Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:3133

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-04-2021
Datum publicatie
22-06-2021
Zaaknummer
360730
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2020:5922 Zorgverzekering; Geen opschortingsrecht, ondanks ontbreken gewaarmerkte aktes van cessie; Bewijs dat zorg is verleend als omschreven in artikel 2.4. Bzv geleverd, op een onderdeel na; rolverwijzing voor herberekening gefactureerde zorg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/360730 / HA ZA 19-97 / 103 / 538

Vonnis van 28 april 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DIAMOND CARE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. A.J. Horenblas te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

N.V. UNIVÉ ZORG,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

advocaat mr. M.H.P. Claassen te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Diamond Care en Univé genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 3 maart 2021

  • -

    de akte van Diamond Care van 17 maart 2021 met de producties 19 t/m 21

  • -

    de akte van Univé van 31 maart 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De rechtbank blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 3 maart 2021. In dat vonnis is geoordeeld dat voldoende bewezen is dat de gefactureerde zorg voor [naam 1], [naam 2] en [naam 3], op de dertig minuten per dag voor ‘in en uit bed gaan’ voor [naam 1] en [naam 2] na, onder de dekking valt van de verzekering, dat Univé gehouden is de facturen in zoverre te voldoen en dat de vordering van Diamond Care in zoverre toewijsbaar is. Ook is overwogen dat de vordering die ziet op [naam 4] niet toewijsbaar is.

Diamond Care is vervolgens in de gelegenheid gesteld om bij akte een berekening over te leggen van de gefactureerde zorg voor [naam 1] en [naam 2] verminderd met de voornoemde zorg voor het in en uit bed gaan, alsmede van de gevolgen daarvan voor de totaal gevorderde hoofdsom, waarna Univé in de gelegenheid is gesteld om daarop te reageren.

2.2.

Diamond Care heeft bij akte de aangepaste facturen van [naam 1] en [naam 2] overgelegd, alsook de (niet aangepaste) facturen van [naam 3]. Ten opzichte van de bij dagvaarding overgelegde facturen zijn per dag zes eenheden van vijf minuten (dus 30 minuten) in mindering gebracht bij [naam 1] en [naam 2], hetgeen heeft geresulteerd in de volgende bedragen:

Ten aanzien van [naam 2] (januari t/m mei 2018): € 40.969,32 in plaats van € 45.117,96.

Ten aanzien van [naam 1] (januari t/m mei 2018): € 49.195,80 in plaats van € 53.351,52.

Ten aanzien van [naam 3] (januari t/m mei 2018): € 45.082,56 (niet aangepast).

Univé heeft bij akte aangegeven dat zij akkoord is met deze berekeningen, zodat de rechtbank het totaal van deze bedragen (€ 135.247,68) zal toewijzen. Univé voert evenmin verweer tegen de gevorderde wettelijke rente, zodat deze ook toewijsbaar is.

2.3.

De gevorderde verklaring voor recht (inhoudende dat de zorg en verpleging zoals omschreven in de zorgleefplannen van [naam 1], [naam 2], [naam 3] en [naam 4] zorg betreft die ingevolge artikel 10 sub e en f Zvw voor vergoeding in aanmerking komt) zal worden afgewezen. Diamond Care heeft de rechtbank immers verzocht enkel uitspraak op dit punt te doen als Univé een beroep zou toekomen op artikel 3:94 lid 4 BW. In het vonnis van 3 maart 2021 is reeds geoordeeld dat de rechtbank voorbij gaat aan voornoemd verweer van Univé, zodat Diamond Care geen belang heeft bij deze vordering.

2.4.

Diamond Care maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt evenwel niet voor toewijzing in aanmerking, omdat Diamond Care niet heeft voldaan aan haar stelplicht.

2.5.

Univé zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van Diamond Care op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding € 81,83

- griffierecht 4.030,00

- salaris advocaat 6.195,00 (3,5 punten × tarief € 1.770,00)

Totaal € 10.306,83

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

veroordeelt Univé om aan Diamond Care te betalen een bedrag van € 135.247,68, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dat bedrag met ingang van 8 juni 2018 tot de dag van volledige betaling;

3.2.

veroordeelt Univé in de proceskosten, aan de zijde van Diamond Care tot op heden begroot op € 10.306,83;

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2021.