Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:3294

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
07-06-2021
Datum publicatie
13-07-2021
Zaaknummer
9050741
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Verstek
Beschikking
Inhoudsindicatie

WWZ. Verstek. Ontslag op staande voet ten onrechte gegeven. Billijke vergoeding toegewezen, vordering wegens onregelmatige opzegging en transitievergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0900
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 9050741 \ HA VERZ 21-32 \ 512 \ 34124

uitspraak van 7 juni 2021

beschikking

in de zaak van

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

gemachtigde mr. D.Z. Celik

procederende krachtens toevoegingsnummer [toevoegingsnummer]

en

de besloten vennootschap [verweerder]

gevestigd te [vestigingsplaats]

verwerende partij

niet verschenen

Partijen worden hierna [verzoeker] en [verweerder] genoemd.

1 De procedure

1.1.

[verzoeker] heeft op 23 februari 2021 een verzoekschrift ingediend.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 mei 2021. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. D.Z. Celik. [verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend en is niet ter zitting verschenen.

1.3.

Ten slotte is de datum van de beschikking bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] is op 1 juli 2020 voor bepaalde tijd in dienst getreden bij [verweerder]

voor 36 uur per week, in functie van Leerling VIG. Het laatst genoten salaris

bedraagt € 1.953,41 bruto, exclusief 8% vakantietoeslag.

2.2.

Op 19 januari 2021 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen geëindigd.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter, na wijziging van haar verzoek, bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad voor recht te verklaren dat het gegeven ontslag onterecht is gegeven en [verweerder] te veroordelen tot betaling van:

I. een billijke vergoeding ten bedrage van € 11.720,46 bruto;

II. een bedrag gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren, althans van rechtswege zou zijn geëindigd;

III. de transitievergoeding;

IV. de proceskosten, inclusief de advocaatkosten;

V. de wettelijke rente over de bedragen onder II, III en IV vanaf het opeisbaar worden van die bedragen tot aan de dag van algehele voldoening.

3.2.

[verzoeker] legt aan haar verzoeken ten grondslag dat zij op 19 januari 2021 op staande voet is ontslagen. [verzoeker] betwist dat sprake is van een dringende reden en dat deze onverwijld aan haar is medegedeeld. Volgens [verzoeker] is zij nooit ongeoorloofd afwezig geweest en heeft zij geen waarschuwingen ontvangen van [verweerder] .

Nu het ontslag ten onrechte is gegeven is [verweerder] een billijke vergoeding verschuldigd ter hoogte van het loon over een periode van zes maanden, te weten de resterende duur van de arbeidsovereenkomst, aldus [verzoeker] .

3.3.

Van [verweerder] is geen verweer bekend.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter overweegt dat genoegzaam is gebleken dat de oproeping voor de mondelinge behandeling op het juiste adres en op de juiste wijze is aangetekend aan [verweerder] en dat zij deze ook in ontvangst heeft genomen. De gemachtigde van [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat een vertegenwoordiger van [verweerder] haar die ochtend nog heeft laten weten niet op de mondelinge behandeling te zullen verschijnen. Gelet op het voorgaande stelt de kantonrechter vast dat [verweerder] om haar moverende redenen niet is verschenen in deze procedure, zodat het verzoek van [verzoeker] onweersproken is gebleven.

4.2.

De verzoeken van [verzoeker] zullen, nu deze niet zijn weersproken en deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, worden toegewezen met inachtneming van het hiernavolgende.

4.3.

[verzoeker] verzoekt de betaling van een bedrag gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Blijkens de door [verzoeker] in het geding gebrachte arbeidsovereenkomst zijn partijen een opzegtermijn van een maand overeengekomen. Bij een regelmatige opzegging door [verweerder] had de overeenkomst tussen partijen voortgeduurd tot 1 maart 2021. [verweerder] is derhalve over de periode 19 januari 2021 tot 1 maart 2021 een vergoeding verschuldigd gelijk aan het over die periode in geld vastgestelde loon. Het verzoek zal dienovereenkomstig worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente wordt ingevolge artikel 7:686a lid 1 BW toegewezen vanaf 19 januari 2021 tot aan de dag van algehele voldoening.

4.4.

De verzochte wettelijke rente over de transitievergoeding wordt ingevolge artikel 7:686a lid 1 BW toegewezen vanaf 1 maart 2021 tot aan de dag van algehele voldoening.

4.5.

[verweerder] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. De verzochte wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf 14 dagen na de datum van deze beschikking tot aan de dag van algehele voldoening.

5 De beslissing

De kantonrechter,

5.1.

verklaart voor recht dat het door [verweerder] op 19 januari 2021 aan [verzoeker] gegeven ontslag ten onrechte is gegeven;

5.2.

veroordeelt [verweerder] tot betaling aan [verzoeker] van een billijke vergoeding ten bedrage van € 11.720,46 bruto;

5.3.

veroordeelt [verweerder] tot betaling aan [verzoeker] van een bedrag gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de periode van 19 januari 2021 tot 1 maart 2021, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2021 tot aan de dag van algehele voldoening;

5.4.

veroordeelt [verweerder] tot betaling aan [verzoeker] van de wettelijke transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2021 tot aan de dag van algehele voldoening;

5.5.

veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van [verzoeker] begroot op € 85,00 aan griffierechten en € 498,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf 14 dagen na de datum van deze beschikking tot aan de dag van algehele voldoening;

5.6.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

5.7.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. C.J.M. Hendriks en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2021.