Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:3139

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-05-2021
Datum publicatie
23-07-2021
Zaaknummer
05/880377-20, 05/740020-20 (gev. ttz.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

gevangenisstraffen voor reeks van misdrijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/880377-20, 05/740020-20 (gev. ttz.)

Datum uitspraak : 21 mei 2021

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. Achterhoek, HvB in Zutphen.

Raadsman: mr. R.P. Adema, advocaat in Putten.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

05/880377-20

1.

hij op of omstreeks 13 maart 2019, te [plaats 1] , althans in Nederland, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld:

- [benadeelde 1] en/of

- [benadeelde 2]

- heeft gedwongen tot de afgifte van:

- een gouden zegelring,

- 50 of 60 euro,

- eén of meer sets (gouden) manchetknopen,

- één of meer speciale en/of zeldzame munten,

- 300 dollar,

- een brief van het ministerie van natuurbeheer, landbouw en visserij,

- deel twee van een kentekenbewijs,

- een weekendtas (merk: [merk 1] ),

- één of meer (wit)gouden armbanden,

- drie kleine gouden knopjes en/of clips,

- een (gouden) kettinghangertje,

- een gouden dasspeld,

- twee (korte) gouden kettinkjes,

- een kluis (met inhoud),

- een set oorbellen,

- een halsketting met parels,

- een auto, te weten een [merk auto 1] (met kenteken [kenteken 1] ) en/of

- één of meer andere voorwerpen,

die geheel of ten dele aan een derde toebehoorden, te weten aan:

- [benadeelde 1] en/of

- [benadeelde 2] ,

door:

- gemaskerd en/of met gezichtsbedekkende kleding,

- met versnelde pas en/of een dreigende en/of intimiderende houding op voornoemde [benadeelde 1] af te lopen,

- meermalen een (zilverkleurig en/of zwart) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op voornoemde [benadeelde 1] te richten en/of (langdurig en/of ononderbroken) gericht te houden,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op dwingende toon) te zeggen “ga hier zitten en kijk naar buiten, blijf naar buiten kijken”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 1] te dwingen om op een stoel en/of een bank plaats te nemen,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op luide en/of dwingende toon) te zeggen “geld, geld, kluis”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op luide en/of dwingende toon) te zeggen “waar is de portemonnee dan”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op luide en/of dwingende toon) te zeggen “waar zijn de [merk auto 2] -sleutels?”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (dwingende toon) te zeggen “uw ringen af en uw horloge”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat hij ook zijn trouwring af moest doen’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 2] te dwingen om op een stoel plaats te nemen,

- voornoemde [benadeelde 2] te dwingen om haar telefoon neer te leggen en/of tijdelijk af te staan en/of de telefoon (hardhandig) af te pakken, met de kennelijke bedoeling om bellen en/of het inschakelen van hulp onmogelijk te maken,

- tegen voornoemde [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij haar juwelen af moest doen’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 2] en [benadeelde 1] te dwingen om op hun buik op de grond te gaan liggen, met hun gezicht en/of hoofd op de stenen/harde ondergrond/vloer,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij op de grond moesten gaan liggen’ en/of (meermalen) ‘dat zij naar beneden moesten blijven kijken’ en/of ‘dat zij weg moesten kijken’ en/of dat zij rustig moesten blijven liggen en niet moesten bewegen omdat er dan niets met hen zou gebeuren’, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “blijf rustig, werk mee en gehoorzaam”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “opstaan, naar boven, beetje opschieten”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- een (zilverkleurig en/of zwartkleurig) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] te (blijven) richten,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “Ga op uw bed liggen” en/of “op je buik gaan liggen, met uw hoofd in de kussens en niet kijken”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- een doek en/of een kledingstuk en/of een stuk stof over het hoofd van voornoemde [benadeelde 1] te plaatsen,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “waar is de kluis?”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- één of meermalen tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “waar is het geld”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- één of meermalen tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende en/of dreigende toon) te zeggen “meewerken, anders zijn de gevolgen voor jullie” en/of “godverdomme waar is de kluis, de gevolgen zijn voor u en die zullen niet mals zijn” en/of (meermalen) (zakelijk weergegeven) ‘dat zij moesten zeggen waar de kluis was en dat dit de laatste kans was om het te vertellen’, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (aan elkaar) vast te binden,

- voornoemd (zilverkleurig) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op tegen het hoofd van voornoemde [benadeelde 1] te duwen en/of zetten,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “we hebben de kluis gevonden, onmiddellijk de code” en/of “die code, die code” en/of “als je nu niet de juiste code geeft, gebeurt er iets ernstigs”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 2] één of meermalen te dwingen om mee naar de kluis te gaan (om deze te openen),

- aan voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te vragen (zakelijk weergegeven) ‘hoe de alarminstallatie op de gang uitgezet kon worden), althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] meermalen en/of nogmaals en/of steviger (aan elkaar) vast te binden en/of

- terwijl voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (vastgebonden) in de slaapkamer aanwezig waren, de deur van de slaapkamer op slot te draaien, met het kennelijke doel om het inschakelen van hulp onmogelijk te maken

en/of

hij op of omstreeks 13 maart 2019, te [plaats 1] , althans in Nederland, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- een gouden zegelring,

- 50 of 60 euro,

- eén of meer sets (gouden) manchetknopen,

- één of meer speciale en/of zeldzame munten,

- 300 dollar,

- een brief van het ministerie van natuurbeheer, landbouw en visserij,

- deel twee van een kentekenbewijs,

- een weekendtas (merk: [merk 1] ),

- één of meer (wit)gouden armbanden,

- drie kleine gouden knopjes en/of clips,

- een (gouden) kettinghangertje,

- een gouden dasspeld,

- twee (korte) gouden kettinkjes,

- een kluis (met inhoud),

- een set oorbellen,

- een halsketting met parels,

- een auto, te weten een [merk auto 1] (met kenteken [kenteken 1] ) en/of

- één of meer andere voorwerpen,

, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan:

- [benadeelde 1] en/of

- [benadeelde 2] , in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

heeft weggenomen,

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen: - [benadeelde 1] en/of

- [benadeelde 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- gemaskerd en/of met gezichtsbedekkende kleding,

- met versnelde pas en/of een dreigende en/of intimiderende houding op voornoemde [benadeelde 1] af te lopen,

- meermalen een (zilverkleurig en/of zwart) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op voornoemde [benadeelde 1] te richten en/of (langdurig en/of ononderbroken) gericht te houden,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op dwingende toon) te zeggen “ga hier zitten en kijk naar buiten, blijf naar buiten kijken”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 1] te dwingen om op een stoel en/of een bank plaats te nemen,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op luide en/of dwingende toon) te zeggen “geld, geld, kluis”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op luide en/of dwingende toon) te zeggen “waar is de portemonnee dan”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op luide en/of dwingende toon) te zeggen “waar zijn de [merk auto 2] -sleutels?”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (dwingende toon) te zeggen “uw ringen af en uw horloge”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat hij ook zijn trouwring af moest doen’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 2] te dwingen om op een stoel plaats te nemen,

- voornoemde [benadeelde 2] te dwingen om haar telefoon neer te leggen en/of tijdelijk af te staan en/of de telefoon (hardhandig) af te pakken, met de kennelijke bedoeling om bellen en/of het inschakelen van hulp onmogelijk te maken,

- tegen voornoemde [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij haar juwelen af moest doen’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 2] en [benadeelde 1] te dwingen om op hun buik op de grond te gaan liggen, met hun gezicht en/of hoofd op de stenen/harde ondergrond/vloer,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij op de grond moesten gaan liggen’ en/of (meermalen) ‘dat zij naar beneden moesten blijven kijken’ en/of ‘dat zij weg moesten kijken’ en/of dat zij rustig moesten blijven liggen en niet moesten bewegen omdat er dan niets met hen zou gebeuren’, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “blijf rustig, werk mee en gehoorzaam”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “opstaan, naar boven, beetje opschieten”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- een (zilverkleurig en/of zwartkleurig) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] te (blijven) richten,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “Ga op uw bed liggen” en/of “op je buik gaan liggen, met uw hoofd in de kussens en niet kijken”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- een doek en/of een kledingstuk en/of een stuk stof over het hoofd van voornoemde [benadeelde 1] te plaatsen,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “waar is de kluis?”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- één of meermalen tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “waar is het geld”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- één of meermalen tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende en/of dreigende toon) te zeggen “meewerken, anders zijn de gevolgen voor jullie” en/of “godverdomme waar is de kluis, de gevolgen zijn voor u en die zullen niet mals zijn” en/of (meermalen) (zakelijk weergegeven) ‘dat zij moesten zeggen waar de kluis was en dat dit de laatste kans was om het te vertellen’, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (aan elkaar) vast te binden,

- voornoemd (zilverkleurig) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op tegen het hoofd van voornoemde [benadeelde 1] te duwen en/of zetten,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “we hebben de kluis gevonden, onmiddellijk de code” en/of “die code, die code” en/of “als je nu niet de juiste code geeft, gebeurt er iets ernstigs”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 2] één of meermalen te dwingen om mee naar de kluis te gaan (om deze te openen),

- aan voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te vragen (zakelijk weergegeven) ‘hoe de alarminstallatie op de gang uitgezet kon worden), althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] meermalen en/of nogmaals en/of steviger (aan elkaar) vast te binden en/of

- terwijl voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (vastgebonden) in de slaapkamer aanwezig waren, de deur van de slaapkamer op slot te draaien, met het kennelijke doel om het inschakelen van hulp onmogelijk te maken;

2.

hij op of omstreeks 8 februari 2020, te [plaats 2] , althans in Nederland, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 3] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- een auto, te weten een [kleur 1] [merk auto 3] (met kenteken [kenteken 2] ), en/of

- een reservesleutel behorend bij voornoemde auto en/of

- een pinpas op naam van [benadeelde 3]

die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan:

- [benadeelde 4] en/of

- [benadeelde 3] , in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

heeft weggenomen,

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen:

- [benadeelde 5] ,

- [benadeelde 4] en/of

- [benadeelde 3] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- verbale agressie te uiten richting voornoemde [benadeelde 5] ,

- met versnelde pas en/of een dreigende en/of intimiderende houding op voornoemde [benadeelde 5] af te lopen,

- voornoemde [benadeelde 5] , terwijl zij zich verzette, de keuken in en/of in een hoek van de keuken en/of in/richting de gang te duwen,

- een (wandel)stok van voornoemde [benadeelde 5] af te pakken en haar met voornoemde stok in een hoek en/of naar beneden te duwen en/of dwingen en/of vast te houden en/of klem te zetten,

- één of meermalen (met kracht) tegen het lichaam van voornoemde [benadeelde 5] te slaan en/of schoppen, terwijl zij op de grond lag,

- een hand op de mond van voornoemde [benadeelde 5] te drukken en/of houden,

- tegen voornoemde [benadeelde 5] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij stil moest zijn’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- een hand op de mond van voornoemde [benadeelde 3] te drukken en/of houden,

- voornoemde [benadeelde 5] en/of voornoemde [benadeelde 3] vast te pakken en/of in de richting van de woonkamer te duwen en/of dwingen,

- voornoemde [benadeelde 5] en/of voornoemde [benadeelde 3] op de bank te duwen en/of dwingen,

- tegen voornoemde [benadeelde 4] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat hij moest gaan en/of blijven zitten’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 4] één of meermalen (op agressieve en/of dwingende wijze) tegen te houden en/of terug te duwen op de momenten dat hij wilde opstaan,

- een (wandel)stok van voornoemde [benadeelde 4] af te pakken,

- voornoemde [benadeelde 4] één of meermalen (met kracht) met een (wandel)stok tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan,

- voornoemde [benadeelde 5] , [benadeelde 4] en/of [benadeelde 3] te dwingen om hun telefoons tijdelijk af te staan en/of de telefoons (hardhandig) af te pakken, met de kennelijke bedoeling om bellen en/of het inschakelen van hulp onmogelijk te maken,

- te trachten om voornoemde [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] vast te binden met een (fiets)slot,

- een (zilverkleurig) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op voornoemde [benadeelde 5] en/of [benadeelde 3] te richten,

- tegen voornoemde [benadeelde 5] (op dwingende toon) te zeggen ”shut the fuck up” althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 3] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij stil moest zijn’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 5] (op dwingende toon) te zeggen ”denk jij dat dit een grapje is?” althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 5] (op dwingende toon) te zeggen ”wat kan je aan mij geven, goud ofzo?” althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- tegen voornoemde [benadeelde 5] , [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] (op dwingende toon) te zeggen ”als jullie bewegen, binden we jullie vast?” althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking

en/of

hij op of omstreeks 8 februari 2020, te [plaats 2] , althans in Nederland, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 3] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld:

- [benadeelde 5] ,

- [benadeelde 4] en/of

- [benadeelde 3]

- heeft gedwongen tot de afgifte van:

- een auto, te weten een [kleur 1] [merk auto 3] (met kenteken [kenteken 2] ), en/of

- een reservesleutel behorend bij voornoemde auto en/of

- een pinpas op naam van [benadeelde 3]

die geheel of ten dele aan een derde toebehoorden, te weten aan:

- [benadeelde 4] en/of

- [benadeelde 3] ,

door:

- verbale agressie te uiten richting voornoemde [benadeelde 5] ,

- met versnelde pas en/of een dreigende en/of intimiderende houding op voornoemde [benadeelde 5] af te lopen,

- voornoemde [benadeelde 5] , terwijl zij zich verzette, de keuken in en/of in een hoek van de keuken en/of in/richting de gang te duwen,

- een (wandel)stok van voornoemde [benadeelde 5] af te pakken en haar met voornoemde stok in een hoek en/of naar beneden te duwen en/of dwingen en/of vast te houden en/of klem te zetten,

- één of meermalen (met kracht) tegen het lichaam van voornoemde [benadeelde 5] te slaan en/of schoppen, terwijl zij op de grond lag,

- een hand op de mond van voornoemde [benadeelde 5] te drukken en/of houden,

- tegen voornoemde [benadeelde 5] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij stil moest zijn’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- een hand op de mond van voornoemde [benadeelde 3] te drukken en/of houden,

- voornoemde [benadeelde 5] en/of voornoemde [benadeelde 3] vast te pakken en/of in de richting van de woonkamer te duwen en/of dwingen,

- voornoemde [benadeelde 5] en/of voornoemde [benadeelde 3] op de bank te duwen en/of dwingen,

- tegen voornoemde [benadeelde 4] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat hij moest gaan en/of blijven zitten’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 4] één of meermalen (op agressieve en/of dwingende wijze) tegen te houden en/of terug te duwen op de momenten dat hij wilde opstaan,

- een (wandel)stok van voornoemde [benadeelde 4] af te pakken,

- voornoemde [benadeelde 4] één of meermalen (met kracht) met een (wandel)stok tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan,

- voornoemde [benadeelde 5] , [benadeelde 4] en/of [benadeelde 3] te dwingen om hun telefoons tijdelijk af te staan en/of de telefoons (hardhandig) af te pakken, met de kennelijke bedoeling om bellen en/of het inschakelen van hulp onmogelijk te maken,

- te trachten om voornoemde [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] vast te binden met een (fiets)slot,

- een (zilverkleurig) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op voornoemde [benadeelde 5] en/of [benadeelde 3] te richten,

- tegen voornoemde [benadeelde 5] (op dwingende toon) te zeggen ”shut the fuck up” althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 3] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij stil moest zijn’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 5] (op dwingende toon) te zeggen ”denk jij dat dit een grapje is?” althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 5] (op dwingende toon) te zeggen ”wat kan je aan mij geven, goud ofzo?” althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- tegen voornoemde [benadeelde 5] , [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] (op dwingende toon) te zeggen ”als jullie bewegen, binden we jullie vast?” althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

05/740020-20

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10

november 2019 tot en met 20 november 2019 te [plaats 4] en/of [plaats 5] en/of

[plaats 9] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of

zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad,

smaadschrift en/of openbaring van een geheim [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] , in ieder geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), die [benadeelde 6]

en/of [benadeelde 7] meermalen, in ieder geval éénmaal dreigende en/of dwingende

berichten heeft/hebben gestuurd en/of heeft/hebben gebeld waarbij hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s) dwingende en/of dreigende uitlatingen

en/of eisen deed/deden, onder meer inhoudende dat hij en/of zijn mededader(s)

naaktfoto('s) en/of pikante filmpje(s) van die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] aan de

familie, vrienden, het bedrijf en de kerk zouden sturen en/of openbaren en/of

verspreiden, als die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] geen geldbedrag aan verdachte en/of

zijn mededader(s)zou(den) betalen en/of geven, althans woorden van dergelijke

dreigende strekking en/of aard terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (Artikel art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 318 lid 1 Wetboek van

Strafrecht)

2.

Hij op of omstreeks 13 februari 2020 te [plaats 3] , in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een

pand ( [naam 1] ) gelegen aan de [adres 4]

- een jas, merk [merk 3] en/of

- één of meerdere sleutel(s) en/of

- een autosleutel (behorend bij een [merk auto 4] met kenteken [kenteken 3] )

- een jas, merk [merk 2] en/of

- een doos sigaren in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan, [benadeelde 8] en/of [benadeelde 9] , heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen.

3.

Hij op of omstreeks 27 februari 2020 te [plaats 4] , in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

in/uit een woning, gelegen aan de [adres 5] , ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf, (een) goed(eren) en/of geldbedrag van verdachtes en/of zijn mededaders gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoorde, te weten aan [benadeelde 10] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen geldbedrag en/of goed/goederen onder zijn bereik te brengen door

middel van braak en/of inklimming, als volgt heeft gehandeld, hebbende hij,

verdachte en/of zijn mededader(s):

- over het hek(werk) en/of de omheining en/of afrastering behorend bij voornoemde woning geklommen en/of

- een raam van voornoemde woning met een koevoet, in elk geval met een dergelijk (breek)voorwerp geforceerd en/of open gewrikt en/of open gebroken.

en/of

- door het voornoemde raam de woning binnen geklommen en/of - de woning doorzocht terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Parketnummer 05/880377-20

Feit 1 ( [naam 2] ) , overval woning in [plaats 1] op 13 maart 2019

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 13 maart 2019 is een overval gepleegd in de woning van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] aan de [adres 2] . Twee mannen kwamen de woning binnen waar op dat moment alleen [benadeelde 1] zich bevond.

Man 1 kwam binnen met een zilverkleurig vuurwapen in zijn hand. Hij dirigeerde [benadeelde 1] naar de eetkamer en zei dat [benadeelde 1] moest gaan zitten en naar buiten kijken en blijven kijken. Hij zei op luide toon “geld, geld, kluis”. Toen [benadeelde 1] zei dat hij alleen een portemonnee had vroeg de man “waar is de portemonnee dan?” en “waar zijn de [merk auto 2] -sleutels?”. Nadat [benadeelde 1] had gezegd dat die naast zijn bed lagen, zei de man “uw ringen af en uw horloge”. [benadeelde 1] deed zijn zegelring hierop af en gaf die aan de man. Daarna zei de man dat [benadeelde 1] ook zijn trouwring af moest doen. De man hield daarbij het vuurwapen op [benadeelde 1] gericht.

Toen [benadeelde 2] thuiskwam werd zij eveneens gedwongen op een stoel te gaan zitten, naast [benadeelde 1] .

Zij zag dat er een tweede onbekende persoon (man 2) in de keuken aanwezig was. [benadeelde 2] moest haar telefoon wegleggen.

Man 1 zei tegen [benadeelde 2] dat ze haar juwelen af moest doen. Zij deed daarop haar oorbellen en halsketting met parels af en legde die op tafel. Man 1 zei toen dat [benadeelde 1] en [benadeelde 2] op de grond in de keuken moesten gaan liggen en dat ze naar beneden moesten blijven kijken, rustig blijven liggen en niet bewegen, dan zou er niets gebeuren. Man 1 zei: “blijf rustig, werk mee en gehoorzaam”.

Ondertussen hoorde [benadeelde 2] dat iemand door het huis rende en lades en deuren opende. Man 1 zei telkens dat ze niet mochten kijken. Hij zei op een gegeven moment dat ze moesten opstaan en naar boven lopen. Hij zei ook dat ze moesten opschieten. Op de slaapkamer moesten [benadeelde 1] en [benadeelde 2] van man 1 op hun buik op het bed gaan liggen. Man 1 zei: “op je buik gaan liggen, met uw hoofd in de kussens en niet kijken”. Hierna werden hun handen vastgebonden. [benadeelde 1] kreeg een doek over zijn hoofd. Het wapen werd ook tegen zijn hoofd gehouden. Man 1 vroeg meerdere malen waar de kluis was en dat het de laatste kans was om het te vertellen. Hij zei ook “meewerken anders zijn de gevolgen voor jullie” en steeds “godverdomme waar is de kluis, de gevolgen zijn voor u en die zullen niet mals zijn”. Die woorden herhaalde de man eindeloos. Nadat man 2 de kluis had gevonden zei man 1: “we hebben de kluis gevonden, onmiddellijk de code” en “die code, die code”. [benadeelde 2] moest twee keer mee naar de kamer waar de kluis stond. [benadeelde 2] heeft verteld dat het sleuteltje in een lade naast het bed van [benadeelde 1] lag. Man 1 riep: als je nu niet de juiste code geeft, gebeurt er iets ernstigs”. Uiteindelijk kregen de mannen ook de code. Hierna moest ze weer op de buik gaan liggen. Ze werd weer vastgebonden, nu met ceinturen, waardoor ze hun benen niet meer kon bewegen. [benadeelde 1] en [benadeelde 2] werden ook aan elkaar vastgebonden. Ook werd gevraagd hoe de alarminstallatie uitgezet kon worden.

Hierna werd de slaapkamerdeur door de mannen op slot gedraaid en vertrokken de mannen met de [merk auto 1] (met kenteken [kenteken 1] ) van [benadeelde 2] . Behalve de auto namen de daders de volgende zaken mee:

- een gouden zegelring,

- 50 of 60 euro,

- eén of meer sets (gouden) manchetknopen,

- één of meer speciale en/of zeldzame munten,

- 300 dollar,

- een brief van het ministerie van natuurbeheer, landbouw en visserij,

- deel twee van een kentekenbewijs,

- een weekendtas (merk: [merk 1] ),

- één of meer (wit)gouden armbanden,

- drie kleine gouden knopjes en/of clips,

- een (gouden) kettinghangertje,

- een gouden dasspeld,

- twee (korte) gouden kettinkjes,

- een kluis (met inhoud),

- een set oorbellen,

- een halsketting met parels.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte het feit heeft gepleegd op basis van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is – samengevat – aangevoerd dat de OVC-gesprekken onvoldoende bewijs vormen nu er kennelijk sprake is van een dadergroep met wisselende samenstellingen, en dat er geen DNA-sporen van verdachte zijn aangetroffen in de woning. Voorts zeggen de mastgegevens niets over wat verdachte daar in de buurt deed.

Beoordeling door de rechtbank

De vraag is of verdachte één van de twee beschreven mannen is geweest die de overval hebben gepleegd. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend op grond van de volgende bewijsmiddelen.

Op 22 februari 2020 heeft de politie het Digitaal Opkopers Register op naam geraadpleegd. Daarbij bleek dat [medeverdachte 1] op 26 maart 2019, 13 dagen na de overval, gouden sieraden heeft ingeleverd bij een Goudwisselkantoor in [plaats 5] , waarbij hij zich met zijn paspoort heeft geïdentificeerd.3

Aan aangeefster [benadeelde 2] is een foto van de sieraden getoond en zij herkende de sieraden als haar sieraden die waren meegenomen bij de overval.4

Op 12 februari 2020 heeft de politie OVC-apparatuur aangebracht in de [merk auto 5] van [medeverdachte 1] .5 Hierdoor konden de gesprekken van de inzittenden van de auto worden opgenomen.

De rechtbank gaat daarbij uit van de stemherkenningen door de politie, door wie is geverbaliseerd dat en waarom na te melden gesprekken door [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn gevoerd.6

Op 21 februari 2020 vindt het volgende gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) en [verdachte] ( [verdachte] ):

[medeverdachte 1] : Klopt niet, is gewoon triest, ja ik weet bro, sowieso. Maar weet je wat het is, ik weet niet man. Ik denk dat deze shit wel aardig gaat ontploffen nog een keertje. Dat ze echt wat, zeg maar bij mij gaan komen. Dat denk ik ook echt. Ik denk dat ze zo'n dingetje gaan maken, dat denk ik wel man. Ik zeg je heel eerlijk.

[verdachte] : Bureau Gelderland

[medeverdachte 1] : Bureau GLD

[medeverdachte 1] : Want ik weet bro, dat wordt gewoon zwaar aangerekend bro. Zulke dingen worden zwaar aangerekend bro. Wij hebben mensen vastgebonden, dat komt zwaar aan bij die WO. Ik bedoel die andere WO ook niet, oké die, die maar ik bedoel die andere WO met [voornaam 1] , maar die in vier H dat moest gewoon, want die was gewoon echt uit op ons, we moesten toen wel, dan moet je je weet wel toch die risico nemen. Maar zoals deze twee, we hebben gewoon

vastgebonden, we hebben beantwoord, ze hebben geen klappen gekregen. Je weet toch kijk,

bro, snap je. Dat moeten ze eigenlijk ook gewoon zeggen, vind ik, maar dat doen ze niet.

Misschien bij opsporing verzocht. Zo van bij beide geen geweld gebruikt.

(…)

[medeverdachte 1] : niet te verstaan. Veel dingen komen overeen snapje, er komen veel dingen overheen en dat is wel een beetje, dat is fackt up. Ik hou er altijd rekening mee bro, ik heb voor die mensen gewerkt he. Daar hou ik altijd nog rekening mee.

[verdachte] : Dat is een link

[medeverdachte 1] : Dat is zeker een linkje bro. Je weet nooit. Ik ben al een paar keer opgepakt, je weet toch, dit dat, maar nooit naar voren gekomen, snap je? Ze kunnen je ook gewoon 2 jaar in de gaten houden en dan alsnog pakken he

[medeverdachte 1] : Sowieso ga ik 5, 6 jaar zitten, bro, daar hou ik al zwaar rekening mee, omdat ik weet als ik wordt opgepakt nu voor beide, bro dan ga ik echt, geen grapje, dan komt mijn naam ook

gewoon... ik zie het allemaal wel zo fout gaan dat dat ook gaat gebeuren. Dat is niet goed

maar Ja Ja weet je. (niet te verstaan) Je kan niet zeggen dat is niet te linken. ik ga toch niet

zeggen.. 7

[medeverdachte 1] heeft voor aangevers gewerkt.8

Dit OVC-gesprek is opgenomen na de woningoverval in [plaats 2] , die wordt besproken onder feit 2. [medeverdachte 1] heeft ter terechtzitting geen verklaring kunnen of willen geven om de inhoud van het gesprek te duiden.

Gelet op de inhoud van het gesprek concludeert de rechtbank dat met ‘WO’ woningoverval wordt bedoeld en met ‘ [plaats 1] ’ [plaats 1] .

Uit het gesprek blijkt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] vrezen dat de politie bij hen zal uitkomen, dat er twee woningovervallen zijn gepleegd, waarvan bij één overval ze twee mensen hebben vastgebonden. Eén van de overvallen is gepleegd met [medeverdachte 2] en één overval in [plaats 1] . Dat [medeverdachte 1] voor aangevers heeft gewerkt is een link tussen hem en de overval. [medeverdachte 1] denkt er 5 tot 6 jaar voor te moeten gaan zitten.

De gestolen [merk auto 1] en kluis zijn op 15 maart 2019 aangetroffen in het bosgebied tussen de [plaats 6] . De mastgegevens van de omgeving van de route tussen de woning van aangevers en de plek van aantreffen zijn onderzocht.

Uit dat onderzoek bleek dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , dat in gebruik was bij [verdachte] , drie keer in deze mastgegevens voorkwam op de datum 13 maart 2019, te weten:

  • -

    om 13.39.18 uur data verkeer uitgaand, mast [straat] [plaats 1]

  • -

    om 13.39.44 uur, SMS inkomend vanaf nummer [telefoonnummer 2] , mast [plaats 7]

  • -

    om 13.39.44 uur, SMS inkomend vanaf nummer [telefoonnummer 3] , mast [plaats 7] .

De overval was geëindigd om 13.10 uur.

Gezien de positie van de masten heeft de telefoon van [verdachte] 29 minuten na de overval drie masten aangestraald tussen de plaats van de overval en de plaats waar de auto en kluis zijn aangetroffen. Binnen het onderzoek [naam 3] zijn de historische gegevens van het nummer van [verdachte] onderzocht. Hieruit bleek dat [verdachte] tussen 27 november 2019 en 27 februari niet in [plaats 1] , [plaats 8] of omgeving is geweest. 9[verdachte] heeft bij de politie geen andere verklaring willen gegeven ter duiding van voor die mastgegevens dan dat hij in verband met een stage daar wel eens in de buurt is geweest.

Op de telefoon van [verdachte] stond een videobestand waarin te zien was dat [medeverdachte 1] een zilverkleurig wapen doorlaadt, waarna [medeverdachte 2] , medeverdachte in andere zaken, met dat wapen een schot lost.10

Bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang bezien kunnen tot geen andere conclusie leiden dan dat de woningoverval is gepleegd door [medeverdachte 1] en verdachte, zoals in de bewezenverklaring en kwalificatie nader gepreciseerd. De wijze waarop de overval is uitgevoerd (en dus moet zijn voorbereid) geeft blijk van een nauwe en bewuste samenwerking door de daders zodat sprake is van medeplegen.

Feit 2 ( [naam 3] ), overval woning in [plaats 2] op 8 februari 2020

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 8 februari 2020 is een overval gepleegd in de woning van [benadeelde 4] en [benadeelde 3] aan de [adres 3] . In de woning was ook [benadeelde 5] aanwezig, hun kleindochter. Drie mannen, allen met gezichtsbedekking, kwamen de woning binnen (hierna: man 1, man 2 en man 3). Man 1 was verbaal agressief naar [benadeelde 5] , waardoor [benadeelde 5] achteruit liep. Deze man liep daarop naar voren de keuken van de woning in. [benadeelde 5] probeerde de man tevergeefs weg te duwen. Toen kwamen de andere twee mannen binnen die mee duwden tegen [benadeelde 5] . [benadeelde 5] werd tussen twee deuren in een hoek van de keuken geduwd door man 2. Zij probeerde hem te slaan en duwen met een wandelstok van [benadeelde 4] , waarop de man de stok vastpakte en [benadeelde 5] met de stok de hoek in duwde. De anderen liepen in de richting van [benadeelde 3] . Toen [benadeelde 5] probeerde omhoog te komen, sloeg en schopte man 2 haar en drukte haar naar beneden met de stok. Hij schopte haar over haar hele lichaam. Hij hield ook zijn hand over haar mond. Eén van de andere mannen hield een hand over de mond van [benadeelde 3] . [benadeelde 3] en [benadeelde 5] werden vervolgens naar de woonkamer geduwd, waar [benadeelde 4] was. Die probeerde op te staan maar werd door één van de mannen in de stoel teruggeduwd. [benadeelde 4] probeerde telkens weer op te staan maar werd elke keer weer teruggeduwd door man 2. [benadeelde 4] pakte zijn wandelstok en probeerde man 2 te slaan. De man pakte de wandelstok af en sloeg [benadeelde 4] toen met de stok tegen het hoofd en lichaam. Op een gegeven moment richtte man 3 een zilverkleurig pistool op [benadeelde 5] . Man 1 zei dat [benadeelde 5] stil moest zijn en zei “shut the fuck up”. [benadeelde 5] had haar telefoon moeten afgeven aan man 1. De mannen wilden ook de telefoon van [benadeelde 3] hebben, die werd haar afgepakt door man 1. Man 2 zei in het Engels tegen [benadeelde 5] “denk jij dat het een grapje is”. Man 1 vroeg aan [benadeelde 5] “wat kan je aan me geven, goud of zo?”. Hierna is man 1 door het huis gaan lopen. Man 1 kwam vervolgens met een fietsslot uit de garage waarmee de mannen [benadeelde 5] en [benadeelde 4] probeerden vast te binden. Hierna ging man 1 nog een keer door het huis lopen. Toen hij terugkwam zei man 1 “we lopen allemaal nog samen door het huis, als jullie bewegen dan binden we jullie vast”. De mannen gingen met zijn drieën door het huis lopen. Uiteindelijk vertrokken de mannen met de auto van [benadeelde 4] en [benadeelde 3] , een [merk auto 3] met kenteken [kenteken 2] . Daarvoor hadden zij de reservesleutel van die auto uit het huis meegenomen.11

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte het feit heeft gepleegd op basis van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat de signalementen en dialecten niet zouden kloppen, dat het feit dat er een match is tussen het DNA van verdachte en het DNA-mengprofiel op de wandelstok van aangever niet wil zeggen dat verdachte die ook heeft vastgehad omdat het mogelijk is dat verdachte zijn handschoenen aan iemand heeft uitgeleend en dat OVC-gesprekken voor meerdere interpretaties vatbaar zijn.

Beoordeling door de rechtbank

De vraag is of verdachte één van de drie beschreven mannen is geweest die de overval hebben gepleegd. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend op grond van de volgende bewijsmiddelen.

Getuige [benadeelde 5] heeft onder meer het volgende verklaard over de kleding van de overvallers.

Een man had een heel vreemd ding op zijn hoofd om de ogen te bedekken. Het was iets met franjes voor zijn ogen en daarover een pet. Het was niet zijn haar, maar het leek een beetje op dreadlocks. Hij droeg zwarte kleding en hij had een regenbroek aan.12

Op de dag van de overval heeft verbalisant [verbalisant] waargenomen dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met een bigshopper van de [supermarkt] uit de [supermarkt] in [plaats 3] kwamen. Een derde persoon bleef in de [merk auto 5] van [medeverdachte 1] zitten. De boodschappentas werd in de auto gezet waarna de drie wegreden.13

De politie heeft geconstateerd dat op 11 februari 2020, drie dagen na de overval, met de afvalpas van [verdachte] , midden in de nacht om 3.32 uur, afval is gestort in de container bij de woning van [verdachte] .14

Op 14 februari 2020 is het huisvuil uit die container door de politie doorzocht. Daarbij werd een bigshopper van de [supermarkt] aangetroffen met als inhoud onder meer de volgende zaken:

  • -

    twee zwarte regenjassen

  • -

    een zwarte regenbroek

  • -

    een soort hoofddeksel, zwart van kleur, die lijkt op een pruik met touwtjes (hierna: de rastapruik).

Verder zat er los, dus niet in de bigshopper, een paar zwarte handschoenen tussen het vuilnis.15

De politie heeft deze voorwerpen getoond aan aangeefster [benadeelde 5] . [benadeelde 5] herkende de rastapruik als het voorwerp op het hoofd van één van de overvallers, zoals door haar in de aangifte beschreven. Over de regenbroek verklaarde [benadeelde 5] dat die van soortgelijk materiaal was als de regenbroek die één van de overvallers droeg.16

Ten behoeve van DNA-onderzoek zijn verschillende voorwerpen bemonsterd op sporen. Daaronder de wandelstok van aangever [benadeelde 4] , de autosleutel in de meegenomen en later bij een poging ramkraak (hierna te bespreken onder feit 4) gebruikte [merk auto 3] en de in de [supermarkt] -tas aangetroffen rastapruik.

Het NFI heeft het DNA-profiel dat daarbij is verkregen vergeleken met het DNA-profiel van referentiemateriaal dat is afgenomen bij [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] . De resultaten van deze onderzoeken zijn de volgende.

Uit de bemonstering van de rastapruik werd een DNA-mengprofiel verkregen van minimaal vier personen, waarbij sprake was van een match met het profiel van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

De hypothese dat de bemonstering DNA bevat van [medeverdachte 1] en drie willekeurige onbekende personen is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker dan dat de bemonstering DNA bevat van vier willekeurig onbekende personen.

De hypothese dat de bemonstering DNA bevat van [medeverdachte 2] en drie willekeurige onbekende personen is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker dan dat de bemonstering DNA bevat van wier willekeurig onbekende personen.

Uit de bemonstering van de autosleutel werd een DNA-mengprofiel verkregen van minimaal drie personen, waarbij sprake was van een match met het profiel van [medeverdachte 1] . De hypothese dat de bemonstering DNA bevat van [medeverdachte 1] en twee willekeurige onbekende personen is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker dan dat de bemonstering DNA bevat van drie willekeurig onbekende personen.17

Uit de bemonstering van de onderzijde van de wandelstok van [benadeelde 4] werd een DNA-mengprofiel verkregen van minimaal vier personen, waarbij sprake was van een match met het profiel van [verdachte] . De hypothese dat de bemonstering DNA bevat van [verdachte] , [benadeelde 4] en [benadeelde 3] is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker dan dat de bemonstering DNA bevat van drie willekeurig onbekende personen. 18

De rechtbank stelt op grond van de resultaten van dit DNA-onderzoek, waarbij steeds sprake is van een match met een bijzonder hoge zeldzaamheidswaarde, en de omstandigheid dat verdachte en zijn medeverdachten ten tijde van het plegen van de feiten in (de betreffende regio in) Nederland waren vast dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] de donoren zijn van het betreffende celmateriaal. De rechtbank komt verder, gezien op de hiervoor en hierna besproken bewijsmiddelen en de aard van bemonsterde voorwerpen (door overvaller gedragen rastapruik, door overvallers meegenomen autosleutel en door overvaller gebruikte stok), tot de conclusie dat dit celmateriaal is achtergelaten tijdens het plegen van de overal en dat het dus gaat om delictgerelateerde sporen.

Ook bij deze overval is, net als bij de overval in [plaats 1] , weer sprake van een zilverkleurig vuurwapen of daarop lijkend wapen, zoals ook in een filmpje is aangetroffen op [verdachte] telefoon.

Op 12 februari 2020 heeft de politie een geënsceneerde flyeractie gehouden, waarbij aan [medeverdachte 1] een flyer is overhandigd waarin informatie wordt gevraagd over de overvallen in [plaats 1] en [plaats 2] . In de flyer staat onder meer dat één van de verdachten opvallend rastahaar had.19

In de overwegingen hiervoor is al besproken dat en waarom de rechtbank uitgaat van de stemherkenningen.

Na het aannemen van de folder volgde onderstaand gesprek tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] , opgenomen via eerdergenoemde OVC-apparatuur.

12 februari 2020, [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) en [verdachte] ( [verdachte] )

[verdachte] : Misschien sta ik ook nog beeld he. Als ik die vuilnis weg breng.

[medeverdachte 1] : Ja echt? Dat zou niet best weten.

[verdachte] : Wat dan? Het was klote weer.

[medeverdachte 1] : Ja ok.

[verdachte] : Ik woon daar even snel heen en weer de vuilnis buiten zetten.

[medeverdachte 1] : Hmm ja . Het zou toevallig zijn maar je weet toch

[verdachte] : Als ze maar niet weten wat ik heb weggegooid.

[medeverdachte 1] : Dat is een ander verhaal ja. Als dat niet weten dan uuh. Dan is het anders toch. Als ze het maar niet weten.

[verdachte] : Ik zal zo die berging nog even leeghalen.

[medeverdachte 1] : Ja. Die tas en die trui ja.

(…)

[medeverdachte 1] : Tricky die deel van de brandblusser maar ben wel ervan overtuigd dat die brandblusser goed schoongemaakt is. Die sleutel ja die ben ik compleet gewoon vergeten terwijl ik in die waggie zat dacht ik conjo. Daarvoor heb ik wel handschoenen aangehad, heb ik hem echt in mijn hand gehad, je weet toch

[verdachte] : Maar jullie hebben ook DNA afgestaan snap je

[medeverdachte 1] : Ja man

[verdachte] : Ik heb al die vuurwapen

[medeverdachte 1] : Ja van jou wordt sowieso niks gevonden nee

[verdachte] : Ja maar DNA dat is wel kanker erg bro Dat is wel kanker erg. Ze zullen mij wel met een paar huidschilfertjes tussendoor vriend. 20

Andere opgenomen gesprekken hebben de volgende inhoud:

20 februari 2020, [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) en een onbekend gebleven persoon (O)

[medeverdachte 1] : Dat is wel een kanker slimme techniek, laten we eerlijk wezen. Zelfs mijn chikkie zei het. En die oma zei dat is wel slim van die mensen. Ze rijden gewoon met hun eigen auto van de dam af. Niemand die gek gaat kijken toch. Mensen zeggen, dat zijn gewoon de buren. Ik zei dat is wel slim ja

O: Hier is het dun jongen

[medeverdachte 1] : Het zou we! wat kunnen hoor, Ik zeg je heel eerlijk. Maar dan weet ik dat ik 3 maanden,

gewoon die 90 dagen moet zitten en die 2 weken. En dan gaat sowieso niks komen, dat weet

ik bijna zeker. Ook al, kijk er is misschien een kans dat mijn DNA ergens wordt gevonden

maar ik weet al waar. Snap je. Ik weet al waar

O: Waar kan het op gevonden worden

[medeverdachte 1] : Dat is misschien op een autosleutel

O: Gewoon met je hand aangeraakt?

[medeverdachte 1] : Ja, maar dat zeg niets, en dat is geen is geen, hoe noem je dat? Verplaatsbare uuh Dinges shit toch, die autosleutel kan van alles geweest zijn jonge bro. Dat hoeft niet te zeggen dat ik ook die ramkraak heb gepleegd. Dat ik daar bij ben geweest snapje. Maar ik ga dan wel mijn kontje geven. Ik ga dan gewoon zeggen ja heling ik werd aangesproken. 21

21 februari 2020 [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ), [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) en [verdachte] ( [verdachte] )

[medeverdachte 1] : Leest de flyer nogmaals

[medeverdachte 1] : Had ik niet eens gelezen, besef dat bro. Ik had dat gekregen en dacht: fak dat jonge, ziek

man. Kijk bro, kijk wat ze hebben. We hebben misschien wel roekeloze dingen gedaan enzo,

maar bro, we hebben echt hun op een kankerziek spoor gezet. Op een saus (fon) spoor,

gewoon op een saus spoor. Naar niemand sturen hoor.

[verdachte] : Nee, is gewoon archief.

[verdachte] : Deze is kankergrappig bro.

[verdachte] : Maar had jij over die ding had je ook nog die sjaal toch?

[medeverdachte 1] : Ja, maar ik had wel die rasta'tje op.

[verdachte] : Ja, klopt, maar ook... niet bij die

[medeverdachte 1] : Ik had die rasta'tje op man. 22

(…)

[medeverdachte 1] : Want ik weet bro, dat wordt gewoon zwaar aangerekend bro. Zulke dingen worden zwaar aangerekend bro. Wij hebben mensen vastgebonden, dat komt zwaar aan bij die WO. Ik bedoel die andere WO ook niet, oké die, die maar ik bedoel die andere WO met [voornaam 1] , Maar die in vier H dat moest gewoon, want die was gewoon echt uit op ons, we moesten toen wel, dan moet je je weet wei toch die risico nemen. Maar zoals deze twee, we hebben gewoon

vastgebonden, we hebben beantwoord, ze hebben geen klappen gekregen. Je weet toch kijk,

bro, snap je. Dat moeten ze eigenlijk ook gewoon zeggen, vind ik, maar dat doen ze niet.

Misschien bij opsporing verzocht. Zo van bij beide geen geweld gebruikt.

[verdachte] : onverstaanbaar.

[medeverdachte 1] : Ja ik weet het niet bro, maar ik zeg je eerlijk, ja daarom denken de meeste mensen zielig toch.

Dat begrijp ik ook. Ik zeg je heel eerlijk, dat begrijp ik echt wel. Ze moeten wel die ene woning gaan vertellen snap je.

(…)

[medeverdachte 2] : Misschien een assatje roken. Zitten we misschien met z'n drieën in bak dat wel.

[medeverdachte 1] : Snap je

[medeverdachte 2] : Maar waar is die rasta man

[medeverdachte 1] : Haha ik zeg je eerlijk ik weet niet waar die is bro

[medeverdachte 2] : Kanker ziek

[medeverdachte 1] : Die is in de vuilnis container achtergebleven

[medeverdachte 2] : Kanker grappig

[medeverdachte 1] : Luister eens , niet te verstaan

[medeverdachte 2] : Ja , alleen indirecte linken, indirecte dingen bro

[medeverdachte 1] : Ja,

[medeverdachte 2] : Ja maar ja ik dacht dat indirecte dingen niet kunnen, maar ik ben ook veroordeeld op indirecte dingen 23

23 februari 2020, [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ):

[medeverdachte 2] : Maar die andere moet dus wel een oefoe worden?

[medeverdachte 1] : Nee hoeft niet, kan wel

[medeverdachte 2] : Dan gaat er nog 1 aan gelinkt worden he, ais wij weer een oefoe zetten met dezelfde

werkwijze.

[medeverdachte 1] : Denk je?

[medeverdachte 2] : ja, 100%. Als we weer met die waggie, zo weg gaan 100%.

[medeverdachte 1] : Ja man.

Oefoe/oevoe is straattaal voor overval. Waggie is straattaal voor auto.

Uit deze gesprekken leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] , naar aanleiding van de aan hen overhandigde flyer, zich zorgen maken of de politie bij hen zal uitkomen in het onderzoek, dat men bang is dat [verdachte] is gefilmd toen hij het vuilnis weggooide en dat niet bekend moet worden wat [verdachte] heeft weggegooid, dat DNA gevonden zal worden en dat er naast de woningoverval in [plaats 1] (feit 1) nog een woningoverval is geweest waar [voornaam 1] ( [medeverdachte 2] ) bij was, dat ze daar met de auto van de aangevers zijn vertrokken, dat die minder zwaar zal worden aangerekend omdat niemand is vastgebonden. Alle drie hebben ze het over het ‘rastaatje’ dat [medeverdachte 1] heeft gedragen en die is achtergebleven in de container. [medeverdachte 2] wil weten waar de rasta is. [medeverdachte 2] is bang dat als ze weer een overval plegen, met dezelfde werkwijze, namelijk weer met de auto weggaan, die overval 100 procent aan de andere overval zal worden gelinkt.

Bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang bezien, kunnen tot geen andere conclusie leiden dan dat de woningoverval is gepleegd door [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] .

Dat de opgegeven signalementen niet op alle punten kloppen doet daar niet aan af. De slachtoffers bevonden zich in een zeer stressvolle situatie, met vermomde daders. Dat dan op details zaken niet meer goed worden herinnerd is niet meer dan logisch. Dat geldt al helemaal voor “dialecten”. Het pas op zitting door [verdachte] gepresenteerde alternatieve scenario met betrekking tot de DNA-hit op de wandelstok door een mogelijk uitgeleende handschoenen, is naar het oordeel van de rechtbank in het licht van genoemde bewijsmiddelen niet concreet en bovendien ongeloofwaardig.

De wijze waarop de overval is uitgevoerd (en dus moet zijn voorbereid) geeft blijk van een nauwe en bewuste samenwerking door de daders zodat sprake is van medeplegen.

Parketnummer 05/740020-20

Feit 1 ( [naam 4] ), poging afdreiging

De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De verdediging stelt dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van dit feit nu het een klachtdelict betreft en in de aangifte niet de uitdrukkelijke wens tot vervolging wordt geuit. Indien ten aanzien van [benadeelde 6] wel wordt aangenomen dat er een klacht is moet het openbaar ministerie in ieder geval niet-ontvankelijk worden verklaard ten aanzien van [benadeelde 7] .

De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit het dossier blijkt dat op 10 november 2019, dezelfde dag als waarop aangifte is gedaan, door [benadeelde 6] middels een klacht uitdrukkelijk is verzocht tot vervolging van de mogelijke daders over te gaan.

Of ook door [benadeelde 7] een afzonderlijke klacht is ingediend is verder niet relevant, nu [benadeelde 6] uitdrukkelijk heeft verzocht de daders van de afdreiging van hem en zijn echtgenoot [benadeelde 7] , die overigens zelf ook aangifte heeft gedaan en daarnaast een vordering tot schadevergoeding in deze strafzaak heeft ingediend, te vervolgen.

Het openbaar ministerie is dus ontvankelijk.

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 12 juni 2019 is ingebroken in de woning van [benadeelde 6] en [benadeelde 7] in [plaats 4] . Daarbij zijn een kluis met sieraden, geld en DVD’s en foto’s met erotische beelden van aangevers weggenomen.24

Op 10 november is [benadeelde 7] opgebeld. De beller zei dat ze pornobeelden van aangevers hadden en dat ze moesten betalen. [benadeelde 7] verbrak de verbinding.

Een minuut later werd opnieuw gebeld door een man. De beller zei dat hij niet direct moest ophangen en geen grote mond moest hebben want dan zouden er rare dingen gebeuren. De man zei dat hij hun kluis had en dat hij pornografische beelden en foto’s van [benadeelde 6] en zijn vrouw had. [benadeelde 6] moest een bedrag betalen, dan zou hij ze terug krijgen. [benadeelde 6] zei dat hij er rustig over wilde nadenken. Er was gebeld met nummer [telefoonnummer 4] .

Vervolgens werd met hetzelfde nummer een SMS naar [benadeelde 7] gestuurd met de tekst “Je wilt ze toch terug. Klein bedrag nu bellen”. Gevolgd door een SMS met de tekst “Iedereen ontvangt een exemplaar als je niet meewerkt, familie vrienden bedrijf en kerk ook. We kunnen dit snel oplossen bel me”. 25

Op 20 november 2019 kreeg [benadeelde 7] een bericht op haar telefoon van telefoonnummer [telefoonnummer 5] met de tekst “ [voornaam 2] wil je even spreken”. Nadat met dit nummer meerdere malen was gebeld (maar [benadeelde 7] niet had opgenomen) kwam van dat nummer opnieuw een bericht binnen met de tekst “pornografie”. Daarna werd opnieuw gebeld met hetzelfde nummer, maar [benadeelde 7] nam niet op.

Op 21 november 2019 trof [benadeelde 6] een DVD aan onder de ruitenwisser van de auto van [benadeelde 7] . Hij herkende de DVD als een DVD die bij de inbraak was weggenomen. Hij vond ook meerdere DVD’s in zijn tuin, bij de buren en op muurtjes en in struiken.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte het feit heeft gepleegd op basis van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is – samengevat – aangevoerd dat het feit dat verdachte middelen zou hebben gekocht waarmee is afgedreigd niet wil zeggen dat hij wetenschap zou hebben over die afdreiging. Verder zeggen ook de mastgegevens niets over de afdreiging.

Beoordeling door de rechtbank

Uit de aangifte en beschikbare telefoongegevens volgt dat aangevers zowel op 10 november als 20 november 2019 zijn benaderd via de telefoon en/of met SMS- berichten. De op 10 november ingezette poging is kennelijk op 20 november voortgezet.

Aan aangever [benadeelde 6] is een aantal sieraden getoond vanuit het Digitaal Opkopingsregister. Aangever [benadeelde 6] herkende verschillende sieraden als sieraden die waren weggenomen bij de inbraak.26

Na het raadplegen van het Digitale Opkopingsregister bleek dat [verdachte] deze sieraden had ingeleverd bij een goudwisselkantoor in [plaats 5] .27

[verdachte] heeft ter terechtzitting pas verklaard dat “het kan dat hij zijn id-kaart heeft uitgeleend”. Die verklaring is niet concreet en niet geloofwaardig. Het feit dat [verdachte] deze sieraden heeft verkocht geeft aan dat hij kennelijk in ruimere zin betrokken is bij het wegnemen van de goederen waarmee is afgedreigd.

Het telefoonnummer [telefoonnummer 5] waarmee de tweede afdreiging op 20 november 2019 heeft plaatsgevonden is door de politie onderzocht. De gebruikte sim-kaart blijkt op die dag gekocht te zijn bij de [bedrijf] in [plaats 9] , samen met een telefoon ( [merk telefoon] ) met IMEInummer [nummer 1] . Ook is toen een E-voucher verkocht. Blijkens gegevens van de pinterminal is hiervoor om 14.36 uur betaald met de pinpas van [verdachte] .28

Dat een ander zou hebben betaald met de pinpas van [verdachte] , is niet aannemelijk geworden. De rechtbank concludeert dan ook dat de telefoon en bijhorende goederen waarmee opnieuw op 20 november 2019 is gechanteerd, een paar uur eerder zijn gekocht door [verdachte] .

Na de aanschaf om 14.36 uur, is de sim-kaart om 14.51 uur geactiveerd. Buiten een enkel servicenummer waren er op 20 september 2019 alleen contactmomenten met het mobiele nummer van [benadeelde 6] . Rond 18.48 uur zijn sms-jes gestuurd aan [benadeelde 6] en is diverse keren ingebeld. Een paar minuten later (18.53 uur) is het tegoed met de door [verdachte] aangeschafte e-voucher opgewaardeerd.

Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaar dat het “kan zijn dat hij zijn pinpas heeft uitgeleend of dat hij iets heeft voorgeschoten voor iemand”. Die verklaring is op geen enkele manier concreet gemaakt en bovendien ongeloofwaardig.

De enige conclusie is dat de afdreiging van [benadeelde 6] en [benadeelde 7] heeft plaatsgevonden met een (nieuwe) telefoon van [verdachte] .

Ten aanzien van de betrokkenheid van [medeverdachte 1] overweegt de rechtbank als volgt,

Uit de aangifte en beschikbare telefoongegevens volgt dat aangevers zowel op 10 november als 20 november 2019 zijn benaderd via de telefoon en/of met SMS- berichten. De op 10 november ingezette poging is kennelijk op 20 november voortgezet.

In de telefoon van [medeverdachte 1] is de volgende notitie aangetroffen:

“Speeltuin einde van de straat/2 prullenbakken. €€ erin zetten…

Zijn jullie bereid te betalen voor spullen die van jullie zijn ??

Zie dit gewoon als een zakelijk conflict

En werk je niet mee dan maak ik jullie helemaal kapot dus ook jullie bedrijf, familie, kinderen etc ik weet alles maak je daarover zeker niet druk

Nogmaals dit is geen grap

Betalen betekent dat de gehele collectie terug komt.”29

De strekking van deze tekst is volkomen duidelijk: hij is bedoeld om iemand af te dreigen.

De notitie is in de telefoon gezet op 10 november 2019, de dag dat aangevers de eerste afdreigtelefoontjes ontvingen. Aangevers wonen aan de [adres 6] , aan het einde van die weg ligt een speeltuin.

[medeverdachte 1] heeft voor deze notitie in zijn telefoon geen aannemelijke, de verdenking ontzenuwende, verklaring kunnen geven.

De telefoonnummers waarmee op 10 november 2019 is gebeld en berichten zijn gestuurd zijn door de politie onderzocht, met het volgende resultaat:

Telefoonnummer [telefoonnummer 4]

  • -

    De sim-kaart van dit nummer is van [naam 5] en is ter wederverkoop uitgeleverd aan [bedrijf] [adres 7] .

  • -

    De sim-kaart werd op 10 november 2019 om 16.39 geactiveerd, waarbij automatisch starttegoed werd geactiveerd.30

Tussenconclusie: de sim-kaart is op die datum en dat tijdstip gekocht bij de [bedrijf] in [plaats 5] . Het is dezelfde dag dat [benadeelde 7] met het nummer is gebeld.

- Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat bij het telefoonnummer werd gebruikt in een toestel met Imei-nummer [nummer 2] .31

  • -

    Bij de activering van de sim-kaart om 16.39 uur wordt het telefoonnummer [telefoonnummer 4] aangestraald op de [adres 8] (centrum [plaats 5] ). Tussen 18.32 uur en 20.37 uur over de paal [adres 9] , om 20.39 over de paal [adres 10] . Tussen 20.40 en 21.18 uur over de paal [adres 9] .

  • -

    Het telefoonnummer [telefoonnummer 6] van [medeverdachte 1] komt tussen 16.17 en 16.41 die dag over palen aan de [plaats 10] , die zich in en nabij het centrum van [plaats 5] bevinden.

Het telefoonnummer kwam omstreeks de bovengenoemde tijdstippen van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] , over de palen in de buurt van bovengenoemde palen, te weten 18:37 tot en met 18:40 uur [adres 11] , [adres 12] , tussen 19:43 uur tot en met 20:11:50 uur.32

De telefoon van [medeverdachte 1] bevond zich dus op 10 november 2019 tussen 16.39 uur en 20.11 uur steeds dichtbij de telefoon waarmee de afdreiging plaatsvond op die dag, in [plaats 5] (waar de afdreigtelefoon is gekocht) en in [plaats 4] (waar de afdreiging heeft plaatsgevonden).

[medeverdachte 1] heeft geen enkele concrete, verifieerbare en aannemelijke alternatieve uitleg voor deze belastende telefoongegevens kunnen of willen geven.

Uit de samenhang tussen voornoemde telefoonnotitie en de telefoongegevens volgt dat ook [medeverdachte 1] bij de poging tot afpersing betrokken is geweest.

Gelet op vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte 1] samen met [verdachte] de poging tot afdreiging heeft gepleegd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat ten aanzien van de voorbereiding en de uitvoering van de poging tot afdreiging sprake is van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking, dat van medeplegen gesproken kan worden.

Feit 2, diefstal van o.a. jassen en autosleutel op 13 februari 2020

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 13 februari 2020 zijn in [plaats 3] uit het pand [naam 1] aan de [adres 4] twee jassen weggenomen. Eén van de jassen, van het merk [merk 2] was van [benadeelde 8] . In de jas zaten huissleutels en een autosleutel. De andere jas, van het merk [merk 3] was van [benadeelde 9] . In de jas zat een doos sigaren.33

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte het feit heeft gepleegd op basis van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Uit de aangifte van [benadeelde 8] volgt dat hij zijn jas om 22.45 aan de kapstok heeft gehangen en om 23.30 uur constateerde dat de jas was verdwenen.34 De auto van [benadeelde 8] , waarvan de sleutels in de weggenomen jas zaten, was een [merk auto 4] met kenteken [kenteken 3] .35 De sleutels hingen aan een sleutelhanger in de vorm van een voetbaltenue.36

In de overwegingen hiervoor is al besproken dat en waarom de rechtbank uitgaat van de stemherkenningen.

Op 13 februari 2020 tussen 22.34 en 22.54 uur is een OVC-gesprek tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] opgenomen:

[medeverdachte 1] : Even kijken waar die [merk auto 4] staat. Toch?

[verdachte] : Ja toch.

[medeverdachte 1] : Ja toch.

[verdachte] : Ja toch1

[medeverdachte 1] : Pak je tellie er even bij, als ik hem zie (woorden niet te verstaan). [kenteken 3] , [kenteken 3] . [kenteken 3] .

[verdachte] : [kenteken 3] .

[medeverdachte 1] : (woorden moeilijk te verstaan).. voetbalt bij eh [plaats 3] , denk ik, beetje op

leeftijd .. (woorden moeilijk te verstaan), wedstrijdje kijken.

(…)

[medeverdachte 1] : Raar toch, beter gewoon weg. Want ik heb al aanwijzingen, dat die jongen

hierzo uit komt. We weten dat hij komt, dat is al l, hij voetbalt hier, hij zit, wat voor

dag is het vandaag? Donderdag, donderdag hier muziek, snap je?

[verdachte] : Half 12.

[medeverdachte 1] : Ja man, daarom, we hebben sowieso al aanwijzingen, we hebben sowieso al

sterke aanwijzingen toch, hoe laat en dit en dat, dus sowieso een grote kans dat we

die waggie.

[verdachte] : wegtrekken. 37

[medeverdachte 1] : Ergens wegtrekken ja. Ja toch, we hebben die key (fonetisch) woehoe, we

hebben hem toch.

[verdachte] : ergens naar binnen rijden.

Strekking van dit gesprek is dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zoeken naar de [merk auto 4] met kenteken [kenteken 3] (de [merk auto 4] van [benadeelde 8] ). Ze hebben de sleutel, zodat ze de auto “weg kunnen trekken”.

Ze weten (door de sleutelhanger) dat de eigenaar iemand moet zijn die in [plaats 3] voetbalt.

Dat die strekking juist is wordt bevestigd door een gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 21 februari 2020, waarin [medeverdachte 1] uitlegt dat ze een waggie en een huissleutel hebben, en hoe ze daaraan zijn gekomen, namelijk door het stelen van meerdere jassen tegelijk:

[medeverdachte 1] : Ja, man, we hebben gewoon weer een waggie en een huissleutel. Geen grap. Ik was bij die verzorgingshuis met ' [verdachte] ' en we konden niet naar binnen die dag. We lopen terug, muziekvereniging. Ik zie die mensen springen dit en dat, ik zie die jas hangen, ik zeg tegen ' [verdachte] ': broer we gaan daar naar binnen. Hij houdt die deur open, ik pak drie, vier jassen. Ik haal deze eruit.

[medeverdachte 2] : Waar staat die waggie dan?

[medeverdachte 1] : Weet ik niet ouwe, maar er zat ook zo'n dingetje bij van voetbal, snap je en ik weet wel waar die club is. Ik weet wel waar die voetbalclub is. 38

Niet alleen vertelt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] hoe hij en [verdachte] jassen hebben gestolen bij de muziekvereniging ( [naam 1] ) waar huissleutel en een autosleutel in zaten, hij vertelt ook het plan om te zijner tijd de auto alsnog te gaan weghalen bij de voetbalclub nu hij weet waar de eigenaar kennelijk voetbalt (gezien de sleutelhanger).

[verdachte] heeft niet over dit feit willen verklaren.

Gelet op al het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] samen de jassen hebben gestolen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat ten aanzien van de voorbereiding en de uitvoering van deze diefstal sprake is van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking, dat van medeplegen gesproken kan worden.

Feit 3, medeplegen poging woningbinbraak in [plaats 4] op 27 februari 2020

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 27 februari 2020 is er ingebroken in [plaats 4] in de woning aan de [adres 5] , bewoond door [benadeelde 10] en familie. De daders waren over het hek geklommen dat de woning omheint, hadden daarna een raam opengebroken en zijn toen door dat raam de woning ingeklommen. Daarna is de woning doorzocht.39

Uiteindelijk hebben de daders niets meegenomen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte het feit heeft gepleegd op basis van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat verdachte op de uitkijk heeft gestaan, wat hoogstens medeplichtigheid oplevert, hetgeen niet ten laste is gelegd.

Beoordeling door de rechtbank

[verdachte] heeft bekend dat hij bij de inbraak betrokken is.40

De vraag is of dit als medeplichtige of als medepleger is. De rechtbank overweegt daarover als volgt. In de overwegingen hiervoor is al besproken dat en waarom de rechtbank uitgaat van de stemherkenningen.

Aangever [benadeelde 10] en zijn vrouw hebben een [kleur 2] [merk auto 6] en een [merk auto 7] .41

De voorverkenning:

Op 26 februari 2020 is het volgende OVC-gesprek opgenomen tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] :

[medeverdachte 1] : Ik appte je sowieso al, ik zei laat die koe maar fftjes man.

(…)

[medeverdachte 1] : Snap je, daar is nu sowieso niemand, ik weet bijna zeker, allebei de wakkies zijn weg.

[verdachte] : Gisteren stond die [merk auto 7] er wel overdag.

[medeverdachte 1] : Ja bro, weet je wat het is die [merk auto 7] staat er echt vaak

overdag.

[verdachte] : Ja

[medeverdachte 1] : Dan is alleen die [merk auto 6] weg. Maar weetje waar ik over nadenk

bro. Het is gewoon vakantie man, het is hier gewoon vakantie.

(…)

[medeverdachte 1] : Maar dat was dus laatst ook jonge, toen waren ze de hele dag weg mattie, en toen in de avond dacht ik oké, we gaan ze (onbekend wat hij zegt) weetje. Ja. stond er weer. want die [merk auto 7] die stond er toen. Maar die [merk auto 6] die was de hele dag weg, de hele dag, gewoon letterlijk de hele dag.

[verdachte] : Ja maar die is vaak weg, die is vaak weg.

(…)

[medeverdachte 1] : Bro, we wachten sowieso nog één dagje. Morgen. als het morgen niks is bro, (onverstaanbaar) snap je? Dan is het heel eerlijk.

[verdachte] : (Zegt iets onverstaanbaars) inhouden echt waar

[medeverdachte 1] : Zeker, bij die witte sowieso. Bij die witte is allie. Dat is een beetje kut, maar ene kant, ja bro, weet je wat het is bro. Je hoeft alleen

binnen te komen, je hoeft alleen binnen te komen. Die allie gaat af jonge, jij, jij springt naar die allie. Jij gaat die allie proberen uit te schakelen. Jonge bro, ik kruip naar die slaapkamer toe mattie, meteen, meteen mattie. Bro hoelang heb je nodig man. Ik trek alles overhoop toch, alles overhoop man en dan zijn we ook gewoon meteen weer weg, snapje? Letterlijk alleen de slaapkamer, want als er ergens wat ligt, heb je de grootste kans dat je het op de

slaapkamer gaat vinden. Echt de grootste kans is daar.

[verdachte] : Mattie, ik zit dus te denken, die osso is wel.

[medeverdachte 1] : Biggie

[verdachte] : Biggie

[medeverdachte 1] : Ja dat is zeker wel een biggie osso ja, zeker weten.

[verdachte] : Dan zeg je in één max twee minuutjes.

[medeverdachte 1] : Ja.

[verdachte] : Kan je dan niet echt je ding doen, denk ik.

[medeverdachte 1] : Ja ik denk het wel, man, ik denk het wel man.

(…)

[medeverdachte 1] : Nee we zijn er inderdaad echt zo ja, maar dan moeten ze wel komen jongen, dan moeten ze wel worden ingeschakeld. Ik weet zeker osso (onbekend wat hij zegt) is echt een hele kleine kans dat meteen die (onbekend) komt, want over het algemeen gaat die eerst naar de persoon die daar woont, snapje? Gaat die eerst gewoon naar uuh gewoon naar die

mannetje, die mannetje zit nu ergens in de Malediven, hij kijkt op zijn tellie, zijn allie gaat af. Ja weetje, kijk hij gaat misschien familie eerst inschakelen. Snap je? Want als hij in de Malediven zit en hij drukt 112, ja bro, dan krijg je geen Nederlandse politie, begrijp Jij ook wel. Snap je? Dus hij gaat eerst familie inschakelen. Bel de wouten, bel de wouten dit en dat. Here we are, bro, dan moet maar net allemaal zo, dat kost ook tijd snap je. Diegene moet

ontvangen, die moet weer bellen snap je? Dat kost allemaal weer tijd. Jonge, bro geloof me dan hebben we sowieso al vijf minuten voorsprong snap je?

(…)

[verdachte] : Ja. Maar beter wel, hoe zeg je dat, uh, als bijvoorbeeld die één twee minuten hanteert, sowieso deruit gaan.

[medeverdachte 1] : Ja natuurlijk jonge, ik ga niet helemaal zoeken enzo. Ik ga meteen eruit mattie, meteen. Ik ga meteen eruit man. Ik ga meteen eruit. Kijk het is beter als we (onverstaanbaar) die (onverstaanbaar) er af slaat, snap je. Dat die geluid in ieder geval ophoudt en dan koud leggen. Als je hem dan koud legt en dan terug komen en er gebeurt niks, dan weetje

(onverstaanbaar) Veel ruis.

[verdachte] : Dan zoek ik uh, ondertussen gewoon een ingangetje of uitgangetje. 42

Duidelijk is dat [medeverdachte 1] en [verdachte] hier de inbraak voorbespreken. Ze willen er zeker van zijn dat er niemand is, wat kan blijken uit het feit dat de [merk auto 7] en [merk auto 6] er niet zijn. Ze willen maar korte tijd blijven, wat lastig is want het is een groot huis (biggie osso). [verdachte] moet het alarm uitschakelen, door het kapot te maken. Tegen de tijd dat er iemand komt vanwege het alarm zijn ze al weg. Als hij dat heeft gedaan zoekt hij een ingangetje of uitgangetje.

De inhoud van de voorbespreking rechtvaardigt de conclusie dat [verdachte] ten volle betrokken is bij de planning en voorbereiding van de inbraak en dat het een klus is waarbij ze samen zullen optrekken. Nergens in de voorverkenning wordt overigens besproken dat [verdachte] op de uitkijk zal staan.

Op 27 februari 2020 volgt dan de inbraak zelf. Het volgende OVC-gesprek wordt opgenomen tussen [medeverdachte 1] en [naam 6] .

[medeverdachte 1] : Maar ik wil hem nu zetten he.

[naam 6] : Ja?

[medeverdachte 1] : Ja overdag bro, want weetje wat het is kijk die mensen zijn niet op vakantie

snap je, hun zijn niet op vakantie, hun zijn gewoon weg, aan het werk. Maar ik weet

daar is nu niemand 100 procent.

[naam 6] : Zegt iets onverstaanbaars.

[medeverdachte 1] : Ja toch, ik rij ff langs even buurman helpen.

[naam 6] : Waar is die dan?

[medeverdachte 1] : Hier. Zegt iets dat niet verstaanbaar is.

Ze spreken met een derde persoon

(…)

[naam 6] : Vraagt iets, onverstaanbaar wat.

[medeverdachte 1] : Nee twee mensen, ze hebben kinderen.

[naam 6] : Jonge?

[medeverdachte 1] : Ja echt jonge kinderen, oppas kinderen, of ze hebben eigen kinderen, één

van de twee, er komen daar kinderen man, ik zie ook speelgoed ergens, gesproken

die het huis kent je weet toch, wei dikke [merk auto 6] en ander autootje, wel mooie auto,

mooie huis, mooie autootje, mooie [merk auto 6] zo'n [kleur 2] .

(…)

houden weetje wel.

[medeverdachte 1] : Ja man. Dat is wel een goeie. Wolla ik zeg je eerlijk. Ja echt. Vooral als er

een wakkie komt, je weet toch. Maar dan moet je wel meteen bellen bro.

[naam 6] ; Ja, ja sowieso.

[medeverdachte 1] : Waar ga je staan dan?

[naam 6] : Onverstaanbaar.

[medeverdachte 1] : Ik weet misschien iets beters man. Zet ik die wakkie daar snap je, kan je

gewoon wandelen.

[naam 6] : Maar hij is zo klaar?

[medeverdachte 1] : Ja denk ik wel. Zet ik de wakkie gewoon letterlijk hier neer, kanker.

(…)

1e persoon stapt in het voertuig, Motor wordt gestart, voertuig rijdt een stukje weg.

2e persoon komt ook bij de auto.

Wordt buiten het voertuig geschreeuwd, te horen is het woord kanker..

[medeverdachte 1] : Waar is [verdachte] dan?

[naam 6] : Ik weet niet? Wat is er met hem?

[medeverdachte 1] : Ik liep door zijn steeg heen.

[naam 6] : Aha

[medeverdachte 1] : Waar is [verdachte] dan?

[naam 6] : Geen idee, ik heb hem niet naar buiten zien komen. Ik dacht jij gaat via de

achterkant.

(…)

[naam 6] : Nee man, niet de hele tijd. Ik zag nog een vent achter, daaro, daar. Pik hem

daar op,

[medeverdachte 1] : Bro, ik weet niet waar hij is toch. !k weet niet waar die jongen is heen gelopen

man, ik zeg je eerlijk.

[naam 6] : Was hij eerder als jou?

[medeverdachte 1] : Nee man, ik was er eerder over. Ik was er eerder over. Ik weet niet waar die is hoor ik zeg je eerlijk.

[naam 6] : Kankerschijt jonge, jij je zin, helemaal niks aan de hand.

[medeverdachte 1] : Nee toch, letterlijk niks

Zakeria: Echt helemaa! niks aan de hand, letterlijk bro, niks aan de hand. Er was niet

eens iets daar. Gewoon letterlijk niente.

[medeverdachte 1] : Nee man, niks bro, een kluisje gevonden, daar zaten papieren in, meer niet,

zaten letterlijk wat papieren in, wat bankafschriften van de [bank] . En voor de rest

niks man, voor de rest echt helemaal niks. Voor de rest niks ouwe, kanker hatelijk .Kanker hatelijk maar waar. ik weet niet waar hij nu is?

[naam 6] ; In plaats dat de, onverstaanbaar, hem zoekt, zoeken

(…)

[medeverdachte 1] : Ja heavy, poeh. Die raampje jonge, twee seconden, vraag aan [verdachte] , waren

open.

[naam 6] : Ja jullie waren kanker snel binnen jonge, kanker snel, ik hoorde heel ff geluid, heel ff, echt kanker zacht gewoon, daarna waren jullie binnen. Toen dacht ik ah nu is het na 5 minuten klaar, nu kunnen ze rustig zoeken, wolla. Maar hij neemt zijn tellie niet op.

[medeverdachte 1] : ik ga hem nu niet bellen man, ik ga hem nu niet bellen, ik zeg je eerlijk.

[naam 6] : Zal die naar huis gaan? Of zou hij, wat voor keuze zal hij maken?

[medeverdachte 1] : Ja, ik weet niet. ik weet niet hoe die is gelopen, snap je. Kijk als die naar huis

was gegaan, bro, dan hadden we hem nu wel gezien toch, neem ik aan. Hoe loop je anders naar osso, snap je? Maar ik denk dat hij die koe heeft verstopt en is die gewoon, ik weet niet man, naar planta gelopen ofzo. Ik zou niet weten waar die nu is, ik zeg je eerlijk

(…)

Stapt iemand n de auto, dit blijkt [verdachte] te zijn.

[medeverdachte 1] : Ewaa zieke geest, waar is die koe? Waar was je heen gegaan?

[verdachte] : achterom man, bro,

[medeverdachte 1] : Achterom?

[verdachte] : Die mannetje heeft jou kankerhard gescand.43

Dit gesprek vindt, gelet op de inhoud, plaats vlak voor en na de inbraak. Die inbraak werd met zijn tweeën gedaan. Aangezien [naam 6] niet meegaat is [verdachte] de tweede. Men vindt niets van waarde en komt met lege handen terug. Ten aanzien van de rol van [verdachte] en de anderen concludeert de rechtbank uit dit gesprek het volgende:

  • -

    [naam 6] staat op de uitkijk en moet bellen als er een auto komt;

  • -

    Het raampje was in twee seconden open, “vraag maar aan [verdachte] ” (oftewel: [verdachte] was aanwezig bij het openbreken).

  • -

    [naam 6] heeft [verdachte] niet naar buiten zien komen (dus [verdachte] was binnen).

  • -

    [naam 6] zegt: Ja jullie waren kanker snel binnen jonge, kanker snel, ik hoorde heel ff geluid, heel ff, echt kanker zacht gewoon, daarna waren jullie binnen”.

  • -

    [verdachte] had de koevoet.

  • -

    [verdachte] is achterom gegaan.

Uit dit alles blijkt dat [verdachte] de inbraak met [medeverdachte 1] tot in details heeft voorbesproken en gepland (zo zou hij het alarm stuk zou maken als dat er was). Hij had dus al een belangrijke rol in de voorfase. Ook tijdens de uitvoering heeft hij een belangrijke rol in de samenwerking gespeeld, zo had hij het inbraakgereedschap bij zich.

Aldus is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en dus van medeplegen van de inbraak. Het feit is dus bewezen.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

05/880377-20

1.

hij op of omstreeks 13 maart 2019, te [plaats 1] , althans in Nederland, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld:

- [benadeelde 1] en/of

- [benadeelde 2]

- heeft gedwongen tot de afgifte van:

- een gouden zegelring,

- 50 of 60 euro,

- eén of meer sets (gouden) manchetknopen,

- één of meer speciale en/of zeldzame munten,

- 300 dollar,

- een brief van het ministerie van natuurbeheer, landbouw en visserij,

- deel twee van een kentekenbewijs,

- een weekendtas (merk: [merk 1] ),

- één of meer (wit)gouden armbanden,

- drie kleine gouden knopjes en/of clips,

- een (gouden) kettinghangertje,

- een gouden dasspeld,

- twee (korte) gouden kettinkjes,

- een kluis (met inhoud),

- een set oorbellen,

- een halsketting met parels,

- een auto, te weten een [merk auto 1] (met kenteken [kenteken 1] ) en/of

- één of meer andere voorwerpen,

die geheel of ten dele aan een derde toebehoorden, te weten aan:

- [benadeelde 1] en/of

- [benadeelde 2] ,

door:

- gemaskerd en/of met gezichtsbedekkende kleding,

- met versnelde pas en/of een dreigende en/of intimiderende houding op voornoemde [benadeelde 1] af te lopen,

- meermalen een (zilverkleurig en/of zwart) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op voornoemde [benadeelde 1] te richten en/of (langdurig en/of ononderbroken) gericht te houden,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op dwingende toon) te zeggen “ga hier zitten en kijk naar buiten, blijf naar buiten kijken”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 1] te dwingen om op een stoel en/of een bank plaats te nemen,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op luide en/of dwingende toon) te zeggen “geld, geld, kluis”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op luide en/of dwingende toon) te zeggen “waar is de portemonnee dan”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op luide en/of dwingende toon) te zeggen “waar zijn de [merk auto 2] -sleutels?”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (dwingende toon) te zeggen “uw ringen af en uw horloge”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat hij ook zijn trouwring af moest doen’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 2] te dwingen om op een stoel plaats te nemen,

- voornoemde [benadeelde 2] te dwingen om haar telefoon neer te leggen en/of tijdelijk af te staan en/of de telefoon (hardhandig) af te pakken, met de kennelijke bedoeling om bellen en/of het inschakelen van hulp onmogelijk te maken,

- tegen voornoemde [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij haar juwelen af moest doen’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 2] en [benadeelde 1] te dwingen om op hun buik op de grond te gaan liggen, met hun gezicht en/of hoofd op de stenen/harde ondergrond/vloer,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij op de grond moesten gaan liggen’ en/of (meermalen) ‘dat zij naar beneden moesten blijven kijken’ en/of ‘dat zij weg moesten kijken’ en/of dat zij rustig moesten blijven liggen en niet moesten bewegen omdat er dan niets met hen zou gebeuren’, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “blijf rustig, werk mee en gehoorzaam”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “opstaan, naar boven, beetje opschieten”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- een (zilverkleurig en/of zwartkleurig) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] te (blijven) richten,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “Ga op uw bed liggen” en/of “op je buik gaan liggen, met uw hoofd in de kussens en niet kijken”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- een doek en/of een kledingstuk en/of een stuk stof over het hoofd van voornoemde [benadeelde 1] te plaatsen,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “waar is de kluis?”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- één of meermalen tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “waar is het geld”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- één of meermalen tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende en/of dreigende toon) te zeggen “meewerken, anders zijn de gevolgen voor jullie” en/of “godverdomme waar is de kluis, de gevolgen zijn voor u en die zullen niet mals zijn” en/of (meermalen) (zakelijk weergegeven) ‘dat zij moesten zeggen waar de kluis was en dat dit de laatste kans was om het te vertellen’, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (aan elkaar) vast te binden,

- voornoemd (zilverkleurig) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op tegen het hoofd van voornoemde [benadeelde 1] te duwen en/of zetten,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “we hebben de kluis gevonden, onmiddellijk de code” en/of “die code, die code” en/of “als je nu niet de juiste code geeft, gebeurt er iets ernstigs”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 2] één of meermalen te dwingen om mee naar de kluis te gaan (om deze te openen),

- aan voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te vragen (zakelijk weergegeven) ‘hoe de alarminstallatie op de gang uitgezet kon worden’, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] meermalen en/of nogmaals en/of steviger (aan elkaar) vast te binden en/of

- terwijl voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (vastgebonden) in de slaapkamer aanwezig waren, de deur van de slaapkamer op slot te draaien, met het kennelijke doel om het inschakelen van hulp onmogelijk te maken

en/of

hij op of omstreeks 13 maart 2019, te [plaats 1] , althans in Nederland, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- een gouden zegelring,

- 50 of 60 euro,

- eén of meer sets (gouden) manchetknopen,

- één of meer speciale en/of zeldzame munten,

- 300 dollar,

- een brief van het ministerie van natuurbeheer, landbouw en visserij,

- deel twee van een kentekenbewijs,

- een weekendtas (merk: [merk 1] ),

- één of meer (wit)gouden armbanden,

- drie kleine gouden knopjes en/of clips,

- een (gouden) kettinghangertje,

- een gouden dasspeld,

- twee (korte) gouden kettinkjes,

- een kluis (met inhoud),

- een set oorbellen,

- een halsketting met parels,

- een auto, te weten een [merk auto 1] (met kenteken [kenteken 1] ) en/of

- één of meer andere voorwerpen,

, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan:

- [benadeelde 1] en/of

- [benadeelde 2] , in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

heeft weggenomen,

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen:

- [benadeelde 1] en/of

- [benadeelde 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

door:

- gemaskerd en/of met gezichtsbedekkende kleding,

- met versnelde pas en/of een dreigende en/of intimiderende houding op voornoemde [benadeelde 1] af te lopen,

- meermalen een (zilverkleurig en/of zwart) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op voornoemde [benadeelde 1] te richten en/of (langdurig en/of ononderbroken) gericht te houden,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op dwingende toon) te zeggen “ga hier zitten en kijk naar buiten, blijf naar buiten kijken”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 1] te dwingen om op een stoel en/of een bank plaats te nemen,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op luide en/of dwingende toon) te zeggen “geld, geld, kluis”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op luide en/of dwingende toon) te zeggen “waar is de portemonnee dan”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op luide en/of dwingende toon) te zeggen “waar zijn de [merk auto 2] -sleutels?”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (dwingende toon) te zeggen “uw ringen af en uw horloge”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat hij ook zijn trouwring af moest doen’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 2] te dwingen om op een stoel plaats te nemen,

- voornoemde [benadeelde 2] te dwingen om haar telefoon neer te leggen en/of tijdelijk af te staan en/of de telefoon (hardhandig) af te pakken, met de kennelijke bedoeling om bellen en/of het inschakelen van hulp onmogelijk te maken,

- tegen voornoemde [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij haar juwelen af moest doen’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 2] en [benadeelde 1] te dwingen om op hun buik op de grond te gaan liggen, met hun gezicht en/of hoofd op de stenen/harde ondergrond/vloer,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij op de grond moesten gaan liggen’ en/of (meermalen) ‘dat zij naar beneden moesten blijven kijken’ en/of ‘dat zij weg moesten kijken’ en/of dat zij rustig moesten blijven liggen en niet moesten bewegen omdat er dan niets met hen zou gebeuren’, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “blijf rustig, werk mee en gehoorzaam”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “opstaan, naar boven, beetje opschieten”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- een (zilverkleurig en/of zwartkleurig) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] te (blijven) richten,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “Ga op uw bed liggen” en/of “op je buik gaan liggen, met uw hoofd in de kussens en niet kijken”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- een doek en/of een kledingstuk en/of een stuk stof over het hoofd van voornoemde [benadeelde 1] te plaatsen,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “waar is de kluis?”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- één of meermalen tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “waar is het geld”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- één of meermalen tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende en/of dreigende toon) te zeggen “meewerken, anders zijn de gevolgen voor jullie” en/of “godverdomme waar is de kluis, de gevolgen zijn voor u en die zullen niet mals zijn” en/of (meermalen) (zakelijk weergegeven) ‘dat zij moesten zeggen waar de kluis was en dat dit de laatste kans was om het te vertellen’, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (aan elkaar) vast te binden,

- voornoemd (zilverkleurig) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op tegen het hoofd van voornoemde [benadeelde 1] te duwen en/of zetten,

- tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te zeggen “we hebben de kluis gevonden, onmiddellijk de code” en/of “die code, die code” en/of “als je nu niet de juiste code geeft, gebeurt er iets ernstigs”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 2] één of meermalen te dwingen om mee naar de kluis te gaan (om deze te openen),

- aan voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (op dwingende toon) te vragen (zakelijk weergegeven) ‘hoe de alarminstallatie op de gang uitgezet kon worden’, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] meermalen en/of nogmaals en/of steviger (aan elkaar) vast te binden en/of

- terwijl voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (vastgebonden) in de slaapkamer aanwezig waren, de deur van de slaapkamer op slot te draaien, met het kennelijke doel om het inschakelen van hulp onmogelijk te maken

2.

hij op of omstreeks 8 februari 2020, te [plaats 2] , althans in Nederland, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 3] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- een auto, te weten een zwarte [merk auto 3] (met kenteken [kenteken 2] ), en/of

- een reservesleutel behorend bij voornoemde auto en/of

- een pinpas op naam van [benadeelde 3]

die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan:

- [benadeelde 4] en/of

- [benadeelde 3] , in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

heeft weggenomen,

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

welke diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen:

- [benadeelde 5] ,

- [benadeelde 4] en/of

- [benadeelde 3] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- verbale agressie te uiten richting voornoemde [benadeelde 5] ,

- met versnelde pas en/of een dreigende en/of intimiderende houding op voornoemde [benadeelde 5] af te lopen,

- voornoemde [benadeelde 5] , terwijl zij zich verzette, de keuken in en/of in een hoek van de keuken en/of in/richting de gang te duwen,

- een (wandel)stok van voornoemde [benadeelde 5] af te pakken en haar met voornoemde stok in een hoek en/of naar beneden te duwen en/of dwingen en/of vast te houden en/of klem te zetten,

- één of meermalen (met kracht) tegen het lichaam van voornoemde [benadeelde 5] te slaan en/of schoppen, terwijl zij op de grond lag,

- een hand op de mond van voornoemde [benadeelde 5] te drukken en/of houden,

- tegen voornoemde [benadeelde 5] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij stil moest zijn’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- een hand op de mond van voornoemde [benadeelde 3] te drukken en/of houden,

- voornoemde [benadeelde 5] en/of voornoemde [benadeelde 3] vast te pakken en/of in de richting van de woonkamer te duwen en/of dwingen,

- voornoemde [benadeelde 5] en/of voornoemde [benadeelde 3] op de bank te duwen en/of dwingen,

- tegen voornoemde [benadeelde 4] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat hij moest gaan en/of blijven zitten’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- voornoemde [benadeelde 4] één of meermalen (op agressieve en/of dwingende wijze) tegen te houden en/of terug te duwen op de momenten dat hij wilde opstaan,

- een (wandel)stok van voornoemde [benadeelde 4] af te pakken,

- voornoemde [benadeelde 4] één of meermalen (met kracht) met een (wandel)stok tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan,

- voornoemde [benadeelde 5] , [benadeelde 4] en/of [benadeelde 3] te dwingen om hun telefoons tijdelijk af te staan en/of de telefoons (hardhandig) af te pakken, met de kennelijke bedoeling om bellen en/of het inschakelen van hulp onmogelijk te maken,

- te trachten om voornoemde [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] vast te binden met een (fiets)slot,

- een (zilverkleurig) vuurwapen of daarop gelijkend wapen op voornoemde [benadeelde 5] en/of [benadeelde 3] te richten,

- tegen voornoemde [benadeelde 5] (op dwingende toon) te zeggen ”shut the fuck up” althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 3] (op dwingende toon) te zeggen (zakelijk weergegeven) ‘dat zij stil moest zijn’ althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 5] (op dwingende toon) te zeggen ”denk jij dat dit een grapje is?” althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

- tegen voornoemde [benadeelde 5] (op dwingende toon) te zeggen ”wat kan je aan mij geven, goud ofzo?” althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- tegen voornoemde [benadeelde 5] , [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] (op dwingende toon) te zeggen ”als jullie bewegen, binden we jullie vast?” althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking

05/740020-20

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10

november 2019 tot en met 20 november 2019 te [plaats 4] en/of [plaats 5] en/of

[plaats 9] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of

zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad,

smaadschrift en/of openbaring van een geheim [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] , in ieder geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), die [benadeelde 6]

en/of [benadeelde 7] meermalen, in ieder geval éénmaal dreigende en/of dwingende

berichten heeft/hebben gestuurd en/of heeft/hebben gebeld waarbij hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s) dwingende en/of dreigende uitlatingen

en/of eisen deed/deden, onder meer inhoudende dat hij en/of zijn mededader(s)

naaktfoto(s) en/of pikante filmpje(s) van die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] aan de

familie, vrienden, het bedrijf en de kerk zouden sturen en/of openbaren en/of

verspreiden, als die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] geen geldbedrag aan verdachte en/of

zijn mededader(s) zou(den) betalen en/of geven, althans woorden van dergelijke

dreigende strekking en/of aard, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 13 februari 2020 te [plaats 3] , in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een

pand ( [naam 1] ) gelegen aan de [adres 4]

- een jas, merk [merk 3] en/of

- één of meerdere sleutel(s) en/of

- een autosleutel (behorend bij een [merk auto 4] met kenteken [kenteken 3] )

- een jas, merk [merk 2] en/of

- een doos sigaren

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan, [benadeelde 8] en/of [benadeelde 9] , heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3.

hij op of omstreeks 27 februari 2020 te [plaats 4] , in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een

woning, gelegen aan de [adres 5] , ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf, (een) goed(eren) en/of geldbedrag van verdachtes en/of zijn mededaders gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoorde, te weten aan [benadeelde 10] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen geldbedrag en/of goed/goederen onder zijn bereik te brengen door

middel van braak en/of inklimming, als volgt heeft gehandeld, hebbende hij,

verdachte en/of zijn mededader(s):

- over het hek(werk) en/of de omheining en/of afrastering behorend bij

voornoemde woning geklommen en/of

- een raam van voornoemde woning met een koevoet, in elk geval met een dergelijk (breek)voorwerp geforceerd en/of open gewrikt en/of open gebroken

en/of

- door het voornoemde raam de woning binnen geklommen en/of

- de woning doorzocht

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

05/880377-20

feit 1:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

feit 2:

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

05/740020-20

feit 1:

Medeplegen van poging tot afdreiging

feit 2:

Diefstal door twee of meer verenigde personen

feit 3:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar met aftrek.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat in geval van bewezenverklaring aan verdachte een straf wordt opgelegd gelijk aan het voorarrest, dan wel van aanmerkelijk kortere duur dan door de officier van justitie geëist. Daartoe is aangevoerd dat het gaat om een relatief korte periode van stommiteiten van verdachte, onder invloed van de medeverdachten.

De beoordeling van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich met zijn medeverdachte(n) schuldig gemaakt aan het in vereniging plegen van twee gewapende woningovervallen, een poging tot diefstal uit een woning, een poging tot afdreiging en diefstal van jassen. Alles enkel en alleen met het oog op hun eigen financiële gewin.

De rechtbank heeft gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), die bij een woningoverval uitgaan van een gevangenisstraf van drie tot vijf jaren, afhankelijk van de vraag of er sprake is van licht geweld/bedreiging of van ander geweld. Strafvermeerderende factoren zijn onder andere kwetsbare slachtoffers, de (aard en ernst van) letsel, samenwerkingsverband, professionele werkwijze, het gebruikte wapen en recidive.

De woningoverval in [plaats 1] betreft de slachtoffers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , die ten tijde van de overval 78 en 79 jaar waren. Verdachte is met zijn medeverdachte de woning op klaarlichte dag binnengedrongen, waar ze onder dreiging van een vuurwapen en met geweld, het echtpaar op de grond hebben laten liggen en hen hebben vastgebonden. Van de anderhalf uur die de overval geduurd heeft, hebben de slachtoffers een uur liggend op hun buik doorgebracht, terwijl het huis doorzocht werd. Deze handelswijze van het vastbinden en langdurig op de grond laten liggen van slachtoffers op leeftijd, dat alles onder dreiging met een wapen, laat zich niet anders beschrijven als meer dan gemiddeld gewelddadig.

De gehele kluis, waarin zich dierbare goederen bevonden, is door verdacht en zijn medeverdachte meegenomen.

De woningoverval in [plaats 2] betreft een echtpaar op leeftijd en hun destijds vijftienjarige kleindochter [benadeelde 5] . De heer [benadeelde 4] en mevrouw [benadeelde 4] - [benadeelde 3] waren ten tijde van de overal respectievelijk 90 en 84 jaar. De gezondheid van de heer [benadeelde 4] is als gevolg van deze overval versneld verslechterd en hij is nog voor de inhoudelijke behandeling van deze strafzaak overleden. Tijdens de overval is gedreigd met een vuurwapen en er is fysiek geweld gebruikt, tegen zowel de hoogbejaarde slachtoffers als hun minderjarige kleindochter. Met name het geweld dat tegen [benadeelde 5] is gebruikt, beschouwt de rechtbank als stevig maar ook het duwen van de hoogbejaarde slachtoffers, dat alles onder dreiging met een vuurwapen, acht de rechtbank extra verwijtbaar.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben daarmee blijk gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke integriteit van een ander, diens gezondheid, veiligheid en eigendom. Deze slachtoffers hadden zich in hun eigen woning veilig moeten kunnen voelen. Verdachte heeft dat veiligheidsgevoel op grove wijze geschonden. Slachtoffers van dergelijke overvallen ondervinden daarvan vaak nog gedurende lange tijd de nadelige gevolgen. Dat is in deze zaak niet anders; uit de aangiften, de vorderingen van de benadeelde partijen en de indringende slachtofferverklaringen die door het echtpaar [benadeelde 1] en door [benadeelde 5] ter zitting zijn voorgedragen, blijken de vergaande gevolgen van het handelen van verdachte en zijn medeverdachten.

Verdachte en zijn medeverdachten zijn planmatig, methodisch en berekenend te werk gegaan. In de dagen voordat de uiteindelijke feiten gepleegd worden vinden er voorverkenningen plaats, waarbij besproken wordt op welke wijze de feiten plaats kunnen vinden. De keuze voor oudere slachtoffers die afgelegen wonen – en derhalve bijzonder kwetsbaar zijn – karakteriseert de rechtbank als erg laf en laaghartig. Schaamteloos is de manier waarop verdachte en zijn medeverdachten praten over de door hen gepleegde feiten.

Bij beide brute overvallen is dus sprake van bijzonder kwetsbare slachtoffers, toegepast geweld, een wapen, een samenwerkingsverband en een professionele en berekenende werkwijze.

Ook met het plegen van de andere feiten heeft verdachte laten zien geen enkel respect voor eigendom van een ander te hebben. Daarnaast zijn ook die feiten planmatig en in samenwerking met andere verdachten gepleegd. Bij de poging tot afdreiging is gebruik gemaakt van de kwetsbaarheid van de slachtoffers door hen te chanteren met privacygevoelige beelden. Zij wilden immers beslist niet dat de (intieme) foto en videobestanden die bij een eerdere inbraak buit zijn gemaakt, gedeeld zouden.

Uit de reeks bewezen verklaarde feiten en in het bijzonder uit de OVC-gesprekken volgt het beeld dat verdachte kennelijk heeft gekozen voor een levensstijl als beroepscrimineel die geweld niet schuwt, zelfs niet tegen mensen die qua leeftijd zijn grootouders konden zijn. Er zit relatief weinig tijdsverloop tussen de verschillende feiten. Hij lijkt uit te zijn op geld en status, hij heeft steeds opnieuw ervoor gekozen om ernstige strafbare feiten te gaan plegen en dacht daarbij justitie steeds te slim af te zijn. Het is bijzonder zorgwekkend dat een jonge man als verdachte met een blanco strafblad, in korte tijd meermalen voor zulke ernstige feiten met justitie in aanraking komt.

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- het uittreksel uit de justitiële documentatie, gedateerd .. januari 2021;

- een psychologische rapportage van drs. [naam 8] , GZ-psycholoog, gedateerd 1 september 2020.

Uit het uittreksel blijkt dat verdachte nog niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Volgens de rapporterend psycholoog is er bij betrokkene sprake van een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in cannabisgebruik, maar omdat verdachte slechts in beperkte mate heeft meegewerkt aan het persoonlijkheidsonderzoek is het voor de rapporteur niet mogelijk geweest om te beoordelen of zijn gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde beïnvloed werden door de psychische stoornissen. De gevolgen van die proceshouding komen dus voor rekening van verdachte. De rechtbank zal de feiten daarom geheel aan de verdachte toerekenen.

De rechtbank kan dan ook niet anders dan verdachte fors afstraffen voor de reeks ernstige feiten, ter vergelding van die feiten en ter bescherming van de maatschappij gedurende de tijd dat verdachte zijn gevangenisstraf moet uitzitten. De rechtbank heeft zoals hierboven reeds overwogen, daarbij de geldende oriëntatiepunten als uitgangspunt genomen. Omdat verdachte slechts beperkt aan de rapportage heeft willen meewerken en gezien zijn algemene proceshouding die zich in de kern laat kenmerken als het niet willen nemen van verantwoordelijkheid voor zijn daden, ziet de rechtbank geen ruimte om in de straf in zijn voordeel rekening te houden met de geconstateerde persoonlijkheidsstoornis.

Gelet op al het bovenstaande zal de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van tien jaren met aftrek van het voorarrest. Uiteraard heeft de rechtbank grote zorgen over de kans op herhaling en het verdere levenspad van verdachte. Benodigde begeleiding en/of behandeling zal vorm moeten krijgen in het kader van de zogenoemde V.I. regeling.

8 De beoordeling van de civiele vorderingen

[benadeelde 2] - 05/880360-20 feit 1

Door de benadeelde partij [benadeelde 2] is een vordering tot schadevergoeding ingediend, die € 10.874,88 bedraagt. Het betreft materiële schade tot een bedrag van

€ 5.374,88 (contant geld, kosten beveiligingsbedrijf, camerabeveiliging, sloten en sleutels en reiskosten voor het bijwonen van de zitting) en immateriële schade van € 5.500. Verzocht is om hoofdelijke veroordeling, om de schade te vermeerderen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering toe te wijzen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen vanwege de bepleite vrijspraak.

Overweging rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is. De schade komt als volgt voor toewijzing in aanmerking.

Materiële schade

De posten voor contant geld (€ 255,52), voor het beveiligingsbedrijf (€ 108,58) en het vervangen van de sleutels (€ 792,88) zijn voldoende onderbouwd en komen daarom voor toewijzing in aanmerking.

De kosten voor het plaatsen van camerabeveiliging komen naar het oordeel van de rechtbank eveneens voor toewijzing in aanmerking. Door de benadeelde is voldoende onderbouwd dat deze camera’s een jaar na de overval zijn geplaatst omdat haar angstgevoelens niet afnamen ondanks inschakeling van een psychiater; het plaatsen van die camera’s diende haar onveiligheidsgevoelens te verminderen en haar herstel te bevorderen. Daarmee is, mede gezien de ernst van de overval, sprake van een voldoende rechtstreeks verband tussen het feit en de schade.

De reiskosten van € 24,64 zal de rechtbank toewijzen als proceskosten nu deze gemaakt zijn voor het bijwonen van de zitting.

Immateriële schade (smartengeld)

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld onder meer in het geval dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen of de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.

Door de gewapende woningoverval heeft de benadeelde immers geestelijk letsel in de vorm van angst, herbelevingen en gevoelens van onveiligheid opgelopen, voor welke klachten zij is verwezen naar een psychiater en dat er bij haar PTSS is vastgesteld. Ook twee jaar later ondervindt zij last van deze klachten. Ook is de benadeelde partij op ander wijze in de persoon aangetast. Immers: door het bewezen feit en de wijze waarop dit is gepleegd, is sprake van een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en -integriteit en op het fundamentele recht op veiligheid. Dit is aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 5.500,- begroten.

Conclusie

In totaal wordt derhalve aan benadeelde partij [benadeelde 2] als schadevergoeding toegewezen een bedrag van € 10.850,24 (materiële schade € 5.350,24 en smartengeld € 5.500,-), alsmede als proceskosten een bedrag van € 24,64 (reiskosten zitting).

De wettelijke rente wordt toegewezen over € 5.500 (immateriële schade) vanaf 13 maart 2019 (datum feit) en over € 5.350,24 (materiële schade) vanaf 31 maart 2021 (datum vordering).

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Bij bepaling van het aantal dagen gijzeling wordt gelet op het aantal thans bekende daders.

[benadeelde 1] - 05/880360-20 feit 1

Namens de benadeelde partij [benadeelde 1] is een vordering tot schadevergoeding ingediend, die € 5.500 bedraagt, te vermeerderen met de wettelijke rente. Het betreft immateriële schade. Verzocht is om hoofdelijke veroordeling, om de schade te vermeerderen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering toe te wijzen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen omdat verdachte het feit ontkent.

Overweging rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is. De schade komt als volgt voor toewijzing in aanmerking.

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld onder meer in het geval dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen of de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 BW valt.

Door de gewapende woningoverval heeft de benadeelde immers naast het in de aangifte beschreven lichamelijk letsel ook geestelijk letsel in de vorm van angst en gevoelens van onveiligheid opgelopen. Tot op heden is benadeelde schrikachtig en ontregeld. Ook is de benadeelde partij op ander wijze in de persoon aangetast. Immers: door het bewezen feit en de wijze waarop dit is uitgevoerd, is sprake van een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en integriteit en op het fundamentele recht op veiligheid. Dit is aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 5.500,- begroten. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 13 maart 2019 (datum feit).

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Bij bepaling van het aantal dagen gijzeling wordt gelet op het aantal thans bekende daders.

[benadeelde 3] - 05/880360-20 feit 2

Namens de benadeelde partij [benadeelde 3] is een vordering tot schadevergoeding ingediend, die € 9.250 bedraagt. Het betreft materiële schade tot een bedrag van € 5.750,- (dagwaarde auto) en immateriële schade van € 3.500,-. Verzocht is om hoofdelijke veroordeling, om de schade te vermeerderen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering toe te wijzen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen omdat verdachte het feit ontkent.

Overweging rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is. De schade komt als volgt voor toewijzing in aanmerking.

Materiële schade

De schade aan de bij de inbraak weggenomen auto komt naar het oordeel van de rechtbank voor toewijzing in aanmerking. Met die auto is slechts een paar dagen later een ramkraak gepleegd waardoor de auto schade heeft opgelopen. Voor die ramkraak worden verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] veroordeeld. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn dus in elk geval aansprakelijk voor de schade aan de auto.

[verdachte] is dat echter ook. Gelet op het korte tijdsverloop tussen de overval en de ramkraak, het feit dat met de pas van verdachte [verdachte] kort na de ramkraak delict gerelateerde spullen zijn weggegooid en verdachte [verdachte] geen rechtens relevante verklaring heeft afgelegd over wat hij met de bij de overval weggenomen auto heeft gedaan, is de rechtbank van oordeel dat verdachte [verdachte] als pleger van deze woningoverval waarbij onder meer de auto is buit gemaakt tevens aansprakelijk is voor de enkele dagen later bij de ramkraak veroorzaakte schade aan die auto.

Door de benadeelde is de schade aan de auto voldoende onderbouwd.

Immateriële schade (smartengeld)

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld onder meer in het geval dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen of de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.

Door de gewapende woningoverval en het uitgeoefende geweld heeft de benadeelde immers geestelijk letsel in de vorm van angst, schrik en gevoelens van onveiligheid opgelopen. Ook een jaar later ondervindt zij last van deze klachten. Ook is de benadeelde partij op ander wijze in de persoon aangetast. Immers: door het bewezen feit en de wijze waarop dit is uitgevoerd, is sprake van een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en integriteit en op het fundamentele recht op veiligheid. Dit is aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 3.500,- begroten.

Conclusie

In totaal wordt derhalve aan benadeelde partij [benadeelde 2] als schadevergoeding toegewezen een bedrag van € 9.250,- (materiële schade € 5.750,- en smartengeld € 3.500,-).

De wettelijke rente wordt toegewezen over € 3.500,- (immateriële schade) vanaf 8 februari 2020 (datum feit) en over € 5.750,- (materiële schade) vanaf 23 maart 2021 (datum vordering).

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Bij bepaling van het aantal dagen gijzeling wordt gelet op het aantal thans bekende daders.

[benadeelde 6] - 05/052122-20 feit 1

Namens de benadeelde partij [benadeelde 6] is een vordering tot schadevergoeding ingediend, die

€ 1.750,- bedraagt, te vermeerderen met de wettelijke rente. Het betreft immateriële schade. Verzocht is om hoofdelijke veroordeling, om de schade te vermeerderen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering toe te wijzen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen vanwege de ontkenning van verdachte. Bovendien moet rekening gehouden worden met het feit dat verdachte niet vervolgd is voor de inbraak als zodanig, waarbij de DVD’s zijn weggenomen.

Overweging rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is. De schade komt als volgt voor toewijzing in aanmerking.

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld onder meer in het geval dat de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 BW valt.

Door de poging tot afpersing heeft de benadeelde geestelijk letsel in de vorm van schrik, angst en gevoelens van onveiligheid opgelopen. Ook is de benadeelde partij op ander wijze in de persoon aangetast doordat door het bewezen feit sprake is van een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en -integriteit. De daders hebben niet alleen dreigende telefoontjes gepleegd, maar de afpersing ook vorm gegeven door dvd’s in de directe omgeving van de woning te verspreiden. De link tussen de inbraak een paar maanden eerder waarbij het beeldmateriaal is gestolen en de afpersing heeft de gevoelens van onveiligheid bij benadeelde versterkt. Daarnaast is er zorg voor herhaling van de afpersing omdat niet duidelijk is waar het beeldmateriaal gebleven is. Het gaat om uiterst (privacy)gevoelig beeldmateriaal.

De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.750,- begroten. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 10 november 2019 (aanvangsperiode datum feit).

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Bij bepaling van het aantal dagen gijzeling wordt gelet op het aantal thans bekende daders.

[benadeelde 7] -05/052122-20 feit 1

Namens de benadeelde partij [benadeelde 7] is een vordering tot schadevergoeding ingediend, die € 1.750 bedraagt, te vermeerderen met de wettelijke rente. Het betreft immateriële schade. Verzocht is om hoofdelijke veroordeling, om de schade te vermeerderen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering toe te wijzen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen vanwege de ontkenning van verdachte. Bovendien moet rekening gehouden worden met het feit dat verdachte niet vervolgd is voor de inbraak als zodanig, waarbij de DVD’s zijn weggenomen.

Overweging rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is. De schade komt als volgt voor toewijzing in aanmerking.

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld onder meer in het geval dat de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 BW valt.

Door de poging tot afpersing heeft de benadeelde geestelijk letsel in de vorm van schrik, angst en gevoelens van onveiligheid opgelopen. Ook is de benadeelde partij op ander wijze in de persoon aangetast doordat door het bewezen feit sprake is van een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en -integriteit. De daders hebben niet alleen dreigende telefoontjes gepleegd, maar de afpersing ook vorm gegeven door dvd’s in de directe omgeving van de woning te verspreiden. De link tussen de inbraak een paar maanden eerder waarbij het beeldmateriaal is gestolen en de afpersing heeft de gevoelens van onveiligheid bij benadeelde versterkt. Daarnaast is er zorg voor herhaling van de afpersing omdat niet duidelijk is waar het beeldmateriaal gebleven is. Het gaat om uiterst (privacy)gevoelig beeldmateriaal.

De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.750,- begroten. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 10 november 2019 (aanvangsperiode datum feit).

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Bij bepaling van het aantal dagen gijzeling wordt gelet op het aantal thans bekende daders.

[benadeelde 9] - 05/052122-20 feit 3

Namens de benadeelde partij [benadeelde 9] is een vordering tot schadevergoeding ingediend, die € 135 bedraagt. Het betreft materiële schade terzake een gestolen jas. Verzocht is om hoofdelijke veroordeling, om de schade te vermeerderen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering toe te wijzen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Overweging rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is. De vordering is voldoende onderbouwd. De niet voldoende weersproken schade komt voor toewijzing in aanmerking. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 5 maart 2020 (datum vordering).

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Bij bepaling van het aantal dagen gijzeling wordt gelet op het aantal thans bekende daders.

[benadeelde 10] - 05/052122-20 feit 4

Door de benadeelde partij [benadeelde 10] is een voegingsformulier ingevuld, waarbij is beschreven dat een raam zwaar geforceerd is en dat de kosten nog niet in beeld zijn. Er is geen bedrag ingevuld. Op 15 maart 2021 heeft [benadeelde 10] per e-mail laten weten dat de zijn verzekering de kosten van het herstel heeft gedekt.

Overweging rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 10] niet ontvankelijk verklaren in de vordering, nu er blijkens het mailbericht geen sprake van schade (meer) is.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 57, 311, 312, 317 en 318 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) jaren;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder parketnummer 05/880360-20 feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van € 10.850,24 aan materiële schade (€ 5.350,24) en smartengeld (€ 5.500,-), vermeerderd met de wettelijke rente over € 5.500,- vanaf 13 maart 2019 en over € 5.350,24 vanaf 31 maart 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op € 24,64;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde 2] , een bedrag te betalen van € 10.850,24 aan materiële schade en smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente over € 5.500,- vanaf 13 maart 2019 en over € 5.350,24 vanaf 31 maart 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 45 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder parketnummer 05/880360-20 feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van € 5.500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nihil;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde 1] , een bedrag te betalen van € 5.500,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 45 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder parketnummer 05/880360-20 feit 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 3] van

€ 9.250,- (materiële schade € 5.750,- en smartengeld € 3.500,-) vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.500,- (immateriële schade) vanaf 8 februari 2020 en over € 5.750,- (materiële schade) vanaf 23 maart 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nihil;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde 3] , een bedrag te betalen van € 9.250,- aan materiële schade en smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.500,- (immateriële schade) vanaf 8 februari 2020 en over € 5.750,- (materiële schade) vanaf 23 maart 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 27 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder parketnummer 05/052122-20 feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 6] van € 1.750,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nihil;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde 6] , een bedrag te betalen van € 1.750,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 14 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder parketnummer 05/052122-20 feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 7] van € 1.750,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nihil;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde 7] , een bedrag te betalen van € 1.750,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 14 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder parketnummer 05/052122-20 feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 9] van € 135,- (materiële schade) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nihil;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde 9] , een bedrag te betalen van € 135,- aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan 1 dag gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10]

 verklaart de benadeelde partij [benadeelde 10] niet-ontvankelijk in de vordering;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.N. Ritzer (voorzitter), mr. M.C. van der Mei en mr. P.J.C. Cremers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 mei 2021.

De griffier is buiten staat dit

vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant(en)] van de politie Oost-Nederland, district [district], opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL[dossiernummer], gesloten op [datum sluiting] en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde 1] , p. 969-975; proces-verbaal van aangifte [benadeelde 2] , p. 987-991.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1067.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1068.

5 Proces-verbaal plaatsen en verwijderen OVC-apparatuur, p. 576.

6 Processen-verbaal van bevindingen, p. 419-420, p. 422, Proces-verbaal van verhoor [naam 9] , p. 483, proces-verbaal van bevindingen (aanvullend), nr. 202102011420.BEV..

7 Proces-verbaal uitwerken OVC p. 1211.

8 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 8 april 2021.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1058-1059.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1151.

11 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde 5] , p. 326-329; proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde 3] , p. 322-324.

12 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde 5] , p. 326.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 397, 401, 402.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 348

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 353-354.

16 Proces-verbaal bevindingen, p. 373.

17 Rapport Nederlands Forensisch Instituut, p. 1553-1555

18 Rapport Nederlands Forensisch instituut p. 1574-1577

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 417-418.

20 Proces-verbaal uitwerken OVC p. 431.

21 Proces-verbaal uitwerken OVC p. 445.

22 Proces-verbaal uitwerken OVC p. 449.

23 Proces-verbaal uitwerken OVC p. 453

24 Proces-verbaal van aangifte, p. 674; Proces-verbaal van aangifte p. 712

25 Proces-verbaal van aangifte, p. 712-713

26 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 706.

27 Uitdraai Digitale Opkopingsregister, p. 711.

28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 723-724; uitdraai rekening [bedrijf] , p. 730-731.

29 Proces-verbaal van bevindingen, p. 672.

30 Schrijven [naam 5] , p. 725-726.

31 Proces-verbaal aanvraag bevel (tele)communicatie, p. 758.

32 Proces-verbaal van bevindingen, p. 670.

33 Afschrift van aangifte [benadeelde 8] , p. 410; proces-verbaal van aangifte [benadeelde 9] , p. 416-417

34 Afschrift van aangifte [benadeelde 8] , p. 410.

35 Proces-verbaal van bevindingen, p. 408.

36 Proces-verbaal van bevindingen, p. 412; fotoblad, p. 414.

37 Proces-verbaal uitwerken OVC, p. 398-399.

38 Proces-verbaal uitwerken OVC, p. 403-404.

39 Proces-verbaal van aangifte, p. 322-323.

40 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 8 april 2021.

41 Proces-verbaal van bevindingen, p. 320.

42 Proces-verbaal uitwerken OVC, p. 308-309.

43 Proces-verbaal uitwerken OVC, p. 312-317.