -

    de ordner [gefailleerde] : IB 2003, IB 2004;

  • -

    de ordner [gefailleerde] sr. IB 2009;

c. archiefdoos 14 betreffende [gefailleerde] met daarin:

  • -

    de ordner [gefailleerde] 2005;

  • -

    de ordner [gefailleerde] (privégebruik auto 2006, 2007, 2008, 2009);

  • -

    de ordner [gefailleerde] – bezwaarschriftprocedures IB 2005 en 2006;

  • -

    de ordner [gefailleerde] – APV;

  • -

    de ordner [gefailleerde] – bezwaar VA IB 2010;

  • -

    de ordner [gefailleerde] sr. – vanaf 2010;

  • -

    de ordner [gefailleerde] 2001 (mapje);

  • -

    de ordner pensioenfonds [bedrijf gefailleerde] (mapje);

d. archiefdoos 15 betreffende [bedrijf gefailleerde] met daarin:

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] vanaf 2014;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] t/m 2003;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] 2004;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] vanaf 2010;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] vanaf 2007;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] – permanente gegevens;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] 2006;

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] – SD + WD boekjaar 2010 (vennoot Moes/Seynaeve);

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] 2009 (ingebonden);

  • -

    de ordner [bedrijf gefailleerde] – SD + WD 2–8 (ingebonden);

e. archiefdoos 22 met daarin het dossier echtpaar [gefailleerde] bestaande uit:

 [naam 2] ,

7.5.

veroordeelt [curator 2] om aan curator [curator 1] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de in uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, met een maximum van € 25.000,00,

7.6.

veroordeelt curator [curator 2] in de proceskosten, aan de zijde van curator [curator 1] tot op heden begroot op € 1.802,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

7.7.

veroordeelt curator [curator 2] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat curator [curator 2] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

7.8.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.9.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

7.10.

wijst de vorderingen af,

7.11.

veroordeelt curator [curator 2] in de proceskosten, aan de zijde van curator [curator 1] tot op heden begroot op € 508,00,

7.12.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Vrendenbarg-Elsbeek en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2021.

sa/vr