Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:3100

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15-06-2021
Datum publicatie
18-06-2021
Zaaknummer
C/05/389306 / FZ RK 21-1669
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. Op grond van art. 4 Wzd is de rechtbank feitelijk niet bevoegd op onderhavig verzoek te beslissen. De rechtbank ziet echter in het geschetste verloop aanleiding om zich bevoegd te verklaren om op het onderhavige verzoek te beslissen, mede gezien de korte beslistermijn waarbinnen de rechtbank moet beslissen op het verzoek en cliënt overigens ook niet gebaat is bij een verwijzing naar de rechtbank Noord-Nederland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats: Zutphen

Zaakgegevens: C/05/389306 / FZ RK 21-1669

Datum mondelinge uitspraak: 15 juni 2021

Beschikking machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

inzake

het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd), ten aanzien van:

[cliënt] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

verblijfadres: Trajectum, locatie [locatie],
op grond van een inbewaringstelling verleend tot en met 13 juni 2021,

hierna te noemen: cliënt,

advocaat: mr. G.P.G. Willemse-Schoenmakers te Ulft.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 11 juni 2021.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 via beeldbellen plaatsgevonden op 15 juni 2021.

1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord:

  • -

    cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;

  • -

    [psychiater], als psychiater verbonden aan voornoemde accommodatie;

  • -

    [begeleidster], als begeleidster verbonden aan voornoemde accommodatie;

  • -

    [naam], verbonden aan Cosis;

  • -

    [mentor], mentor van cliënt.

2 Beoordeling

2.1.

Ten aanzien van de wijze waarop de procedure mondeling is behandeld, overweegt de rechtbank als volgt. Vanwege de maatregelen van de overheid ter bestrijding van het coronavirus (COVID-19) is het landelijk beleid van de Rechtspraak dat het niet is toegestaan de accommodatie waar cliënt verblijft te bezoeken.
Dit levert voor cliënt en de medebewoners en verzorgers een onaanvaardbaar besmettingsgevaar op. Datzelfde geldt voor de medewerkers van de rechtbank, alsook voor bewoners en verzorgers van overige accommodaties indien van dit beleid zou worden afgeweken. Om die reden is besloten cliënt via beeldbellen te horen.

2.2.

Op grond van artikel 4 Wzd is uitsluitend bevoegd de rechter van de woonplaats van cliënt, of van de plaats waar hij hoofdzakelijk of daadwerkelijk verblijft. Ten tijde van het indienen van het onderhavige verzoek, op 11 juni 2021, en bij het bepalen van de zittingsdatum, verbleef cliënt in [plaats] bij Trajectum. Tijdens de mondelinge behandeling bleek echter dat cliënt inmiddels is overgeplaatst naar Trajectum, locatie [locatie]. Feitelijk gezien is de rechtbank Gelderland dan niet bevoegd op onderhavig verzoek te beslissen. De rechtbank ziet echter in het geschetste verloop aanleiding om zich bevoegd te verklaren om op het onderhavige verzoek te beslissen, mede gezien de korte beslistermijn waarbinnen de rechtbank moet beslissen op het verzoek en cliënt overigens ook niet gebaat is bij een verwijzing naar de rechtbank Noord-Nederland. De advocaat van cliënt heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven zich op dit punt te refereren aan het oordeel van de rechtbank. Zij heeft tevens aangegeven dat een nieuwe mondelinge behandeling te belastend is voor cliënt.

2.3.

Op 10 juni 2021 heeft de burgemeester van de gemeente [plaats] ten behoeve van cliënt een last tot inbewaringstelling afgegeven.

2.4.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat ten aanzien van cliënt sprake is van zodanig onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de cliënt als gevolg van zijn verstandelijke handicap dit ernstig nadeel veroorzaakt. Bij cliënt is sprake van een verstandelijke beperking en ongespecificeerde neurocognitieve stoornissen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de psychiater toegelicht dat er daarbij mogelijk sprake is van een dementieel beeld. Daarnaast is er sprake van forse gedragsproblemen bij cliënt. Cliënt heeft geen ziektebesef en -inzicht. Hij verbleef op een open setting binnen Trajectum, maar door meerdere escalaties kwam de veiligheid van anderen in gevaar. Tevens heeft cliënt aangegeven dat hij weg wil om zich te verhangen. Dit maakt dat een plaatsing binnen een gesloten afdeling noodzakelijk is. Cliënt is niet wilsbekwaam in het maken van keuzes en als er geen gedwongen kader aanwezig is, gaat hij weg. Dat levert te veel risico op voor cliënt en voor zijn omgeving.

2.5.

Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is gelegen in:

  • -

    ernstig lichamelijk letsel;

  • -

    gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen.

2.6.

Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en geschikt. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Binnen de open setting is het verblijf van cliënt niet langer houdbaar, ondanks reeds ingezette intensieve begeleiding en extra personeel. In de komende weken gaat gekeken worden naar een meer geschikte plek en een passend hulpverleningstraject voor cliënt. Mogelijk zal er een aanvraag gedaan worden voor een rechterlijke machtiging zodat cliënt doorgeplaatst kan worden.

2.7.

Cliënt verzet zich tegen een voortzetting van het verblijf in de accommodatie. De mentor van cliënt heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij het belangrijk vindt dat er een veilige woonplek voor cliënt komt waar hij zich thuis gaat voelen en waar hij op zijn plek is. Zij staat achter het nu voorgestelde traject.

2.8.

Hetgeen namens en door cliënt als verweer is aangevoerd, doet aan het voorgaande niet af.

2.9.

Gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes weken.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van

[cliënt] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 juli 2021.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2021 door mr. E. Troost, rechter, in tegenwoordigheid van R. Stornebrink LL.B., griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 17 juni 2021.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.