Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:4659

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
23-08-2021
Datum publicatie
30-08-2021
Zaaknummer
05/109651-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overtreding van de Opiumwet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/109651-21

Datum uitspraak : 23 augustus 2021

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] ,

Raadsman: mr. J. Vlug, advocaat in Deventer.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting van 9 augustus 2021.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 22 april 2021 te Nijmegen, in elk geval in Nederland

opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of

verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- ongeveer 5.808,63 gram (10.176,50 stuks), in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

- ongeveer 40.587,96 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende

amfetamine en/of

- ongeveer 720,43 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- ongeveer 137,41 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende

methamfetamine,

zijnde MDMA en/of amfetamine en/of cocaïne en/of methamfetamine

(telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 25 e.v.;

- het proces-verbaal forensisch onderzoek verdovende middelen, p. 37 e.v.;

- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 55 e.v.;

- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, nr. [nummer 1] ;

- het aanvullend proces-verbaal van bevindingen, nr. [nummer 2] ;

- het proces-verbaal NFident, p. 64 e.v., inclusief bijlage;

- het proces-verbaal NFident, p. 70 e.v., inclusief bijlage;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 augustus 2021.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 22 april 2021 te Nijmegen, in elk geval in Nederland

opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of

verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- ongeveer 5.808,63 gram (10.176,50 stuks), in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

- ongeveer 40.587,96 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende

amfetamine en/of

- ongeveer 720,43 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- ongeveer 137,41 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende

methamfetamine,

zijnde MDMA en/of amfetamine en/of cocaïne en/of methamfetamine

(telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

en

hij op of omstreeks 22 april 2021 te Nijmegen, in elk geval in Nederland

opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of

verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- ongeveer 5.808,63 gram (10.176,50 stuks), in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

- ongeveer 40.587,96 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende

amfetamine en/of

- ongeveer 720,43 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- ongeveer 137,41 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende

methamfetamine,

zijnde MDMA en/of amfetamine en/of cocaïne en/of methamfetamine

(telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

en

van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot

een gevangenisstraf voor de duur van 500 dagen, waarvan 449 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met de bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een ambulante behandeling, een locatieverbod en meewerken aan het zoeken naar daginvulling, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Daarnaast eiste de officier van justitie dat verdachte wordt veroordeeld tot het verrichten van 240 uren taakstraf subsidiair 120 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft gezegd dat hij zich kan zich vinden in de eis van de officier van justitie ten aanzien van de gevangenisstraf. Voor wat betreft de taakstraf verzoekt hij die te matigen gelet op het hulpverleningskader dat mogelijk aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf zal worden verbonden en veel van verdachte zal vragen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid harddrugs. Door het vervoeren van harddrugs is de verdachte mede- verantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van verdovende middelen veroorzaken en de verschillende vormen van criminaliteit die met drugshandel gepaard gaan. Achter de aflevering, de verstrekking en het vervoeren van harddrugs zit veelal een groot crimineel netwerk, waarbij intimidatie en geweld een belangrijke rol speelt. Verdachte draagt ook hieraan deels bij omdat hij in de gehele keten een rol speelt. Verdachte heeft geen enkel oog gehad voor de nadelen die het gebruik van drugs heeft voor individuen maar ook voor de samenleving als geheel; hij heeft alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin.

Uit een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 5 juli 2021 blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor het plegen van vergelijkbare strafbare, druggerelateerde feiten.

Uitgangspunt in soortgelijke zaken is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank wijkt hier in het voordeel van verdachte van af en houdt hierbij rekening met het feit dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven. Daarnaast heeft hij zijn verantwoording genomen en heeft hij spijt betuigd.

Vervolgens houdt de rechtbank rekening met hetgeen in het rapport van de Reclassering van 26 juli 2021 staat beschreven. Hieruit volgt onder meer dat de delicten indirect samenhangt met de problemen in de persoon van verdachte en zijn omstandigheden. Door de problemen die hij thuis had, stemde hij wat hij deed onvoldoende af met zijn vriendin. Vanwege de psychische problematiek en de beperkte verstandelijke vermogens, handelt hij in diverse situaties impulsief en ondoordacht. Bovendien wilde hij graag wat extra geld inbrengen om zijn gezin te onderhouden en een goede vader te zijn. Daardoor was hij verhoogd gevoelig voor het aanbod om wat bij te verdienen. De problemen liggen vooral op psychosociaal vlak. Verdachte werd eerder met ADHD en zwakbegaafdheid gediagnosticeerd. Hij is nog altijd druk en ongestructureerd. Hij kan nauwelijks lezen en schrijven en heeft bij een aantal zaken in het leven ondersteuning nodig. Hij is gebaat bij een vaste dagstructuur, maar ontbeert die nu nog. Innerlijke onrust draagt eraan bij dat hij conflicten krijgt met zijn vriendin. Deze conflicten leiden weer tot problemen in de buurt, waardoor ze dreigen hun huis te verliezen. Bij spanning kan verdachte zichzelf moeilijk uit een negatieve spiraal krijgen. Beschermende factoren zijn het feit dat verdachte zijn best doet om het goede te doen en samen te werken met de reclassering. Zijn vriendin ondersteunt hem, regelt zaken voor hem en probeert hem te begrijpen. Het morele besef is goed op momenten dat hij rustig is. Hij wil dan goed zijn voor zijn gezin en andere mensen. Hij is bereid zich te laten behandelen om meer innerlijke rust te gaan ervaren en heeft een goede start gemaakt met de behandeling. Het is zinvol dat de reclassering contact blijft houden met verdachte om hem te ondersteunen om gebruik te blijven maken van de aangeboden behandeling en hem te ondersteunen bij problemen in de relatie. Het structureren van de dagen is ook een aandachtspunt. Verdachte is bereid om gebruik te maken van de aangeboden hulp. Het recidiverisico wordt ingeschat op gemiddeld. Bij een veroordeling wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden. Ten aanzien van een gevangenisstraf merkt de reclassering op dat verdachte de preventieve hechtenis als zeer belastend heeft ervaren. Ondanks dat hij op een afdeling werd geplaatst met extra zorg, was hij angstig en onzeker. Hij huilde veel, wat hij normaal gesproken bijna nooit doet en hij viel flink af. Hij kreeg last van bedplassen wat hij eerder in jeugdzorg instellingen ook had. Een mentor op zijn afdeling meldde dat verdachte erg onzeker overkwam en van daaruit de leiding voortdurend claimde met vragen. Er werd overwogen om hem door te plaatsen naar een psychiatrisch penitentiaire afdeling, waar nog meer zorg en individuele begeleiding geboden kan worden. Dat bleek niet nodig omdat hij geschorst werd. De reclassering vindt het ongunstig als verdachte opnieuw gedetineerd zou worden. Het zou de huidige positieve ontwikkeling onderbreken. De reclassering verwacht bij een detentie een terugval van verdachte te zullen zien, waarbij hij na de detentie meer afhankelijk van anderen zal zijn. De innerlijke spanning die nu tot problemen in contact met andere mensen leidt, zal zorgelijk toenemen. Binnen detentie is verdachte verhoogd gevoelig voor beïnvloeding door 'meer geslepen' medegedetineerden.

Uit het reclasseringsrapport en hetgeen ter terechtzitting besproken, is naar voren gekomen dat behandeling en begeleiding noodzakelijk worden geacht. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven bereid te zijn zich aan de geadviseerde bijzondere voorwaarden te houden. De rechtbank zal een deel van de voorgenomen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd met uitzondering van het contactverbod, en met een proeftijd van 3 jaren, . Dit voorwaardelijk deel dient verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen en vormt tevens de basis voor de nodige behandeling en hulp.

Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het hulpverleningskader dat nu is opgestart, zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen die de ondergane voorlopige hechtenis te boven gaat.

Daarnaast zal de rechtbank een maximale taakstraf opleggen. De rechtbank ziet geen reden om deze taakstraf te matigen gelet op de hoeveelheid harddrugs die is aangetroffen.

8 De beoordeling van het beslag

Onder verdachte is een geldbedrag van € 274,60 in beslaggenomen. De rechtbank zal de teruggave van dit geldbedrag aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

Daarnaast is onder verdachte een IPhone in beslaggenomen.

De simkaart van deze IPhone, acht de rechtbank vatbaar voor verbeurdverklaring, nu de feiten met behulp van deze simkaart zijn begaan.

De rechtbank zal de teruggave van de iPhone aan verdachte gelasten nadat de simkaart eruit is verwijderd en de telefoon is teruggezet naar de fabrieksinstellingen omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24, 36b, 36c, 36d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 500 (vijfhonderd) dagen;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 449 (vierhonderdnegenenveertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:

  • -

    stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarden dat:

  • -

    verdachte gedurende de proeftijd zijn afspraken bij Reclassering Nederland zal voortzetten en zich zal blijven melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

  • -

    verdachte zich gedurende de proeftijd zal laten behandelen door de forensische polikliniek Trajectum of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, de behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling, het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

  • -

    verdachte zal zich gedurende de proeftijd niet zonder toestemming van de reclassering bevinden in het dorp [naam] . De politie ziet toe op handhaving van dit locatieverbod;

  • -

    verdachte zal gedurende de proeftijd meewerken aan het actief zoeken naar passend werk of andere daginvulling.

 stelt als overige voorwaarden dat:

  • -

    verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

  • -

    verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;

 geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht;

en voorts

 legt op een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

Ten aanzien van het beslag

 gelast de teruggave van de voorwerpen aan verdachte;

o een geldbedrag van € 274,60

o een iPhone, nadat deze is teruggezet naar fabrieksinstellingen

 verklaart verbeurd, de simkaart van de inbeslaggenomen iPhone.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J.M. Doon, voorzitter, mr. C. Kleinrensink en
mr. J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 augustus 2021.

mr. J.M.J.M. Doon is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Landelijke Eenheid, dienst Infrastructuur. Geografische Afdeling – Noord-Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer 3] , gesloten op 15 juni 2021 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.