Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:3730

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-05-2021
Datum publicatie
29-07-2021
Zaaknummer
C/05/374722 / HA ZA 20-474
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

6:162 BW

Geen onrechtmatig handelen gemeente, geen schending plicht tot verstrekken van informatie omtrent komst van windmolens in naburige gemeente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/374722 / HA ZA 20-474

Vonnis van 19 mei 2021

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. H.A. Schenke te Nijmegen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE TIEL,

zetelend te Tiel,

gedaagde,

advocaat mr. S.A.L. van de Sande te Breda.

Partijen zullen hierna [eiser sub 1] en [eiser sub 2] respectievelijk de gemeente Tiel genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 18 november 2020

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De kern van het geschil

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] spreken de gemeente Tiel aan omdat de gemeente Tiel hen onvoldoende informatie zou hebben verstrekt omtrent planologische ontwikkelingen in de omgeving van hun perceel.

3 De feiten

3.1.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben in april 2015 een koopovereenkomst gesloten voor de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , gemeente Tiel (hierna: “de woning”). De koopprijs bedroeg € 620.000,00.

3.2.

Voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst heeft [eiser sub 2] informatie ingewonnen bij het Omgevingsloket van de gemeente Tiel. Bij e-mailbericht van 26 februari 2015 heeft [medewerkster Omgevingsloket] , medewerkster bij het Omgevingsloket van de gemeente [plaats] (hierna: “ [medewerkster Omgevingsloket] ”), het volgende aan [eiser sub 2] bericht:

Geachte [eiser sub 2] ,

[adres] is bestemd binnen het bestemmingsplan Buitengebied 2005.

De kavelbestemming is Wonen. (…)

De rest van perceel [perceel] heeft de bestemming Agrarisch gebied.

De betreffende voorschriften en plankaart zijn bijgevoegd.

Verder is het paraplubestemmingsplan Archeologie ook nog van toepassing. Er loopt een grens tussen verschillende waarden over het perceel (zie kaartje).

Het noordelijke gedeelte van het perceel heeft archeologische waarde 3 en het zuidelijke gedeelte van het perceel archeologische waarde 4. De voorschriften die bij deze waarden horen zijn ook bijgevoegd.

(…)

3.3.

Bij e-mailbericht van 12 maart 2015 heeft [medewerkster Omgevingsloket] het volgende aan [eiser sub 2] laten weten:

Geachte [eiser sub 2] ,

Om u zo volledig mogelijk te informeren willen wij u ook attenderen op het vigerende Paraplubestemmingsplan Regionale Regelingen. (…)

Bijgaand sturen wij u de betreffende planregels. Het gehele bestemmingsplan Buitengebied 2005 is in te zien op [website] . Het gehele bestemmingsplan Regionale Regelingen is in te zien op [website] en op www.ruimtelijkeplannen.nl.

(…)

3.4.

Kort nadat de woning aan hen in eigendom was overgedragen, eind mei 2015, vernamen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] dat er op ongeveer een kilometer van de woning, op [plaats] aan de overkant van de [snelweg] , [X aantal] zouden worden geplaatst.

3.5.

[plaats] ligt op het grondgebied van de gemeente [plaats] .

3.6.

Bij e-mailbericht van 23 september 2016 heeft [eiser sub 2] het volgende aan [medewerkster Omgevingsloket] laten weten:

Beste [medewerkster Omgevingsloket] ,

Vorig jaar hebben wij elkaar gesproken omdat wij (net zoals velen anderen destijds) interesse hadden in de boerderij aan de [adres] . Naar aanleiding van ons telefoongesprek waarin wij vroegen of er omstandigheden zijn waar wij rekening mee moesten houden voor de aankoop van inmiddels ons huidige huis. U heeft daarop het e.e.a. aan ons toegestuurd aangaande het bestemmingsplan en andere regelingen.

Graag verneem ik van u of aangaande ons huis plannen of regelingen bij de gemeente bekend zijn die de waarde van ons huis zouden kunnen beïnvloeden.

(…)

3.7.

Bij e-mailbericht van 26 september 2019 heeft [medewerkster Omgevingsloket] het volgende aan [eiser sub 2] bericht:

Geachte [eiser sub 2] ,

In het laatste kwartaal van 2016 of het eerste kwartaal van 2017 verwachten wij het voorontwerp van het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied. Wij raden u aan om hieromtrent de publicaties te volgen op [website] en in de krant Stad [plaats] . Zodra het voorontwerp er inzage ligt, raad ik u aan om te beoordelen of de bestemming juist is opgenomen.

Verder zijn er momenteel geen andere plannen of regelingen bekend.

(…)

3.8.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben (samen met andere omwonenden) beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning om (onder meer) de [X aantal] te plaatsen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft het beroep bij uitspraak van 6 juni 2018 ongegrond verklaard. Eind 2019 is de bouw van de windmolens voltooid en begin 2020 zijn de windmolens in gebruik genomen.

3.9.

Bij brief van 26 maart 2020 hebben [eiser sub 1] en [eiser sub 2] via hun advocaat de gemeente Tiel aansprakelijk gesteld. In deze brief is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

Geacht College,

(…)

Door deze stel ik uw gemeente namens mijn cliënte en haar partner [eiser sub 1] , formeel aansprakelijk voor de schade die mijn cliënte en haar partner hebben geleden als gevolg van het niet juist informeren door de gemeente Tiel van mijn cliënten voorafgaand aan de koop van gemelde woning in april 2015.

Voor de achtergrond van deze aansprakelijkheidstelling verwijs ik naar de processtukken van het voorlopig getuigenverhoor en de in verband daarmee gevoerde correspondentie.

Binnenkort zal uw gemeente in rechte worden betrokken en zal van uw gemeente vergoeding van de schade in deze worden gevorderd.

(…)

3.10.

Bij brief van 7 april 2020 van haar verzekeraar heeft de gemeente Tiel aansprakelijkheid afgewezen.

De Windvisie

3.11.

De komst van de [X aantal] in de gemeente [plaats] is een uitvloeisel van de “Visie Windturbines in [plaats] , [plaats] en [plaats] ” (hierna: de Windvisie), die gold ten tijde van de besluitvorming en waarin het (inter-)gemeentelijk beleid omtrent het windpark is neergelegd. In de Windvisie worden verschillende zones aangewezen die kansrijk zijn voor windenergie, waaronder [plaats] .

3.12.

De Windvisie is vastgesteld door de gemeente [plaats] en de gemeente [plaats] . De gemeente Tiel heeft de Windvisie niet vastgesteld omdat die op haar grondgebied geen planologische wijziging met zich meebracht.

3.13.

Bij besluit van 4 juli 2017 heeft het college van B & W van de gemeente [plaats] aan de besloten vennootschap Winvast B.V. een omgevingsvergunning voor "Windpark bij AVRI" verleend. Die omgevingsvergunning ziet op het realiseren en in werking hebben van de [X aantal] op [plaats] .

4 Het geschil

4.1.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] vorderen dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de gemeente Tiel veroordeelt om bij wege van schadevergoeding een bedrag te voldoen van € 125.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 april 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan directe materiële schade alsmede door rechtbank Gelderland in goede justitie naar redelijkheid en billijkheid vast te stellen bedragen aan indirecte, materiële schade respectievelijk immateriële schade, eveneens vermeerderd met de wettelijke rente over die bedragen van 28 april 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, en de gemeente Tiel tevens te veroordelen in de proceskosten waaronder de nakosten.

4.2.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] leggen primair aan hun vorderingen ten grondslag dat de gemeente Tiel onrechtmatig heeft gehandeld door hen niet te informeren over de mogelijke komst van de [X aantal] op [plaats] , terwijl zij hier wel van op de hoogte was. Subsidiair leggen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] aan hun vorderingen ten grondslag dat er sprake is van een rechtmatige overheidsdaad nu de gemeente Tiel geen ruchtbaarheid heeft gegeven aan de Windvisie en het samenwerkingsverband met de gemeente [plaats] en de gemeente [plaats] . [eiser sub 1] en [eiser sub 2] betogen dat zij als gevolg hiervan zowel materiële als immateriële schade hebben geleden.

4.3.

De gemeente Tiel voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de gemeente Tiel, naar aanleiding van een door [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gedaan verzoek om informatie, onjuiste of onvolledige inlichtingen aan hen heeft verstrekt met betrekking tot de komst van een [X aantal] windmolens op het naburige [plaats] en of de gemeente Tiel om die reden onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. De rechtbank zal eerst ingaan op het door de gemeente Tiel aangevoerde verweer dat de vordering van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] is verjaard. Vervolgens zal de rechtbank beoordelen of de gemeente Tiel onjuiste en/of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt.

Verjaring

5.2.

De gemeente Tiel heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat de vordering voor wat betreft het gedeelte dat ziet op het verstrekken van onjuiste en onvolledige inlichtingen is verjaard. Zij betoogt dat het schrijven van 26 maart 2020 niet aangemerkt kan worden als een stuitingsbrief. [eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben betwist dat de vordering is verjaard.

5.3.

De vraag of de vorderingen van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zijn verjaard dient aan de hand van het volgende te worden beoordeeld. Artikel 3:310 lid 1 BW bepaalt dat een vordering zoals de onderhavige verjaart door verloop van vijf jaar na aanvang van de dag volgende waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, tenzij de verjaring tijdig is gestuit. De verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis wordt op grond van artikel 3:317 lid 1 BW gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt.

5.4.

De verjaringstermijn van vijf jaar is aangevangen eind mei 2015. De brief van 26 maart 2020 kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als een schriftelijke aanmaning waarmee de vanaf mei 2015 lopende verjaringstermijn is gestuit, nu uit de uithoud van voornoemde brief voor de gemeente Tiel voldoende kenbaar was dat werd gedoeld op de in dit geding ingestelde vordering van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , namelijk de vordering tot schadevergoeding op grond van het niet of onvoldoende verstrekken van informatie. Aldus hebben [eiser sub 1] en [eiser sub 2] de gemeente Tiel naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk gewaarschuwd dat zij, de gemeente Tiel, er ook na het verstrijken van de verjaringstermijn, rekening mee moest houden dat zij de beschikking zou houden over haar gegevens en bewijsmateriaal om zich behoorlijk te kunnen verweren tegen een vordering van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] .

Verplichting van de gemeente Tiel tot het verstrekken van informatie

5.5.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] betogen dat de gemeente Tiel onjuiste en/of onvolledige informatie heeft versterkt over de komst van een [X aantal] windmolens in “hun toekomstige achtertuin”. De gemeente Tiel was op de hoogte van de (mogelijke) komst van de [X aantal] , nu zij als derde gemeente betrokken was bij de Windvisie. Het plan omtrent de komst van de windmolens is informatie die van zodanige aard is dat de gemeente Tiel [eiser sub 1] en [eiser sub 2] hiervan in kennis had behoren te stellen om te voorkomen dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zich op dat punt een onjuiste voorstelling zouden maken. De gemeente Tiel had moeten begrijpen dat de mogelijke komst van windmolens van doorslaggevende belang voor [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zou zijn bij het al dan sluiten van een koopovereenkomst met betrekking tot de woning. Indien [eiser sub 1] en [eiser sub 2] op de hoogte waren geweest van de komst van de [X aantal] , waren zij niet tot aankoop van de woning overgegaan. Voorts verwijten [eiser sub 1] en [eiser sub 2] de gemeente Tiel dat zij heeft nagelaten haar zegsvrouw van het Omgevingsloket, [medewerkster Omgevingsloket] , te instrueren over het bestaan van de Windvisie en de hiermee samenhangende toekomstige planologische ontwikkelingen, met als gevolg dat zij vragenstellers hierover niet kon informeren.

5.6.

Overwogen wordt dat de gemeente Tiel weliswaar betrokken is geweest bij de Windvisie, maar dat zij de Windvisie uiteindelijk niet heeft vastgesteld omdat in de Windvisie geen zone op het gebied van de gemeente Tiel voorkwam. De betrokkenheid van de gemeente Tiel bij de Windvisie is beperkt gebleven tot de verkennende fase. Bovendien ging het slechts om een visie, dus nog niet om concrete plannen. Toen in 2013 duidelijk was dat op het grondgebied van de gemeente Tiel geen windmolens zouden komen, was de rol de gemeente Tiel uitgespeeld en was dus zij niet meer betrokken bij en op de hoogte van de verdere planvorming. De [X aantal] waarvan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] stellen schade te ondervinden, bevinden zich op het grondgebied van de gemeente [plaats] . Anders dan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] betogen, was er in die omstandigheid naar het oordeel van de rechtbank voor de gemeente Tiel geen verplichting om hetzij via de media informatie over de Windvisie, in het bijzonder de geplande windmolens, te verspreiden hetzij de medewerkster van het Omgevingsloket hiervan op de hoogte te houden, opdat zij vragenstellers hierover zou kunnen informeren. Het voert te ver om van een gemeente te verlangen dat zij haar inwoners of personen die zich met vragen tot het Omgevingsloket wenden, op de hoogte stelt van (mogelijke) planologische ontwikkelingen die zich buiten haar grondgebied voordoen. Een onderzoek naar de planologische ontwikkelingen van een perceel en van de omliggende percelen ligt in beginsel in het domein van de koper. Daarbij geldt dat het hier gaat om voor iedereen beschikbare informatie die door een eenvoudig onderzoek bij de gemeente [plaats] had kunnen worden verkregen. De rechtbank acht het naar verkeersopvattingen niet de verantwoordelijkheid van de gemeente Tiel om [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gedetailleerd te informeren over de bestemmingsplannen en mogelijke planologische ontwikkelingen van een naburige gemeente. De stelling van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] dat de gemeente Tiel onvoldoende informatie heeft verstrekt, wordt dan ook niet gevolgd.

5.7.

Voor zover [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zich op het standpunt hebben gesteld dat de gemeente Tiel onjuiste informatie heeft verstrekt, door de indruk te wekken dat alleen de toegezonden bestemmingsplaninformatie relevant is of door aan te geven dat ‘er geen planologische beperkingen waren’, zal dat standpunt eveneens worden gepasseerd. Uit de onder randnummer 3.2. geciteerde e-mail blijkt dat het informatieverzoek van [eiser sub 2] betrekking had op de bestemmingsplannen en ontwikkelingen met betrekking tot het perceel aan de [adres] . In reactie daarop heeft [medewerkster Omgevingsloket] als medewerkster van het omgevingsloket haar informatie verstrekt over de bestemming van het perceel en haar het vigerende bestemmingsplan en het paraplubestemmingsplan ‘Archeologie’ toegezonden. Uit de door partijen overgelegde correspondentie blijkt niet dat [eiser sub 2] bij haar informatieverzoek aan het Omgevingsloket (ook) heeft verzocht om informatie over planologische ontwikkelingen van naastgelegen percelen en/of naburige gemeenten. [eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben niet onderbouwd gesteld dat [eiser sub 2] tijdens een telefoongesprek met [medewerkster Omgevingsloket] heeft gevraagd naar ‘alle relevante omstandigheden’. Nu niet is gebleken dat [eiser sub 2] ook heeft verzocht om informatie omtrent (de ontwikkelingen in) de omgeving van het perceel, kan de stelling dat de gemeente Tiel onjuiste informatie heeft verstrekt, geen stand houden.

5.8.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben nog aangevoerd dat de gemeente Tiel ook na 2013 betrokken is gebleven bij de Windvisie, nu een wethouder van de gemeente Tiel deel uitmaakte van het dagelijks bestuur van [plaats] . De rechtbank volgt [eiser sub 1] en [eiser sub 2] niet in deze stelling nu de gemeente Tiel onweersproken heeft aangevoerd dat het bestuurslidmaatschap van de wethouder los staat van zijn functie als wethouder van de gemeente Tiel.

Conclusie

5.9.

De vorderingen zullen worden afgewezen. Er is namelijk niet gebleken dat de gemeente Tiel onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt. Dat betekent dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] geen recht hebben op een schadevergoeding.

Proceskosten

5.10.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente Tiel worden begroot op:

- griffierecht € 4.131,00

- salaris advocaat € 3.540,00 (2,0 punten × tarief € 1.770,00)

------------------------------------------

Totaal € 7.771,89.

5.11.

De nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten, waartegen geen afzonderlijk verweer is gevoerd, zullen worden toegewezen als gevorderd.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

wijst de vorderingen af,

6.2.

veroordeelt [eiser sub 1] en [eiser sub 2] hoofdelijk, aldus dat wanneer de een heeft betaald, de ander in zoverre zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente Tiel tot op heden begroot op € 7.771,89, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

6.3.

veroordeelt [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , eveneens hoofdelijk, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

6.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Braaksma en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2021.