Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:4685

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31-08-2021
Datum publicatie
26-10-2021
Zaaknummer
AWB - 21 _ 52
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres mag in redelijkheid afgaan op informatie op de site van de gemeente inhoudende dat over zonnepanelen geen onroerendezaakbelasting is verschuldigd. Er is sprake van een toezegging van de overheid die verweerder (de heffingsambtenaar) bindt. Dat eiseres twijfelde aan de inhoud van de toezegging is door verweerder niet aannemelijk gemaakt. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 26-10-2021
V-N Vandaag 2021/2550
FutD 2021-3370
Belastingblad 2021/449 met annotatie van F.J.H.L. Makkinga
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Belastingrecht

zaaknummer: AWB 21/52

uitspraak van de meervoudige belastingkamer van

in de zaak tussen

[eiseres] B.V., te [plaats] , eiseres,

en

de heffingsambtenaar van Tribuut belastingcentrum, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak, gelegen aan [adres] (het zonnepark), per waardepeildatum 1 januari 2019, vastgesteld voor het kalenderjaar 2020 op € 3.621.000. In het desbetreffende geschrift is ook de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) bekend gemaakt.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 26 november 2020 de waarde en de daarop gebaseerde aanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen bij brief ontvangen door de rechtbank op 7 januari 2021 beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het verzoek van verweerder om uitstel van de zitting heeft de rechtbank afgewezen. De opgegeven reden die ten grondslag lag aan het verzoek, namelijk de verhindering van de taxateur, acht de rechtbank onvoldoende zwaarwegend om de zitting van 18 augustus 2021 in het geheel geen doorgang te laten vinden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2021.

Namens eiseres is haar bestuurder, [naam 1] , verschenen. Namens verweerder is verschenen [naam 2] .

Eiseres heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan de wederpartij.

De rechtbank heeft op 18 augustus 2021 het onderzoek gesloten. Op 20 augustus 2021 heeft verweerder de rechtbank schriftelijk verzocht om heropening van het onderzoek. De rechtbank ziet in de daarbij gevoegde e-mails onvoldoende aanleiding om de zaak te heropenen. Gesteld noch gebleken is dat verweerder de mailwisseling niet eerder kon overleggen, of op zijn minst ter zitting een bewijsaanbod kon doen. De mailwisseling die de aanleiding vormt voor het heropeningsverzoek draait immers in de kern juist om uitlatingen van de gemachtigde van verweerder zelf. Anders dan verweerder stelt, blijkt uit de mailwisseling niet dat deze aan eiseres is gericht noch dat eiseres deze mailwisseling heeft ontvangen.

Overwegingen

1. Eiseres is rechthebbende van het zonnepark krachtens erfpacht. Het zonnepark heeft een grondoppervlakte van 45.800 m2 en een piekvermogen van 3,85 MWp (3.850.000 Wp). Het zonnepark heeft het bouwjaar 2018.

2. In geschil is of verweerder OZB mag heffen over de waarde van de zonnepanelen. Ter zitting heeft eiseres verklaard zich te kunnen verenigen met de door verweerder in beroep nader bepaalde WOZ-waarde van het zonnepark van € 2.890.000. De hiervan deel uit makende waarde van de grond bedraagt € 1.145.000 en is evenmin in geschil. De rechtbank zal de WOZ-waarde dan ook verminderen naar € 2.890.000.

3. Eiseres is van mening dat op grond van informatie die door de gemeente [gemeente] op haar website is geplaatst, zij er mocht op vertrouwen dat geen OZB zou worden geheven over de waarde van de zonnepanelen.

4. Verweerder is van mening dat over de waarde van de zonnepanelen wel OZB mag worden geheven. Eiseres komt geen in rechte te beschermen vertrouwen toe, aldus verweerder, omdat het op de weg van eiseres had gelegen zich nader te informeren over de heffing van OZB. Verweerder wijst daarbij op de tot de gedingstukken behorende e-mail van 27 juni 2017 (bijlage 2 bij het verweerschrift). Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat indien het beroep op het vertrouwensbeginsel toch slaagt, er voor wat betreft het in geschil zijnde jaar (2020) alleen OZB over de waarde van de grond van € 1.145.000 is verschuldigd.

5. De rechtbank stelt vast dat de gemeente [gemeente] in 2017 specifieke informatie over de heffing van OZB over zonnepanelen op haar site heeft geplaatst.1 Die informatie luidde op 23 augustus 2017 als volgt:

“Veel gestelde vragen

Deze vragen en antwoorden zijn samengesteld uit reacties die we op onze plannen hebben gekregen.

We plaatsen deze vragen, zodat alle geïnteresseerden over dezelfde informatie beschikken

(…)

6. Waarover heft de gemeente OZB en leges?

Voor een aanvraag omgevingsvergunning moeten leges worden betaald. Er wordt alleen OZB geheven over de grond. De OZB-heffing wordt na realisatie van het zonnepark opnieuw bekeken, over de zonnepanelen hoeft geen OZB betaald te worden, over een eventueel op te richten landmark wel.

(…)”

Ter zitting heeft verweerder erkend dat sprake is van een toezegging van de gemeente, maar dat deze niet aan verweerder kan worden toegerekend, omdat verweerder als heffingsambtenaar niet gebonden is aan toezeggingen gedaan door een ander.

6. In zijn arrest van 19 juni 20202 overweegt de Hoge Raad dat voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is vereist dat de belastingplichtige aannemelijk maakt dat van de zijde van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of, en zo ja, hoe, de inspecteur in een concreet geval zijn bevoegdheden zou uitoefenen. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank sprake. In het onderhavige geval gaat het om uitlatingen van de gemeentelijke overheid en het is, anders dan verweerder kennelijk meent, niet vereist dat de toezegging is gedaan door de heffingsambtenaar zelf. Naar het oordeel van de rechtbank mocht eiseres op grond van deze uitlatingen in redelijkheid menen dat over de waarde van de zonnepanelen geen OZB wordt geheven. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat het gaat om specifieke informatie die is gegeven in het kader van een aanbesteding van dit specifieke zonnepark. Weliswaar bestond ten tijde van het plaatsen van de informatie op de site nog geen volledige duidelijkheid in rechte over de behandeling van zonnepanelen voor de OZB, echter de rechtbank Gelderland had al op 28 juni 20163 geoordeeld dat zonnepanelen onderdeel uitmaken van de heffingsgrondslag voor de OZB. Niettemin is in augustus 2017 op de betreffende website geen enkel voorbehoud gemaakt op dit punt. Het betoog van verweerder dat eiseres zelf onderzoek had dienen te verrichten, omdat zij beweerdelijk twijfelde over het al dan niet heffen van OZB over de waarde van de zonnepanelen, verwerpt de rechtbank. De e-mail van

27 juni 2017 waar verweerder zich ter onderbouwing van zijn stelling op beroept ziet namelijk niet op de zonnepanelen, maar op de in de heffing van de OZB te betrekken waarde van de grond. Bovendien is de e-mail niet afkomstig van eiseres, noch aan eiseres gericht. Dat eiseres twijfelde aan de informatie op de website, is daarom niet aannemelijk gemaakt. Het gelijk is dus aan eiseres.

7. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld of gebleken dat eiseres kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

8. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de WOZ-waarde tot € 2.890.000;

- vermindert de aanslag onroerendezaakbelasting tot een bedrag berekend overeenkomstig de waarde van de grond van € 1.145.000;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 360 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F. Germs-de Goede, voorzitter, mr. J.J. Westerbaan en

mr. W.E. van Asbeck, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.S. Verzijlbergen, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

1 www.apeldoorn.nl/ter/veelgestelde-vragen-zonnepark-zuidbroek.

2 ECLI:NL:HR:2020:1069.

3 ECLI:NL:RBGEL:2016:3469.