Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:3755

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-06-2021
Datum publicatie
15-07-2021
Zaaknummer
C/05/389742 FZ RK 21/1746
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek tot verlenen van een opvolgende geschorste rechterlijke machtiging, art. 1:1 lid 3 Wvggz jo. art. 24 Wzd, die expireert gedurende de looptijd van de zorgmachtiging, Wvggz. De rechtbank laat anders dan verzocht art. 1 lid 6 en art. 39 lid 7 Wzd niet buiten toepassing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JGz 2021/70 met annotatie van Frederiks, B.J.M.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats: Zutphen

Zaakgegevens: C/05/389742 FZ RK 21/1746

Datum mondelinge uitspraak: 28 juni 2021

Beschikking opvolgende rechterlijke machtiging Wzd

inzake

het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een opvolgende geschorste rechterlijke machtiging voor de duur van een jaar als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd) waarbij er tevens sprake is van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[cliënt] ,

geboren op [geboortedatum] ,

verblijfadres: Tactus, locatie Piet Heinstraat, te Zutphen,
op grond van een zorgmachtiging geldend tot 20 oktober 2021 met een geschorste rechterlijke machtiging geldend tot 22 juli 2021,

hierna te noemen: cliënt,

advocaat: mr. P.J.W. de Water te Katwijk.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 22 juni 2021.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 via beeldbellen plaatsgevonden op 28 juni 2021.

1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord:

  • -

    de advocaat van de cliënt;

  • -

    mevr. [naam 1] , als juridisch adviseur verbonden aan het CIZ;

  • -

    mevr. [naam 2] , als GZ-psycholoog verbonden aan Trajectum;

  • -

    mevr. [naam 3] , als Wzd-functionaris en arts verbonden aan Trajectum;

  • -

    mevr. [naam 4] , als verpleegkundig specialist GGZ verbonden aan Tactus;

  • -

    dhr. [naam 5] , als curator van de cliënt.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de cliënt niet bereid was zich te doen horen.

2 Beoordeling

2.1.

Ten aanzien van de wijze waarop de procedure mondeling is behandeld, overweegt de rechtbank als volgt. Vanwege de maatregelen van de overheid ter bestrijding van het coronavirus (COVID-19) is het landelijk beleid van de Rechtspraak dat het niet is toegestaan de accommodatie waar cliënt verblijft te bezoeken. Dit levert voor cliënt en de medebewoners en verzorgers een onaanvaardbaar besmettingsgevaar op. Datzelfde geldt voor de medewerkers van de rechtbank, alsook voor bewoners en verzorgers van overige accommodaties indien van dit beleid zou worden afgeweken. Om die reden heeft de mondelinge behandeling via beeldbellen plaatsgevonden.

2.2.

Op 20 april 2021 heeft de rechtbank een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg op grond van de Wvggz verleend tot en met 20 oktober 2021, waardoor de op 23 juli 2020 door de rechtbank verleende machtiging tot voortzetting van het verblijf op grond van de Wzd per 20 april 2021 is geschorst (art. 1:1 lid 3 Wvggz).

2.3.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een verstandelijke handicap gepaard gaand met een psychische stoornis, te weten lichtverstandelijke beperking, hechtingsproblematiek, gokverslaving en een gestoorde identiteitsontwikkeling.

2.4.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap en stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in (het aanzienlijk risico op):

  • -

    ernstig lichamelijk letsel;

  • -

    ernstige psychische schade;

  • -

    ernstige materiële schade;

  • -

    ernstige immateriële schade;

  • -

    ernstige financiële schade;

  • -

    ernstige verwaarlozing;

  • -

    maatschappelijke teloorgang;

  • -

    bedreiging van de veiligheid van cliënt al dan niet doordat cliënt onder invloed van een ander raakt;

  • -

    gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen.

2.5.

De cliënt heeft zich onttrokken aan de behandeling bij Tactus. De behandelaren zijn niet door de cliënt geïnformeerd over haar huidige verblijfplaats. Zij is een half uur voor de mondelinge behandeling nogmaals op de hoogte gebracht door de curator van het tijdstip van de zitting. Echter heeft de cliënt het besluit genomen niet te verschijnen, waardoor de rechtbank constateert dat zij niet bereid was gehoord te worden.

2.6.

Het CIZ heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd. De cliënt is op 2 juni 2021 opgenomen bij Tactus op grond van de zorgmachtiging. Dit betreft een afkickkliniek waar cliënt drie maanden klinisch behandeld wordt. De verslavingsproblematiek van betrokkene is momenteel voorliggend. Na het afronden van de detox behandeling bij Tactus zal cliënt terugkeren naar een locatie van Trajectum om de gestaakte behandeling daar voort te zetten. Trajectum betreft een Wzd-accommodatie die aansluit bij de verstandelijke handicap van de cliënt. De verwachting is dat de cliënt niet bereid is vrijwillig terug te keren naar Trajectum, waardoor een verlenging van de geschorste rechterlijke machtiging verzocht is. Mocht de rechtbank art. 1 lid 6 en art. 39 lid 7 Wzd niet buiten toepassing laten, dan verzoekt het CIZ subsidiair afwijzing van het verzoek. Het is niet in het belang van de cliënt om een rechterlijke machtiging te verlenen als daardoor de zorgmachtiging vervalt, zoals bepaald in art. 1 lid 6 Wzd.

2.7.

De curator brengt naar voren dat de cliënt niet meer bij Tactus terecht kan nu zij zich heeft onttrokken. Er is daar geen plek meer voor haar. Echter is de lopende zorgmachtiging niet afdoende voor een heropname bij Trajectum, aangezien Trajectum een Wzd geregistreerde instelling betreft. Zonder een rechterlijke machtiging zal de cliënt weglopen uit de instelling. Er zijn dwangmiddelen nodig om haar binnen de instelling te houden. Mocht Tactus haar niet meer willen opnemen dan verzoekt de curator om een rechterlijke machtiging te verlenen.

2.8.

De behandelaar verbonden aan Tactus is het eens met hetgeen de curator stelt.

2.9.

De behandelaren verbonden aan Trajectum stellen zich op het standpunt dat de splitsing van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) in de Wzd en de Wvggz heeft geleid tot een problematische situatie bij de cliënt. Haar verslavingsproblematiek is momenteel voorliggend op de verstandelijke handicap, waardoor er voor een beperkte duur behandeling zou volgen bij Tactus op grond van een zorgmachtiging. Opname bij Tactus op vrijwillige basis was en is in casu geen optie. Ze is al lang in behandeling bij Trajectum, waardoor zij een zorgplicht hebben naar de cliënt toe. Trajectum is een Wzd geregistreerde instelling, waardoor een gedwongen heropname van de cliënt op grond van de zorgmachtiging niet mogelijk is.

2.10.

De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Er is geen sprake van een ernstig nadeel of gevaar bij cliënt nu er sprake is van een lopende zorgmachtiging. Daarnaast is er onvoldoende duidelijkheid omtrent de voorliggende problematiek van de cliënt. Een zorgmachtiging op grond van de Wvggz is passend.

2.11.

De rechtbank overweegt als volgt. Het CIZ verzoekt primair een rechterlijke machtiging te verlenen maar koppelt daar de voorwaarde aan dat de rechtbank die verlenging van de machtiging alleen afgeeft wanneer zij daarbij bepaalt dat twee bepalingen uit de Wzd buiten toepassing worden verklaard. Het gaat daarbij om de bepaling dat een eerder afgegeven zorgmachtiging in het kader van de Wvggz komt te vervallen bij afgifte van een rechterlijke machtiging, zie artikel 1 lid 6 Wzd, en de bepaling dat de rechterlijke machtiging binnen vier weken ten uitvoer moet worden gelegd, neergelegd in artikel 39 lid 7 Wzd.

De achterliggende gedachte bij dit atypische verzoek is dat cliënt momenteel met een zorgmachtiging op basis van de Wvggz is geplaatst in een verslavingskliniek en zij daarna weer terug moet naar een Wzd geregistreerde accommodatie en zij dit naar verwachting niet op vrijwillige basis zal doen. Op dit moment heeft betrokkene nog een geschorste rechterlijke machtiging maar die loopt af op 22 juli 2021. Met het onderhavige verzoek wordt beoogd een nieuwe, aansluitende rechterlijke machtiging te krijgen op basis waarvan cliënt na afloop van haar behandeling in de verslavingskliniek wederom kan worden opgenomen in een Wzd geregistreerde accommodatie. Omdat op dit moment nog onduidelijk is wanneer dat zal zijn wordt verzocht de vier weken termijn, waarbinnen de rechterlijke machtiging ten uitvoer moet worden gelegd, buiten toepassing te verklaren. Anderzijds wil de verzoeker voorkomen dat de zorgmachtiging vervalt omdat de cliënt dan zonder titel in de verslavingskliniek zou verblijven en het sterke vermoeden bestaat dat cliënt dan die kliniek zal verlaten. Een extra complicerende factor hierbij is dat betrokkene sedert enkele dagen al ongeoorloofd afwezig is. Mocht de rechtbank hier niet in meegaan dan

verzoekt het CIZ subsidiair afwijzing van het verzoek.

De rechtbank is van oordeel dat zij niet kan voldoen aan de aan toewijzing van het verzoek gekoppelde voorwaarden. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende. De wetgever heeft in de Wzd geen regeling opgenomen voor het geval de termijn van de geschorste rechterlijke machtiging afloopt gedurende de looptijd van de tussentijds afgegeven zorgmachtiging in het kader van de Wvggz. De wetgever heeft niet stilgestaan bij de mogelijkheid van een noodzakelijk geachte continuering van de geschorste rechterlijke machtiging als de afgegeven rechterlijke machtiging expireert gedurende de looptijd van de zorgmachtiging. De rechtbank is van oordeel dat het niet op de weg van de rechter ligt om deze omissies te corrigeren door de desbetreffende bepalingen buiten toepassing te verklaren, zoals thans wordt verzocht in de onderhavige zaak. Hierbij speelt ook mee dat de zorgmachtiging van de cliënt nog loopt tot en met 20 oktober 2021. Dat maakt dat verzoeker tegen die tijd altijd een nieuwe rechterlijke machtiging kan verzoeken. De rechtbank merkt daarbij op dat zij nu niet toekomt aan de vraag wat bij cliënt de voorliggende stoornis is. De medische verklaring spreekt over een lange psychiatrische voorgeschiedenis bij een getraumatiseerde onthechte jonge vrouw waarbij er sprake is van forse agressieve impulsdoorbraken en suïcidaal gedrag. Er is sprake van licht verstandelijke beperking en psychotische kwetsbaarheid. Betrokkene heeft een gokverslaving ontwikkeld waarbij zij zich geprostitueerd heeft en er is sprake van soft- en harddrugsgebruik, aldus de medische verklaring. Bovendien maakt het zorgplan gewag van een mogelijke posttraumatisch stressstoornis, een borderline persoonlijkheidsstoornis, een oppositioneel opstandige gedragsstoornis en andere problemen verband houdend met psychosociale omstandigheden. Dat alles maakt dat het naar het oordeel van de rechtbank zeer de vraag is of, los van de zorgbehoefte van cliënt, de licht verstandelijke beperking de voorliggende problematiek is en dus of een rechterlijke machtiging geïndiceerd is. Immers, alle andere stoornissen vallen onder het regiem van de Wvggz. Op grond van het bovenstaande zal het primaire verzoek worden afgewezen. Dat leidt feitelijk tot toewijzing van het subsidiaire verzoek tot afwijzing van het verzoek. Omdat verzoeker juridisch niet om afwijzing van het door haar ingediende verzoek kan vragen en een intrekking ervan meer in de rede had gelegen, hetgeen niet is gebeurd en toewijzing van dit subsidiaire verzoek tot een wat bijzonder dictum zou leiden ziet de rechtbank daarvan af en zal het dictum luiden dat het verzoek in zijn geheel wordt afgewezen.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2021 door mr. R.B.M. Keurentjes, rechter, in tegenwoordigheid van N. van Engelenburg, griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 1 juli 2021.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.