Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:3166

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-06-2021
Datum publicatie
28-06-2021
Zaaknummer
C/05/386228 / KG RK 21-244
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Geen belang meer bij beslissing op het wrakingsverzoek wegens intrekking bodemzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/386228 / KG RK 21-244

Beslissing van 8 juni 2021

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats]

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. A.J. Weerkamp-Beens,

rechter in deze rechtbank

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 het wrakingsverzoek in de bodemzaak van 31 maart 2021;

 de reactie van de rechter van april 2021;

 de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek van 3 mei 2021;

 het wrakingsverzoek van de wrakingskamer van 6 mei 2021;

 de intrekking van de bodemzaak door verzoeker van 25 mei 2021;

 de beslissing van de wrakingskamer van 27 mei 2021, waarin verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek tot wraking van de wrakingskamer.

1.2.

Bij de mondelinge behandeling van 3 mei 2021 is verzoeker verschenen. De rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen.

2 Het wrakingsverzoek

2.1

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 7962739 AZ VERZ 19-37 tussen verzoeker en Belastingkantoor Arnhem.

2.2

Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Volgens verzoeker is in deze procedure sprake van de schijn van partijdigheid van de rechter, nu zij eerder als rechter heeft opgetreden in een procedure waarbij verzoeker betrokken was. De beslissingen van de rechter in die procedure hebben nadelig voor verzoeker uitgepakt en daarom heeft verzoeker geen vertrouwen meer in de rechter.

2.3

De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd.

3 De beoordeling

Uit de stukken blijkt dat verzoeker op 25 mei 2021 zijn verzoek in de bodemzaak heeft ingetrokken. Daarmee is die zaak geëindigd. Nu de bodemzaak is geëindigd, heeft verzoeker geen belang meer bij een beslissing op het wrakingsverzoek van de rechter in de bodemzaak. De wrakingskamer verklaart verzoeker daarom niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.

4 De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mr. S.J. Peerdeman, voorzitter, mr. J.A. van Schagen en

mr. A.F. Germs-de Goede, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. D. Waizy en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2021.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.