Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:4487

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-08-2021
Datum publicatie
20-08-2021
Zaaknummer
C/05/378358 / HZ ZA 20-406
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Benoeming deskundige ter beoordeling van oorzaak en omvang schade aan vloer door wateroverlast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/378358 / HZ ZA 20-406

Vonnis van 18 augustus 2021

in de zaak van

1 [eisende partij 1] ,

en

2. [eisende partij 2],

beiden wonende te [woonplaats]

eisers,

advocaat mr. C.W. Houtman te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde partij 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. B.M. Stroetinga te Eindhoven.

Partijen zullen hierna [eisende partijen] en [gedaagde partij 1] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 21 april 2021

  • -

    de akte uitlating aangekondigd deskundigenbericht van [eisende partijen]

  • -

    de akte na tussenvonnis van [gedaagde partij 1]

  • -

    de akte uitlaten producties van [gedaagde partij 1] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Partijen hebben zich in hun akten uitgelaten over het in het tussenvonnis 21 april 2021 (hierna: het tussenvonnis) aangekondigde deskundigenbericht.

[eisende partijen] heeft meegedeeld dat hij akkoord is met het voorstel van de rechtbank om één deskundige te benoemen. [gedaagde partij 1] heeft dit punt onbesproken gelaten. De rechtbank zal daarom één deskundige benoemen.

2.2.

[eisende partijen] heeft als deskundige voorgesteld [deskundige 1] van [bedrijf 1] of een medewerker van [bedrijf 2] , waarbij hij heeft opgemerkt dat [deskundige 1] meer gespecialiseerd is in tegelvloeren en ondergronden.

[gedaagde partij 1] heeft over de door [eisende partijen] voorgestelde personen als deskundige geen bezwaren naar voren gebracht en van zijn kant [deskundige 2] van [bedrijf 3] voorgesteld. [eisende partijen] heeft bezwaar gemaakt tegen de door [gedaagde partij 1] voorgestelde deskundige omdat deze ook in opdracht van Achmea werkt. Het is uiteindelijk Achmea die de schade voor haar rekening neemt omdat zij aansprakelijkheid heeft erkend voor haar verzekerde [gedaagde partij 1] . Daarbij komt dat [bedrijf 4] contact heeft opgenomen met [bedrijf 3] betreffende “voordracht als deskundige”, terwijl [bedrijf 4] tot nu toe namens Achmea betrokken is geweest bij de schadeafhandeling. [eisende partijen] twijfelt daarom aan de onafhankelijkheid van de voorgestelde deskundige.

2.3.

De rechtbank zal [deskundige 1] als deskundige benoemen. De reden is dat uit het CV blijkt dat [deskundige 1] over de benodigde expertise beschikt en [gedaagde partij 1] geen bezwaar heeft gemaakt tegen deze deskundige.

2.4.

[eisende partijen] heeft een voorstel gedaan tot een aanvulling op vraag 1 en 4. [gedaagde partij 1] heeft vraag 1 en 4 als overbodig aangemerkt omdat tussen partijen niet in geschil is dat water tot onder de tegels liggende zandcementvloer is doorgedrongen.

De aanvulling van de vraag past bij het standpunt van [eisende partijen] dat ook de cementdekvloer moet worden vervangen. Om dat te beoordelen kan mogelijk relevant zijn dat het vocht ook onder de cementdekvloer is gekomen. De vragen 1 en 4 zullen met aanvulling in de vraagstelling worden opgenomen.

Volgens [gedaagde partij 1] behoeft vraag 2: ‘kan sprake zijn van onthechting’ nuancering, omdat in de bouw een plavuizen vloer waarvan 80% hol klinkt maar de tegels niet los liggen wordt goedgekeurd.

Vraag 2 blijft zoals eerder geformuleerd. [gedaagde partij 1] heeft geen andere vraagstelling voorgesteld. Het staat [gedaagde partij 1] bovendien vrij aan de deskundige zijn opmerking voor te houden dat een bepaalde mate van onthechting niet steeds leidt tot afkeuring van de vloer als de functionaliteit van de vloer niet is aangetast.

Tot slot heeft [gedaagde partij 1] bezwaar gemaakt tegen vraag 8, omdat partijen het volgens [gedaagde partij 1] eens waren over de offerte tot herstel.

Vraag 8 blijft gehandhaafd. [gedaagde partij 1] ziet over het hoofd dat [eisende partijen] een eigen deskundige in de arm heeft genomen en op grond van diens rapport zijn vordering heeft vermeerderd.

2.5.

Het eerder aangekondigde deskundigenbericht zal nu worden bevolen. Dit leidt tot na te melden beslissing.

2.6.

In de vorige beslissing is al aangekondigd dat [eisende partijen] het voorschot op de kosten van de deskundige moet deponeren.

2.7.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.8.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.9.

De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

  1. Kan het vocht als gevolg van de wateroverlast zijn doorgedrongen in de zandcementvloer of eronder? Graag toelichten.

  2. Kan er sprake zijn van onthechting van lijmlagen onder de tegels die zijn aangebracht op de zandcementvloer wanneer die vloer langere tijd aan hoge vochtwaarden is blootgesteld? Graag toelichten.

  3. Duiden de hol klinkende tegels op een dergelijke onthechting als gevolg van de wateroverlast, of kan dit hol klinken ook veroorzaakt zijn door een niet-egale opvulling met tegellijm onder de tegel, zonder dat er van vochtinwerking sprake is geweest? Graag toelichten.

  4. Is het voor het kunnen laten drogen van de onderliggende zandcementvloer en vocht daar onder nodig dat de tegelvloer wordt verwijderd? Graag toelichten

  5. Dient de gehele tegelvloer te worden vervangen of volstaat de vervanging van alleen de losliggende tegels? Graag toelichten.

  6. Indien u vaststelt dat gedeeltelijke vervanging van losliggende tegels mogelijk is, kunnen er dan vervangende tegels worden geplaatst gelijksoortig aan de bestaande tegels, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan het hoge afwerkingsniveau dat deze woning kenmerkt? Zo ja, om hoeveel tegels gaat het en wat zijn de kosten van vervanging? Graag toelichten en specificeren.

  7. Indien u vaststelt dat de tegels verwijderd moeten worden: is dat mogelijk zonder de zandcementvloer en de daarin liggende vloerverwarmingsleidingen te beschadigen?

Zo ja, wat zijn de kosten daarvan? Graag toelichten en specificeren.

8. Indien u vaststelt dat de gehele vloer (inclusief zandcementvloer en vloerverwarming) verwijderd dient te worden, wat zijn de kosten daarvan en wat zijn de kosten van het opnieuw aanbrengen van die vloer? Graag specificeren.

9. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

3.2.

benoemt tot deskundige:

[bedrijf 1]

[deskundige 1] ,

[NAW-gegevens deskundige]

het voorschot

3.3.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundigen begrote bedrag van € 2.565,20 inclusief btw,

3.4.

bepaalt dat partij [eisende partijen] het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.5.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.4.

bepaalt dat [eisende partijen] zijn procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

3.5.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.6.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

  • -

    de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

  • -

    indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

3.7.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

3.8.

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na deze beslissing een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.9.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • -

    de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.10.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.11.

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 6 april 2022,

3.12.

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

  • -

    indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

  • -

    na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan beide zijden op een termijn van vier weken,

3.13.

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

3.14.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2021.

St/KH