Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:4122

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
23-06-2021
Datum publicatie
03-08-2021
Zaaknummer
C/05/371458 / HA ZA 20-337
Rechtsgebieden
Goederenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

tussenvonnis: Verkrijgende verjaring strook gemeentegrond. Bezit of houderschap. Tegenbewijs gemeente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/371458 / HA ZA 20-337 592 / 1496

Vonnis van 23 juni 2021

in de zaak van

[eis.conv./verw.reconv.] ,

wonende te [plaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.W. Kobossen te Nijmegen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE LINGEWAARD,

zetelend en kantoorhoudende te Bemmel, gemeente Lingewaard,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. W. Leistra te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eis.conv./verw.reconv.] en Gemeente Lingewaard worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 12 augustus 2020,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie,

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 12 januari 2021, met bijgevoegd de zittingsaantekeningen van de griffier,

  • -

    het bericht van partijen van 5 februari 2021 dat zij geen schikking hebben bereikt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eis.conv./verw.reconv.] en haar toenmalige echtgenoot hebben op 11 januari 1983 het woonhuis met erf, tuin en schuur staande en gelegen te [adres+kad.gegev.] (hierna: de woning), in eigendom verkregen. De woning is gelegen op de hoek van de straten [straat/straten] . Langs de voorkant en linker zijkant van het perceel van [eis.conv./verw.reconv.] loopt in een ronding het trottoir van respectievelijk de straten [straat/straten] .

2.2.

Het perceel van [eis.conv./verw.reconv.] grenst aan de zijde van de [adres+kad.gegev.] . Gemeente Lingewaard is eigenaar van dit perceel.

2.3.

De afscheiding tussen de tuin van [eis.conv./verw.reconv.] en het trottoir van de [straat/straten] wordt gevormd door een dichte, ondoordringbare beukenhaag. De beukenhaag staat op een strook grond die onderdeel uitmaakt van kadastraal [nummer] (hierna: de strook grond). De strook grond met daarop de beukenhaag is in de onderstaande afbeelding met rood gemarkeerd. Het kadastraal perceel van [eis.conv./verw.reconv.] is blauw omrand.

AFBEELDING

2.4.

In de grond onder de beukenhaag liggen duikers en rioolbuizen die door Gemeente Lingewaard worden onderhouden.

2.5.

Bij notariële akte van verdeling van 27 maart 2007 heeft [eis.conv./verw.reconv.] het volle eigendom van het [nummer] verkregen.

2.6.

[eis.conv./verw.reconv.] heeft een factuur, gedateerd op 1 juli 2008, ontvangen van Gemeente Lingewaard voor een bedrag van € 3,21. De omschrijving op die factuur luidt: “pacht gronden 2008-2012 Strookje grond / duiker in de [straat/straten] ”. [eis.conv./verw.reconv.] heeft de factuur destijds betaald.

2.7.

In de jaren 2013 tot en met 2017 heeft [eis.conv./verw.reconv.] jaarlijks facturen van Gemeente Lingewaard ontvangen voor bedragen van € 0,67, € 0,68 en € 0,70. [eis.conv./verw.reconv.] heeft deze facturen betaald.

2.8.

Bij brief van 1 februari 2019 heeft Gemeente Lingewaard aan [eis.conv./verw.reconv.] geschreven dat zij de strook grond van Gemeente Lingewaard huurt. Daarbij heeft Gemeente Lingewaard de strook grond te koop aangeboden voor € 50,00 per vierkante meter en meegedeeld dat wanneer [eis.conv./verw.reconv.] de strook grond niet wil kopen, zij deze kan blijven huren voor € 5,00 per vierkante meter en jaarlijks € 25,00 aan administratiekosten..

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eis.conv./verw.reconv.] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. voor recht verklaart dat [eis.conv./verw.reconv.] door verjaring de eigendom heeft verkregen van de strook grond,

2. Gemeente Lingewaard veroordeelt om medewerking te verlenen aan het verlijden van een notariële akte waarin de verjaring wordt vastgelegd ter inschrijving in de openbare registers en bij gebreke van tijdige medewerking door Gemeente Lingewaard, bepaalt dat dit vonnis in plaats van de notariële akte treedt en voor inschrijving vatbaar is in de daartoe bestemde openbare registers;

3. Gemeente Lingewaard veroordeelt tot betaling van de proceskosten.

3.2.

[eis.conv./verw.reconv.] betoogt dat de strook grond door verjaring haar eigendom is geworden en dat zij de strook grond niet huurt of in gebruik heeft. Zij stelt dat haar rechtsvoorgangers door in 1972/1973 een beukenhaag op de strook grond te planten deze in bezit hebben genomen. Door het planten van de beukenhaag is de strook grond zichtbaar onderdeel gaan uitmaken van de tuin van (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./verw.reconv.] en afgesloten van het openbaar gebied. Zonder toestemming van (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./verw.reconv.] kan de strook grond niet worden betreden en Gemeente Lingewaard heeft dat ook niet gedaan, in ieder geval niet sinds [eis.conv./verw.reconv.] eigenaar was. De strook grond en de beukenhaag zijn door [eis.conv./verw.reconv.] en haar rechtsvoorgangers sinds 1972/1973 ook op eigen kosten onderhouden. Gemeente Lingewaard heeft niet opgetreden tegen de inbreuk op haar eigendomsrecht of de verjaring gestuit. [eis.conv./verw.reconv.] stelt dat zij na het verstrijken van 20 jaar na de aanplant van de beukenhaag door bevrijdende verjaring in 1993 eigenaar is geworden van de strook grond, zelfs in het geval haar rechtsvoorgangers bij het planten van de beukenhaag in 1972/1973 niet te goeder trouw waren. Volgens haar is de bevrijdende verjaring in ieder geval in 2003 voltooid, te weten: 20 jaar nadat zij eigenaar werd in 1983. Ter mondelinge behandeling heeft [eis.conv./verw.reconv.] nog gesteld dat zij toen zij in 1983 eigenaar werd geen aanleiding had te veronderstellen dat de (de ondergrond van) beukenhaag niet tot haar perceel behoorde en dat zij als bezitter te goeder trouw door verkrijgende verjaring reeds in 1993 de eigendom van de strook grond heeft verkregen.

3.3.

Gemeente Lingewaard betwist dat [eis.conv./verw.reconv.] door verjaring eigenaar is geworden van de strook grond. Zij stelt dat sinds de jaren 60 van de vorige eeuw het gebruik van de strook grond met haar goedkeuring plaatsvindt en dat het gebruik nadien in de jaren 90 van de vorige eeuw is geformaliseerd door het sturen van facturen. Tot 2017 heeft [eis.conv./verw.reconv.] die facturen voldaan en zij is dus slechts houdster van de strook grond, aldus Gemeente Lingewaard. Voorts betwist Gemeente Lingewaard dat er sprake is van bezit door het aanplanten van de beukenhaag en het onderhoud daarvan.

in reconventie

3.4.

Gemeente Lingewaard vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [eis.conv./verw.reconv.] veroordeelt:

I. de strook grond binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen, volledig en ontruimd aan Gemeente Lingewaard op te leveren en ontruimd te houden zodat Gemeente Lingewaard volledig vrij over de strook grond zal kunnen beschikken;

II. om aan Gemeente Lingewaard te voldoen een direct opeisbare dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [eis.conv./verw.reconv.] nalaat om te voldoen aan het gevorderde onder I;

III. tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.5.

Gemeente Lingewaard baseert haar vordering op art. 5:2 BW. De strook grond is haar eigendom en daarom heeft zij het recht de strook grond te allen tijde op te eisen, aldus Gemeente Lingewaard.

3.6.

[eis.conv./verw.reconv.] voert ten verweer aan dat, indien zij niet door verjaring eigenaar is geworden van de strook grond, zij deze volgens de eigen stellingen van Gemeente Lingewaard huurt. In dat geval is zij niet gehouden de strook grond te ontruimen, omdat dan de huurovereenkomst geldt, die voor onbepaalde tijd is aangegaan, aldus [eis.conv./verw.reconv.] . Gemeente Lingewaard zal dan eerst de huurovereenkomst rechtsgeldig moeten beëindigen, voordat tot ontruiming kan worden overgegaan. Voorts handelt Gemeente Lingewaard volgens [eis.conv./verw.reconv.] in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door deze vordering in te stellen en dient zij bestuursrechtelijke bevoegdheden te gebruiken om de ontruiming te bewerkstelligen.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze hierna gezamenlijk worden behandeld.

4.2.

Niet in geschil is dat de strook grond volgens de kadastrale gegevens onderdeel uitmaakt van een perceel dat eigendom is van Gemeente Lingewaard. De vraag die partijen verdeeld houdt is of [eis.conv./verw.reconv.] door verjaring eigenaar is geworden van de strook grond.

4.3.

De door [eis.conv./verw.reconv.] gestelde verjaring is aangevangen vóór 1 januari 1992, dus onder de gelding van de regels van het Oud BW. Onder het Oud BW kon slechts de bezitter te goeder trouw door verjaring eigenaar worden. Daarbij gold op grond van artikel 2000 Oud BW een verjaringstermijn van 20 jaar voor de bezitter uit hoofde van een wettelijke titel en een verjaringstermijn van 30 jaar voor de bezitter uit hoofde van een gebrekkige titel. Een bezitter te kwader trouw kon onder het Oud BW niet door verjaring de eigendom verkrijgen. Op grond van artikel 73 Overgangswet Nieuw BW zou in geval van bezit te goeder trouw van de rechtsvoorgangers van [eis.conv./verw.reconv.] de eigendom van de strook grond niet eerder zijn verkregen dan per 1 januari 1993 en in geval van bezit te goeder trouw van [eis.conv./verw.reconv.] pas per 11 januari 2003. In geval van bezit te kwader trouw van de rechtsvoorgangers van [eis.conv./verw.reconv.] zou zij de eigendom van de strook grond ingevolge artikel 93 Overgangswet Nieuw BW eveneens niet eerder dan per 1 januari 1993 verkrijgen. Dat [eis.conv./verw.reconv.] te kwader trouw zou zijn is niet gesteld of gebleken.

4.4.

Allereerst moet de vraag worden beantwoord en of sprake is van bezit door (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./verw.reconv.] . De vraag of sprake is van bezit dient te worden beantwoord aan de hand van de maatstaven van de artikelen 3:107 en verder BW. Daaruit volgt dat bezit het houden van een goed voor zichzelf is. Noodzakelijk voor ‘ondubbelzinnig’ bezit is een voor anderen zichtbare uitoefening van de macht over de onroerende zaak waaruit de pretentie van eigendom blijkt. Het moet gaan om een zodanige machtsuitoefening dat naar verkeersopvattingen en op grond van uiterlijke feiten en omstandigheden heeft te gelden dat de macht van de oorspronkelijke bezitter over de onroerende zaak is geëindigd. De onroerende zaak is dan in bezit genomen door de nieuwe bezitter. Deze maatstaven waren onder het Oud BW voor bezit te goeder trouw niet wezenlijk anders.

4.5.

[eis.conv./verw.reconv.] stelt dat de beukenhaag in 1972 of 1973 is aangeplant door haar rechtsvoorgangers, dat deze sindsdien door haar rechtsvoorgangers en haarzelf is onderhouden en dat de beukenhaag een hoge ondoordringbare en dichte afscheiding tussen haar tuin en het trottoir van de [straat/straten] vormt. [eis.conv./verw.reconv.] heeft foto’s overgelegd uit 1986 en 1992 waaruit blijkt dat de beukenhaag toen reeds ongeveer twee meter hoog was en een dichte afscheiding vormde tussen haar perceel en het trottoir van de [straat/straten] .

Gemeente Lingewaard betwist dat de beukenhaag in 1972/1973 is geplant. Zij betoogt dat zij het bezit niet is verloren, omdat in de grond nog duikers en een rioolleiding liggen, die zij onderhoudt. Ook is het enkele beplanten van de strook grond onvoldoende om die publieke grond in bezit te nemen. Zij verwijst in dat verband naar onder meer het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 24 maart 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1059.

4.6.

De rechtbank oordeelt als volgt. Gemeente Lingewaard heeft onvoldoende weersproken dat de beukenhaag een hoge, ondoordringbare en dichte haag is, waardoor de strook grond visueel één geheel vormt met de tuin van [eis.conv./verw.reconv.] . De strook grond is voor derden - en dus ook voor Gemeente Lingewaard - zonder toestemming van [eis.conv./verw.reconv.] niet te betreden. Gemeente Lingewaard heeft geen vrije toegang tot de strook grond en in zoverre is haar macht daarover geëindigd. Het planten van de beukenhaag als afscheiding tussen de tuin en het trottoir van de [straat/straten] is naar het oordeel van de rechtbank dan ook een daad van inbezitneming. Hieraan doet niet af dat Gemeente Lingewaard de duikers en rioolbuis onder de strook grond nog onderhoudt, omdat niet gesteld of gebleken is dat zij voor het uitvoeren van dat onderhoud de strook grond betreedt. Verder is in het onderhavige geval geen sprake van een vergelijkbare situatie als in het voormelde arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarop Gemeente Lingewaard een beroep doet. Niet gesteld of gebleken is dat de rechtsvoorgangers van [eis.conv./verw.reconv.] bij het aanplanten van de beukenhaag, beplanting die door Gemeente Lingewaard was aangebracht heeft vervangen. Op enig moment is de beukenhaag aangeplant met als gevolg dat daarmee voor derden en voor Gemeente Lingewaard op een visueel onmiskenbare en ondubbelzinnige wijze de tuin van [eis.conv./verw.reconv.] is afgescheiden van het trottoir van de [straat/straten] . Dat de strook grond een ‘groenstrook’ is geweest voordat daar een beukenhaag op is geplant is niet gesteld of gebleken. Voorts betwist Gemeente Lingewaard weliswaar dat de beukenhaag in 1972/1973 is geplant door de rechtsvoorgangers van [eis.conv./verw.reconv.] , maar onderbouwt zij deze betwisting niet. Dit had wel van haar mogen worden verwacht, gelet op de onderbouwde stelling van [eis.conv./verw.reconv.] , en nu evenmin is gesteld of gebleken dat Gemeente Lingewaard de beukenhaag zelf heeft geplant. Bovendien verhindert het in de grond hebben van een rioolbuis en duikers naar het oordeel van de rechtbank niet dat de bovengrond in bezit kan worden genomen. Het enkele feit dat aan de kant van de [straat/straten] naast de beukenhaag (ook) een laag muurtje staat en bij de beukenhaag aan de zijde van de [straat/straten] niet, maakt dit oordeel niet anders. Op grond van het voorgaande is de rechtbank vooralsnog van oordeel, dat sprake is van bezit van (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./verw.reconv.] , tenzij komt vast te staan dat zij, althans haar rechtsvoorgangers, slechts houder(s) was/waren van de strook grond.

4.7.

In het midden kan blijven of de rechtsvoorgangers van [eis.conv./verw.reconv.] te goeder of te kwader trouw waren bij het in bezit nemen van de strook grond door het aanplanten van de beukenhaag. In beide gevallen zou de verjaring in 1993 zijn voltooid, immers 20 jaren na 1972/1973.

4.8.

Gemeente Lingewaard betoogt dat [eis.conv./verw.reconv.] slechts houder is geworden van de strook grond omdat (i) zij het gebruik van de grond door (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./verw.reconv.] altijd (stilzwijgend) heeft toegestaan, (ii) [eis.conv./verw.reconv.] haar jarenlang heeft betaald voor het gebruik van de strook grond en (iii) het gebruik door [eis.conv./verw.reconv.] niet kwalificeert als bezit. In dit verband voert Gemeente Lingewaard tevens aan dat zij de bestemming van de strook grond heeft veranderd van verkeer naar wonen, dat [eis.conv./verw.reconv.] het eigendomsrecht van Gemeente Lingewaard heeft erkend en dat er afspraken met de rechtsvoorgangers van [eis.conv./verw.reconv.] zijn gemaakt over het gebruik van de strook grond.

4.9.

De rechtbank oordeelt dat uit het wijzigen van het bestemmingsplan niet volgt dat gebruik van de strook grond is toegestaan. Dit is namelijk geen verklaring gericht aan de gebruiker van de strook grond waaruit die kan begrijpen dat Gemeente Lingewaard van mening is eigenaar van de strook grond te zijn en toestaat dat de strook grond wordt gebruikt. Verder ligt erkenning van het eigendomsrecht van Gemeente Lingewaard niet besloten in het plaatsen van een muurtje door (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./verw.reconv.] op (hun) haar eigen kadastraal perceel, ook niet doordat dit muurtje net voor de kadastrale erfgrens eindigt. Het eigendomsrecht is door [eis.conv./verw.reconv.] ook niet erkend doordat zij de facturen heeft betaald. Als het beroep op verjaring namelijk slaagt, is [eis.conv./verw.reconv.] reeds in 1993 eigenaar geworden van de strook grond, zoals hiervoor is overwogen onder 4.7, waardoor het betalen van de facturen geen erkenning van het eigendomsrecht van Gemeente Lingewaard kan inhouden die tot gevolg heeft dat de verjaring wordt gestuit op grond van art. 3:318 BW. De facturen zijn immers pas vanaf 1998 verstuurd, nog daargelaten dat [eis.conv./verw.reconv.] de ontvangst (en de betaling) van de factuur van 1998 heeft betwist. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het gebruik van de grond door (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./verw.reconv.] moet worden aangemerkt als bezit, zoals hiervoor onder 4.6. is overwogen.

4.10.

Tot slot het beroep van Gemeente Lingewaard op een afspraak die zij volgens haar heeft gemaakt met de rechtsvoorgangers van [eis.conv./verw.reconv.] over het gebruik van de strook grond. Het bestaan van deze afspraak blijkt volgens Gemeente Lingewaard uit brieven van de bewoners van de [adres] , waarin het volgende zou zijn vermeld:

“Voorts is relevant dat, zoals ook in de reconstructie staat, destijds op [straat/straten] de Familie [naam familie 1] woonde en dhr. [naam familie 1] hoofd sociale zaken van de toenmalige gemeente Bemmel was. Voorts woonde op [adres] de familie [naam familie 2] en dhr. [naam familie 2] was hoofd Gemeentewerken. Zoals in de reconstructie ook is aangegeven, is het uit hoofde van beider functies ondenkbaar dat de uitbreiding van de desbetreffende erven met het betrekken van de sloot bij het erf zonder medeweten van en instemming van de gemeente is gebeurd.

Verder hebben de desbetreffende eigenaren identiek en gelijktijdig gehandeld en ook dat duidt op afstemming en coördinatie tussen buurfamilies, maar daarmee ook met de gemeente. Het is dus aannemelijk dat de gemeente op de hoogte was en er zullen dan ook kennelijke afspraken gemaakt zijn omtrent het betrekken van de gronden bij het erf en dat tegen betaling van mogelijk “om niet of anderszins.”

Gemeente Lingewaard heeft deze brief niet overgelegd en niet gesteld of gebleken is wat de datum is van deze brief.

4.11.

De rechtbank oordeelt als volgt. Niet gesteld of gebleken is dat [eis.conv./verw.reconv.] of haar rechtsvoorgangers deze brief kende(n) of heeft/hebben ondertekend, waardoor niet is gebleken dat ook [eis.conv./verw.reconv.] of haar rechtsvoorgangers de afspraken heeft/hebben erkend. Voorts lijkt de brief een reactie te zijn op door Gemeente Lingewaard gesteld onrechtmatig gebruik van de strook grond en dat in dat kader wordt gesteld dat de Gemeente Lingewaard op de hoogte was of moet zijn geweest van het gebruik van de strook grond. Voor zover in de brief wordt gerept van “afspraken over het betrekken van de grond bij het erf tegen betaling om niet of anderszins”, kan daaruit niet zonder meer worden afgeleid dat er daadwerkelijk afspraken bestonden tussen Gemeente Lingewaard en de bewoners van de [straat/straten] , en in ieder geval niet tussen Gemeente Lingewaard en (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./verw.reconv.] . Met de brief wordt dan ook niet aangetoond dat (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./verw.reconv.] slechts houder(s) is (waren) van de strook grond. Verder zegt het feit dat de bewoners van de [straat/straten] het stuk grond dat zij gebruikten van Gemeente Lingewaard hebben gekocht, niets over afspraken tussen Gemeente Lingewaard en (de rechtsvoorgangers van) [eis.conv./verw.reconv.] over de strook grond. Gelet hierop heeft Gemeente Lingewaard vooralsnog onvoldoende onderbouwd dat zij de strook grond aan de rechtsvoorgangers van [eis.conv./verw.reconv.] in gebruik heeft gegeven en dat [eis.conv./verw.reconv.] slechts houder daarvan was.

4.12.

Gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang beschouwd, is de rechtbank voorshands van oordeel dat de rechtsvoorgangers van [eis.conv./verw.reconv.] de strook grond in 1972/1973 in bezit hebben genomen, waardoor [eis.conv./verw.reconv.] door verjaring eigenaar is geworden van de strook grond in 1993. De rechtbank ziet aanleiding om Gemeente Lingewaard toe te laten tot het leveren van tegenbewijs daarvan door aannemelijk te maken dat zij de strook grond aan de rechtsvoorgangers van [eis.conv./verw.reconv.] in gebruik heeft gegeven en dat de rechtsvoorgangers van [eis.conv./verw.reconv.] houders van de strook grond waren.

4.13.

In afwachting van de resultaten van de bewijslevering zal de rechtbank iedere beslissing in conventie en in reconventie aanhouden.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

laat Gemeente Lingewaard toe tegenbewijs te leveren van de voorshands bewezen stelling van [eis.conv./verw.reconv.] , dat zij door verjaring in 1993 eigenaar is geworden van de strook grond,

5.2.

bepaalt dat, voor zover Gemeente Lingewaard dit tegenbewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr.

S.J. Peerdeman in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

5.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 7 juli 2021 voor het opgeven door Gemeente Lingewaard van de getuigen en van hun respectieve verhinderdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de dinsdagen in de maanden oktober 2021 tot en met januari 2022, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.4.

verwijst voor het geval Gemeente Lingewaard op die roldatum heeft medegedeeld geen getuigenbewijs te willen leveren of geen getuigen of verhinderdata heeft opgegeven de zaak naar de achtste rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor vonnis of, maar alleen indien Gemeente Lingewaard daarom op de onder 5.3 bedoelde roldatum heeft verzocht, naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van

Gemeente Lingewaard, waarbij deze desgewenst ook het bewijs schriftelijk kan leveren,

5.5.

bepaalt voorts dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn en, indien daartoe naar het oordeel van de rechter aanleiding bestaat, tijdens en/of na de getuigenverhoren voor de rechter zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of de partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden,

5.6.

bepaalt dat de partijen alle schriftelijke (bewijs)stukken die zij nog in het geding willen brengen uiterlijk twee weken voor het getuigenverhoor in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toegezonden moeten hebben,

5.7.

houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

5.8.

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2021.