Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:3297

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-05-2021
Datum publicatie
13-07-2021
Zaaknummer
8947363
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Proces-verbaal mondeling vonnis. Huurachterstand toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 8947363 \ CV EXPL 20-12053 \ \ 34124

uitspraak van

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 20 mei 2021

in de zaak van

de stichting Stichting Woonstede

gevestigd te Ede

eisende partij

gemachtigde LAVG Groningen

tegen

1

[gedaagde 1 ]

wonende te [woonplaats]

2.

[gedaagde 2]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partijen

gemachtigde mr. M. van Hunnik

Partijen worden hierna Woonstede en [gedaagden] (vrouwelijk enkelvoud) genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 3 maart 2021 en de daarin genoemde processtukken.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 mei 2021. St. Woonstede is verschenen, bijgestaan door mr. Koers. [gedaagden] is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. M. van Hunnik.

1.3.

Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

2 De beslissing

De kantonrechter,

2.1.

veroordeelt [gedaagden] tot betaling van een bedrag van € 2.208,84, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.913,78 vanaf 10 december 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

2.2.

compenseert de proceskosten tussen partijen;

2.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

2.4.

wijst het meer of anders verzochte af.

3 De beoordeling

3.1.

De kantonrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

3.2.

Vaststaat dat [gedaagden] een huurachterstand heeft laten ontstaan van € 1.913,78. De vordering tot betaling van de huurachterstand wordt dan ook toegewezen als gevorderd.

Datzelfde geldt voor de gevorderde wettelijke rente.

3.3.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen tot een bedrag van € 287,07. Genoegzaam is gebleken dat er incassowerkzaamheden zijn verricht en dat deze terecht waren gelet op de ontstane huurachterstand. Bovendien is het gevorderde bedrag in overeenstemming met het Besluit buitengerechtelijke incassokosten.

3.4.

Ingevolge artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

3.5.

Het laten ontstaan van een huurachterstand levert een tekortkoming op in de nakoming van de huurovereenkomst. In de gegeven omstandigheden rechtvaardigt de tekortkoming echter niet de ontbinding van de huurovereenkomst. De huurachterstand bedraagt thans minder dan drie maanden. Verder betaalt [gedaagden] de lopende huur en zij verricht maandelijks aflossing op de achterstand. Tot slot is van belang dat [gedaagden] al in januari 2020 heeft verzocht om een huurverlaging in verband met de aanvraag huurtoeslag en dat Woonstede hier eerst in december 2020 op heeft beslist.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de daarmee samenhangede ontruiming van het gehuurde wordt afgewezen.

3.6.

Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren.

Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. S.S. van Nijen, kantonrechter, in het openbaar uitgesproken en vastgelegd op 20 mei 2021.