Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:2875

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-06-2021
Datum publicatie
10-06-2021
Zaaknummer
05/011700-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor meerdere strafbare feiten, te weten: vernielingen; afpersing; de eendaadse samenloop van afpersing, mishandeling met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling; en Voorhanden hebben creditcardmes en werpmes;

Straf: voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proftijd van 2 jaren + 160 uur taakstraf, met aftrek van voorarrest; onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen wapens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/011700-19

Datum uitspraak : 9 juni 2021

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

Raadsman: mr. O.N.J. Maatje, advocaat in Zaltbommel.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 10 maart 2021 en 26 mei 2021.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 17 december 2018, in of omstreeks het tijdvak van 17.05 uur tot en met 17.15 uur, te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer fotolijstje(s), dierenvoeding en/of boodschappen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

2.

hij op of omstreeks 17 december 2018, in of omstreeks het tijdvak van 23.15 uur tot en met 23.30 uur, te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer glas/glezen en/of de/een ruit van de/een (keuken)duer van een woning op of aan de [adres 2] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] en/of aan de [slachtoffer 2] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

3.

hij op of omstreeks 4 januari 2019 en/of op omstreeks 11 januari 2019, te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon genaamd [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van 95 euro en/of 200 euro, althans (een hoeveelheid) geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3] toebehoorde, door (op 4 januari 2019) dreigend tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat deze [slachtoffer 3] de schade aan zijn, verdachte's jas (ten bedrage van 95) euro moest betalen anders zou hij, verdachte, hem ( [slachtoffer 3] ) komen opzoeken,

en/of

door (op 11 januari 2019) dreigend tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat hij hem zou slaan indien die [slachtoffer 3] hem, verdachte, geen 200 euro zou betalen;

en/althans

hij op of omstreeks 4 januari 2019 en/of op of omstreeks 11 januari 2019, te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, een ander, te weten [slachtoffer 3] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten tot de afgifte van 95 euro (op 4 januari 2019) en/of 200 euro (op 11 januari 2019), door (op 4 januari 2019) dreigend tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat deze [slachtoffer 3] de schade aan zijn, verdachte's jas (ten bedrage van 95) euro moest betalen anders zou hij,verdachte, hem ( [slachtoffer 3] ) komen opzoeken,

en/of

door (op 11 januari 2019) dreigend tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat hij hem zou slaan indien die [slachtoffer 3] hem, verdachte, geen 200 euro zou betalen;

4.

hij op of omstreeks 2 januari 2019, te Rossum, gemeente Maasdriel, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld (een) perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van 90 euro, althans (een) geld(bedrag), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] toebehoorde, door

- die [slachtoffer 4] met (een van) zijn handen stevig bij de jas (ter hoogte van de kraag) vast te pakken en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat hij zijn, verdachte's, reputatie niet kende en/of (daarbij) die [slachtoffer 4] te dwingen met hem, verdachte, mee te lopen, en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 4] een (groot) mes te pakken en/of te tonen en/of (terwijl hij, verdachte, op zeer korte afstand voor die [slachtoffer 4] stond) (daarbij) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen: "Ik kan je nu ook neersteken", althans woorden van soortegelijke dreigende aard of strekking, en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 4] een pistool of wapen te tonen en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen - zakelijk weergegeven - ik kan je nu ook neerschieten en je thuis komen opzoeken, althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking, en/of

- die [slachtoffer 4] met (een van) zijn handen om de keel te pakken en/of (vervolgens) die [slachtoffer 4] met een van zijn al dan niet tot vuisten gebalde handen (zeer) (krachtig en/of geweldddadig) in/op/tegen de/een kaak en/of in/op/tegen het gezicht/gelaat te slaan of te stompen en/of in/op/tegen het lichaam te schoppen of te trappen;

en/althans

dat hij op of omstreeks 2 januari 2019, te Rossum in de gemeente Maasdriel, een persoon genaamd [slachtoffer 4] heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, (zeer) (krachtig en/of gewelddadig) met (een van) zijn al dan niet tot vuisten gebalde handen in/op/tegen de/een kaak en/of in/op/tegen het gezicht/gelaat te slaan of te stompen

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken kaak, ten gevolge heeft gehad;

en/althans

dat hij op of omstreeks 2 januari 2019, te Rossum in de gemeente Maasdriel, een persoon genaamd [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door

- ( terwijl hij, verdachte op zeer korte afstand voor/van die [slachtoffer 4] stond en een mes toonde aan die [slachtoffer 4] , althans zichtbaar voor die [slachtoffer 4] aanwezig had) die [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen "Ik kan je nu ook neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

- ( terwijl hij, verdachte, een (deel van een) pistool, althans wapen, toonde aan die [slachtoffer 4] ) die [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen - zakelijk weergegeven dat hij, verdachte, die [slachtoffer 4] ook kon neerschieten, althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking, en/of

- met (een van) zijn handen de keel van die [slachtoffer 4] te omvatten, althans vast te pakken, en/of (daarbij) tegen een aanwzige derde te zeggen: " [slachtoffer 5] , jij weet dat ik hem nu ook kan doodknijpen", althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking;

5.

hij op of omstreeks 12 januari 2019, te Kerkdriel in de gemeente Maasdriel, een wapen van categorie I onder 4°, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, te weten een creditcardmes, in elk geval een blank wapen dat uiterlijk gelijkt op een ander voorwerp dan een wapen, heeft gedragen en/of voorhanden heeft gehad;

6.

hij op of omstreeks 12 januari 2019, althans in of omstreeks de maand januari van het jaar 2019, te Kerkdriel in de gemeente Maasdriel, een wapen van categorie III, onder 3, van de Wet wapens en munitie, te weten een werpmes voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 tot en met 6.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de feiten 1, 2, 5 en 6 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Daarnaast heeft hij bepleit dat feit 3 wettig en overtuigend kan worden bewezen met uitzondering van het tweede bedrag dat aan verdachte is gegeven.

Ten slotte heeft de raadsman bepleit dat de afpersing van feit 4 wettig en overtuigend kan worden bewezen, in die zin dat niet kan worden bewezen dat verdachte een pistool heeft getoond. Ten aanzien van de bedreiging onder feit 4 heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte ontkent dat hij heeft gezegd “ [slachtoffer 5] , jij weet dat ik hem nu ook kan doodknijpen”. Verdachte heeft verklaard dat hij wel heeft gezegd “dan gebeuren er dingen”. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor zover zij dit kwalificeert als een bedreiging.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 37-38;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 mei 2021.

Feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 28;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 mei 2021.

Feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 15 en 17 t/m 25;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 mei 2021.

Ten aanzien van de hoogte van het geldbedrag dat aangever op 11 januari 2019 aan verdachte heeft overhandigd, overweegt de rechtbank als volgt. Uit de aangifte en de bij die aangifte gevoegde WhatsApp gesprekken tussen verdachte en aangever, blijkt dat verdachte aangever een WhatsApp heeft gezonden met de inhoud: “K zie je zo, k loop nu naar dsc, doe maar 2 meijer scheelt je 100€, 200 dan sta je save”. Op basis hiervan acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte op 11 januari 2019 € 200,- van aangever heeft ontvangen.

Feit 4

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] p. 5 t/m 7;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 5] p. 9 en 10;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 mei 2019.

Verdachte heeft ontkend dat hij een pistool heeft getoond en de woorden “ [slachtoffer 5] , jij weet dat ik hem nu ook kan doodknijpen” heeft gezegd. Gelet op de verklaring van aangever [slachtoffer 4] die steun vindt in de verklaring van getuige [slachtoffer 5] , acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte een pistool heeft getoond en de woorden “ [slachtoffer 5] , jij weet dat ik hem ook kan doodknijpen” heeft gezegd.

De rechtbank is voorts van oordeel dat het door de verdachte aan aangever toegebrachte letsel, te weten een gebroken kaak, gelet op de aard en de gevolgen daarvan zoals uit de bewijsmiddelen naar voren komt, naar gewoon spraakgebruik als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. Immers, bleek de kaak van aangever op drie plaatsen te zijn gebroken en was spoedig operatief ingrijpen door de plaatsing van pinnen en plaatjes noodzakelijk. Dit betekent dat de rechtbank de tenlastegelegde mishandeling met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge bewezen acht.

Tot slot overweegt de rechtbank ten aanzien van de tenlastegelegde bedreiging als volgt. Gelet op de aard van de tenlastegelegde uitlatingen en de daarmee samenhangende gedragingen van verdachte is de rechtbank van oordeel dat dit een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling van [slachtoffer 4] oplevert.

Feiten 5 en 6

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 48;

- het proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 52;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 mei 2021.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het feit 1 t/m 6 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 17 december 2018, in of omstreeks het tijdvak van 17.05 uur tot en met 17.15 uur, te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer fotolijstje(s), dierenvoeding en/of boodschappen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

2.

hij op of omstreeks 17 december 2018, in of omstreeks het tijdvak van 23.15 uur tot en met 23.30 uur, te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer glas/glazen en/of de/een ruit van de/een (keuken)deur van een woning op of aan de Reinaldstraat (nummer 6), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] en/of aan de [slachtoffer 2] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

3.

hij op of omstreeks 4 januari 2019 en/of op omstreeks 11 januari 2019, te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon genaamd [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van 95 euro en/of 200 euro, althans (een hoeveelheid) geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3] toebehoorde, door (op 4 januari 2019) dreigend tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat deze [slachtoffer 3] de schade aan zijn, verdachte's jas (ten bedrage van 95) euro moest betalen anders zou hij, verdachte, hem ( [slachtoffer 3] ) komen opzoeken,

en/of

door (op 11 januari 2019) dreigend tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat hij hem zou slaan indien die [slachtoffer 3] hem, verdachte, geen 200 euro zou betalen;

en/althans

hij op of omstreeks 4 januari 2019 en/of op of omstreeks 11 januari 2019, te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, een ander, te weten [slachtoffer 3] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten tot de afgifte van 95 euro (op 4 januari 2019) en/of 200 euro (op 11 januari 2019), door (op 4 januari 2019) dreigend tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat deze [slachtoffer 3] de schade aan zijn, verdachte's jas (ten bedrage van 95) euro moest betalen anders zou hij,verdachte, hem ( [slachtoffer 3] ) komen opzoeken,

en/of

door (op 11 januari 2019) dreigend tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat hij hem zou slaan indien die [slachtoffer 3] hem, verdachte, geen 200 euro zou betalen;

4.

hij op of omstreeks 2 januari 2019, te Rossum, gemeente Maasdriel, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld (een) perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 4] en/of A. [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van 90 euro, althans (een) geld(bedrag), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] toebehoorde, door

- die [slachtoffer 4] met (een van) zijn handen stevig bij de jas (ter hoogte van de kraag) vast te pakken en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat hij zijn, verdachte's, reputatie niet kende en/of (daarbij) die [slachtoffer 4] te dwingen met hem, verdachte, mee te lopen, en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 4] een (groot) mes te pakken en/of te tonen en/of (terwijl hij, verdachte, op zeer korte afstand voor die [slachtoffer 4] stond) (daarbij) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen: "Ik kan je nu ook neersteken", althans woorden van soorteglijke dreigende aard of strekking, en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 4] een pistool of wapen te tonen en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen - zakelijk weergegeven - ik kan je nu ook neerschieten en je thuis komen opzoeken, althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking, en/of

- die [slachtoffer 4] met (een van) zijn handen om de keel te pakken en/of (vervolgens) die [slachtoffer 4] met een van zijn al dan niet tot vuisten gebalde handen (zeer) (krachtig en/of gewelddadig) in/op/tegen de/een kaak en/of in/op/tegen het gezicht/gelaat te slaan of te stompen en/of in/op/tegen het lichaam te schoppen of te trappen;

en/althans

dat hij op of omstreeks 2 januari 2019, te Rossum in de gemeente Maasdriel, een persoon genaamd [slachtoffer 4] heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, (zeer) (krachtig en/of gewelddadig) met (een van) zijn al dan niet tot vuisten gebalde handen in/op/tegen de/een kaak en/of in/op/tegen het gezicht/gelaat te slaan of te stompen

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken kaak, ten gevolge heeft gehad;

en/althans

dat hij op of omstreeks 2 januari 2019, te Rossum in de gemeente Maasdriel, een persoon genaamd [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door

- (terwijl hij, verdachte op zeer korte afstand voor/van die [slachtoffer 4] stond en een mes toonde aan die [slachtoffer 4] , althans zichtbaar voor die [slachtoffer 4] aanwezig had) die [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen "Ik kan je nu ook neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

- (terwijl hij, verdachte, een (deel van een) pistool, althans wapen, toonde aan die [slachtoffer 4] ) die [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen - zakelijk weergegeven dat hij, verdachte, die [slachtoffer 4] ook kon neerschieten, althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking, en/of

- met (een van) zijn handen de keel van die [slachtoffer 4] te omvatten, althans vast te pakken, en/of (daarbij) tegen een aanwezige derde te zeggen: " [slachtoffer 5] , jij weet dat ik hem nu ook kan doodknijpen", althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking;

5.

hij op of omstreeks 12 januari 2019, te Kerkdriel in de gemeente Maasdriel, een wapen van categorie I onder 4°, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, te weten een creditcardmes, in elk geval een blank wapen dat uiterlijk gelijkt op een ander voorwerp dan een wapen, heeft gedragen en/of voorhanden heeft gehad;

6.

hij op of omstreeks 12 januari 2019, althans in of omstreeks de maand januari van het jaar 2019, te Kerkdriel in de gemeente Maasdriel, een wapen van categorie III, onder 3, van de Wet wapens en munitie, te weten een werpmes voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en/of onbruikbaar maken;

feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

feit 3:

afpersing;

feit 4:

de eendaadse samenloop van:

afpersing

en

mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft

en

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling;

feit 5:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 6:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar, en daarnaast tot een taakstraf voor de duur van 180 uur met aftrek van voorarrest. De officier heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met het tijdsverloop, de omstandigheid dat verdachte niet opnieuw met politie en justitie in aanraking is gekomen en met de fulltime baan van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om een lagere taakstraf op te leggen dan de gevorderde 180 uur. Ter compensatie zou volgens de raadsman de proeftijd van de voorwaardelijke gevangenisstraf kunnen worden verlengd naar 3 jaren.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling en het onbruikbaar maken van goederen van een ander op 17 december 2018. Ook is hij schuldig aan afpersing op 2 januari 2019 en aan afpersing op 4 en 11 januari 2019. In beide gevallen heeft verdachte de slachtoffers gedwongen tot afgifte van een of meer geldbedragen. De afpersing op 2 januari 2019 ging gepaard met een bedreiging met wapens en met een mishandeling, waarbij verdachte het slachtoffer een gebroken kaak heeft toegebracht. Verdachte is daarnaast schuldig aan het voorhanden hebben van een creditcardmes en werpmes. Dit zijn ernstige feiten die de oplegging van een gevangenisstraf rechtvaardigen.

Uit het uittreksel van de justitiële documentatie van 1 februari 2021, blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit en dat hij na het plegen van de bewezenverklaarde feiten niet meer met politie en justitie in aanraking is geweest.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 6 maanden op zijn plaats zou zijn. Gelet op het tijdsverloop van de zaak en de omstandigheid dat verdachte niet opnieuw met politie en justitie in aanraking is geweest, zal de rechtbank deze gevangenisstraf geheel voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank ziet geen aanleiding de proeftijd te verlengen naar 3 jaren zoals door de raadsman is voorgesteld. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf voor de duur van 160 uur opleggen. De tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, zal hierop in mindering worden gebracht.

8 De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal beslissen dat het in beslag genomen creditcardmes – met betrekking tot welke feit 5 is begaan en met behulp waarvan feit 4 is begaan of voorbereid – en het in beslag genomen werpmes – met betrekking tot welke feit 6 is begaan en met behulp waarvan feit 4 is begaan of voorbereid – moeten worden onttrokken aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 55, 57, 285, 300, 317 en 350 van het Wetboek van Strafrecht;

- 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

 bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft maakt aan een strafbaar feit;

 legt op een taakstraf van 160 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen;

 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

De beslissing ten aanzien van het beslag:

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van het creditcardmes en het werpmes.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.L.F. Prisse (voorzitter), mr. H.P.M. Kester en mr. L.F. Bögemann, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juni 2021.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2019090708 Z, gesloten op 28 februari 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.