Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:4500

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-08-2021
Datum publicatie
18-08-2021
Zaaknummer
05/109286-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee mannen uit het Duitse Castrop Rauxel veroordeeld voor aangetroffen valse bankbiljetten, een vuurwapen en hennep in hun auto

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/109286-21

Datum uitspraak : 16 augustus 2021

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] (Duitsland),

wonende aan [adres] (Duitsland).

Raadsman: mr. R.B.J.G. Baggen, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

2 augustus 2021.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 20 april 2021 te Zevenaar, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk 149 bankbiljetten, althans een of meer bankbiljetten, van 50 euro, die hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zelf hebben nagemaakt en/of vervalst en/of waarvan de valsheid en/of vervalsing hem/hen, toen hij deze ontving(en) bekend was met het oogmerk om deze als echt en onvervalst uit te geven en/of te doen uitgeven, in voorraad heeft/hebben gehad;

2.

hij op of omstreeks 20 april 2021 te Zevenaar, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, van het merk [merk] , type [type] , kaliber 9 mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 20 april 2021 te Zevenaar, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 200,78 gram, in elk geval een hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 april 2021 te Zevenaar, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 200,78 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 20 april 2021 was de Koninklijke Marechaussee bezig met een toezichtcontrole toen bij de grens op de A12 te Babberich in de gemeente Zevenaar een Volkswagen Polo voorzien van een Duits kenteken voorbij reed. In de auto zaten twee personen. Verbalisant gaf de auto een volgteken. In eerste instantie volgde de auto naar de controlestrook, maar ging er toen met hoge snelheid vandoor. Verbalisant ging er op een motor achteraan en zag dat de auto een groot stuk op de vluchtstrook reed en verschillende auto’s inhaalde. Via de achterruit had de verbalisant goed zicht op de bijrijder en zag dat hij constant aan het bewegen was. Bij de afrit Duiven raakte de rechterkant van het voertuig de berm. Uiteindelijk kwam het voertuig in een berm voor de oprit Duiven tot stilstand. Medeverdachte [medeverdachte] opende de deur en verbalisant zag dat hij uit de auto sprong. Hij begon te rennen. Verdachte bleef zitten en deed ook zijn deur na meermaals luid verzoek niet open. Uiteindelijk is hij via het bijrijdersportier uit de auto getrokken. [medeverdachte] gaf gehoor toen de politie tegen hem schreeuwde dat hij moest blijven staan.

De auto is onderzocht. Bij het openen van het achterportier aan de bijrijderskant zag verbalisant twee doorzichtige sealbags liggen met daarin henneptoppen. Bij het openen van de bijrijdersportier zag verbalisant de mat omhoog liggen. Hij tilde de mat op en zag daaronder een zwartkleurig vuurwapen liggen.2

In het dashboardkastje aan de bijrijderszijde lagen twee huurcontracten, waarvan één op naam van verdachte en op de achterbank lag een zwartkleurige jas met daarin zijn ID-kaart.3

Het vuurwapen en de henneptoppen zijn onderzocht.

Uit onderzoek bleek dat het vuurwapen een gaspistool betreft van het merk [merk] model [type] , kaliber 9 mm. Het betreft een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2 lid 1, categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.4 Het patroonmagazijn was leeg.5

De henneptoppen waren verdeeld over twee zakken, gewogen op 99,45 en 101,33 gram. Op een henneptop is een indicatieve test uitgevoerd. Hieruit bleek dat het om een opiaat ging. Deze henneptoppen hadden in totaal een gewicht van 200,78 gram en een straatwaarde van € 800,-.6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van feit 1 gesteld dat uit het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs naar voren komt dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zodat hij hiervan dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft de officier van justitie gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich hieraan schuldig heeft gemaakt. Verdachte wist dat in de auto het wapen en de henneptoppen lagen en besloot hiermee door te rijden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte geen wetenschap had van de bankbiljetten, het wapen en de henneptoppen. De bankbiljetten zaten in het tasje van medeverdachte [medeverdachte] , het wapen lag onder een mat onder de bijrijdersstoel en daarmee buiten zijn beschikkingsmacht en de hennep is op de achterbank aangetroffen en dat heeft verdachte niet gezien of geroken. Daarom moet verdachte van het onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1 Valse bankbiljetten

De rechtbank overweegt dat niet is komen vast te staan dat verdachte alleen of tezamen met een ander valse bankbiljetten in voorraad heeft gehad. De bankbiljetten zijn in het heuptasje en broekzak van medeverdachte [medeverdachte] aangetroffen. [medeverdachte] heeft verklaard dat het geld van hem is. Verdachte heeft verklaard dat hij niets wist van het valse geld. Nu uit het dossier niet blijkt dat dit anders is, zal de rechtbank van die verklaring van verdachte uitgaan. Daarom kan het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen worden en zal verdachte hiervan worden vrijgesproken.

Feit 2 wapen

De rechtbank komt ook tot het oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van het vuurwapen, van het merk [merk] , type [type] , kaliber 9 mm. Het vuurwapen is door de politie aangetroffen onder de mat van de bijrijdersstoel van medeverdachte [medeverdachte] . Verdachte bestuurde de auto en heeft verklaard dat hij niets wist van het vuurwapen. De rechtbank zal van die verklaring van verdachte uitgaan, nu uit het dossier niets anders is gebleken. Gelet hierop kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden bewezen dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van dit vuurwapen en daarover enige beschikkingsmacht had.

Feit 3 hennep

Gelet op de bovengenoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachte schuldig heeft gemaakt aan het op 20 april 2021 opzettelijk binnen het grondgebied brengen van ongeveer 200,78 gram hennep. Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij en verdachte vanuit Duitsland onderweg waren naar Amsterdam om een voorraad hennep (kush) te brengen aan een donkere man.7 Verdachte heeft verklaard dat hij geen wetenschap had van de drugs. De rechtbank stelt vast dat de drugs op de achterbank lagen en daarmee in het zicht van verdachte. Op de achterbank lag ook een jas daarin een identiteitskaart van verdachte erin, waaruit de rechtbank afleidt dat verdachte ook daadwerkelijk op de achterbank heeft gekeken. Het verweer dat verdachte niets zou hebben gezien (of geroken) is dan ook niet aannemelijk.

De rechtbank leidt uit het voorgaande en alles in samenhang bezien af dat sprake was van een gezamenlijk plan dat deels is uitgevoerd en dat verdachte daaraan een bijdrage heeft geleverd van voldoende materieel gewicht, doordat hij de auto waarin de hennep is aangetroffen heeft bestuurd. De rol van verdachte is van wezenlijk belang om de hennep binnen het grondgebied van Nederland te brengen.

Verdachte is schuldig aan het primair ten laste gelegde feit.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

3.

hij op of omstreeks 20 april 2021 te Zevenaar, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 200,78 gram, in elk geval een hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 3:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor twee bewezenverklaarde feiten zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van drie jaar en een geldboete van een bedrag van € 1.000,-, te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat in het geval de rechtbank de ten laste gelegde feiten bewezen acht, enkel een voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is en dat daarnaast geen geldboete dient te worden opgelegd.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte is aangehouden met ongeveer 200 gram henneptoppen in de auto. Hij was samen met medeverdachte [medeverdachte] op weg naar Amsterdam, om daar hennep af te leveren. Toen de Koninklijke Marechaussee hen staande probeerde te houden zijn verdachten met hoge snelheid op de vlucht geslagen.

Met het binnen het grondgebied van Nederland brengen van softdrugs, heeft verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] bijgedragen aan de instandhouding van het illegale drugscircuit. Algemeen bekend is dat dergelijke activiteiten plegen te leiden tot nadelige maatschappelijke gevolgen als gezondheidsschade voor gebruikers en sociale overlast.

Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken, is naar oordeel van de rechtbank een geldboete passend. Anders dan de officier van justitie komt de rechtbank tot het bewezenverklaarde van slechts één en niet twee strafbare feiten.

Alles overwegend legt de rechtbank aan verdachte op een geldboete van een bedrag van

€ 1.000,-, te vervangen door 20 dagen hechtenis.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:

- 23, 24 c en 47 van het Wetboek van Strafrecht;

- 3 en 11 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte het overige ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een geldboete van € 1.000,- (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door de duur van 20 dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.S. Gaastra, voorzitter, mr. C. Kleinrensink en

mr. J.M.J.M. Doon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.G.M. van Ophuizen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 augustus 2021.

mr. A.S. Gaastra en mr. Doon zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2021177358, gesloten op 22 april 2021 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 16.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 17.

4 Proces-verbaal onderzoek wapen, p. 23-24.

5 Kennisgeving van inbeslagneming, p. 75.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 25 en Kennisgeving van inbeslagneming, p. 74.

7 Proces-verbaal van voorgeleiding in verband met aanhouding van medeverdachte [medeverdachte] , p. 56.