Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:4298

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
05-08-2021
Datum publicatie
06-08-2021
Zaaknummer
05/146492-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft twee medeverdachten ontslagen van alle rechtsvervolging wegens een geslaagd beroep op noodweerexces bij een gevecht op de kermis in Veessen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/146492-18

Datum uitspraak : 5 augustus 2021

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1979 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

Raadsman: mr. R.P. Adema, advocaat in Putten.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 3 juni 2018 te Veessen, gemeente Heerde, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven die [slachtoffer] tegen het been heeft geschopt en/of geduwd (waarna die [slachtoffer] ten val kwam)

en/of (vervolgens) een of meermalen met kracht in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of in de buik en/of tegen de romp, althans het bovenlichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of

geschopt en/of getrapt (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden:

hij op of omstreeks 3 juni 2018 te Veessen, gemeente Heerde, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] tegen het been heeft geschopt en/of geduwd (waarna die [slachtoffer] ten val kwam) en/of (vervolgens) een of meermalen met kracht in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of in de buik en/of tegen de romp, althans het bovenlichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden:

hij op of omstreeks 3 juni 2018 te Veessen, gemeente Heerde, in elk geval in Nederland,

openlijk, te weten aan de [adres 2] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een

voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] door die [slachtoffer] tegen het been te schoppen en/of te duwen (waarna die [slachtoffer] ten val kwam) en/of (vervolgens) een of meermalen met kracht in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of in de buik en/of tegen de romp, althans het bovenlichaam te schoppen en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag).

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en het subsidiair tenlastegelegde feit nu het handelen van verdachte naar algemene ervaringsregels geen aanmerkelijke kans op de dood of op zwaar lichamelijk letsel kon veroorzaken. Er kan wel wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de meer subsidiair tenlastegelegde openlijke geweldpleging.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde aangezien op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte geschopt heeft. Voor het meer subsidiaire feit kan wel een bewezenverklaring volgen, nu verdachte heeft toegegeven dat hij geslagen heeft.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat er op 3 juni 2018 op de kermis in Veessen (de [adres 2] te Veessen, gemeente Heerde) een worsteling heeft plaatsgevonden tussen de groep van aangever [slachtoffer] enerzijds en verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] anderzijds.2

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde, aangezien niet wettig en overtuigend is bewezen dat het handelen van verdachte naar algemene ervaringsregels de aanmerkelijke kans op de dood of op zwaar lichamelijk letsel kon veroorzaken. De rechtbank komt wel tot een bewezenverklaring van het meer subsidiair tenlastegelegde en overweegt daartoe het volgende.

Verdachte heeft verklaard dat hij die avond samen met medeverdachte [medeverdachte 2] op de groep jongens is afgerend en er een schermutseling is ontstaan.3

Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat er twee mannen op hen af kwamen rennen. Aangever heeft verklaard dat hij op de grond terecht is gekomen en dat hij vervolgens verschillende keren tegen zijn rug, schenen en armen geraakt werd. Hij kon niet zien wie dit precies deed.4

Getuige [getuige 1] , een medewerker op het feest, heeft verklaard dat hij zag dat er een worsteling ontstond. [getuige 1] heeft verklaard dat hij zag dat de man met het ontblote bovenlichaam (de rechtbank begrijpt: verdachte) om zich heen sloeg.5

Ook getuige [getuige 2] , een beveiliger op het feest, heeft verklaard dat hij geschreeuw hoorde en twee mannen richting de roze kraam zag rennen. De man met het ontblote bovenlichaam (de rechtbank begrijpt: verdachte) heeft een jongen die op de grond lag, meermalen op zijn gezicht geslagen. De getuige heeft ook de andere man die op de groep jongens is afgerend zien slaan.6

De rechtbank overweegt dat door de agenten is geverbaliseerd dat zij, toen ze ter plaatse kwamen, werden aangesproken door verdachte dat ze hem moesten hebben omdat hij ‘een aantal gasten had geslagen’ Verdachte heeft volgens de verbalisant verklaard dat hij samen met medeverdachte [medeverdachte 2] naar de groep jongens was gerend om hen op hun plek te zetten.7

Op basis van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 2] geweld heeft gebruikt tegen de groep waar aangever [slachtoffer] toe behoorde. Dit geweld heeft plaatsgevonden op een openbaar terrein en was zichtbaar voor andere personen, zoals ook blijkt uit de verklaringen. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tezamen en in vereniging plegen van openlijk geweld tegen [slachtoffer] .

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 3 juni 2018 te Veessen, gemeente Heerde, in elk geval in Nederland,

openlijk, te weten aan de [adres 2] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een

voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] door die [slachtoffer] tegen het been te schoppen en/of te duwen (waarna die [slachtoffer] ten val kwam) en/of (vervolgens) een of meermalen met kracht in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of in de buik en/of tegen de romp, althans het bovenlichaam te schoppen en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag).

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging aangezien er door hem een geslaagd beroep op noodweerexces kan worden gedaan. De officier van justitie is van mening dat de ontstane noodweersituatie op het moment dat de jongens van de suikerspinwagen afgesprongen waren, ten einde was gekomen. Verdachte heeft zijn eigendommen echter daarna nog willen verdedigen. Het handelen van de groep waar aangever bij hoorde heeft gelet hierop bij verdachte een emotionele reactie uitgelokt, waardoor hij de grenzen van de noodzakelijke verdediging heeft overschreden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte een geslaagd beroep op noodweerexces toekomt nu verdachte als gevolg van zijn emoties in de veronderstelling verkeerde dat het ook na afloop van de noodweersituatie nog noodzakelijk was voor hem om op te treden. Verdachte dient daarom te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij zich met zijn hoogzwangere vrouw en dochter van zes jaar in zijn caravan bevond, toen hij buiten geluiden hoorde. Deze caravan bevindt zich op een afgezet privéterrein in de buurt van de kermis. Verdachte heeft verklaard dat er diezelfde dag door een groep jongens met een scootmobiel tegen zijn auto en zijn caravan was aangereden, waardoor er schade was ontstaan en dat hij dacht dat diezelfde groep jongens in de avond terug was gekomen. Hij is toen naar buiten gegaan en zag dat er mensen op zijn suikerspinwagen klommen en eraan hingen, waarop hij samen met medeverdachte erop af is gegaan.

De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat verdachte zich op 3 juni 2018 heeft schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. De rechtbank stelt vast dat toen verdachte naar buiten kwam, sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van zijn suikerspinwagen, doordat er verschillende jongens op de wagen klommen en eraan hingen. Er bestond op dat moment een noodweersituatie, waardoor verdachte zijn wagen mocht verdedigen.

De rechtbank acht de verdediging door verdachte wel disproportioneel. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de grenzen van de noodzakelijke verdediging daarom overschreden. De rechtbank is echter van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de grenzen van de noodzakelijke verdediging zijn overschreden als onmiddellijk gevolg van een hevige gemoedsbeweging bij verdachte, veroorzaakt door de aanval op de suikerspinwagen en de gebeurtenissen eerder die dag. Verdachte was en is daar nog steeds erg boos over. Het beroep op noodweerexces slaagt daarom, zodat verdachte niet strafbaar is en hij zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

7 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.Th. Rademaker (voorzitter), mr. Y.M.J.I. Baauw en mr. M.G.E. ter Hart, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Roelfsema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 augustus 2021.

De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018241897, gesloten op 7 juni 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte, p. 8-9; proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 46-47; proces-verbaal van bevindingen, p. 23.

3 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 22 juli 2021.

4 Proces-verbaal van aangifte, p. 8-9.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 69-70.

6 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 80-81.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 23.