Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:3275

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31-05-2021
Datum publicatie
29-06-2021
Zaaknummer
05/168659-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De meervoudige militaire kamer veroordeelt een ex-militair tot een gevangenisstraf van 5 dagen, met aftrek, en een werkstraf voor de duur van 120 dagen. De man heeft zich schuldig gemaakt aan ontucht met een minderjarige, bezit van kinder(dieren)porno en het handelen in strijd met een gedragsaanwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/168659-20

Datum uitspraak : 31 mei 2021

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 2000 in [geboorteplaats 1] ,

wonende aan de [adres 1] .

Raadsman: mr. H. Sytema, advocaat in Den Haag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting op 17 mei 2021.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 november 2019 tot en met 02 september 2020 te Puth, gemeente Beekdaelen, althans elders in Nederland met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 2] 2007, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , immers heeft verdachte meermalen, althans eenmaal,

  • -

    één of meer vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van voornoemde [slachtoffer 1] gebracht en/of geduwd en/of

  • -

    voornoemde [slachtoffer 1] getongzoend en/of

  • -

    de borst(en) en/of de bil(len) en/of de vagina van voornoemde [slachtoffer 1] betast en/of bevoeld en/of

  • -

    voornoemde [slachtoffer 1] , zijn, verdachtes, ontblote en/of stijve penis laten vastpakken en/of zich door [slachtoffer 1] laten aftrekken en/of

  • -

    zijn, verdachtes, ontblote en/of stijve penis in de mond van voornoemde [slachtoffer 1] gedaan en/of gebracht, althans zich door voornoemde [slachtoffer 1] laten pijpen;

2.

hij op of omstreeks 30 maart 2020 tot en met 28 juni te Puth, gemeente Beekdaelen, en/of Hoensbroek, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , immer is/heeft verdachte- meermalen, althans eenmaal, onnodig en/of hard en/of zeer aanwezig met zijn (personen)auto (een zwarte [merk 1] , voorzien van het kenteken [kenteken] ), door de straat Kerkweg, waaraan de woning en/of de winkel [naam 1] van de familie [naam 2] is gelegen, gereden en/of zich opgehouden en/of aanwezig geweest en/of

  • -

    zich meermalen, althans eenmaal, in de nabije omgeving en/of in/op het gebied/terrein van de manege het [naam 3] gevestigd aan de [adres 2] , opgehouden en/of betreden en/of aldaar voor voornoemde perso(o)n(en) zichtbaar aanwezig geweest en/of

  • -

    meermalen, althans eenmaal, de (personen)auto's van de familie [naam 2] , met daarin aanwezig één of meer van voornoemde pers(o)n(en) en/of een (personen)auto van [naam 4] met daarin aanwezig [slachtoffer 1] , met zijn, verdachtes (personen)auto (een zwarte [merk 1] , voorzien van het kenteken [kenteken] ) achtervolgd en/of gevolgd en/of hierbij gevaarlijk rijgedrag vertoond, met het oogmerk die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks van 01 november 2019 tot en met 16 mei 2020 te Puth, gemeente Beekdaelen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal

telkens afbeelding(en) te weten foto's en/of (zogenaamde) stickers en/of multimediafiles (tijdelijke internetbestanden) en/of een video, en/of een gegevensdrager te weten een (mobiele) telefoon ( [merk 2] ), bevattende (voornoemde) afbeeldingen, van (telkens) (een) seksuele gedraging(en) waarbij (een) persoon/personen is/zijn betrokken of

schijnbaar is/zijn betrokken, die (kennelijk) de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt,

één of meerdere van die afbeelding(en)/multimediafile(s) heeft vervaardigd en/of verspreid

en/of verworven en/of aangeboden en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd

en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst (Whatsapp en/of Snapchat) de toegang heeft verschaft en/of

in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het met de penis vaginaal en/of oraal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (foto 1 pag. 1 van de toonmap en pag. 169 en 179 van het proces-verbaal filepath: [naam 5] en filename: [naam 6] )

en/of

(foto 2 pag. 1 van de toonmap en pag. 169 en 179 van het proces-verbaal filepath: [naam 7] _0 en filename: [naam 8] )

en/of

(foto 11 pag. 8 van de toonmap en pag. 169 en 186 van het proces-verbaal filepath: [naam 9] en filename: [naam 10]

en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een perso(o)n (en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) poseert/poseren in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (foto 10 op pag. 8 van de toonmap en pag. 169 en 186 van het proces-verbaal filepath: [naam 11] en filename: [naam 12]

en/of

- het door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met de penis vaginaal en/of anaal penetreren van een dier (foto/video 9 pag. 7 van de toonmap en pag. 89 en 185 van het proces- verbaal filepath: [naam 13] en filename: [naam 14]

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 augustus 2020 tot en met 02 september 2020 te Puth, gemeente Beekdaelen en/of in Hoensbroek meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 29 juni 2020 gegeven door de officier van justitie te Arnhem (d.d. 1 juli 2020 uitgereikt aan verdachte) kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, zich zal onthouden van ieder contact (waaronder mondeling, telefonisch en schriftelijk contact) met de volgende perso(o)n(en) [slachtoffer 1] (geboren [geboortedag 2] 2007 te [geboorteplaats 2] );

5.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 augustus 2020 tot en met 02 september 2020 te Puth, gemeente Beekdaelen, en/of Hoensbroek, althans elders in Nederlandmet [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 2] 2007, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft verdachte meermalen, althans eenmaal,

  • -

    voornoemde [slachtoffer 1] gekust en/of getongzoend en/of

  • -

    voornoemde [slachtoffer 1] geknuffeld en/of haar lichaam vastgehouden.

2 De geldigheid van de dagvaarding

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van feit 4 geen verfeitelijking is opgenomen met betrekking tot de overtreding van de gedragsaanwijzing, waardoor de dagvaarding ten aanzien van feit 4 nietig moet worden verklaard.

Beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer is van oordeel dat de dagvaarding ten aanzien van feit 4 voldoende feitelijk is. De dagvaarding behelst een opgave van het feit en is in de omschrijving van het gebeuren voldoende specifiek, nu is omschreven welke gedragsaanwijzing het betreft en wanneer en waar deze is overtreden. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij wist van de gedragsaanwijzing en bekent hij dat hij deze heeft overtreden. Hij heeft over ieder bevraagd contactmoment een verklaring afgelegd, zonder hierbij aan te geven niet te weten welk contactmoment het betreft.

De militaire kamer is verder van oordeel dat de tenlastelegging moet worden bezien in samenhang met het dossier en weegt bij de beoordeling van het verweer mee dat verdachte bij de politie en ter terechtzitting er nimmer blijk van heeft gegeven niet te begrijpen wat hem is tenlastegelegd.

Gelet op het voorgaande wordt het verweer dan ook verworpen.

3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] d.d. 19 mei 2020, p. 40-41;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 mei 2021.

De militaire kamer is, tezamen met de officier van justitie, van oordeel dat niet de gehele tenlastegelegde periode wettig en overtuigend kan worden bewezen. Het dossier bevat onvoldoende bewijs waaruit volgt dat in de periode na 16 mei 2020 ontuchtige handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam zijn gepleegd door verdachte. De militaire kamer zal verdachte daarom partieel vrijspreken van de periode 17 mei 2020 tot en met 2 september 2020.

Daarnaast is de militaire kamer van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat waaruit volgt dat in de periode voorafgaand aan 11 januari 2020 ontuchtige handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, zijn gepleegd door verdachte. De militaire kamer zal verdachte daarom partieel vrijspreken van de periode 1 november 2019 tot en met 10 januari 2020.

Gelet op vorenstaande is de militaire kamer van oordeel dat feit 1, met aanpassing van de periode van 11 januari 2020 tot en met 16 mei 2020, wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Ten aanzien van feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 2 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 2.

Beoordeling door de militaire kamer

Anders dan de officier van justitie, acht de militaire kamer dit feit niet wettig en overtuigend bewezen. Allereerst is de militaire kamer van oordeel dat er onvoldoende bewijs is waaruit volgt dat verdachte het oogmerk heeft gehad de betrokkenen te dwingen iets te doen of niet te doen, te dulden of vrees aan te jagen. Daarnaast is de militaire kamer van oordeel dat er onvoldoende bewijs is waaruit volgt dat sprake is geweest van het stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] , haar ouders en haar broer. Het dossier bevat weliswaar getuigenverklaringen van de betrokkenen, waarin is verklaard dat verdachte gedurende een langere periode meermalen met zijn auto langs de woning van betrokkenen is gereden, maar daaruit blijkt onvoldoende wat de intensiteit, de duur en de frequentie van deze gedragingen van verdachte is geweest.

Hierbij acht de militaire kamer van belang dat verdachte in het verlengde van de straat van de betrokkenen woont. De militaire kamer is gelet hierop van oordeel dat de verklaring van verdachte, dat hij regelmatig door deze straat moet rijden om op de plaats van bestemming te komen en niet door de straat rijdt om inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen, voldoende aannemelijk is geworden.

De militaire kamer zal verdachte daarom vrijspreken van feit 2.

Ten aanzien van feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte vier kinderpornoafbeeldingen en één kinderporno/dierenpornofilmpje in bezit heeft gehad. Volgens de officier van justitie is er echter onvoldoende bewijs dat verdachte van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt. Hiervan dient de verdachte te worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte partieel vrijgesproken dient te worden van het bezit van de vier kinderpornoafbeeldingen en van “gewoonte maken van”.

Beoordeling door de militaire kamer

De Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) heeft op de telefoon van verdachte vier kinderpornoafbeeldingen en één kinderdierenpornofilmpje aangetroffen. Het filmpje (getiteld: [naam 13] en filename: [naam 14] ) is aangetroffen in de app ‘Snapchat’, in een sub map getiteld ‘foto’s’.2 De vier afbeeldingen zijn aangetroffen in de browsercache van de telefoon van verdachte. De KMar omschrijft ‘browsercache’ als zijnde een opslagplaats waarin veel gebruikte data staan opgeslagen om zo websites sneller te kunnen laden. Deze data wordt ook wel omschreven als ‘tijdelijke internetbestanden’. De afbeeldingen en het filmpje kunnen volgens het onderzoek van de KMar worden aangemerkt als kinderporno dan wel dierenkinderporno in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. 3

Verdachte heeft bij de KMar verklaard dat hij denkt te weten om welke vier afbeeldingen het gaat. Volgens verdachte zijn deze afbeeldingen afkomstig uit een chat met [naam 15] (‘ [bijnaam] ’). Deze afbeeldingen heeft hij verwijderd. Over het filmpje heeft verdachte verklaard te weten welk filmpje het betreft en dat het om kinderporno gaat. Verdachte heeft verklaard dat hij dit filmpje in een groepsapp heeft ontvangen, maar is vergeten het te verwijderen.4

De militaire kamer is van oordeel dat het bezit van het kinderdierenpornofilmpje wettig en overtuigend kan worden bewezen. Het filmpje is aangetroffen in de sub map getiteld ‘foto’s’ in de app ‘Snapchat’ op de telefoon van verdachte. Verdachte heeft verklaard bekend te zijn met dit filmpje en dat het om kinderporno gaat. Nu verdachte dit filmpje niet heeft verwijderd heeft hij hiermee bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat dit filmpje op zijn telefoon bleef staan. Daarnaast hecht de militaire kamer betekenis aan de locatie waarop het filmpje is aangetroffen. De bestanden in de sub map in de app ‘Snapchat’ waren op ieder moment toegankelijk voor verdachte, waardoor verdachte een zekere beschikkingsmacht over het filmpje had. De militaire kamer is gelet op voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het bezit van kinderporno.

Anders dan de officier van justitie, acht de militaire kamer niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de vier afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad. Uit het onderzoek is gebleken dat de vier afbeeldingen aangetroffen zijn in de browsercache en dat het tijdelijke internetbestanden betreft. Verdachte heeft verklaard dat hij de betreffende foto’s heeft verwijderd. De militaire kamer is gelet op voorgaande van oordeel dat onvoldoende vast is komen te staan dat verdachte een zekere beschikkingsmacht over de afbeeldingen had. Mede gelet op de locatie waar de afbeeldingen zijn aangetroffen is er onvoldoende bewijs voor de (voorwaardelijke) opzet van de verdachte op het in bezit hebben van vier kinderporno afbeeldingen. De militaire kamer zal verdachte daarom partieel vrijspreken van het bezit van de vier kinderpornoafbeeldingen.

Tezamen met de officier van justitie en de verdediging is de militaire kamer van oordeel dat verdachte er geen gewoonte van heeft gemaakt kinderpornomateriaal in zijn bezit te hebben. De militaire kamer zal verdachte daarom partieel vrijspreken van “gewoonte maken van”.

Ten aanzien van feit 4

De feiten

Verdachte heeft in de periode van 24 augustus 2020 tot en met 2 september 2020 meermaals zowel fysiek als digitaal contact gehad met [slachtoffer 1] .5

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 4 tenlastegelegde.

Beoordeling door de militaire kamer

Het dossier bevat een gedragsaanwijzing d.d. 29 juni 2020 voor de duur van 90 dagen, inhoudende: een gebiedsverbod met betrekking tot de [adres 3] te Puth, manege ‘ [naam 3] ’ en drankenhandel ‘ [naam 2] ’ en een contactverbod met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] . De gedragsaanwijzing is op 1 juli 2020 uitgereikt aan verdachte en door hem ondertekend.6

Op 2 september 2020 meldde [slachtoffer 1] zich samen met haar ouders bij de Koninklijke

Marechaussee Brigade Limburg-Zuid te Maastricht met de mededeling dat verdachte het contactverbod heeft geschonden en blijft schenden.7 Verdachte zou [slachtoffer 1] op 31 augustus 2020 en 1 september 2020 via Spotify hebben benaderd, waarna ze elkaar hebben gezien. Op 2 september 2020 is zij bij hem in de auto gestapt. 8

Verdachte heeft hierover verklaard dat hij met [slachtoffer 1] op 31 augustus 2020, 1 en 2 september 2020 heeft afgesproken en dat hij weet dat hij daarmee de gedragsaanwijzing heeft overtreden. 9

Op grond van het bovenstaande is de militaire kamer van oordeel dat feit 4 wettig en overtuigend is bewezen.

Ten aanzien van feit 5

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 5 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van feit 5 vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging moet volgen.

Beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer is allereerst van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte en [slachtoffer 1] hebben getongzoend in de tenlastegelegde periode. [slachtoffer 1] heeft hierover verklaard dat ze elkaar in de tenlastegelegde periode enkel kusjes hebben gegeven en hebben geknuffeld. Verdachte heeft hierover verklaard dat ze in de tenlastegelegde periode hebben geknuffeld en gezoend. De militaire kamer zal de verdachte dan ook partieel vrijspreken van het tongzoenen.

Voorts is de militaire kamer van oordeel dat de overige tenlastegelegde handelingen bestaande uit: kussen, knuffelen en vasthouden van het lichaam, gelet op de eerdergenoemde verklaringen van [slachtoffer 1] en verdachte wel kunnen worden bewezen, echter niet gekwalificeerd kunnen worden als ontuchtige handelingen. Het gaat hier immers niet om handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. De militaire kamer overweegt hiertoe dat, ondanks het leeftijdsverschil tussen verdachte en [slachtoffer 1] , er sprake was van vrijwillig contact, waarbij [slachtoffer 1] veelvuldig contact heeft gezocht met verdachte en ook degene geweest is die het contact is gestart. De militaire kamer is van oordeel dat gelet op de verklaringen van zowel [slachtoffer 1] als van verdachte gesproken kan worden van een (beginnende) affectieve relatie.

Gelet op het voorgaande zal de militaire kamer verdachte vrijspreken van het onder feit 5 tenlastegelegde.

4 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 3 en feit 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 januari 2020 tot en met 16 mei 2020 te Puth, gemeente Beekdaelen, althans elders in Nederland met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 2] 2007, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , immers heeft verdachte meermalen, althans eenmaal,

  • -

    één of meer vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van voornoemde [slachtoffer 1] gebracht en/of geduwd en/of

  • -

    voornoemde [slachtoffer 1] getongzoend en/of

  • -

    de borst(en) en/of de bil(len) en/of de vagina van voornoemde [slachtoffer 1] betast en/of bevoeld en/of

  • -

    voornoemde [slachtoffer 1] , zijn, verdachtes, ontblote en/of stijve penis laten vastpakken en/of zich door [slachtoffer 1] laten aftrekken en/of

  • -

    zijn, verdachtes, ontblote en/of stijve penis in de mond van voornoemde [slachtoffer 1] gedaan en/of gebracht, althans zich door voornoemde [slachtoffer 1] laten pijpen;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 november 2019 tot en met 16 mei 2020 te Puth, gemeente Beekdaelen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens afbeelding(en) te weten foto's en/of (zogenaamde) stickers en/of multimediafiles (tijdelijke internetbestanden) en/of een video, en/of een gegevensdrager te weten een (mobiele) telefoon ( [merk 2] ), bevattende (voornoemde)video , van (telkens) (een) seksuele gedraging(en) waarbij (een) persoon/personen is/zijn betrokken of schijnbaar is/zijn betrokken, die (kennelijk) de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, één of meerdere van die afbeelding(en)/multimediafile(s) heeft vervaardigd en/of verspreid en/of verworven en/of aangeboden en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst (Whatsapp en/of Snapchat) de toegang heeft verschaft en/of in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met de penis vaginaal en/of anaal penetreren van een dier (foto/video 9 pag. 7 van de toonmap en pag. 89 en 185 van het proces- verbaal filepath: [naam 13] en filename: [naam 14] .

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 augustus 2020 tot en met 02 september 2020 te Puth, gemeente Beekdaelen en/of in Hoensbroek meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 29 juni 2020 gegeven door de officier van justitie te Arnhem (d.d. 1 juli 2020 uitgereikt aan verdachte) kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, zich zal onthouden van ieder contact (waaronder mondeling, telefonisch en schriftelijk contact) met de volgende perso(o)n(en) [slachtoffer 1] (geboren [geboortedag 2] 2007 te Sittard).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

feit 3:

een gegevensdrager bevattende een video van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen;

feit 4:

opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering, meermaals gepleegd.

6 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging gevorderd van een locatie- en contactverbod, in de vorm van een maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht. Het locatieverbod ziet op de gehele Kerkweg te Puth en het contactverbod ziet op [slachtoffer 1] . Tot slot heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen telefoon van verdachte onttrokken dient te worden aan het verkeer.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat een gevangenisstraf geen recht doet aan de persoon van verdachte. Verdachte is jong en een first offender. Daarnaast is verdachte ontslagen door Defensie. De raadsman heeft voorts de rechtbank verzocht rekening te houden met de context waarin de feiten zijn gepleegd. Voorts verzoekt de raadsman rekening te houden met de omstandigheid dat een veroordeling voor de zedenfeiten van grote negatieve invloed zal zijn op de mogelijkheden rondom het verkrijgen van een Verklaring omtrent het gedrag. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat geen aanleiding bestaat om een locatie- en contactverbod op te leggen, nu in de afgelopen tijd geen incidenten hebben plaatsgevonden die voornoemde verboden rechtvaardigen. Tot slot heeft de raadsman zich met betrekking tot het beslag gerefereerd aan het oordeel van de militaire kamer.

De beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ontucht met een minderjarige, bezit van kinderdierenporno en het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing. Verdachte, die ten tijde van de seksuele handelingen met het slachtoffer zelf 19 jaar oud was, heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een 12-jarig meisje. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het nog jeugdige slachtoffer. Jeugdigen dienen in dit opzicht onder alle omstandigheden beschermd te worden, ook tegen de consequenties van hun eigen handelen. Daarnaast heeft verdachte door het bezit van het kinderdierenpornofilmpje, de vraag naar kinderporno mede in stand gehouden en daarmee ook de daaraan ten grondslag liggende uitbuiting en seksueel misbruik van kinderen. Verdachte heeft nagelaten het filmpje na ontvangst onmiddellijk te verwijderen, hetgeen de militaire kamer hem kwalijk neemt.

Uit het NIFP-rapport d.d. 26 februari 2021 volgt dat bij verdachte geen sprake is van een psychische stoornis, verstandelijke handicap of persoonlijkheidsstoornis. Ook is geen sprake van een seksueel deviante keuze of een seksuele preoccupatie. Wel bestaan volgens de rapporteur enige persoonlijkheidstrekken die een minder positieve invloed kunnen hebben op het functioneren van verdachte. Zo heeft hij een hoge prikkelbehoefte en is in die zin in sterke mate extravert. Verdachte houdt ervan de grenzen op te zoeken en houdt van spanningen en uitdaging. Daarbij kan hij impulsief zijn, kan hij onvoldoende remmingsmechanismen hebben en kan zo tot grensoverschrijdend gedrag en/of wat extremer gedrag komen. Verdachte kan verder koppig en vasthoudend zijn en is krenkbaar. Volgens de rapporteur is aannemelijk dat voornoemde persoonlijkheidstrekken invloed hebben uitgeoefend op de totstandkoming van de tenlastegelegde feiten. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. De reclassering beaamt dit in het reclasseringsrapport d.d. 7 mei 2021, en benoemt dat dit geldt voor zowel zeden- als algemene delicten.

De rechtbank neemt deze conclusies over en maakt die tot de hare.

De militaire kamer houdt in strafverminderende zin rekening met de jonge leeftijd van verdachte en de omstandigheid dat hij een first offender is. Ook houdt de militaire kamer rekening met het feit dat verdachte vanwege zijn contacten met [slachtoffer 1] op grond van wangedrag is ontslagen bij Defensie.

Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer een gevangenisstraf voor de duur van 5 dagen, met aftrek, en een werkstraf voor de duur van 120 uren passend en geboden. Deze straf wijkt af van de eis van officier van justitie, nu de militaire kamer minder feiten bewezen heeft verklaard. Daarnaast ziet de militaire kamer geen noodzaak in de oplegging van een locatie- en contactverbod, nu niet is gebleken dat zich opnieuw incidenten hebben voorgedaan nadat verdachte gehoord is wegens zijn overtreding van de gedragsaanwijzing.

9 De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met feit 1, feit 2, feit 4 en feit 5 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.075,30 aan materiële schade en € 6.000,00 aan immateriële schade. Daarnaast vordert de benadeelde partij een vergoeding ad € 84,00 aan proceskoten.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering met betrekking tot de materiële schade geheel kan worden toegewezen. Ten aanzien van de vordering betreffende de immateriële schade, heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het bedrag gematigd dient te worden tot € 5.000,00. De vordering ziet deels op schade die ontstaan zou zijn nadat verdachte seksueel getinte foto’s zou hebben gemaakt van de benadeelde partij. Dit wordt verdachte echter niet verweten. De officier van justitie heeft tot slot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering met betrekking tot de immateriële schade afgewezen dient te worden, dan wel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Volgens de verdediging is op basis van het dossier niet vast te stellen of er sprake is van een causaal verband tussen de gestelde immateriële schade en het handelen van verdachte. De verdediging heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de met betrekking tot de immateriële schade aangehaalde zaken, niet vergelijkbaar zijn. Voorts heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat met betrekking tot de materiële schade de reis- en parkeerkosten afgewezen dienen te worden, nu deze kosten gekwalificeerd moeten worden als proceskosten. Tot slot heeft de verdediging zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard met betrekking tot de gevorderde vergoeding betreffende de inkomstenderving. Volgens de verdediging valt het causaal verband niet vast te stellen. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat voornoemde vordering afgewezen dient te worden, nu de schade niet is onderbouwd met loonstroken of uitkeringsspecificaties van het gewone inkomen.

Overweging van de militaire kamer

De militaire kamer stelt voorop dat van ‘aantasting in de persoon’ ex artikel 6:106 onder b van het Burgerlijk Wetboek sprake is in geval van geestelijk letsel of in geval van een schending van een persoonlijkheidsrecht. In beide gevallen moet de militaire kamer vast kunnen stellen welke gevolgen hieruit voortvloeien.

De militaire kamer is van oordeel dat de benadeelde partij onvoldoende heeft onderbouwd welke gevolgen zij heeft ondervonden naar aanleiding van het gepleegde zoals tenlastegelegd onder feit 1 en feit 4. Uit het overgelegde verslag therapeutisch proces van de behandelend systeemtherapeut van het gezin van [slachtoffer 1] wordt niet gesproken over de (mogelijke) gevolgen voor [slachtoffer 1] van hetgeen verdachte is tenlastegelegd, maar beschrijft de therapeut veeleer het contact tussen [slachtoffer 1] en haar ouders dat als gevolg van het relationeel contact met de verdachte is bemoeilijkt. De militaire kamer zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering ten aanzien van de immateriële schade ad € 6.000,00.

De militaire kamer is van oordeel dat de gevorderde materiële schade ad € 1.075,30 voldoende is onderbouwd en zal dit bedrag daarom toewijzen. Door de benadeelde partij is uitgegaan van een uurloon van € 25,00, hetgeen de militaire kamer beschouwt als redelijk.

Tot slot is de militaire kamer van oordeel dat de proceskosten ad € 84,00 kunnen worden toegewezen.

10 De beoordeling van het beslag

De militaire kamer beslist dat de in beslag genomen zwarte [merk 2] telefoon met betrekking tot welke feit 3 is begaan, moet worden onttrokken aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

11 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36b, 36c, 36d, 57, 184a, 240b en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

12 De beslissing

De militaire kamer:

 spreekt verdachte vrij van de onder 2 en 5 ten laste gelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 dagen;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt op een taakstraf van 120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder 1 en 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 1.075,30 aan materiële schade en € 84,00 aan proceskosten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 1.075,30 aan materiële schade en € 84,00 aan proceskosten. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 21 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot immateriële schade;

De beslissing op het beslag

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van de zwarte [merk 2] telefoon.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y. van Wezel (voorzitter) en mr. R.M.H. Pennings, rechters, en kapitein ter zee mr. F.E. Venema, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. H. Hadžić, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 mei 2021.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Recherche, Sectie Jeugd en Zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 20070211000213, gesloten op 23 september 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 79-95.

3 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 166-189.

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 292.

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] , p. 49-51, proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 337.

6 Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast, p. 195-196.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 193-194.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 49-59.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 336-337.