Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:4036

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-08-2021
Datum publicatie
10-08-2021
Zaaknummer
C/05/375852 / HA ZA 20-507
Rechtsgebieden
Goederenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erfgrensgeschil. Leveringsakte verwijst naar voorlopige kadastrale grens. Kadastrale grens met een voorlopig karakter kan worden gehanteerd om de erfgrens vast te stellen, mits de aanvrager van de voorlopige grens nauwkeurige gegevens heeft gebruikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/375852 / HA ZA 20-507

Vonnis van 4 augustus 2021

in de zaak van

1 [eis.conv./verw.reconv.1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eis.conv./verw.reconv.2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. M. van Olden te Nijmegen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[ged. conv.1] B.V.,

gevestigd te [plaats] ,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. E.W.J. van Dijk te Elst Gld,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[ged.conv.2] .,

gevestigd te [plaats] ,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. E.W.J. van Dijk te Elst Gld,

3. [ged.conv./eis.reconv.3],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. M.P. Litjens te Arnhem,

4. [ged.conv./eis.reconv.4] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M.P. Litjens te Arnhem,

5. [ged.conv./eis.reconv.5],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. E.M. Uijttewaal te Ochten,

6. [ged.conv./eis.reconv.6],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. E.M. Uijttewaal te Ochten,

7. [ged.conv./eis.reconv.7],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. B. van Treijen te Lent,

8. [ged.conv.eis.reconv.8],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. B. van Treijen te Lent,

9. [ged.conv./eis.reconv.9],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. R. Teerink te Tilburg,

10. [ged.conv./eis.reconv.10],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R. Teerink te Tilburg,

11. [ged.conv./eis.reconv.11],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. R.A. van Helvoirt te 's-Hertogenbosch,

12. [ged.conv./eis.reconv.12],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R.A. van Helvoirt te 's-Hertogenbosch.

Eisers zullen hierna [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] worden genoemd. Gedaagden zullen als volgt worden aangeduid:

Gedaagde sub 1 [ged. conv.1]

Gedaagde sub 2 [ged.conv.2]

Gedaagde sub 3 [ged.conv./eis.reconv.3]

Gedaagde sub 4 [ged.conv./eis.reconv.4]

Gedaagde sub 5 [ged.conv./eis.reconv.5]

Gedaagde sub 6 [ged.conv./eis.reconv.6]

Gedaagde sub 7 [ged.conv./eis.reconv.7]

Gedaagde sub 8 [ged.conv.eis.reconv.8]

Gedaagde sub 9 [ged.conv./eis.reconv.9]

Gedaagde sub 10 [ged.conv./eis.reconv.10]

Gedaagde sub 11 [ged.conv./eis.reconv.11]

Gedaagde sub 12 [ged.conv./eis.reconv.12]

De gedaagde sub 3 tot en met 12 zullen gezamenlijk ook “de achterburen” worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 18 november 2020

  • -

    de akte overlegging productie van [ged.conv./eis.reconv.9] en [ged.conv./eis.reconv.10]

  • -

    de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie in de procedure tussen [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] enerzijds en [ged.conv./eis.reconv.5] en [ged.conv./eis.reconv.6] anderzijds

  • -

    de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie in de procedure tussen [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] enerzijds en [ged.conv./eis.reconv.7] en [ged.conv.eis.reconv.8] anderzijds

  • -

    de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie in de procedure tussen [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] enerzijds en [ged.conv./eis.reconv.9] en [ged.conv./eis.reconv.10] anderzijds

  • -

    de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie in de procedure tussen [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] enerzijds en [ged.conv./eis.reconv.11] en [ged.conv./eis.reconv.12] anderzijds

  • -

    de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie in de procedure tussen [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] enerzijds en [ged.conv./eis.reconv.3] en [ged.conv./eis.reconv.4] anderzijds

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 2 maart 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Bij overeenkomst van 7 september 2018 hebben [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] een perceel bouwgrond gekocht van [ged. conv.1] (de koopovereenkomst). Tegelijk hebben zij een overeenkomst van aanneming gesloten met [ged.conv.2] voor de bouw van een woonhuis.

2.2.

Artikel 8 van de koopovereenkomst bepaalt het volgende:

a. Over- of ondermaat van het verkochte zal aan geen van partijen enig recht verlenen.

b. De juiste situering en de juiste begrenzing van het verkochte zet verkoper uit. Het verkochte is op de aangehechte situatietekening schetsmatig weergegeven. De juiste grootte van het verkochte wordt/is vooraf ingemeten en vastgelegd bij het Kadaster en openbare registers.

2.3.

De situatietekening waarnaar de koopovereenkomst verwijst is weergegeven in de onderstaande afbeelding (perceel 01 is van eisers):

AFBEELDING

2.4.

Met betrekking tot hetgeen aan [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] is geleverd, bevat de akte van levering van 22 oktober 2018 de volgende bepalingen:

Pagina 1 onder D:

“Verkoper heeft de hiervoor bedoelde percelen verkaveld in bouwkavels, elk bestemd voor de bouw van een woning met toebehoren.

Deze bouwkavels zijn op de bij de notaris gedeponeerde en bij de verkoop brochure behorende situatietekening schetsmatig aangegeven met de nummers: 1 tot en met 19.”

Pagina 2:

“Levering / Registergoed

Ter uitvoering van voormelde koopovereenkomst levert verkoper bij deze aan koper […]:

een perceel bouwgrond bestemd voor de bouw van een woning met toebehoren, […], kadastraal bekend gemeente [woonplaats] , [kadastrale gegevens] , waaraan door het Kadaster een voorlopige kadastrale grens en oppervlakte van respectievelijk 4 are en 77 centiare (4a 77ca) en zeventien centiare (17 ca) is toegekend;

hierna het verkochte,

in het onderhavige nieuwbouwproject aangeduid als bouwkavel nummer 1.”

2.5.

De achterburen wonen allen naast elkaar en hun achtertuinen grenzen alle aan de tuin van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] . In de onderstaande afbeelding is de situatie weergegeven, zoals deze staat in de door [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] als productie 7 overgelegde kadastrale kaart van 2020. De daarin opgenomen erfgrenzen zijn voorlopig van aard. De achtergelegen percelen zijn als volgt verdeeld.

  • -

    Perceel [nummer] : [ged.conv./eis.reconv.11] en [ged.conv./eis.reconv.12]

  • -

    Perceel [nummer] : [ged.conv./eis.reconv.9] en [ged.conv./eis.reconv.10]

  • -

    Perceel [nummer] : [ged.conv./eis.reconv.7] en [ged.conv.eis.reconv.8]

  • -

    Perceel [nummer] en [nummer] : [ged.conv./eis.reconv.5] en [ged.conv./eis.reconv.6]

  • -

    Perceel [nummer] : [ged.conv./eis.reconv.3] en [ged.conv./eis.reconv.4]

AFBEELDING

Perceel [ged.conv./eis.reconv.11] en [ged.conv./eis.reconv.12]

2.6.

[ged.conv./eis.reconv.11] en [ged.conv./eis.reconv.12] hebben hun perceel in december 2015 gekocht. In februari 2018 is hun nieuwbouwhuis opgeleverd. [ged.conv./eis.reconv.11] en [ged.conv./eis.reconv.12] hebben geen akte van levering overgelegd.

Perceel [ged.conv./eis.reconv.9] en [ged.conv./eis.reconv.10]

2.7.

[ged.conv./eis.reconv.9] en [ged.conv./eis.reconv.10] hebben hun perceel op 6 mei 2016 geleverd gekregen. De akte van levering bepaalt het volgende:

Pagina 3 onder B:

“Verkoper heeft de hiervoor bedoelde percelen verkaveld in bouwkavels, elk bestemd voor de bouw van een woning met toebehoren.

Deze bouwkavels zijn op de bij de notaris gedeponeerde en bij de verkoop brochure behorende situatietekening schetsmatig aangegeven met de nummers 1: tot en met 12.”

Pagina 3 onder Levering / Registergoed

“Ter uitvoering van voormelde koopovereenkomst levert verkoper bij deze aan koper […]:

een perceel bouwgrond, […], kadastraal bekend gemeente [woonplaats] , [kadastrale gegevens] , waaraan door het Kadaster een voorlopige kadastrale grens en oppervlakte van respectievelijk twee are en tweeënzestig centiare (2a 62ca) is toegekend;

hierna te noemen: het verkochte,

in het onderhavige nieuwbouwproject aangeduid als bouwkavel nummer 2”

Perceel [ged.conv./eis.reconv.7] en [ged.conv.eis.reconv.8]

2.8.

[ged.conv./eis.reconv.7] en [ged.conv.eis.reconv.8] hebben hun perceel op 5 december 2016 geleverd gekregen van [ged. conv.1] B.V. Zij hebben geen akte van levering overgelegd.

Perceel [ged.conv./eis.reconv.5] en [ged.conv./eis.reconv.6]

2.9.

[ged.conv./eis.reconv.5] en [ged.conv./eis.reconv.6] hebben ten aanzien van hun perceel op 26 mei 2016 een koopovereenkomst gesloten met [betrokken VOF] . [ged.conv./eis.reconv.5] en [ged.conv./eis.reconv.6] hebben geen akte van levering overgelegd.

Perceel [ged.conv./eis.reconv.3] en [ged.conv./eis.reconv.4]

2.10.

[ged.conv./eis.reconv.3] en [ged.conv./eis.reconv.4] hebben het perceel 3730 geleverd gekregen op 17 juli 2017. De akte van levering bepaalt het volgende:

Pagina 4 onder B:

“Verkoper heeft de hiervoor bedoelde percelen verkaveld in bouwkavels, elk bestemd voor de bouw van een woning met toebehoren.

Deze bouwkavels zijn op de bij de notaris gedeponeerde en bij de verkoop brochure behorende situatietekening schetsmatig aangegeven met de nummers 1: tot en met 12.”

Pagina 4 onder Levering / Registergoed

“Ter uitvoering van voormelde koopovereenkomst levert verkoper bij deze aan koper […]:

een perceel bouwgrond, […], kadastraal bekend gemeente [woonplaats] , [kadastrale gegevens] , waaraan door het Kadaster een voorlopige kadastrale grens en oppervlakte van respectievelijk twee are en vijftig centiare (2a 35ca) is toegekend;

hierna te noemen: het verkochte,

in het onderhavige nieuwbouwproject aangeduid als bouwkavel nummer 5”

De betreffende situatieschets en kadastrale tekening (met voorlopige grenzen) staan hieronder afgebeeld:

2 x AFBEELDING

2.11.

[ged.conv./eis.reconv.3] en [ged.conv./eis.reconv.4] hebben op hun perceel een huis laten bouwen door [betrokken BV 1] ( [betrokken BV 1] ). Bij de oplevering van het huis heeft [betrokken BV 1] piketpaaltes geslagen. Daarbij is [betrokken BV 1] uitgegaan van de gegevens zoals weergegeven in de onderstaande tekening van [betrokken BV 2] .

AFBEELDING

De schutting

2.12.

In maart 2018 hebben de achterburen (samen met nog zeven andere naastgelegen percelen die niet aan [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] grenzen) gezamenlijk een schutting laten aanleggen die hun achtertuinen afscheidde van het (toen nog braakliggende) perceel waarop later – onder meer – het huis van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] zou worden gebouwd. De totale kosten hiervan bedroegen € 15.877,89 en deze kosten zijn gedeeld door de eigenaren van de percelen die met de schutting zijn afgesloten.

De reconstructie door de heer [betrokkene1] van [ged.conv.2] B.V.

2.13.

In oktober 2019 heeft de heer [betrokkene1] , werkzaam bij [ged.conv.2] B.V., een tekening gemaakt waarin de schutting staat ingetekend en de erfgrens zoals die volgens de heer [betrokkene1] zou moeten lopen (zie de afbeelding hieronder). Het daarin gearceerde deel betreft de strook grond die volgens [betrokkene1] aan [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] toebehoort, maar als gevolg van de plaatsing van de schuttingen in gebruik is bij de achterburen. Het gaat om een oppervlak van in totaal 19 m2.

AFBEELDING

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] vorderen dat de rechtbank:

I. voor recht verklaart dat de in de tekening bij productie 11 weergegeven gearceerde grond (zie afbeelding hierboven bij r.o. 2.13) onderdeel uitmaakt van hetgeen zij van [ged. conv.1] hebben gekocht;

II. voor recht verklaart dat [ged. conv.1] en [ged.conv.2] toerekenbaar tekort zijn geschoten door de grenzen niet juist uit te zetten;

III. [ged. conv.1] en Van [ged.conv.2] gebiedt om de erfgrens alsnog juist uit te zetten;

IV. de achterburen gebiedt medewerking te verlenen aan het juist uitzetten van de percelen als bedoeld onder III;

V. de achterburen gebiedt de schuttingen te verplaatsen zodat deze corresponderen met de erfgrens zoals weergegeven in de tekening bij productie 11;

VI. Gedaagden hoofdelijk gebiedt medewerking te verlenen aan de nodige inschrijvingen;

VII. een en ander op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat gedaagden de geboden onder III tot en met VI niet nakomen.

3.2.

Daartoe stellen [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] dat [ged. conv.1] en [ged.conv.2] toerekenbaar tekort zijn geschoten door de erfgrens niet juist uit te zetten, althans door te accepteren dat de erfgrens niet juist is uitgezet en de schutting op de verkeerde plek is geplaatst. De vorderingen gericht tegen de achterburen zijn gestoeld op de stelling dat de schutting zich op de grond van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] bevindt.

3.3.

De achterburen hebben, per kavel, ieder met een eigen conclusie van antwoord verweer gevoerd.

in voorwaardelijke reconventie

3.4.

Voor zover de rechtbank van oordeel is dat de schutting op de grond van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] staat, zijn de volgende reconventionele vorderingen ingesteld.

3.5.

[ged.conv./eis.reconv.11] , [ged.conv./eis.reconv.12] , [ged.conv./eis.reconv.9] , [ged.conv./eis.reconv.10] , [ged.conv./eis.reconv.5] en [ged.conv./eis.reconv.6] vorderen dat de rechtbank [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] gebiedt om, tegen schadeloosstelling, een erfdienstbaarheid te vestigen, dan wel de grond aan hen over te dragen (zulks ter keuze van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] ), een en ander met veroordeling van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] in de kosten in reconventie.

3.6.

[ged.conv./eis.reconv.7] en [ged.conv.eis.reconv.8] vorderen dat de rechtbank [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] gebiedt om, met verrekening van schadeloosstelling, dan wel tegen schadeloosstelling, de grond aan hen over te dragen, een en ander met veroordeling van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] in de kosten in reconventie.

3.7.

[ged.conv./eis.reconv.3] en [ged.conv./eis.reconv.4] vorderen primair dat de rechtbank [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] gebiedt om tegen schadeloosstelling van een bedrag van € 311,74 per m2, de grond aan hen over te dragen en subsidiair dat de rechtbank [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] gebiedt om een erfdienstbaarheid te vestigen, een en ander met veroordeling van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] in de kosten in reconventie.

3.8.

De reconventionele vorderingen zijn in alle gevallen gebaseerd op de stelling dat hier sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 5:54 BW en dat de achterburen onevenredig zouden worden benadeeld bij handhaving van de erfgrens zoals deze volgens [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] ligt.

4 De beoordeling in conventie

Preliminaire verweren

4.1.

Er is een tweetal preliminaire verweren aangevoerd door [ged.conv./eis.reconv.7] en [ged.conv.eis.reconv.8] . In de eerste plaats voeren zij aan dat de kantonrechter absoluut bevoegd zou zijn omdat de waarde van de betreffende grond en de eventueel te verplaatsen schutting gezamenlijk een waarde vertegenwoordigen van minder dan € 25.000,00. In hun tweede verweer verzetten zij zich tegen gezamenlijke behandeling van de diverse vorderingen tegen de verschillende gedaagden.

4.2.

Beide verweren worden gepasseerd. De gevolgen van de vorderingen van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] omvatten meer dan enkel de kosten van het verplaatsen van de schuur en de waarde van de grond, zodat geen sprake is van duidelijke aanwijzingen dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,00. Voor het afzonderlijk behandelen van de vorderingen tegen de verschillende gedaagden ziet de rechtbank, gezien de feitelijke samenhang, geen aanleiding.

4.3.

De rechtbank zal hierna de conventionele vorderingen van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] per vordering bespreken.

Ad I: verklaring voor recht dat de in de tekening bij productie 11 weergegeven gearceerde grond (zie r.o. 2.13 hierboven) onderdeel uitmaakt van hetgeen zij van [ged. conv.1] hebben gekocht

4.4.

In het licht van de stellingen van partijen (en in het bijzonder de door [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] gevorderde ontruiming), begrijpt de rechtbank deze vordering aldus dat met “gekocht” mede geleverd wordt bedoeld. Om dan een oordeel te geven over het gevorderde onder I – en dit is meteen ook de kern van dit geschil – dient de rechtbank vast te stellen waar zich de erfgrens bevindt tussen het perceel van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] enerzijds en de percelen van de achterburen anderzijds. Daarbij is bepalend welk stuk grond aan welke partij is geleverd. Volgens vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld Hoge Raad 22 oktober 2010, LJN: BM8933) komt het daarbij aan op de in de notariële leveringsakte (een authentieke akte) tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling die moet worden afgeleid uit de in deze akte opgenomen, naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte uit te leggen omschrijving van de over te dragen onroerende zaken. De bedoeling van de betreffende partijen bij de uitleg van hetgeen met deze leveringsakte is geleverd, is dus slechts relevant voor zover deze bedoeling uit de notariële leveringsakte blijkt.

4.5.

De akte van levering van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] verwijst naar een situatietekening waar een en ander “schetsmatig” in staat weergegeven en naar een “voorlopige kadastrale grens”. Gelijksoortige omschrijvingen zijn opgenomen in de leveringsakten met betrekking tot de percelen die zijn geleverd aan [ged.conv./eis.reconv.3] en [ged.conv./eis.reconv.4] en aan [ged.conv./eis.reconv.9] en [ged.conv./eis.reconv.10] . De overige gedaagden hebben geen leveringsakte overgelegd. Omdat de rechtbank alleen aan de hand van de leveringsakten kan beoordelen waar de erfgrens loopt, zal zij met toepassing van artikel 22 Rv de partijen die dat nog niet hebben gedaan bevelen de leveringsakten in het geding te brengen.

4.6.

Ten aanzien van de percelen waar de rechtbank wel over de leveringsakten beschikt, constateert de rechtbank dat deze alle verwijzen naar een voorlopige kadastrale grens. Dit betekent dat hetgeen aan de verschillende partijen is geleverd, vastgesteld moet worden aan de hand van de voorlopige kadastrale grens, zoals die ten tijde van de verschillende leveringshandelingen stond ingeschreven in het kadaster.

4.7.

Dat die kadastrale grens een voorlopig karakter heeft, betekent niet dat deze niet kan worden gehanteerd om de erfgrens tussen de geleverde percelen vast te stellen, mits de gegevens die zijn gebruikt om de voorlopige grens te bepalen voldoende nauwkeurig zijn. Dit zal het geval zijn, indien de voorlopige kadastrale grens is gebaseerd op door de aanvrager van de voorlopige grens (de ontwikkelaar) gehanteerde, nauwkeurige gegevens (bijvoorbeeld GPS coördinaten). Indien de ontwikkelaar dergelijke gegevens heeft gebruikt om de voorlopige grens, waarnaar in de leveringsakte wordt verwezen, te bepalen, dan is er sprake van een op grond van de authentieke akte vast te stellen erfgrens. Indien deze grens dan zou overeenstemmen met de tekening zoals die door de heer [betrokkene1] van [ged.conv.2] is getekend, dan is de gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar.

4.8.

Aan [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] zal in dit verband een bewijsopdracht worden gegeven.

4.9.

Voor zover de vordering ad I gericht is tegen [ged. conv.1] en [ged.conv.2] , hebben [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] niet aangegeven welk belang zij bij die vordering hebben, nu [ged. conv.1] en [ged.conv.2] geen eigenaar zijn van (een van) de aangrenzende percelen.

Ad II, III en IV: uitzetten erfgrens door [ged. conv.1] en [ged.conv.2] ;

4.10.

Voor zover de vorderingen zijn gericht tegen [ged.conv.2] , heeft [ged.conv.2] gemotiveerd weersproken dat op haar enige contractuele verplichting rustte om het perceel van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] uit te zetten. Artikel 8 van de koopovereenkomst tussen [ged. conv.1] enerzijds en [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] anderzijds beschrijft de verplichting van de verkoper om de juiste situering en de juiste begrenzing van het verkochte uit te zetten. Een dergelijke verplichting is niet opgenomen in de overeenkomst van aanneming en kan daaruit ook niet worden afgeleid. Dat de koopovereenkomst en de overeenkomst van aanneming onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, zoals door [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] aangevoerd, maakt nog niet dat alle verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst ook op [ged.conv.2] zijn komen te rusten.

4.11.

Voor zover de vordering tegen [ged. conv.1] is gericht, betwist [ged. conv.1] dat de erfgrenzen verkeerd zouden zijn uitgezet. De grenzen zijn uitgezet door [betrokken BV 1] en [ged. conv.1] heeft geen enkele reden om aan te nemen dat [betrokken BV 1] dat niet juist heeft gedaan. Als de schutting niet op de erfgrens staat, dan komt dat doordat de achterburen de schutting niet op de erfgrens hebben geplaatst, maar niet omdat die niet juist zou zijn uitgezet.

4.12.

De rechtbank oordeelt in dit verband als volgt. Ten aanzien van de onder II gevorderde verklaringen voor recht, hebben [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] niet onderbouwd dat zij in de verhouding tot [ged. conv.1] een zelfstandig belang hebben bij die verklaring voor recht.

4.13.

Hetgeen [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] vorderen onder III kan niet worden toegewezen aangezien [ged. conv.1] niet (meer) de eigenaar is van de grond. Het bepalen en/of afbakenen van de erfgrens is een zaak tussen de eigenaren van de aan elkaar grenzende erven en niet van de projectontwikkelaar (zie ook artikel 5:46 BW). [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] hebben ook niet uitgelegd welk belang zij hebben bij het laten uitzetten van de erfgrens door [ged. conv.1] . Datzelfde geldt ten aanzien van de vordering onder VI. [ged. conv.1] kan geen medewerking verlenen aan de inschrijving van de erfgrens in het kadaster, nu zij geen eigenaar is van (een van) de betrokken percelen.

4.14.

Nu er geen jegens [ged. conv.1] toewijsbare vordering is ingesteld, kan in het midden blijven of [ged. conv.1] met betrekking tot het uitzetten van de erfgrens een verwijt kan worden gemaakt. Verder betekent dit dat de vordering on IV (medewerking achterburen) zal worden afgewezen.

Ad V en VI: verplaatsen schutting en inschrijving kadaster

4.15.

De beoordeling van deze vordering zal afhangen van de vraag of [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] slagen in het aan hen opgedragen bewijs. De rechtbank zal de beslissing daarover aanhouden.

5 De beoordeling in reconventie

5.1.

Hoewel de vorderingen in reconventie voorwaardelijk zijn ingesteld, acht de rechtbank het opportuun, mede met het oog op mogelijk overleg tussen partijen naar aanleiding van dit tussenvonnis, om het volgende te overwegen.

5.2.

De reconventionele vorderingen zijn alle gebaseerd op artikel 5:54 BW. Dit artikel is echter alleen van toepassingen ten aanzien van gebouwen die ten dele op, boven of onder het erf van een ander zijn gebouwd. Voor zover een gebouw of werk geheel op de grond van een ander is gebouwd, vindt artikel 5:54 BW geen toepassing.

6 De beslissing

De rechtbank

In conventie

6.1.

beveelt gedaagden, voor zover dat nog niet is gebeurd, de leveringsakten waarmee de betreffende percelen aan hen zijn geleverd op uiterlijk de rol van 1 september 2021 in het geding te brengen,

6.2.

draagt [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] op te bewijzen dat de in akten van levering met betrekking tot de percelen van henzelf en van de achterburen genoemde kadastrale voorlopige grens is gebaseerd op aan het kadaster verstrekte gegevens en dat de tekening van de heer [betrokkene1] van [ged.conv.2] op diezelfde gegevens is gebaseerd,

6.3.

bepaalt dat, voor zover [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] dit bewijs door middel van getuigen willen leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. H.F.R. van Heemstra in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

6.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 1 september 2021 voor het opgeven door [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] van de getuigen en van hun respectieve verhinderdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de dinsdagen in de maanden oktober 2021 tot en met februari 2022, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

6.5.

verwijst voor het geval [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] op die roldatum hebben medegedeeld geen getuigenbewijs te willen leveren of geen getuigen of verhinderdata hebben opgegeven de zaak naar de achtste rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor vonnis of, maar alleen indien [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] daarom op de onder 5.4 bedoelde roldatum hebben verzocht, naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van [eis.conv./verw.reconv.1] en [eis.conv./verw.reconv.2] , waarbij deze desgewenst ook het bewijs schriftelijk kan leveren,

6.6.

bepaalt voorts dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn en, indien daartoe naar het oordeel van de rechter aanleiding bestaat, tijdens en/of na de getuigenverhoren voor de rechter zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of de partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden,

6.7.

bepaalt dat de partijen alle schriftelijke (bewijs)stukken die zij nog in het geding willen brengen uiterlijk twee weken voor het getuigenverhoor in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toegezonden moeten hebben,

In conventie en reconventie

6.8.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2021.